Schenking en inbrengplicht bij erfenis

Ouders die tijdens hun leven een schenking doen aan één van hun kinderen, bevoordelen hiermee dat kind boven andere kinderen. Die bevoordeling werd vóór 2003 automatisch ongedaan gemaakt door de inbrengplicht, na 2003 dient dit bij de schenking schriftelijk te worden bedongen. De inbrengplicht betekent dat de schenking wordt verrekend met het later te bepalen erfdeel. Hiermee voorkomt men dat een erfgenaam ten opzichte van de ander wordt bevoordeeld. Enkele haken en ogen leest u hieronder.

Vóór 1 januari 2003: Automatisch inbrengplicht tenzij

Het erfrecht gold tot 1 januari 2003 bepaalt dat wat een kind bij leven werd geschonken door een ouder in mindering komt van zijn erfdeel na het overlijden van die ouder. Door de verrekening van de waarde van de schenking met het erfdeel wordt dan bereikt dat elke erfgenaam een gelijk deel ontving; Door de schenking bij leven te beschouwen als een voorschot op de erfenis, konden erfgenamen niet bevoordeeld worden voor andere erfgenamen.
Er was een uitzondering die de ouder zelf bepaalde. Bij de akte van schenking of nadien in het testament kon het kind worden vrijgesteld van inbrengplicht.

Na 1 januari 2003: geen inbrengplicht tenzij

Na 1 januari 2003 geldt de omgekeerde regel; De hier bedoelde schenking aan die erfgenaam hoeft niet te worden ingebracht in de nalatenschap van de ouder, behalve als de ouder dat in de schenkingsakte uitdrukkelijke bepaalde. Overigens kan bij testament alsnog worden bepaald dat een schenking niet hoeft worden ingebracht. Het omgekeerde kan echter weer niet. Is bij de schenking bepaald dat deze niet hoeft te worden ingebracht, dan kan niet bij testament alsnog die inbrengplicht in het leven worden geroepen.

Voorbeeld

Stel als voorbeeld een ouder met 2 kinderen, die één kind 250.000,- schenkt voor de aankoop van een woning. Het andere kind ontvangt niets. Indien bij deze schenking niet wordt bepaald dat deze schenking dient te worden ingebracht in de nalatenschap bij het overlijden van de ouder, dan wordt dit kind volgens de huidige regels bevoordeeld met € 250.000,-
Wordt evenwel bij de schriftelijke vastlegging van de schenking bepaald dat het kind een inbrengplicht heeft, dan wordt deze schenking bij de vaststelling van het kindsdeel verrekend met het erfdeel. Aldus dient voor de vaststelling van de nalatenschap eerst het bedrag van de schenking “fictief” te worden ingebracht, zodat de omvang van de nalatenschap wordt vermeerderd met € 250.000,-. Stel dat de ouder € 250.000,- nalaat, dan wordt deze fictief vermeerderd met € 250.000,-, zodat € 500.000,- (de omvang van de nalatenschap na de fictieve inbreng) ter verdeling overblijft. Elk kind ontvang € 250.000,-. Het erfdeel van het kind die de schenking ontving wordt verrekend met de waarde van die schenking. Dit kind ontvangt dus bij de verdeling van de de nalatenschap niets. € 250.000,- wordt toegescheiden aan het andere kind.

De waardebepaling van de schenking

Soms zitten er decennia tussen de schenking en het openvallen van de nalatenschap. Schenkingen verricht voor 1 januari 2003 worden in mindering gebracht op het erfdeel, tenzij bij akte of bij testament anders is bepaald. Hoewel de wet na 2003 is veranderd, dienen schenkingen die zijn gedaan onder het oude recht van vóór 2003 nog steeds te worden ingebracht, tenzij het testament anders bepaald.

De waarde van een schenking die fictief dient te worden ingebracht is doorgaans de waarde ten tijde van de prestatie.
Er zijn uitzonderingen op deze hoofdregel opgenomen in de wet: artikel 4:66 Burgerlijk Wetboek: zoals een schenkingen die pas ten volle na het overlijden van de ouder worden genoten, een schenkingen onder voorbehoud van het genot van het goed door de ouder, en de verschaffing van een aan het leven van de ouder gebonden recht door de ouder. De waarde wordt dan bepaald de waarde onmiddellijk na het overlijden.

Inkorting en toerekening

Soms heeft een ouder tijdens zijn leven al zoveel geschonken aan een kind dat het kind wordt onterfd. Meer over onterving leest u hier. en hier.
Maar een onterfd kind kan recht hebben op een in de wet vastgelegd wettelijk erfdeel, de zogenaamde legitieme portie: het kind kan ten alle tijde een beroep doen op de legitieme, de helft van het wettelijk erfdeel.

Teneinde dit erfdeel te berekenen dienen alle gedane schenkingen, ongeacht of er inbrengplicht bestaat of niet of en welke erfgenaam de schenking is gedaan, bij de nalatenschap te worden opgeteld (fictief ingebracht); Op deze waarde wordt de legitieme portie gebaseerd. De ontvangen schenkingen worden daarop echter weer in mindering gebracht.

