Uw Berichten in MijnOverheid Berichtenbox

Recente rechtszaken tonen het belang van duidelijke digitale communicatie door de overheid in de Berichtenbox van MijnOverheid. Ze benadrukken de noodzaak van transparantie en de bescherming van burgerrechten bij het verstrekken van cruciale informatie.

Recente rechtszaken hebben aanzienlijke aandacht gekregen met betrekking tot de juridische geldigheid en de communicatie van overheidsberichten via de Berichtenbox van MijnOverheid. Deze zaken benadrukken de cruciale rol van duidelijke communicatie en de bescherming van burgerrechten in het digitale tijdperk.

UWV en de Onzekere Plaatsingsdatum in Berichtenbox
Een opmerkelijke zaak betrof het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), waarbij de rechtbank oordeelde dat de plaatsingsdatum van een bericht in de Berichtenbox niet duidelijk was. De kern van het probleem lag in de onduidelijkheid over wanneer het bericht daadwerkelijk beschikbaar was voor de ontvanger. Deze zaak onderstreept het belang van transparantie en duidelijkheid in de communicatie van cruciale informatie door overheidsinstanties.

De bestuursrechter oordeelde dat de bezwaartermijn nog niet was aangevangen voordat de man zijn berichtenbox raadpleegde en het bericht las. Het UWV stelde immers in de beroepsprocedure dat het UWV niet kon bewijzen dat het besluit van 30 november 2020 op die datum in de Berichtenbox van de man op “Mijn UWV” was geplaatst.

Gemeente Amsterdam en de Rol van Notificaties
In een andere significante zaak was de gemeente Amsterdam betrokken. De rechtbank oordeelde dat, hoewel een inwoner een actief MijnOverheid-account had, de gemeente verzuimd had te controleren of de ontvanger daadwerkelijk notificaties had ontvangen over nieuwe berichten. Dit vonnis illustreert het belang van het waarborgen dat burgers adequaat worden geïnformeerd over belangrijke overheidscommunicatie, vooral in situaties waar de niet-naleving van termijnen ingrijpende gevolgen kan hebben.

Het ging over een geschil dat de gemeente Amsterdam verloor vanwege een bericht in de Berichtenbox MijnOverheid. De kern van de zaak betrof de vraag of de gemeente had moeten controleren of de burger, die geen e-mailnotificatie had ontvangen, daadwerkelijk op de hoogte was gesteld van een belangrijk bericht in de Berichtenbox. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een notificatie niet tegen de burger mag worden gebruikt, indien hij binnen zes weken na kennisname van het besluit alsnog bezwaar maakt. Deze uitspraak benadrukt het belang van adequate communicatie door overheidsinstanties en de rechten van burgers in het digitale tijdperk​​.

De Rol van Digitale Communicatie en Burgerrechten
Deze zaken werpen licht op een groeiend juridisch vraagstuk: de verantwoordelijkheid van de overheid om ervoor te zorgen dat burgers effectief en tijdig toegang hebben tot belangrijke informatie. De verschuiving naar digitale communicatiekanalen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee op het gebied van toegankelijkheid en duidelijkheid. De rechtbanken erkennen de noodzaak om de balans te vinden tussen efficiënte digitale processen en de rechten van burgers om volledig geïnformeerd te worden.

Conclusie
Deze recente juridische ontwikkelingen benadrukken het groeiende belang van digitale geletterdheid en toegankelijkheid in de relatie tussen overheid en burger. Ze dienen als een herinnering aan overheidsinstanties om hun digitale communicatieprocessen te herzien en ervoor te zorgen dat ze voldoen aan de behoeften en rechten van alle burgers.


Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp bij geschillen met de overheid kunnen ondernemers terecht op advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Gemeente Verliest Juridische Strijd over Bericht in MijnOverheid Berichtenbox

De rechtbank heeft bepaald dat de gemeente Amsterdam een nieuw besluit moet nemen over een bezwaar tegen een onroerendezaakbelastingaanslag, vanwege het ontbreken van een e-mailnotificatie in de Berichtenbox van MijnOverheid. Deze beslissing volgt op de lijn van recente jurisprudentie die stelt dat de overheid burgers moet waarschuwen bij communicatie via MijnOverheid zonder notificatie, gezien de ernstige gevolgen van gemiste termijnen.

Rechtbankbeslissing MijnOverheid Berichtenbox Amsterdam

Ongeveer 2 jaar geleden berichtte Security.nl over een Rechtbankbeslissing MijnOverheid Berichtenbox Amsterdam waarbij een heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam een nieuw besluit moest nemen betreffende het bezwaar van een inwoner tegen een te laat ingediende OZB-aanslag. Dit komt door een opmerkelijk fout:
het niet selecteren van de optie om een e-mailmelding te ontvangen bij een nieuw bericht in de Berichtenbox van MijnOverheid. Als een bestuursorgaan deze voorkeur niet verifieert, kan de burger niet aansprakelijk worden gesteld voor het missen van het bericht.

De betrokken Amsterdammer ontving de belastingaanslag digitaal in zijn Berichtenbox op MijnOverheid, wat toegestaan was aangezien hij een actief MijnOverheid-account had. Zijn bezwaar werd echter als te laat beschouwd, aangezien de bezwaartermijn start op het moment dat het bericht in de Berichtenbox wordt geplaatst, zoals bepaald in artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hier ontstond de verwarring.

