Proef met rechters op spreekuur succesvol

Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers.

Een proef met ‘spreekuurrechters’ die de rechtbank Noord-Nederland heeft gehouden, is succesvol verlopen. Mensen die een eenvoudig geschil aan de rechter wilden voorleggen, konden dat zonder dagvaarding of advocaat doen. De rechter hoorde de strijdende partijen aan en adviseerde over een schikking. In 91 procent van de zaken werd het conflict snel, effectief en tegen een laag tarief opgelost, blijkt uit onderzoek. Intussen experimenteren ook andere rechtbanken met zulke laagdrempelige procedures

Alledaagse conflicten
Alledaagse problemen met de buren, huisbaas, werkgever of bijvoorbeeld een aannemer kunnen veel ellende veroorzaken. Ze komen meestal pas bij de rechter als ze volledig zijn geëscaleerd. De betrokkenen zijn dan veel geld kwijt aan griffierechten en advocaten en komen als eiser en verweerder tegenover elkaar te staan in de rechtszaal, wat niet bevorderlijk is voor een goede relatie. Het streven van de Rechtspraak om zulke geschillen sneller en goedkoper op te lossen, is in de proef met de spreekuurrechters uitgeprobeerd.

Eenvoudige procedure
Anderhalf jaar lang waren 7 ervaren kantonrechters in het noorden beschikbaar om als spreekuurrechter op te treden. In totaal hebben zij 64 zaken behandeld, waarvan er 58 eindigden in een schikking tussen de partijen. Het ging vooral om burenruzies, maar bijvoorbeeld ook om conflicten over een verbouwing of een aankoop. Vaak gingen de rechters ter plaatse om met eigen ogen te zien wat er speelde, ook omdat er geen schriftelijke stukken waren waarop zij zich konden baseren. De betrokkenen mochten hun zaak namelijk met een eenvoudige mededeling (zoals ‘de boom van de buren is te hoog’) aanmelden. Als de rechter beide partijen had aangehoord, stuurde hij aan op een compromis. Lukte dat niet, dan hakte hij alsnog de knoop door.

Tevreden deelnemers
Van de deelnemers is 80 tot 90 procent (heel) positief over de spreekuurrechter, blijkt uit onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksbureau Pro Facto. Ze zijn vooral blij met de snelle behandeling, de lage kosten en de menselijke, niet-juridische benadering door de rechter. Ze vonden de zitting wel lang duren; de rechter moest immers eerst ontdekken wat er speelde. Ook hebben sommige mensen druk ervaren om tot een schikking te komen. Daar staat tegenover dat 71 procent ook na verloop van tijd nog tevreden was over het bereikte resultaat.

Kanttekeningen
Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers. Zij plaatsen wel kanttekeningen bij het hoge schikkingspercentage. Slechts 40 procent van de aangemelde zaken is ook echt door de spreekuurrechters behandeld, vooral omdat het lang niet altijd lukte om medewerking van beide partijen te krijgen. Dat is wel een vereiste van het wetsartikel (art. 96 Rv) dat zo’n vereenvoudigde procedure mogelijk maakt. Bovendien konden belangstellenden zich niet zelf melden bij de spreekuurrechter. Enkele rechtsbijstandsverzekeraars en het Juridisch Loket leverden de deelnemers aan. Zij meldden vooral zaken aan die kans van slagen hadden. De spreekuurrechter boog zich dus eigenlijk alleen over zaken die zich relatief goed voor een schikking leenden, concluderen de onderzoekers.

Nieuwe experimenten
De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn ideeën bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft. Initiatieven die succesvol blijken te zijn, kunnen landelijk worden ingevoerd zodra het kabinet daar geld voor beschikbaar stelt. Zo is in Rotterdam en Dordrecht half september de ‘regelrechter’ begonnen, waar zowel burgers als bedrijven zich kunnen melden om conflicten snel en goedkoop op te lossen. En in Den Haag trekken rechters de wijk in om te helpen de leefbaarheid te vergroten. ‘Wijkrechters’ houden zich vooral bezig met overlast, burenruzies, woninggebreken; alles wat te maken heeft met prettig wonen in de wijk. Anders dan de spreekuurrechters werken zij niet met doorverwijzers; iedereen die de rechter wil spreken, kan zich zelf melden.