Indien een erfgenaam, die niet is onterfd, wordt geconfronteerd met de schenkingen aan het onterfde kind, en zelfs na de fictieve inbreng bemerkt dat zijn legitieme geschonden is (deze erfgenaam ontvangt dan minder dan de helft van zijn wettelijk erfdeel) kan deze erfgenaam als legitimaris (die zijn legitieme opeist) vorderen dat eerder gedane schenkingen, ook die aan het onterfde kind, geheel of gedeeltelijk dienen worden terugbetaald aan de nalatenschap (de gezamenlijke erfgenamen) zodat daaruit de opgevorderde legitieme kan worden betaald. Hierdoor wordt een schenking bij leven dus ‘ingekort’. Hiervan is sprake indien schenkingen tijdens leven aan één of meer legitimarissen gedaan zodanig omvangrijk zijn dat zelf de fictieve inbreng geen soelaas biedt. Er is nu geen sprake meer van een fictieve inbreng, maar het spiegelbeeld ervan.

Hebt u vragen over de afwikkeling van een nalatenschap, over de executeur of afwikkelingsbewindvoerder, bel dan met 0900-advocaten of zend een bericht aan advocaten.nl.

De beloning van de executeur van de nalatenschap

De beloning van een executeur of bewindvoerder die is betrokken bij de nalatenschap kan aanleiding geven tot geschillen, tenzij zowel de benoeming als de beloning goed is geregeld. Sommige nalatenschappen vergen bij de afwikkeling nu eenmaal meer en complexere taken dan andere. Een redelijke beloning die op heldere wijze is berekend kan conflicten voorkomen.

Een erflater kan bij testament een persoon benoemen die voor de erfgenamen bepaalde taken uitvoert. Er zijn verschillende soorten executeurs, waarover u hier meer leest.
Afhankelijk van de soort bewindvoerder zal de bemoeienis meer of minder zwaar zijn. Een executeur die uitsluitend de begrafenis regelt is natuurlijk sneller klaar met zijn taak als een executeur afwikkelingsbewindvoerder. Bovendien bepaalt de de omvang en de complexiteit van de nalatenschap welke taken dienen te worden uitgevoerd. Tot slot is ook van groot belang wat de opstelling van de erfgenamen zal zijn; gaan deze met elk redelijk voorstel van de executeur akkoord, dan is zijn taak natuurlijk aanzienlijk eenvoudiger, dan wanneer hij voortdurend tegenstand ervaart van een of meer erfgenamen. Welke middelen de erfgenamen hebben om bezwaren tegen de executeur kenbaar te maken leest u in een volgend artikel.

De wet bepaalt in artikel 4:159 BW dat de executeur 1% van de omvang van de nalatenschap (berekend op de sterfdag) ontvangt als vergoeding voor zijn bemoeienis bij de afwikkeling van de nalatenschap.
Artikel 4:159 BW lid 1: “Tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, komt de bewindvoerder, of als er meer dan een bewindvoerder is, hun tezamen, per jaar een ten honderd van de waarde aan het einde van dat jaar van het onder bewind staande vermogen toe.”

Deze beloning is dus geen uurtarief en is ook niet afhankelijk van de hoeveelheid of complexiteit van het werk dat moet worden uitgevoerd. In sommige gevallen kan die beloning dus veel te laag” of te hoog uitvallen.

Artikel 4:159 lid 3 BW bepaalt: “Op grond van onvoorziene omstandigheden kan de kantonrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de bewindvoerder, van de rechthebbende of iemand in wiens belang het bewind is ingesteld, voor bepaalde of voor onbepaalde tijd de beloning anders regelen dan bij de uiterste wil of de wet is aangegeven.
In bijzondere gevallen kan de kantonrechter de beloning veranderen, bijvoorbeeld indien de beloning onredelijk hoog of laag is.

Indien een professionele bewindvoerder wordt benoemd wordt er meestal een uurtarief bepaald.

Is er niets ver het loon geregeld in het testament dan kan de executeur teveel of te weinig beloning ontvangen. Dan spreekt u onderling een uurtarief af. Dit tarief kan per professional verschillen en in de loop der jaren veranderen. Een uurtarief houdt rekening met de hoeveelheid werk en de complexiteit van de nalatenschap. Benoemt u een vriend? Dan geeft een vast bedrag voldoende erkenning, zonder teveel druk bij de executeur te leggen over de nalatenschap.

De erflater doet er dan ook verstandig aan om, naast de benoeming van de executeur, ook het loon in het testament vast te leggen. Dit zal in dat geval meestal een uurtarief bedragen. Hoewel nog de vraag is of een executeur werkelijk zijn taak zal aanvaarden na het overlijden, kan in dat geval geen geschil meer ontstaan over de kosten. Het loon dient immers te worden voldaan uit de nalatenschap, en die kosten worden dus omgeslagen over alle erfgenamen gezamenlijk.

Indien een vriend of familielid, bijvoorbeeld één van de erfgenamen zelf, wordt benoemd kan ook een vast bedrag worden toegekend, of een combinatie van een gematigd uurtarief en een vast bedrag.

Een familielid of erfgenaam heeft vaak een eenvoudiger taak omdat deze al enig inzicht heeft in de complexiteit van de nalatenschap. Bovendien is de beloning hier minder belangrijk, omdat men een taak uitvoert voor familieleden.

De erfgenaam doet ook verstandig indien het testament bepaalt hoe de beloning wordt uitbetaald, tussentijds of achteraf door vaststelling door de erfgenamen, of door de executeur zelfstandig vast te stellen, mits er naderhand rekenschap wordt afgelegd aan de erfgenamen.

Meer informatie over de (onredelijke) belang van een executeur, wanbeleid of andere vragen over de executeur, bel 0900 advocaten of stuur een bericht aan advocaten.nl. Professionele juristen en advocaten beantwoorden uw vragen.