Hoewel bij het plaatsen van een bericht een e-mailnotificatie hoort, is het tijdstip van verzending of ontvangst hiervan niet relevant. Het missen van deze notificatie, bijvoorbeeld doordat deze in de spam terechtkomt, wordt normaal gezien als een persoonlijk probleem van de ontvanger. Maar recentelijk heeft de rechtspraak hier een andere draai aan gegeven:
Als iemand aangeeft elektronisch bereikbaar te zijn voor overheidscommunicatie zonder expliciet aan te geven e-mailmeldingen te willen ontvangen bij elk nieuw bericht in de Berichtenbox, dient het bestuursorgaan na te gaan of dit werkelijk de intentie van de burger was.

De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter uit 2021:
Volgens dit principe, voortbouwend op de inhoud van het betreffende wetsvoorstel, leidt het ontbreken van een notificatie ertoe dat de termijnoverschrijding niet tegen de indiener van een te laat ingediend bezwaar wordt gebruikt, mits hij binnen zes weken na kennisname van het besluit alsnog bezwaar maakt.

Dit standpunt wordt ondersteund door een rapport van de Ombudsman, dat benadrukt dat veel burgers niet dagelijks hun Mijn Berichtenbox controleren. De overheid legt met deze communicatievorm extra lasten op de burger, in tegenstelling tot een fysieke brief. De e-mailnotificatie is dus meer dan een vriendelijke service; het is een cruciaal onderdeel van de dienstverlening.

In een eerdere zaak van het Cbb ging het om sociale zekerheid, maar deze rechtbank heeft de uitspraak doorgetrokken naar belastingrecht, gezien de mogelijk ingrijpende gevolgen van het missen van een belastingaanslag:
De rechtbank concludeert dat ook in belastingzaken de overheid moet waarschuwen als berichten alleen zichtbaar worden in de Berichtenbox van MijnOverheid zonder notificatie.

De uitspraken zijn voor veel burgers nog actueel, omdat veel gemeenten een ongewijzigde systeem hanteren

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp bij geschillen met de overheid kunnen ondernemers terecht op advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Vereenvoudiging van BV-Splitsing bij Echtscheiding van een DGA

Dit artikel belicht de vereenvoudiging van de splitsing van een BV bij de echtscheiding van een directeur-grootaandeelhouder (DGA). Een recent besluit maakt het mogelijk om de BV fiscaal gunstig te splitsen in twee delen, waardoor financiële problemen bij het verdelen van het vermogen en de uitkoop van een ex-partner worden verminderd. De splitsing kan zonder belastingheffing plaatsvinden en is met name effectief bij huwelijken in gemeenschap van goederen, waarbij de BV zowel vermogen als een onderneming omvat.

De financiële uitdagingen bij het verdelen van het vermogen van een besloten vennootschap (BV) tijdens een echtscheiding kunnen aanzienlijk zijn. Een recent besluit maakt het nu mogelijk om deze situatie eenvoudiger aan te pakken, vooral effectief in de volgende context:

  • Huwelijk in gemeenschap van goederen;
  • BV met zowel vermogen als een actieve onderneming;
  • Mogelijkheid tot onderling overleg over de splitsing van vermogen en onderneming​​.

Financiële Uitdagingen bij Echtscheiding van een DGA

Wanneer een DGA in gemeenschap van goederen getrouwd is en gaat scheiden, kunnen financiële problemen ontstaan, vooral bij de uitkoop van een ex-partner. Als kapitaal uit de BV moet worden gehaald, kan dit leiden tot een directe belastingheffing van 26,9%. Door het besluit uit 2018 kan de BV echter fiscaal gunstig gesplitst worden in twee delen: een deel met de onderneming (BV1) en een deel met het belegde vermogen (BV2). BV1 blijft bij de DGA, terwijl BV2 naar de ex-partner gaat​.

Praktijkvoorbeeld: Echtscheiding met BV

Neem bijvoorbeeld Jan en Klazien, die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. Als de aandelen in hun BV met een totale waarde van € 550.000 worden verdeeld bij de echtscheiding, moet Jan Klazien € 300.000 betalen, verminderd met een belastinglatentie. Deze schuld kan gefinancierd worden via verschillende manieren, waaronder dividenduitkering uit de BV, wat belastingheffing met zich meebrengt. De splitsing onder het besluit van 2018 biedt de mogelijkheid om de BV op te splitsen, waarbij de onderneming in BV1 achterblijft en de beleggingen in een nieuwe BV2 worden ondergebracht​.

Juridische Splitsing in het Kader van Echtscheiding

De juridische splitsing kan zonder belastingheffing plaatsvinden, conform artikel 4.17 Wet IB. Belangrijk is dat de splitsing niet bedoeld is als methode om belasting te ontwijken of uit te stellen. Bij een standaard echtscheiding zal de Belastingdienst doorgaans toestemming geven voor de splitsing​.

Advies van een Fiscaal Jurist bij BV-Splitsing

De splitsing van de BV is slechts één van de vele opties om problemen bij een echtscheiding op te lossen. Het is belangrijk om rekening te houden met de waarde van de aandelen, inclusief stille reserves en goodwill, en het percentage van de belastinglatentie. Een fiscaal jurist kan hierin advies en begeleiding bieden​

Voor meer informatie over de splitsing van een BV bij echtscheiding en voor juridisch advies, kunnen DGA’s terecht op advocaten.nl en 0900-advocaten, waar ze ondersteund worden in het navigeren door complexe echtscheidingskwesties.