Amerikaans rechter: rechters en advocaten mogen Facebook-vrienden zijn

In Nederland besliste het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch eind 2016 al eens in een andersoortig geval dat een Facebook-vriendschap van een notaris met een cliënt nog niet wil zeggen dat de notaris hiermee zijn onafhankelijkheid op het spel zet.

Leggen rechters hun onpartijdigheid in de waagschaal als zij Facebook-vrienden zijn met advocaten? Nee, zo oordeelde het hooggerechtshof in Florida volgens Amerikaanse media eind 2018. Want Facebook-vrienden zijn eigenlijk helemaal geen echte vrienden, aldus het hof.

Met vier stemmen voor en drie tegen oordeelde het Supreme Court in Florida op 15 november 2018 in wrakingsverzoek dat een Facebook-vriendschap tussen een rechter en een advocaat niet automatisch betekent dat de rechter partijdig is als hij moet oordelen in een zaak waarin deze advocaat optreedt. Het hof stelt in zijn beslissing dat zelfs een ‘real life’ vriendschap tussen een rechter en een advocaat niet hoeft te tornen aan de onafhankelijkheid.

Definitie vriendschap lastig
Vriendschap is nu eenmaal een onbepaald, wat abstract begrip, zo filosofeert rechter Charles Canady er namens het hof op los. Volgens hem zijn ‘echte vrienden in persoon met elkaar verbonden via wederzijdse gevoelens van affectie of respect’. Dat hoeft onder Facebook-vrienden, via een enkele klik met elkaar verbonden zelfs zonder dat zij elkaar fysiek kunnen hebben ontmoeten, niet het geval te zijn.

Hof maakt onderscheid online en fysieke vriendschap
Het hof onderstreept dat het mogelijk is om duizenden Facebook-vrienden te hebben zonder dat iemand iedereen persoonlijk kent. En dan gekozen vrienden vaak ook nog eens gebaseerd op de voorstellen die Facebook op basis van zijn algoritmes doet. ‘Today it is commonly understood that Facebook “friendship” exists on an even broader spectrum than traditional “friendship,”’, aldus het hof. ‘Traditional friendship varies in degree from greatest intimacy to casual acquaintance; Facebook friendship varies in degree from greatest intimacy to ‘virtual stranger’ or ‘complete stranger’.’

Tegenstemmers vinden het slecht voor vertrouwen in rechtspraak
De drie tegenstemmers waren wel van mening dat een rechter met advocaten onder de Facebook-vrienden het vertrouwen in onafhankelijke rechtspraak kunnen ondermijnen. Een van vindt zelfs dat rechters eigenlijk niets op Facebook te zoeken hebben: ze zouden hun account moeten verwijderen en overig social media-gebruik tot een minimum moeten beperken.

Hof in Nederland besliste in 2016 soortgelijk
In Nederland besliste het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch eind 2016 al eens in een andersoortig geval dat een Facebook-vriendschap van een notaris met een cliënt nog niet wil zeggen dat de notaris hiermee zijn onafhankelijkheid op het spel zet.

Proef met rechters op spreekuur succesvol

De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn ideeën bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft.

Een proef met ‘spreekuurrechters’ die de rechtbank Noord-Nederland heeft gehouden, is succesvol verlopen. Mensen die een eenvoudig geschil aan de rechter wilden voorleggen, konden dat zonder dagvaarding of advocaat doen. De rechter hoorde de strijdende partijen aan en adviseerde over een schikking. In 91 procent van de zaken werd het conflict snel, effectief en tegen een laag tarief opgelost, blijkt uit onderzoek. Intussen experimenteren ook andere rechtbanken met zulke laagdrempelige procedures

Alledaagse conflicten
Alledaagse problemen met de buren, huisbaas, werkgever of bijvoorbeeld een aannemer kunnen veel ellende veroorzaken. Ze komen meestal pas bij de rechter als ze volledig zijn geëscaleerd. De betrokkenen zijn dan veel geld kwijt aan griffierechten en advocaten en komen als eiser en verweerder tegenover elkaar te staan in de rechtszaal, wat niet bevorderlijk is voor een goede relatie. Het streven van de Rechtspraak om zulke geschillen sneller en goedkoper op te lossen, is in de proef met de spreekuurrechters uitgeprobeerd.