Schenking door ouderen en wilsbekwaamheid

Onderzoeksresultaten gepubliceerd in het Journal of Alzheimer’s Disease suggereert een verband tussen de bereidheid geld weg te geven en de vroegste stadia van de ziekte van Alzheimer. Om ouderen te helpen beschermen tegen financiële uitbuiting proberen onderzoekers te begrijpen wie het meeste risico loopt.

Na het overlijden komen erfgenamen in bezit van de nalatenschap van een ouder of partner. Hoe het beheer, de vaststelling van de omvang en de verdeling plaatsvindt kunt u lezen in andere artikelen op deze website over dit onderwerp

Regelmatig komt het voor dat erfgenamen worden geconfronteerd met uitgaven die kort voor het overlijden zijn gedaan, of schenkingen door de overledene bij leven nog aan familieleden of derden gedaan.
De twijfel die som kan ontstaan betreft de vraag of de erflater ten tijde van die schenking nog wilsbekwaam was. Ook kan er regelrecht sprake zijn van uitbuiting of misbruik van de erflater in kwestie, die in de laatste levensfase aan familie of derden de beschikking gaf over bankgegevens of een machtiging om uitgaven te doen.

Indien er twijfels bestaan over de rechtmatigheid van schenkingen is een belangrijke maatstaf of er een notariële schenkingsakte opgemaakt. Een persoon die zelfstandig beslissingen kan nemen en de gevolgen van daarvan begrijpt, is wilsbekwaam.
Is er een schenking gedaan middels het opstellen van een notariële akte dan zal de notaris voor de akte is verleden de wilsbekwaamheid moeten hebben vastgesteld. Een akte waarbij deze toetsing niet of onjuist heeft plaatsgevonden kan in beginsel dus ongeldig zijn, indien later komt vast te staan dat de schenker wilsonbekwaam was. Overigens geldt dit niet alleen voor schenkingen, maar voor elke rechtshandeling die ten overstaan van een notaris wordt uitgevoerd.

De notaris toetst middels een vast protocol of iemand wilsbekwaam is. Natuurlijk is een  notaris geen medicus, en de  notaris tracht door het stellen van vragen te beoordelen of iemand wilsbekwaam is. Onder andere zal een persoon die ene bedrag schenkt wilsbekwaam moeten zijn, niet onder invloed van medicijnen moeten zijn en niet onder druk van familie moeten staan. Bij twijfel kan de notaris een onafhankelijke VIA-arts vragen om een medisch oordeel, alvorens hij de akte kan passeren.

Zoals gezegd zijn er randgevallen  bekend, waarbij reeds een diagnose van dementie is gesteld, maar iemand toch nog redelijk de gevolgen van zijn handelen kan overzien. De diagnose dat iemand lijdt aan dementie betekend nog niet direct dat men wilsonbekwaam is. De aandoening betekent een geleidelijk verlies van realiteitsbesef, die in de beginfase nog moeilijk is vast te stellen.

Ook wanneer geen notariële schenkingsakte bestaat, kan het vanzelfsprekend zo zijn dat een erflater, ook in het zich van zijn overlijden, nog een of meer personen heeft willen begiftigen of bevoordelen. Zolang iemand wilsbekwaam is kan niemand zo iets beletten. Hoewel sommige functionarissen, artsen, verzorgers, mentoren en bewindvoerders uitgesloten zijn van dergelijke bevoordeling, geldt dat dus niet voor familie of derden. En zolang de wilsonbekwaamheid niet is vastgesteld is het vermoeden dat iemand volledig over zijn geestelijke vermogens kan beschikken. Een schenking of gift is dan gewoon geldig.
Gaat het om erfgenamen, dan geldt sinds 2012 niet eer de regel dat die schenking weer werd verrekenend bij de latere verdeling van de nalatenschap. Met andere woorden, de bevoordeling is definitief.

Wetenschappelijk onderzoek door de Keck School of Medicine van de University of Southern California heeft opgeleverd dat de bereidheid van oudere mensen om meer geld weg te geven lijkt te correleren met cognitieve achteruitgang die wordt geassocieerd met dementie. Deze bevindingen kunnen verklaren waarom veel oudere volwassenen meer vatbaar zijn voor financiële uitbuiting.

Het doel van dit onderzoek was te begrijpen waarom sommige ouderen vatbaarder zijn dan anderen voor oplichting, fraude of financiële uitbuiting. Omdat algemeen bekend dat een van de eerste tekenen van de ziekte van Alzheimer zijn het niet meer kunnen omgaan met geld, is een dergelijk onderzoek relevant.

In een klinisch onderzoek onder zevenenzestig ouderen met een gemiddelde leeftijd van 69 jaar die geen dementie of een andere cognitieve stoornis hadden, werd de keuze voorgelegd ze geld aan een anonieme persoon wilden geven of het voor zichzelf wilden houden.

In een ander deel van het onderzoek werden ze onderworpen aan cognitieve tests, zoals het herinneren van woorden en verhalen. De resultaten van deze tests correleerden met een predispositie voor de ziekte van Alzheimer. Het onderzoeksresultaat gaf aan de zij die meer geld weggaven, slechter presteerden in die cognitieve tests. De conclusie zou dus kunnen luiden dat er een correlatie is tussen altruïsme en een toekomstige screening op de ziekte van Alzheimer.

Bent u erfgenaam, en zit u met vragen over een testament, legaat, schenking of de verdeling, dan kunt u bellen met 0900-advocaten of een email zenden aan info@advocaten.nl of stel hier een vraag.

U bent onterfd: ontvangt u niets of de legitieme?