Fiscaal Vriendelijke Optie voor DGA bij Echtscheiding: Splitsing van de B.V.

De fiscaal gunstige optie voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) bij echtscheiding wordt soms vergeten: de splitsing van de B.V. Het Besluit van Financiën van 9 maart 2018 (nr. 2018-27139) biedt een oplossing voor het financieringsprobleem bij het uitkopen van een ex-partner. Dit wordt mogelijk gemaakt door de B.V. fiscaal geruisloos te splitsen in een ondernemingsdeel en een beleggingsdeel. Deze splitsing vereenvoudigt de verdeling van de gemeenschap en vermindert de financieringsbehoefte, terwijl de ab-claim fiscaal geruisloos kan worden doorgeschoven.

Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd en overwegen te scheiden, biedt een beleidswijziging van Financiën van 9 maart 2018 (nr. 2018-27139) een oplossing voor het financieringsprobleem bij het uitkopen van de aanstaande ex-partner. Dit probleem ontstaat vaak door de waardering van aandelen in de B.V., die mede afhankelijk is van het aanwezige beleggingsvermogen​​.

Uitleg Financieringsprobleem bij de DGA

In een situatie waarbij de DGA en echtgenoot in gemeenschap van goederen gehuwd zijn en aandelen in een B.V. bezitten, kan de verdeling van de gemeenschap leiden tot een aanzienlijke overbedelingsschuld voor de DGA. Indien de DGA deze schuld niet kan financieren, kan dit leiden tot het actueel worden van de ab-claim of de noodzaak om beleggingsvermogen als dividend uit te keren​.

Splitsing van de B.V.

Het Besluit van 9 maart 2018 biedt een oplossing door goedkeuring te geven voor de fiscaal geruisloze splitsing van de vennootschap in twee aparte B.V.’s: één met de onderneming en één met beleggingsvermogen. Hierdoor wordt de verdeling van de gemeenschap vereenvoudigd en vermindert de financieringsbehoefte​.

Voorwaarden en Gevolgen van de Splitsing

De splitsing is bedoeld voor DGA’s die in een huwelijksgemeenschap zitten en zowel een materiële onderneming als substantieel beleggingsvermogen in hun vennootschap hebben. Na de splitsing blijven beide sets aandelen deel uitmaken van de (nog onverdeelde) gemeenschap. De uiteindelijke verdeling van de aandelen kan dan fiscaal geruisloos plaatsvinden, mits deze binnen twee jaar na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap wordt voltooid​​​

Aandachtspunten en Termijnen

Het is belangrijk om de tweejaarstermijn, die start bij indiening van het echtscheidingsverzoek, in de gaten te houden. In geval van tijdgebrek kan het verstandig zijn om de aandelen alvast te verdelen om een gedwongen afrekening van de ab-claim te vermijden​

Voor- en Nadelen van Juridische Splitsing

Voordelen zijn de oplossing van het financieringsprobleem, het intact houden van de beleggingsportefeuille en het fiscaal geruisloos doorschuiven van de ab-claim. Nadelen kunnen zijn de jaarlijkse kosten voor het onderhoud van de B.V. en mogelijke nadelen bij overlijden door de berekening van de latente ab-claim​.

Rol van de Adviseur

Adviseurs spelen een sleutelrol in dit proces, niet alleen door het tijdig signaleren van de splitsingsmogelijkheid, maar ook in het berekenen van de latente belastingen en het inschatten van de hoogte van de belastinglatentie op de ab-claim​.

Voor meer informatie en professionele hulp bij echtscheiding en splitsing van een B.V. in het geval van echtscheiding, kunnen directeur-grootaandeelhouders terecht op advocaten.nl en tel:0900-0600.

De Spoedprocedure bij Alimentatie: Artikel 223 Rv

Bij betalingsproblemen in verband alimentatie is er de mogelijkheid van het aanvragen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv . Het biedt een alternatief voor langdurige procedures en stelt belanghebbenden in staat snel tijdelijke oplossingen te verkrijgen.

Lukt het u niet langer om alimentatie te voldoen en loopt u daardoor het risico op financiële problemen als de alimentatie niet direct wordt verlaagd? Ervaart u aanhoudende of permanente financiële moeilijkheden in uw bedrijf waardoor het betalen van alimentatie onmogelijk wordt? U kunt met ondersteuning van een advocaat een spoedprocedure initiëren bij de rechtbank onder artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv), met als doel een tijdelijke opschorting van uw alimentatieverplichtingen te bewerkstelligen.

In alle situaties kan de onderhoudsplichtige partij een verzoek tot wijziging van de alimentatie indienen. Dit kan bijvoorbeeld als het inkomen zo veranderd is dat de eerder bepaalde onderhoudsbijdrage onbetaalbaar is geworden. Bij een standaardprocedure kan het echter maanden duren voordat de zaak behandeld wordt en de rechter een uitspraak doet. Gedurende deze periode blijft de vastgestelde onderhoudsbijdrage van kracht, en niet-betaling kan leiden tot acties van het LBIO of een deurwaarder.