Eenvoudige procedure
Anderhalf jaar lang waren 7 ervaren kantonrechters in het noorden beschikbaar om als spreekuurechter op te treden. In totaal hebben zij 64 zaken behandeld, waarvan er 58 eindigden in een schikking tussen de partijen.Het ging vooral om burenruzies, maar bijvoorbeeld ook om conflicten over een verbouwing of een aankoop. Vaak gingen de rechters ter plaatse om met eigen ogen te zien wat er speelde, ook omdat er geen schriftelijke stukken waren waarop zij zich konden baseren. De betrokkenen mochten hun zaak namelijk met een eenvoudige mededeling (zoals ‘de boom van de buren is te hoog’) aanmelden. Als de rechter beide partijen had aangehoord, stuurde hij aan op een compromis. Lukte dat niet, dan hakte hij alsnog de knoop door.

Tevreden deelnemers
Van de deelnemers is 80 tot 90 procent (heel) positief over de spreekuurrechter, blijkt uit onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksbureau Pro Facto. Ze zijn vooral blij met de snelle behandeling, de lage kosten en de menselijke, niet-juridische benadering door de rechter. Ze vonden de zitting wel lang duren; de rechter moest immers eerst ontdekken wat er speelde. Ook hebben sommige mensen druk ervaren om tot een schikking te komen. Daar staat tegenover dat 71 procent ook na verloop van tijd nog tevreden was over het bereikte resultaat.

Kanttekeningen
Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers. Zij plaatsen wel kanttekeningen bij het hoge schikkingspercentage. Slechts 40 procent van de aangemelde zaken is ook echt door de spreekuurrechters behandeld, vooral omdat het lang niet altijd lukte om medewerking van beide partijen te krijgen. Dat is wel een vereiste van het wetsartikel (art. 96 Rv) dat zo’n vereenvoudigde procedure mogelijk maakt. Bovendien konden belangstellenden zich niet zelf melden bij de spreekuurrechter. Enkele rechtsbijstandsverzekeraars en het Juridisch Loket leverden de deelnemers aan. Zij meldden vooral zaken aan die kans van slagen hadden. De spreekuurrechter boog zich dus eigenlijk alleen over zaken die zich relatief goed voor een schikking leenden, concluderen de onderzoekers.

Nieuwe experimenten
De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn ideeën bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft. Initiatieven die succesvol blijken te zijn, kunnen landelijk worden ingevoerd zodra het kabinet daar geld voor beschikbaar stelt. Zo is in Rotterdam en Dordrecht half september de ‘regelrechter’ begonnen, waar zowel burgers als bedrijven zich kunnen melden om conflicten snel en goedkoop op te lossen. En in Den Haag trekken rechters de wijk in om te helpen de leefbaarheid te vergroten. ‘Wijkrechters’ houden zich vooral bezig met overlast, burenruzies, woninggebreken; alles wat te maken heeft met prettig wonen in de wijk. Anders dan de spreekuurrechters werken zij niet met doorverwijzers; iedereen die de rechter wil spreken, kan zich zelf melden.

Door te hoge griffierechten steeds minder incassozaken

Want wat heeft de burger aan de rechter als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken? Als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro alleen al aan griffierechten.

De Nederlandse rechter behandelt incassozaken sneller dan alternatieven die buiten de rechter omgaan. Bijna altijd wordt een verstekzaak (een zaak waarbij de gedaagde niet aanwezig is) binnen 2 weken afgedaan. Gemiddeld duurt zo’n zaak van begin tot eind 19 dagen.