De wet geeft een kind dat is onterft enige bescherming. Artikel 4:63 BW bepaalt dat een kind een vordering heeft, de legitieme portie, en dat dit een vordering in geld is. Een legitimaris wordt dan een schuldeiser van de nalatenschap. Hij heeft geen recht op goederen, zoals een schilderij, maar kan alleen betaling in geld vorderen.

Veel babyboomers staan op het punt dat zij gaan denken over hun nalatenschap en hun erfgenamen, de kinderen. Indien de relatie tussen ouder en kind te wensen over laat, kiezen zij er soms voor om een kind te onterven. In beginsel betekent onterven dat het kind niets erft. Het erfdeel van de onterfde wast aan bij de overige erfgenamen. Onterven kan uitsluitend door dit in een testament te bepalen.

Het onterfde kind is geen erfgenaam

Een kind dat is onterfd heet een legitimaris. Ook het kind van een onterfde, die de nalatenschap verwerpt, is een legitimaris. De wet geeft de legitimaris wel enige bescherming. Artikel 4:63 BW bepaalt dat een kind een vordering heeft, de legitieme portie, en dat dit een vordering in geld is. Een legitimaris wordt dan een schuldeiser van de nalatenschap. Hij heeft geen recht op goederen, zoals een schilderij, maar kan alleen betaling in geld vorderen.

Hij heeft daarmee gelijke rechten als andere schuldeisers, en is dus niet betrokken bij de afhandeling van de nalatenschap. Hij is uitdrukkelijk geen erfgenaam en dient dus gewoon de afwikkeling van de nalatenschap door de erfgenamen af te wachten.

Hoe wordt vordering van de onterfde berekend?: de legitieme

De legitieme bedraagt de helft van de waarde waarover de legitieme porties worden berekend, gedeeld door het aantal in artikel 4:10 lid 1 a genoemde personen. ( artikel 4:64 lid 1BW). Eenvoudiger gesteld is de legitieme portie het gedeelte van de erfenis van de ouder waarop het kind altijd recht heeft. De legitieme portie is de helft van wat een kind zonder testament zou krijgen.

Dus als A en B drie kinderen hebben (C, D en E) en A komt te overlijden, dan zijn er 4 erfgenamen B, C, D en E die elk 1/4  erven. De kinderen hebben een legitieme van 1/2 van 1/4 , dus 1/8. Wanneer een onterfd kind dus een beroep doet op zijn legitieme heeft hij een vordering gelijk aan 1/8 van ‘de waarde waarover de legitieme porties worden berekend’. Deze waarde is de legitimaire massa.

Legitimaire massa

De legitimaire massa moet dan worden berekend aan de hand van de waarde van de goederen van de nalatenschap. Dit zijn alle goederen die er waren op de dag van het overlijden, maar daar moet bij worden opgeteld bepaalde schenkingen (giften) die de erflater tijdens leven aan erfgenamen heeft gedaan; en afgetrokken de schulden zoals genoemd in artikel 4:7 lid 1 BW.

Geschillen over de legitimaire massa

Veel geschillen ontstaan tussen erfgenamen onderling en met de legitimaris bij het vaststellen van de legitimaire massa Daarbij gaat het vaak over de vraag welke giften van de erflater in aanmerking genomen moeten worden bij het berekenen van de legitimaire massa. Zo komt het vaak voor dat een kind reeds een aanzienlijke gift ontvangt. Deze gift wordt dan door deze regeling weer `fictief ingebracht´ (inbrengplicht) , en dus als het ware weer herverdeeld. Is de gift relatief groot ten opzichte van de gehele nalatenschap dan zou dit voor het begiftigde kind een aanzienlijke vermindering van haar erfdeel kunnen betekenen. Volgens de wet wordt die erfgenaam daarmee echter niet gekort of benadeeld. Dit is nu eenmaal de wijze waarop de wet een dergelijk vermogen berekend. De waarde die overeenkomt met 1/8 deel van de legitimaire massa is dan de legitieme portie.

Inbrengplicht is afgeschaft

In het oude erfrecht (voor 1 januari 2003) werd hetgeen wat de kinderen bij leven kregen geschonken, in mindering gebracht op hun latere erfenis; de waarde van de schenking en het erfdeel werden dan met elkaar verrekend. Het kind kon alleen van deze inbrengplicht worden vrijgesteld als de ouders dat bij de schenking zelf of in een testament hadden bepaald.

Door de inbrengplicht werd de gelijkheid van alle erfgenamen gewaarborgd omdat bij de   verdeling van de nalatenschap uiteindelijk iedere erfgenaam evenveel ontving

In het erfrecht na 1 januari 2003 is die inbrengplicht in beginsel afgeschaft en geldt dat schenkingen aan kinderen die erfgenaam zijn niet hoeven te worden ingebracht in de nalatenschap van de ouder, tenzij de ouder dit ten tijde van het verrichten van de schenking of in zijn testament heeft bepaald. Indien het niet de bedoeling is dat de schenking ingebracht wordt in de nalatenschap, dan moet dat worden bepaald bij het doen van de schenking.

Wanneer eist de onterfde zijn legitieme op?

De onterfde legitimaris die een beroep doen op legitieme portie moet dat tijdig doen. Allereerst kunnen de erfgenamen (bijvoorbeeld de executeur) de legitimaris een redelijke termijn stellen. Verklaart de legitimaris binnen deze termijn niet dat hij zijn legitieme wenst te ontvangen dan vervalt zijn recht. Een verklaring dient schriftelijk te worden gedaan.