De Kracht van een Voorlopige Voorziening

Een voorlopige voorziening, aangevraagd bij de rechtbank, kan in deze situaties uitkomst bieden. Deze voorziening, gebaseerd op artikel 223 Rv, stelt de rechter in staat om snel een tijdelijke beslissing te nemen. Het kan zelfs na een scheiding worden aangevraagd en blijft geldig voor de duur van de lopende bodemprocedure. Dit artikel zal verduidelijken hoe u deze procedure kunt starten en wanneer het toepasbaar is. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met ons kantoor.

Artikel 223 in de Praktijk

Artikel 223 Rv, onderdeel van de titel over dagvaardingsprocedures, stelt dat tijdens een lopend geding elke partij een voorlopige voorziening kan vragen. De verzoekschriftprocedure (zoals bij alimentatiezaken) heeft echter geen direct vergelijkbare bepaling. Toch heeft de Hoge Raad op 5 december 2014 in ECLI:NL:HR:2014:3533 bevestigd dat artikel 223 Rv ook in verzoekschriftprocedures gebruikt kan worden.

Hoe een Voorlopige Voorziening Aanvragen?

Een verzoek om een voorlopige voorziening onder artikel 223 Rv kan ingediend worden via een advocaat, zowel in de hoofdzaak als in een apart incidenteel verzoekschrift. Het verzoek kan ook worden ingediend als zelfstandig verzoek bij een verweerschrift. De rechtbank beslist of het verzoek direct behandeld wordt. Bij toewijzing geldt de voorziening voor de duur van de bodemprocedure, maar een spoedeisend belang is vereist. De rechter weegt hierbij de belangen van partijen af tegen de verwachte duur en uitkomst van de bodemprocedure, en er moet voldoende samenhang zijn met de bodemprocedure.

Voorbeeld van Toepassing

Voor voorlopige voorzieningen onder artikel 821 Rv zijn de toepasselijke situaties strikt bepaald, maar voor artikel 223 Rv is dit niet het geval. Zo kan bijvoorbeeld verzocht worden om tijdelijke nihilstelling of schorsing van alimentatie gedurende een procedure over alimentatievermindering.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of zoekt u een advocaat die u kan bijstaan, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.”

Belastingplicht stimuleert gebruik Nieuwe Faillissementwet WHOA

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) wordt steeds vaker gebruikt door Nederlandse ondernemers om faillissement te voorkomen te midden van de druk om coronagerelateerde belastingschulden af te betalen. Deze wet biedt de mogelijkheid tot schuldherstructurering, waarbij de Belastingdienst en andere schuldeisers flexibeler kunnen worden benaderd. De WHOA is met name voordelig voor grotere MKB-bedrijven met substantiële schulden.

De aandrang van de Belastingdienst op terugbetaling van coronagerelateerde schulden zorgt ervoor dat een toenemend aantal ondernemers zich wendt tot een recente wet om faillissement te vermijden. Dit is af te leiden uit data van de Raad voor de Rechtspraak en faillissementsadvocaten. Deze wet, beter bekend als de WHOA, voorkomt dat schuldeisers een afbetalingsplan dwarsbomen en een faillissement kunnen forceren.

De stijgende populariteit van WHOA-procedures toont aan dat vele bedrijven worstelen met het terugbetalen van hun coronaschulden. Uit eerdere data bleek al dat duizenden ondernemingen, getroffen door hogere rentes, loonkosten en inkoopprijzen, nog geen aanvang hebben gemaakt met het aflossen van hun belastingschulden uit de coronaperiode. Volgens het CBS was er in de eerste helft van dit jaar ook een aanzienlijke toename in faillissementen vergeleken met het voorgaande jaar.

Zo startten in 2022 111 bedrijven een WHOA-traject, terwijl in de eerste zeven maanden van dit jaar dit aantal al op 116 stond. Recentelijk werd bekend ook dat discountwinkel Big Bazar de voorbereidingen treft voor het starten van een WHOA-procedure.

Men verwacht deze maand een significante toename in WHOA-zaken. Dit komt door het aflopen van een speciale regeling van de Belastingdienst op 1 oktober. Tot die datum accepteert de fiscus bij een akkoord over schuldsanering eenzelfde percentage van de schuld als andere schuldeisers, waar normaal gesproken de Belastingdienst recht heeft op een dubbel percentage.

Onder de nieuwe wet lijkt de Belastingdienst gemakkelijker mee te werken aan het voorkomen van faillissementen. Volgens ingewijden ziet De Belastingdienst de WHOA als een keurmerk met gerechtelijke toetsing dat de procedure correct is gevolgd.

De Insolad, de vereniging voor insolventierecht-advocaten, is niet verrast door deze trend. Woordvoerder Bentfort van Valkenburg “Door de verplichting om opgebouwde belastingschulden uit de coronaperiode af te lossen, nemen de financiële problemen voor ondernemers toe.” Dit wordt ondersteund door gegevens van kredietverzekeraar Atradius: “Het aantal faillissementen neemt in Nederland sneller toe dan in de rest van de EU”, aldus een woordvoerder.