Ondanks de snelle manier waarop dit soort zaken worden behandeld, daalt het aantal incassozaken fors. Het aantal incassozaken bij de rechter in de periode 2011 – 2017 is met 38 procent gedaald. Het aantal verstekzaken is in diezelfde periode zelfs met 43 procent gedaald. Een aanzienlijk deel van deze terugloop komt door de hoge griffierechten die betaald moeten worden. Deze griffierechten werpen daarmee een te hoge drempel op voor mensen die hun recht willen halen. Ook daalt het aantal rechtszaken door de opmars van incassoprocedures buiten de rechter om, zoals digitale arbitrage.

Essentieel
Toegang tot de rechter is essentieel in een rechtsstaat. Het is 1 van de kerntaken van de overheid om onafhankelijke, onpartijdige en openbare rechtspraak te bieden. Deze rechtspraak, die bindend is en precedentwerking heeft, is een noodzakelijke voorwaarde voor de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid die een rechtsstaat kenmerkt. Daarnaast draagt rechtspraak bij aan normhandhaving, rechtsbescherming en rechtsontwikkeling. Als mensen vanwege financiële redenen niet naar de rechter stappen, schaadt dit de rechtsstaat.

Voorbeeld
Een eenvoudig voorbeeld maakt het probleem duidelijk: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro alleen al aan griffierechten. Voor bedrijven liggen die kosten nog hoger. De uitkomst is vrijwel altijd dat de verliezende partij alle kosten moet betalen. Dat betekent dat een rechtszaak over een onbetaalde rekening van 700 euro eindigt in een rekening die bijna 2 keer zo hoog is, door de hoge griffierechten en andere bijkomende kosten.

Verlagen
In april dit jaar pleitte Frits Bakker (voorzitter Raad voor de rechtspraak) er al voor de griffierechten fors te verlagen omdat steeds meer mensen afzien van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Bakker: ‘Het vergroten van het aantal zaken is géén doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan de rechter als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?’

Ontruiming door verhuurder van bedrijfsruimte na opzegging of vanwege wanbetaling

Een ontruiming kan alleen in kort geding worden toegewezen als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zal toewijzen en van de verhuurder niet kan worden verlangd dat die de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

Indien de verhuurder de huurovereenkomst opzegt en de ontruiming aanzegt, kan de huurder van een bedrijfsruimte ex artikel 7:230a BW, waaronder kantoorruimte, de rechter vragen om ontruimingsbescherming.

De opzegging dient wel tijdig te gebeuren tegen het eind van de contracttermijn. Dan moet de huurder wel binnen twee maanden na de datum waartegen de ontruiming is aangezegd een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter. Gedurende deze periode kan de huurder niet gedwongen worden tot ontruiming van de bedrijfsruimte over te gaan. Er hoeft dan niet te worden ontruimd totdat de rechter een beslissing heeft genomen.
In de procedure moet eerst worden vastgesteld dat het daadwerkelijk om een bedrijfsruimte ex 7:230a BW gaat en dus niet om een zgn. middenstandsbedrijfsruimte (winkel). Daarvoor gelden andere regels en bestaat er geen recht op ontruimingsbescherming

Maximale termijn aan verzoek
De rechter kan het verzoek voor maximaal een jaar toewijzen, maar het is mogelijk om het verzoek nog twee keer te herhalen. Een tweede (en evt. derde) verzoek wordt slechts toegewezen, indien de belangen van de huurder en van de onderhuurder, aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder.

Het verzoek wordt evenwel afgewezen, indien de verhuurder aannemelijk maakt dat van hem, wegens onbehoorlijk gebruik van het gehuurde, wegens ernstige overlast, de medegebruikers dan wel hemzelf aangedaan of wegens wanbetaling niet gevergd kan worden dat de huurder het recht op gebruik van de zaak of een gedeelte daarvan langer behoudt. De kantonrechter neemt in beginsel derhalve een beslissing op een verlengingsverzoek van de huurder na afweging van de wederzijdse belangen van partijen. De maximaal mogelijke verlenging bedraagt drie jaar nadat de huurovereenkomst is geëindigd. Er wordt in die periode geen huur maar één gebruiksvergoeding betaald.