Dit geldt ook indien een erfgenaam die niet is onterfd de erfenis verwerpt. Verwerping vaan de nalatenschap kan via de griffie van d e rechtbank of bij een notaris geschieden. Gelijktijdig kan de erfgenaam zijn recht op de legitieme voorbehouden. Doet hij dat niet gelijktijdig met die verwerping dan vervalt eveneens zijn recht en ontvangt hij dus niets.

In het algemeen is een legitieme portie opeisbaar zes maanden na het overlijden. De belangrijkste uitzondering hierop is de situatie waarbij er sprake is van de zogenaamd langstlevende beding. In dat geval kan de legitimaris de legitieme portie pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende ouder.

De uiterlijk vervaltermijn voor het opeisen van de legitieme is vijf jaar nadat de legitimaris  kennis heeft genomen van het overlijden.

Welke rechten heeft de legitimaris?

Iemand die onterfd is, hoeft niet volgens de wet niet geïnformeerd te worden. Hij moet dus zelf achter zijn geld aan. De legitimaris is immers geen erfgenaam, en hij is in beginsel ook geen schuldeiser, zolang hij geen  beroep doet op de legitieme. Daarmee komt het vaak voor dat de onterfde volledig in het duister tast. Indien hij een beroep op de legitieme doet dan zal hij wel moeten kunnen vaststellen hoe hoog zijn vordering  op de nalatenschap is

De Rechtbank Midden-Nederland heeft in een recente beslissing aangegeven op welke informatie een legitimaris recht heeft op grond van de wettelijke bepaling (4:78 BW). Dit zijn in elk geval alle gegevens om die vordering te kunnen vaststellen. Die kan de legitimaris opvragen bij een executeur en de erfgenamen.

Informatie om legitieme portie te bepalen

artikel 4:78 lid 1 BW bepaalt dat “alle daartoe strekkende inlichtingen” dienen te worden afgegeven. De informatie is dus beperkt is tot de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie. De rechtbank veroordeelde in dit geval de executeur tot het verstrekken van de volgende stukken:

  • de aangifte en, zodra aanwezig, de aanslag erfbelasting;
  • bankafschriften  (of een print van de internetpagina’s) van schenkingen die 180 dagen voor het overlijden zijn verricht;
  • bankafschriften  (of een print van de internetpagina’s) van de betaal- en beleggingsrekeningen op overlijdensdatum;
  • de (voorlopige) aanslagen inkomstenbelasting voor het jaar van overlijden en het jaar ervoor.
  • informatie over giften als bedoeld in 4:67 BW;
  • informatie over levensverzekeringen en polissen;
  • WOZ beschikking van de tot de nalatenschap behorende woning.

Maar in andere gevallen kan meer of minder informatie worden verstrekt, al naar gelang de omstandigheden.

Indien dus de erfgenamen de benodigde stukken niet vrijwillig afgeven, of indien in redelijkheid kan worden betwijfeld of alle informatie correct is (achterhouden van vermogen door de erfgenamen),  kan de legitimaris op de voet van artikel 843a RV en art. 3:299 BW een verzoek bij de kantonrechter indienen om alle informatie op te vragen die nodig is voor het berekenen van de legitieme portie.  De legitimaris kan ook een verzoek bij de rechtank doen tot een verplichte notariële boedelbeschrijving.

Vrij en onbezwaard geld ontvangen

Als vaststaat dat de legitimaris recht heeft op een legitieme portie dan dient hij de legitieme  vrij en onbezwaard te ontvangen. Dat wil zeggen dat er door de erfgenamen geen voorwaarden kunnen worden verbonden aan de uitkering. Hij is immers een gewone schuldeiser van de nalatenschap.

Hebt u advies of rechtsbijstand nodig bij uw vordering jegens erfgenamen, bel dan met 0900-0600 of vul een formulier in

Stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap

De stilzwijgende aanvaarding gebeurt indien de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard. Voor erfgenamen kan dit ongewilde gevolgen hebben. Voor stilzwijgende aanvaarding is immers de wil van de erfgenaam niet doorslaggevend. Aanvaarding kan dus `zomaar´ plaatsvinden.

Verwerpen of aanvaarden

Een nalatenschap kan door een erfgenaam worden verworpen of aanvaard. In het laatste geval is dat de zuivere aanvaarding of aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving, de zogenaamde beneficiaire aanvaarding. De keuze aanvaarding of verwerping, die terug werkt tot het overlijden van de erflater is in beginsel onherroepelijk.

De zuivere aanvaarding van een nalatenschap gebeurt soms uitdrukkelijk, door middels van een akte of een verklaring bij de rechtbank, maar kan ook stilzwijgend plaatsvinden.

Stilzwijgende aanvaarding

De stilzwijgende aanvaarding gebeurt indien de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard. Indien de erfgenaam niet al eerder zijn keuze had gemaakt, geldt dit gedrag als een onherroepelijke keuze.

Voor erfgenamen kan dit ongewilde gevolgen hebben. Voor een stilzwijgende aanvaarding is immers de wil van de erfgenaam niet doorslaggevend. Ook is niet doorslaggevend of ook de wederpartij geen enkele twijfel heeft bestaan over de vraag of de erfgenaam ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft aanvaard. Aanvaarding kan dus `zomaar´ plaatsvinden.

In het arrest van de Hoge Raad van 20 juni 2014 (HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489) wordt geoordeeld dat een nalatenschap ex art. 4:192 lid 1 BW  ook stilzwijgende kan zijn aanvaard vanwege verzet tegen verstekvonnis, waarbij erfgenamen zijn veroordeeld tot betaling aan schuldeiser van de nalatenschap.