De WHOA is sinds 1 januari 2021 van kracht. In het eerste jaar werd er 181 keer gebruik van gemaakt, maar in 2022 daalde dit aantal naar 111, mede door een afname in faillissementen. Door de belastingschulden is er dit jaar echter een opleving. Bedrijven zoals sportschoolketen Sportcity, scheepsbouwer IHC en Steinhoff, een Zuid-Afrikaanse woonwinkel volgens Nederlands recht, hebben beroep gedaan op de WHOA. Dit geldt ook voor voetbalclubs ADO Den Haag en VVV Venlo.

De WHOA biedt levensvatbare bedrijven de kans om een ondraaglijke schuldenlast te herstructureren voordat een faillissement plaatsvindt. Als schuldeisers die twee derde van de schuld bezitten akkoord gaan, kan de rechter de overige crediteuren dwingen mee te doen. Partijen kunnen kiezen voor anonimiteit, waardoor de zaak buiten de publiciteit blijft.

Advocaat Vondenhoff merkt op dat de WHOA verschillende categorieën schuldeisers anders laat behandelen. Dit stelt ondernemers in staat om bijvoorbeeld financiers minder of later te betalen dan leveranciers, waardoor het bedrijf operationeel blijft.

Voor schuldeisers betekent dit geen faillissement en dus wordt de betaalregeling niet gebaseerd op de executiewaarde, maar op een hogere reorganisatiewaarde, wat resulteert in een hogere uitkering.

Toch is de WHOA-procedure niet voor alle ondernemers geschikt. Bij eenvoudige zaken met weinig crediteuren lopen de kosten al snel op tot €30.000. Volgens ingewijden is de WHOA vooral interessant voor grotere MKB-bedrijven met een schuld van meer dan €1 miljoen.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Regering overweegt verbod op het gebruik van AI-software door ambtenaren

De Nederlandse regering overweegt een verbod op het gebruik van AI-software door ambtenaren vanwege privacy- en auteursrechtenrisico’s. Het voorstel heeft betrekking op niet-gecontracteerde AI-programma’s en is gebaseerd op juridisch advies. Tegelijkertijd zoekt de overheid naar manieren om AI op een veilige manier te gebruiken en overweegt ze training voor ambtenaren en uitgebreidere richtlijnen voor AI-gebruik.

Staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Digitale Zaken) heeft plannen aangekondigd om ambtenaren binnen de overheid tijdelijk te verbieden om gebruik te maken van AI-software, zoals Juridische ChatBot, vanwege de huidige risico’s op het gebied van privacy en auteursrechten.

Het voorgenomen verbod heeft betrekking op AI-programma’s die in staat zijn om teksten, afbeeldingen, audio of video’s te genereren, zoals chatbots zoals ChatGPT en Bard, of afbeeldingsgeneratoren zoals Dall-E.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), concludeert dat “niet-gecontracteerde generatieve AI-toepassingen over het algemeen niet voldoen aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van privacy en auteursrecht.”

AI-toepassingen waarbij de overheid wel een contract aangaat met een leverancier zouden niet onder dit brede verbod vallen.

Staatssecretaris Alexandra van Huffelen wijst erop dat het “onduidelijk” is of aanbieders zoals ChatGPT voldoende aandacht besteden aan de rechten van auteurs. De taalmodellen achter programma’s zoals ChatGPT en Bard zijn getraind met grote hoeveelheden teksten, waaronder krantenarchieven en auteursrechtelijk beschermde boeken. Dit geldt ook voor generatieve-AI.

“Transparantie ontbreekt vaak,” zegt de Staatssecretaris over veel aanbieders. Daarnaast ontbreekt er nog een duidelijke juridische uitspraak over het gebruik van openbare internetbronnen voor dit doel.

Privacy

Privacy is ook een zorgpunt: “Een generatieve AI-toepassing kan zeer gevoelige informatie afleiden uit de interactie met de gebruiker.” Tot slot wijst de staatssecretaris op een fundamenteel gevaar dat samenhangt met het gebruik van AI: de antwoorden van een programma zoals ChatGPT “kunnen worden gebruikt om beslissingen over een persoon te nemen.”

De nota zal binnenkort worden besproken in de ministerraad. Als deze wordt goedgekeurd, zal het verbod gelden voor overheidsdiensten en hun leveranciers.

Veilig en verantwoord Tegelijkertijd ziet Van Hees ook mogelijkheden voor het nuttige gebruik van generatieve AI binnen de overheid, maar dan wel op een veilige manier. Dit moet worden bereikt via verschillende experimenten. Deze pilotprojecten moeten halverwege volgend jaar zijn afgerond, waarna er richtlijnen zullen worden opgesteld voor het verantwoorde gebruik van AI door overheidsorganisaties. Daarnaast komt er een opleidingsprogramma voor ambtenaren en een uitgebreidere visie op AI. Deskundigen waarschuwen al geruime tijd dat organisaties vaak te lichtvaardig denken over het gebruik van programma’s zoals ChatGPT. Professionals voeren bijvoorbeeld vertrouwelijke stukken in om deze te laten samenvatten of vertalen, zonder dat altijd duidelijk is wat het techbedrijf precies doet met die informatie. Bij diensten zoals ChatGPT is er ook een extra zorgpunt, aangezien ambtenaren verplicht zijn om in te loggen met hun e-mailadres, waardoor eenvoudig kan worden achterhaald wie vragen stelt aan de systemen.