Wanbetaling
Indien de huurder van bedrijfsruimte de huur niet betaalt, is hij van rechtswege in gebreke en kan dit grote gevolgen hebben. In de rechtspraak wordt aangenomen dat een betalingsachterstand van twee of drie maanden al voldoende is om een ontruimingsvonnis in kort geding te krijgen. Alleen bij een gegronde reden, bij een verbetering in het betalingsgedrag en/of de financiële omstandigheden van een huurder kan een rechter aanleiding geven om niet tot ontruiming over te gaan. Maar als er telkenmale te laat is betaald en er geen aantoonbare en blijvende verbetering is optreden in het betalingsgedrag van de huurder, zal de rechter in de meeste gevallen de ontruiming toewijzen.

Ontruiming laatste optie
Een ontruiming kan alleen in kort geding worden toegewezen als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zal toewijzen en van de verhuurder niet kan worden verlangd dat die de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De vordering moet dus “hard” zijn en er moet voldoende spoedeisend belang zijn. Per geval zal moeten worden beoordeeld of het betalingsgedrag van de huurder ernstig genoeg is om te komen tot een ontruiming van het gehuurde.

Termijn voor ontruiming door deurwaarder
Het is wettelijk voorgeschreven dat allereerst de uitspraak (het vonnis) van de kantonrechter moet worden betekend aan de huurder. Dit gebeurt door een gerechtsdeurwaarder.

De daadwerkelijke ontruiming mag niet eerder dan drie dagen na de betekening plaatsvinden. Deze termijn kan door de kantonrechter ruimer worden vastgesteld en dit wordt ook regelmatig gedaan. In zijn uitspraak zal de rechter dan bepalen dat de verhuurder minimaal bijvoorbeeld 7 of 14 dagen moet wachten na de betekening.

De deurwaarder zal de precieze dag van de ontruiming aankondigen aan de huurder. Op de dag van de feitelijke ontruiming zal de deurwaarder naar de bedrijfsruimte gaan, vergezeld van een hulpofficier van Justitie en een slotenmaker. Tot aan het moment van ontruiming is de huurder wel verplicht om de huur door te betalen.

Rechtspraak pleit voor einde megaschikkingen

De Rechtspraak ziet graag dat er een einde komt aan megaschikkingen. Deze zouden schadelijk zijn voor het vertrouwen in de rechtsstaat. ‘De grens is bereikt.’

‘Als de rechter buitenspel wordt gezet en er in beslotenheid schikkingen worden getroffen, is van transparantie geen sprake meer,’ stelt de Rechtspraak. Bij megaschikkingen komt de rechter niet in beeld, maar wordt het conflict afgedaan tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie (OM). Zo’n overeenkomst kan in de miljoenen euro’s lopen.

Het OM doet de afgelopen jaren steeds meer zaken zelf af omdat de strafrechtketen soms traag werkt, waardoor het lang kan duren voordat een zaak voor de rechter komt. Toch moet volgens de Rechtspraak duidelijkheid richting de burger voorop staan. ‘Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat wetsovertreders worden opgepakt door de politie, vervolgd door het OM en bestraft door de rechter.’

Bron: Advocatenblad                 

Nieuwe wet om rechters makkelijker te berispen of straffen

De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag te berispen of te bestraffen worden verruimd. De Rechtspraak pleit al langer voor zo’n wijziging en adviseerde eerder positief over het wetsvoorstel. De rechterlijke organisatie kan op dit moment maar zeer beperkt maatregelen treffen als rechters ongeoorloofd gedrag vertonen.

Toen eerder de Tweede Kamer instemde met het wetsvoorstel, reageerde Kees Sterk (vicevoorzitter van de Raad voor de rechtspraak) tevreden. Sterk: ‘Het voorstel komt voor een belangrijk deel overeen met voorstellen die de Rechtspraak eerder zelf deed. Op dit moment kunnen we geen maatwerk bieden als een rechter zich ongepast gedraagt. We kunnen óf een schriftelijke waarschuwing geven, of een ontslagprocedure starten bij de Hoge Raad. Een vrij lichte straf en een hele zware straf dus. Dat is echt te beperkt.’ Met het instemmen van de Eerste Kamer wordt de wet nu aangepast en komen hier onder andere de mogelijkheid om te berispen of te schorsen bij.

faillissementsprocedure in 2019 efficiënter en transparanter

De Wet modernisering faillissementsprocedure (34.740)maakt onderdeel uit van het programma Herijking Faillissementsrecht >. De huidige faillissementsprocedure dateert namelijk uit 1896.