In het vroeger geldende erfrecht bepaalde de Hoge Raad dat het afhangt van de omstandigheden van het geval of uit gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend te aanvaarden.

In het nieuwe erfrecht is uitdrukkelijk bepaald dat een erfgenaam, die tijdens de termijn waarin hij zich over de te maken keuze kan beheershandelingen verricht, geen daden van zuivere aanvaarding verricht. Maar dat is anders indien hij over de goederen van de nalatenschap ‘als heer en meester’ beschikt, of wanneer hij duidelijk aan de schuldeisers van de nalatenschap doet blijken dat hij de schulden van de nalatenschap voor zijn rekening neemt.  

Het geschil

Een  zorgverzekeraar had een vordering op de nalatenschap in verband met aan erflater gedane onverschuldigde betalingen voor een persoonsgebonden budget. De vordering werd tegen de erfgenamen ingesteld, die geen verweer voerden, dat de vordering bij verstek is toegewezen. In verzet bekrachtigt de rechtbank het vonnis voor het grootste deel ondanks dat de erfgenamen stellen dat zij ter griffie van de rechtbank een verklaring hebben gedeponeerd dat zij de nalatenschap verwerpen.

Ook in hoger beroep blijft het vonnis van de rechtbank grotendeels in stand. Het Hof oordeelt dat het verweer, van de erfgenamen het standpunt impliceert dat de familieleden als erfgenamen van erflater aanspraak kunnen maken op de door zorgverzekeraar onverschuldigd aan de erflater betaalde bedragen en erop is gericht om als erfgenamen te kunnen (blijven) beschikken over deze bedragen, dient te worden opgevat als een daad van stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap. Aan de latere verwerping van die nalatenschap komt derhalve geen betekenis meer toe.

In door de erven ingestelde cassatieberoep wordt de vraag gesteld of het hof mocht oordelen dat aan de verwerping van de nalatenschap geen betekenis meer kon toekomen, omdat de nalatenschap moet worden geacht reeds voordien stilzwijgend te zijn aanvaard. In dit verband had het hof betekenis gehecht aan het gedane verzet en het in die procedure door erfgenamen ingenomen standpunt. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.

In zijn arrest van 26 april 1968, NJ 1969/322 nam de Hoge Raad tot uitgangspunt dat het antwoord op de vraag, of uit de gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend te aanvaarden, afhangt van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad voegt hieraan voor het nieuwe erfrecht toe:

“Opmerking verdient dat de enkele omstandigheid dat een erfgenaam ten behoeve van de nalatenschap optreedt in een procedure, niet zonder meer meebrengt dat hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt.  Dat optreden kan immers ook als een daad van beheer worden uitgelegd. Ook in dit verband hangt het van de omstandigheden af, of door dat optreden de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen.”

Het hof volgens de Hoge Raad noch een onjuist, noch een onbegrijpelijk oordeel gegeven. Door  met name betekenis toe te kennen aan de stellingname van de erfgenamen in de verzetdagvaarding, hun verweer ter comparitie in eerste aanleg. Uit die feiten en omstandigheden kan– zoals het hof ook had geconstateerd – worden afgeleid dat de erfgenamen meenden te kunnen blijven beschikken over de door zorgverzekeraar teruggevorderde bedragen. Overigens refereert De Hoge Raad in dit verband ook aan zijn arrest uit 1968 met het oordeel dat niet pas kan worden geoordeeld dat een erfgenaam de erfenis ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft aanvaard als daarover bij de wederpartij geen enkele twijfel heeft bestaan.

Wanneer is er een daad van zuivere aanvaarding?

Eenduidige regels zijn er dus niet. De vraag of een bepaalde daad of gedraging een stilzwijgende aanvaarding kan opleveren is een rechtsvraag, maar in de praktijk is dat afhankelijk is van de waardering van de omstandigheden van het geval en daarmee in cassatie slechts op begrijpelijkheid is te toetsen.

Hier enkele voorbeelden van een zuivere aanvaarding:

Uit de voorbeelden hierna blijkt dat een beschikkingshandeling van een erfgenaam ten aanzien van de nalatenschap al spoedig wordt gekwalificeerd als een zuivere aanvaarding van de nalatenschap, waarna aan een latere verwerping van de nalatenschap geen betekenis meer kan toekomen.

Verhuur van de woning van erflater na haar overlijden aan een derde is geen daad van beheer. Door het aangaan van de huurovereenkomst door de erfgenaam is als heer en meester beschikt over goederen van de nalatenschap. Hof Arnhem-Leeuwarden 5 maart 2013,  CLI:NL:GHARL:2013:BZ4288.

De toe-eigening van sieraden en bankrekening van de nalatenschap geldt als zuivere aanvaarding van de nalatenschap omdat de erfgename aldus als heer en meester over goederen van de nalatenschap heeft beschikt. Hof Arnhem-Leeuwarden 26 februari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2833, NJF 2013/174.

 Verkoop van de onderneming van erflater door een gevolmachtigde van erfgenamen, geldt niet als zuivere aanvaarding van de nalatenschap, omdat de erfgenaam zelf geen bemoeienis heeft gehad met de verkoop. De verwerping van de nalatenschap door de erfgenaam heeft daarom effect. Rb. ’s-Gravenhage 23 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2012.

 Verkoop van het appartement van erflater door erfgenaam wordt aangemerkt als “heer en meester” over de nalatenschap beschikken, zodat sprake is van zuivere aanvaarding van de nalatenschap. Rb. Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877

Het leeghalen van de woning en het weggeven van inboedelgoederen van erflater gelden als zuivere aanvaarding van de nalatenschap, waarna verwerping van de nalatenschap door erfgenamen niet meer mogelijk is. Rb. Alkmaar 17 februari 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BI1984, Prg. 2009/119.