‘Nederland kan achterop raken’
Sander Klous, hoogleraar datatechnologie aan de Universiteit van Amsterdam, erkent de genoemde risico’s in de nota, maar een algeheel verbod gaat hem te ver: “Er zijn zoveel nuances in AI-toepassingen dat het beter is om het gebruik te beperken op basis van reële risico’s in plaats van alles direct te verbieden.” Een breed verbod zou Nederland ook in een achterstandspositie kunnen plaatsen ten opzichte van landen die ruimer gebruikmaken van generatieve AI, waarschuwt de hoogleraar. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar Juridische Zaken onder valt, laat weten dat het ministerie de ontwikkelingen op het gebied van generatieve AI nauwlettend volgt, maar wil geen commentaar geven op het conceptvoorstel en kan ook niet aangeven wanneer dit eventueel in de ministerraad zal worden besproken.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel een vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

Wanneer worden proceskosten volledig vergoed?

Volledige proceskostenvergoeding is zeldzaam in Nederland, behalve in gevallen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig gedrag. Een recente uitspraak toont aan dat gedrag of proceshouding van een partij de rechter kan aanzetten tot een volledige proceskostenveroordeling. Dit kan leiden tot aanzienlijk hogere vergoedingen dan de gebruikelijke forfaitaire kosten. Toch blijft procederen kostbaar, en daarom wordt aanbevolen om voorafgaand aan een rechtszaak schikkingsopties te verkennen.

In de wereld van juridische geschillen geldt vaak de bekende uitdrukking: ‘Wie procedeert om een koe, legt er een op toe.’ Dit gezegde benadrukt dat het voeren van een rechtszaak soms meer kosten met zich meebrengt dan de uiteindelijke opbrengst rechtvaardigt. Hoewel dit gezegde al geruime tijd bestaat, is het nog steeds van toepassing op de hedendaagse rechtspraak in Nederland.

Vooral in complexere zaken, zelfs als de inzet niet bijzonder hoog is, kunnen de advocaatkosten snel oplopen. Zelfs als een partij de zaak wint, worden deze kosten in Nederland zelden volledig vergoed. De zeer beperkte vergoeding die wordt toegekend staat bekend als de ‘forfaitaire’ vergoeding en valt doorgaans ver onder de daadwerkelijk gemaakte kosten.

Wanneer heeft u recht op volledige proceskostenvergoeding?

Partijen die betrokken zijn bij een juridisch geschil kunnen altijd de rechter verzoeken om naast de standaard forfaitaire kosten de wederpartij te verplichten de volledige proceskosten te vergoeden. Dit verzoek wordt echter alleen in uitzonderlijke gevallen gehonoreerd. De Hoge Raad heeft hierbij specifieke criteria vastgesteld die moeten worden gevolgd.

Volgens deze criteria kan een volledige proceskostenveroordeling alleen plaatsvinden wanneer er sprake is van misbruik van het procesrecht of onrechtmatig gedrag. Dit is alleen het geval wanneer het indienen van een vordering of het voeren van een verweer, gezien de “evidente ongegrondheid” ervan, “in verband met de belangen van de wederpartij” achterwege had moeten blijven. Dit geldt pas als de eiser zijn vordering of de gedaagde zijn verweer baseert op “feiten en omstandigheden waarvan hij wist dat ze onjuist waren, of behoorde te weten, of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat ze geen kans van slagen hadden.”

De lat ligt hoog

Tenzij een partij valse of vervalste documenten of verklaringen gebruikt (wat natuurlijk onrechtmatig is), zijn de criteria over het algemeen streng, maar niet onoverkomelijk. Dit bleek uit een uitspraak van de kantonrechter in Den Bosch op 19 november 2022. Deze uitspraak benadrukte dat het gedrag of de proceshouding van een partij de rechter kan aanzetten tot een volledige proceskostenveroordeling, bovenop het verlies van de zaak.

Evident ongegrond verweer

In dit specifieke geval ging het om een arbeidszaak waarin een groep werknemers, naast andere verzoeken, vroeg om betaling van het wettelijke CAO-loon waar ze onbetwistbaar recht op hadden. De werkgever had consistent minder uitbetaald dan het verplichte CAO-loon.

In principe kan er niet getwijfeld worden aan dit recht als er simpelweg is gewerkt, of als er niet gewerkt is maar de belemmering daarvoor aan de werkgever te wijten is. De advocaat van de werknemers had daarom eerder geprobeerd om de werkgever over te halen vrijwillig aan zijn verplichtingen te voldoen voordat de zaak werd aangespannen. De werkgever bleef echter in gebreke en beweerde tegen beter weten in dat het verplichte loon was betaald, zonder enige degelijke onderbouwing. Dit leidde tot aanzienlijke inspanningen van de advocaat van de werknemers om berekeningen te maken en het salaristekort aan te tonen, zodat de vorderingen juridisch konden worden ingediend.

De kantonrechter strafte het gedrag van de werkgever af en kende een vergoeding toe voor de werkelijke kosten van juridische bijstand.