De wet om de procedure rondom faillissementen efficiënter en transparanter te laten verlopen, treedt, op één bepaling na, op 1 januari 2019 in werking. Dat blijkt uit de bekendmaking van het besluit tot inwerkingtreding in het Staatsblad.
Herijking

De Wet modernisering faillissementsprocedure (34.740)maakt onderdeel uit van het programma Herijking Faillissementsrecht >. De huidige faillissementsprocedure dateert namelijk uit 1896.

Gegevens in insolventieregister

De uitzondering bij de inwerkingtreding van de wet betreft de verplichting om ‘terstond na een uitspraak tot faillietverklaring’ een aantal gegevens in het centrale insolventieregister te plaatsen. Volgens de toelichting bij het besluit zal dit ‘op een later te bepalen tijdstip’ gebeuren. Reden hiervoor is dat de rechtspraak meer tijd nodig heeft om de systemen en de werkprocessen op deze wijziging voor te bereiden. ‘In overleg met de rechtspraak zal voor dit onderdeel een datum van inwerkingtreding worden bepaald,’ aldus de toelichting.
Bron: SC Online en Staatsblad 2018, 348

Raad voor de rechtspraak stopt digitalisering handelszaken

De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat ‘de programmatuur omstreden is’.

De landelijke uitrol van verplicht digitaal procederen in civiele handelszaken (met een belang van minstens 25.000 euro) is definitief van de baan. Dit heeft de Raad voor de rechtspraak bekendgemaakt. Ook het systeem voor digitale procedures in asiel- en bewaringszaken wordt niet verder ontwikkeld.

Diverse redenen

De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat ‘de programmatuur omstreden is’. De Raad vindt het daarom ‘niet verantwoord om het huidige systeem landelijk in te voeren. Ermee doorgaan betekent dat er veel tijd, energie en geld in gestoken moet worden. Bovendien kan het digitale systeem maar beperkte tijd gebruikt worden, omdat de leverancier stopt met de ontwikkeling ervan’.

Geen weggegooid geld?

Verder benadrukt de raad dat de tot nog toe geïnvesteerde 200 miljoen euro geen weggegooid geld is. Bovendien zijn de gemaakte kosten ‘gedekt binnen de reguliere begroting van de Rechtspraak, met aanvullende bijdragen vanuit het ministerie van justitie en vanuit het beschikbare eigen vermogen’.

Reactie deken

Algemeen deken van de Orde van Advocaten Bart van Tongeren noemt het besluit van de raad ‘uitermate teleurstellend voor de balie’. “Advocaten hebben hun werkwijzen aangepast, personele veranderingen aangebracht en geïnvesteerd in de ICT-voorzieningen waar de Raad om vroeg. Digitaal procederen zou ook zorgen voor een efficiencyslag binnen de rechtspraak en kortere doorlooptijden voor rechtszoekenden. Dan is het een pijnlijke constatering dat het allemaal vervolgens niet doorgaat. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen over wat de Raad dan wel gaat doen.”

Geen landelijke invoering digitaal procederen

Het draagvlak van de landelijke invoering is te dun en het rendement op de totale investering niet verantwoord.

De Raad vindt het niet verantwoord digitaal procederen in handelsvorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging landelijk in te voeren. Dat zou namelijk betekenen dat er veel tijd, energie en geld moet worden gestoken in de invoering van programmatuur waarvan de kwaliteit omstreden is, en die ver afstaat van de te ontwikkelen nieuwe oplossing voor de digitale toegankelijkheid van de rechtspraak

De Raad heeft dit besluit genomen op basis van onder meer de ervaringen die zijn opgedaan bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, gesprekken met ketenpartners en adviezen over de technische implicaties van landelijke invoering.

Er komt in de toekomst sowieso een nieuw systeem, omdat het huidige platform (Oracle) in de toekomst niet meer zal worden ondersteund. Hierdoor is het draagvlak van de landelijke invoering te dun en het rendement op de totale investering niet verantwoord.