Of het optreden van een erfgenaam in een gerechtelijke procedure moet worden aangemerkt als een zuivere aanvaarding van de nalatenschap, hangt dus ook af van de omstandigheden, waaronder de procesopstelling van de erfgenaam. Het niet verschijnen na een dagvaarding wordt in beginsel niet als een daad van zuivere aanvaarding van de nalatenschap gezien. Het niet aanwenden van een rechtsmiddel tegen een verstekvonnis kan in beginsel niet als daad van aanvaarding worden aangemerkt. Van zuivere aanvaarding van de nalatenschap is in beginsel geen sprake indien de erfgenaam wel verschijnt, maar zich van ieder verweer onthoudt of zich aan het oordeel van de rechter refereert. Rb. Alkmaar 29 juni 1972, ECLI:NL:RBALK:1972:AC5248, NJ 1973/518 m.nt. DJV.

Uit het instellen van rechtsvorderingen die een erfgenaam toekomen, kan in beginsel een wil tot zuivere aanvaarding worden afgeleid.

Beneficiaire aanvaarding en vereffening van de nalatenschap

Als na enig onderzoek blijkt dat de boedel negatief is (de schulden overtreffen de baten)dan zijn de erfgenamen verplicht dit direct te melden aan de kantonrechter. Blijft die melding achterwege dan kunnen erfgenamen alsnog – ondanks de beneficiaire aanvaarding- door de schuldeisers in hun privé-vermogen worden aangesproken voor de schulden van de erfenis.

De beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap brengt rechtsgevolgen en procedurevoorschriften mee die in de wet staan omschreven. Dit is de wettelijke vereffening. De gezamenlijke erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard zijn de vereffenaars. Zijn er meerdere erfgenamen die zuiver hebben aanvaard, terwijl één beneficiair heeft aanvaard, dan geld volgens de wet dat de wettelijke vereffeningsprocedure moet worden gevolgd. De wet bepaalt aan welke regels de vereffenaar zich dient te houden.
De belangrijkste verplichtingen van de vereffenaar vallen uiteen in verschillende fasen.

Boedelbeschrijving

Van de boedel van de nalatenschap dient binnen een redelijke termijn een beschrijving te worden gemaakt, waarin de baten en schulden worden opgenomen.

Ter inzage leggen

De boedelbeschrijving die aldus is gemaakt moet ter inzage worden gelegd op het kantoor van de notaris die de boedel namens de erfgenamen afwikkelt, of bij de griffie van de rechtbank. Dit heeft een controlefunctie en op die wijze kunnen alle schuldeisers en andere erfgenamen kennis nemen van de omvang van de boedel.
Voor eenvoudige nalatenschap kan ontheffing worden verleend van de verplichting tot ter inzagelegging van de boedelbeschrijving. Zij moeten die ontheffing vragen aan de kantonrechter.
Als na enig onderzoek blijkt dat de boedel negatief is (de schulden overtreffen de baten)dan zijn de erfgenamen verplicht dit direct te melden aan de kantonrechter. Blijft die melding achterwege dan kunnen erfgenamen alsnog – ondanks de beneficiaire aanvaarding- door de schuldeisers in hun privé-vermogen worden aangesproken voor de schulden van de erfenis.

Oproepen schuldeiser

Net als in een faillissement worden schuldeiseres opgeroepen, al of niet openbaar. Bekende schuldeisers krijgen een brief thuis en de rest wordt via een publicatie in de krant opgeroepen. Die vorderingen worden opgenomen op de lijst van vorderingen. De kantonrechter kan bepalen hoe wordt omgegaan met het oproepen van schuldeisers.

Lijst van vorderingen

Indien de kantonrechter geen ontheffing heeft verleend van de verplichting van de boedelbeschrijving, moet nadat alle schuldeisers zich hebben gemeld, een lijst van alle vorderingen en aanspraken op voorrang ter inzage worden gelegd op het kantoor van de boedelnotaris of bij de griffie van de rechtbank. De erfgenamen, schuldeisers en andere belanghebbenden krijgen aldus inzicht in de omvang van de boedel, maar ook van de aard en de omvang van de diverse schulden en baten. De schulden kunnen dan worden beoordeeld op juistheid en omvang. Sommige schulden worden direct erkend, maar soms worden deze betwist door erfgenamen of andere schuldeisers. De lijst van vorderingen wordt op een door de kantonrechter te bepalen wijze bekend gemaakt aan de belanghebbenden.

Uitkeringen doen aan schuldeisers

Zijn alle schuldeisers bekend, of melden zich binnen de door de kantonrechter gestelde termijn geen nieuwe schuldeisers meer, dan gaan de erfgenamen over tot uitdeling: Er is dan door de boedelbeschrijving en de opgestelde lijst van schuldeisers een beeld verkregen van de omvang van de erfenis en van de aanwezige schulden.

Rekening en verantwoording en uitdelingslijst

De kantonrechter kan bevelen dat de erfgenamen een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst op het kantoor van de boedelnotaris of bij de griffie van de rechtbank ter inzage leggen. Ook kan de ter inzage legging worden gepubliceerd in de krant. Elke schuldeiser en erfgenaam kan hier kennis nemen van de omvang van de nalatenschap en welke schulden en de wijze waarop deze worden betaald. Bovendien geldt ook een door de wet gestelde rangregeling.
Sommige schuldeisers hebben voorrang boven andere. Op die wijze is er volledige transparantie voor alle belanghebbenden. Zijn schuldeisers of erfgenamen het niet eens met de voorgestelde uitdelingslijst, dan kunnen zij verzet aantekenen bij de kantonrechter.