De kantonrechter overwoog als volgt:

‘De kantonrechter heeft rekening gehouden met het feit dat de gemachtigde van de werknemers in de voorbereiding tal van argumenten heeft aangevoerd om [verweerder sub 1] te overtuigen van de onhoudbaarheid van haar standpunten. Daarnaast moet worden opgemerkt dat de gemachtigde van de werknemers onevenredig veel moeite heeft moeten doen om aan te tonen dat de werknemers systematisch onderbetaald werden. Hoewel [verweerders] hun betwisting bleven handhaven, hebben ze geen enkel valide argument gepresenteerd om deze betwisting te onderbouwen. In zo’n situatie acht de kantonrechter het redelijk om een vergoeding toe te kennen voor de daadwerkelijk gemaakte kosten voor juridische bijstand. [verweerder sub 1] heeft de gevraagde proceskostenvergoeding niet betwist. De kantonrechter zal daarom een vergoeding toekennen van in totaal € 14.955,60 inclusief btw, zoals verzocht en onderbouwd.’ (ECLI:NL:RBOBR:2020:6931)

Dure les

Dus in plaats van het gebruikelijke bedrag dat in dit geval minder dan 10% van dat bedrag zou zijn geweest, werd een aanzienlijk hogere vergoeding van € 14.955,60 toegekend. Een dure les voor deze werkgever.

Schikking op voorhand

Het blijft echter belangrijk om te benadrukken dat dit een uitzondering is en dat het voeren van een juridische procedure voor zowel de verliezende als de winnende partij kostbaar kan zijn. Daarom informeert ons kantoor onze cliënten altijd grondig over de toenemende kosten wanneer ze de rechterlijke weg inslaan. We bespreken ook de voorwaarden waaronder een schikking wellicht de voorkeur verdient. Het niet proberen om voorafgaand aan de dagvaarding met de advocaat van de tegenpartij tot een schikking te komen, kan voor de cliënt uiteindelijk een kostbare gemiste kans blijken te zijn.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel een vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

Beslag en andere juridische maatregelen om uw recht te handhaven

Hieronder leest u de mogelijkheid om conservatoir beslag te leggen op activa van buitenlandse partijen in Nederland, evenals de bijzondere regeling voor vreemdelingenbeslag. Het ‘forum arresti’ wordt besproken als een extra bevoegdheidsregel voor Nederlandse rechtbanken in gevallen waarin er geen andere manier is om een executoriale titel uit te voeren in Nederland.

Op de website van advocaten.nl krijgen we vaak de vraag voorgelegd of het mogelijk is om conservatoir beslag te leggen op goederen van buitenlandse partijen. Over het algemeen is dit mogelijk, mits deze goederen zich op het moment van beslaglegging in Nederland bevinden. Voor beslaglegging op partijen die buiten Nederland zijn gevestigd, bestaat een speciale wettelijke regeling die het gemakkelijker maakt om juridische stappen te ondernemen, namelijk het vreemdelingenbeslag, ook wel bekend als ‘saisie foraine’.

Beslag binnen Nederland

Heeft u een openstaande vordering op een buitenlandse debiteur met activa in Nederland? Op basis van artikel 700 Rv heeft de Nederlandse (voorzieningen)rechter de bevoegdheid om toestemming te verlenen voor het leggen van conservatoir beslag op activa die zich binnen de Nederlandse grenzen bevinden, ongeacht de woon- of vestigingsplaats van de debiteur. Dus, als u te maken heeft met een (buitenlandse) schuldenaar met bijvoorbeeld onroerend goed in Nederland, een schip in de Nederlandse wateren of goederen in de haven van Rotterdam, kunt u met goedkeuring van de Nederlandse (voorzieningen)rechter conservatoir beslag leggen.

Bevoegdheid van de rechter

Het feit dat de Nederlandse rechter bevoegd is om toestemming te verlenen voor conservatoir beslag betekent nog niet dat de daadwerkelijke juridische vordering aan de Nederlandse rechter kan worden voorgelegd. Deze kwestie moet primair worden beoordeeld op basis van de regels van het (internationaal) privaatrecht. Voor het vreemdelingenbeslag voorziet de wet in een speciale regeling. Een beslag wordt beschouwd als vreemdelingenbeslag wanneer een schuldenaar geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in Nederland. Artikel 765 Rv beschrijft dit als volgt: “Indien de schuldenaar geen bekende woonplaats in Nederland heeft, kan in Nederland overeenkomstig de voorgaande afdelingen van deze titel beslag worden gelegd, zonder dat vrees voor verduistering behoeft te worden aangetoond.” Dit artikel voegt een extra dimensie toe aan de mogelijkheid van conservatoir beslag binnen Nederland. De vereiste van “vrees voor verduistering” is niet langer van toepassing als de schuldenaar geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.

Forum arresti

Het feit dat er bij vreemdelingenbeslag geen vrees voor verduistering hoeft te worden aangetoond, heeft in de praktijk beperkte invloed. Artikel 767 Rv biedt in dit opzicht meer duidelijkheid: “Bij gebreke van een andere weg om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen kan de eis in de hoofdzaak, de vordering ter zake van de beslagkosten daaronder begrepen, worden ingesteld voor de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot het gelegde of het tegen zekerheidstelling voorkomen of opgeheven beslag heeft verleend. In geval van verlof tot beslag onder een derde geldt dit alleen indien het goed waarop beslag zal worden gelegd in het verzoekschrift uitdrukkelijk is omschreven.” Deze regel betekent dat wanneer er sprake is van vreemdelingenbeslag, de Nederlandse rechter ook bevoegd kan zijn om te oordelen over de daadwerkelijke juridische vordering. Het vreemdelingenbeslag kan daardoor de rechtsbevoegdheid voor de Nederlandse rechtbank creëren. Deze aanvullende bevoegdheidsregel, ook wel bekend als ‘forum arresti’, zal in de praktijk niet vaak worden toegepast, omdat deze bevoegdheid alleen geldt wanneer er geen andere manier is om in Nederland een executoriale titel uit te voeren. Dit kan het geval zijn wanneer een schuldenaar buiten Europa is gevestigd en er geen verdrag is gesloten voor de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen.

Voor meer informatie kunt u terecht op advocaten.nl of bellen naar 0900-advocaten.

Werkgever Weigert Tien Minuten Eerder Inloggen Te Betalen

Voormalige callcentermedewerker vecht voor vergoeding voor 10 minuten eerder inloggen, werkgever vecht terug in cassatiezaak. FNV eist ook betaling voor andere werknemers en wil voorbereidingstijd als werktijd laten gelden in toekomstige cao. Het geschil draait om de vraag of deze inlogtijd als betaalde arbeidstijd moet worden beschouwd. Vakbond is teleurgesteld in werkgever voor het weigeren van vergoeding. Datum voor behandeling voor de Hoge Raad is nog onbekend.

Een voormalige medewerker van een callcenter ging jarenlang 10 minuten voor aanvang van zijn dienst inloggen, op verzoek van zijn werkgever, zonder daarvoor te worden vergoed. Hij bracht zijn zaak voor de rechter en later voor het gerechtshof. Beide instanties oordeelden in zijn voordeel, maar zijn voormalige werkgever geeft niet op. Volgens de FNV worden hierdoor werknemers financieel benadeeld, hoewel de bedrijfsadvocaat het tegendeel beweert.

Het callcenterbedrijf Teleperformance in Zoetermeer heeft recentelijk cassatie aangevraagd, waardoor de zaak nu voor de Hoge Raad komt. “Na verlies in een hoger beroep heeft iedereen het recht om cassatie aan te vragen, maar dit lijkt op machtsmisbruik tegenover de ex-medewerker,” aldus de FNV Callcenters. “Een cassatiezaak kan al snel tienduizenden euro’s kosten, wat de ex-medewerker niet kan dragen.” Daarom heeft de vakbond besloten de kosten van de zaak op zich te nemen.

De advocaat van het bedrijf beweert dat de werknemer geen hoge kosten zal dragen, aangezien hij niet voor het gerechtshof verscheen en ook in de cassatiezaak niet aanwezig hoeft te zijn. Volgens haar draait de zaak om een juridische vraag die van belang is voor veel werkgevers.

Voor de FNV is dit echter niet het enige issue. De vakbond wil dat het callcenter met terugwerkende kracht alle medewerkers betaalt voor elke gewerkte minuut. “Met ongeveer 3600 medewerkers zal dit ongetwijfeld aanzienlijke kosten met zich meebrengen, dat begrijpen we, maar deze vorm van loondiefstal moet stoppen,” zegt Heemskerk. De vakbond wil ook in de toekomstige cao vastleggen dat voorbereidingstijd als werktijd wordt beschouwd.

Inloggen in systemen vooraf

De betrokken medewerker werkte bij het callcenterbedrijf sinds 2016. In de rechtszaak vorig jaar werd duidelijk dat het bedrijf eiste dat medewerkers 10 minuten voor hun dienst aanwezig waren. In die tijd konden ze inloggen in diverse systemen en meteen beginnen met bellen.

Toen de werknemer probeerde deze tijd vergoed te krijgen, weigerde de werkgever dit. Dit leidde tot een rechtszaak, waarin de werknemer zijn achterstallig loon met terugwerkende kracht eiste.

Volgens het callcenterbedrijf kon een werknemer in die 10 minuten niet worden opgeroepen voor werk en ontving hij geen instructies. Daarom beschouwde het bedrijf dit niet als werktijd en vond het uitbetalen onnodig.

‘Een opdracht van de werkgever’

De kantonrechter in Den Haag ging vorig jaar niet mee met dit argument: het ging namelijk om ‘een opdracht van de werkgever en dus werktijd’. Daarom moest het bedrijf het achterstallige bedrag van ongeveer 2900 euro betalen aan de werknemer. Dit bedrag omvat loon, vakantiegeld, wettelijke verhogingen en incassokosten van de periode van de dienstverband. Daarnaast moest het bedrijf bijna 800 euro aan juridische kosten aan de werknemer betalen.

In hoger beroep werd opnieuw de vraag gesteld of de eerder inlogtijd als ‘betaalde arbeidstijd’ moest worden beschouwd. Het gerechtshof oordeelde hierin hetzelfde als de kantonrechter. Desondanks geeft Teleperformance niet op en heeft het cassatie aangevraagd. De werknemer en de FNV zijn hiervan op de hoogte gebracht.

Dit heeft de vakbond diep teleurgesteld. “Deze werkgever lijkt het normaal te vinden dat hun medewerkers dagelijks eerder aanwezig zijn om in te loggen,” aldus FNV. Volgens de vakbond steekt het callcenter ‘haar hoofd in het zand’. In andere sectoren wordt voorbereidingstijd wel vergoed, aldus de FNV. Wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld voor de Hoge Raad is nog niet bekend.