De kantonrechter bepaalt dan vervolgens of de uitkering juist is of niet.
Hierna kunnen de gezamenlijke erfgenamen overgaan tot het voldoen van de erkende schuldeisers. Indien er een negatieve boedel is krijgen de schuldeisers die gelijk in rang zijn, net als in een faillissement, een uitkering naar rato van hun vordering.

Verdeling

Indien na betaling van alle schuldeisers nog een positief saldo bestaan, dan kan dit worden verdeeld onder de erfgenamen, naar rato van hun erfdelen.
Blijkt dat er een schuldeiser is overgeslagen dan kan deze meestal verhaal nemen op de erfgenamen, maar alleen op het aandeel dan aan de erfgenamen is uitgedeeld na de vereffening.

U bent erfgenaam; aanvaarden of verwerpen, of iets er tussenin?

Aanvaarding of verwerpen van een erfenis is definitief. U wil geen afstand doen van gratis geld, maar het aanvaarding van grote schulden wilt u ook voorkomen. De wet geeft de erfgenaam mogelijkheden om een goede keuze te maken.

Wat is aanvaarding van de nalatenschap?

Aanvaarding van een erfenis is eenvoudig. U hoeft er niets speciaals voor te doen. Door alleen al een daad van aanvaarding te plegen krijgt u de nalatenschap in handen (of een deel, als er meer erfgenamen zijn).

Gevolgen van aanvaarding van de nalatenschap

Maar wat betekent de aanvaarding van een nalatenschap? Tot die nalatenschap behoren vaak niet alleen goederen met een positieve waarde, maar ook schulden. Aanvaarding betekent dat u ook de schulden aanvaardt, met andere woorden, u neemt de verplichtingen jegens schuldeisers over. U moet dan die schulden ook betalen. Die schulden kunnen vaak betaald worden uit de liquidatie van positieve bestanddelen. Maar let op, als die positieve bestanddelen onvoldoende opbrengen om all e schulden te betalen, dan bent u voor de resterende schulden nog steeds aansprakelijk, alleen nu met het vermogen dat u zelf al had. Aanvaarding brengt u dan in een slechtere positie dan verwerping. Dit gevolg treedt al in door een daad van `zuivere aanvaarding´, zoals het gebruiken van een bankrekening op naam van de erflater.
Voor minderjarigen gelden bijzondere regels.

Daad van zuivere aanvaarding

U kunt dus per ongeluk zuiver aanvaarden indien u waardevolle spullen van de erflater mee naar huis neemt, een schuldeiser van de nalatenschap betaalt of geld opneemt van de rekening van de erflater. De wet bepaalt dat u hier een keuze hebt gemaakt, al is dat stilzwijgend en mogelijk ook ongewild.

Heeft u eenmaal de erfenis hebt aanvaard, dan kunt u alleen in een bijzonder geval op deze keuze terugkomen. Als u ook na een goed onderzoek geen hoge schulden aantrof, die wel blijken te bestaan, dan kunt u de rechter vragen om alsnog te bepalen dat u verwerpt. Als u geen onderzoek hebt gedaan naar het bestaan van die schulden kunt u niet op uw keuze terugkomen.

Door een daad van zuivere aanvaarding krijgt u dus de gehele nalatenschap in handen. Als u officieel wilt aanvaarden kun u ook een verklaring afleggen bij de griffie van de rechtbank of bij de notaris.

Maar als u dus na enig onderzoek vermoedt dat de erflater schulden had die mogelijk de baten overtreffen, dan aanvaard u dus liever niet. U wil dan misschien verwerpen. Hoe gaat dat?

Verwerpen van de erfenis

Door de erfenis te verwerpen krijgt u niets uit de nalatenschap, maar u bent ook niet aansprakelijk voor de schulden. De afwikkeling van de nalatenschap gaat geheel buiten u om. Een goede reden om te verwerpen is dat de nalatenschap meer schulden dan baten bevat. Een andere reden kan zijn dat u om emotionele redenen ( bijvoorbeeld ruzie met de overledene) niets met de nalatenschap te maken wil hebben.

Maar de reden kan ook zijn dat u andere erfgenamen wil bevoordelen, en u zelf geen behoefte hebt aan uw erfdeel.

De verwerping van de nalatenschap kan ook liggen in de reden dat u niet wil dat uw eigen schuldeisers verhaal nemen op het vermogen dat aldus aan u toekomst. Wat dit laatste betreft kan dat weer ongedaan worden gemaakt door de zogenaamde procedure van artikel 4:205 BW .

Verwerping van de nalatenschap en de legitieme portie

Voor de kinderen van een erflater is het echter ook bij verwerping mogelijk om toch een deel van de erfenis (in geld) te ontvangen. Zij hebben dus geen recht op fotoboeken en tafelzilver, maar kunnen toch een beroep doen op hun legitieme portie. Dit is te bereiken door tegelijkertijd met de verklaring van verwerping tevens te verklaren dat de erfgenaam aanspraak maakt op zijn legitieme portie. Als de erfgenaam na de verwerping alsnog een beroep wil doen op zijn legitieme portie is hij te laat.

De legitieme portie bedraagt de helft van het deel dat u volgens het wettelijk erfrecht zou hebben ontvangen. In de meeste gevallen is dit minder dan wanneer u niet zou verwerpen.

Let op: aangezien schenkingen aan afstammelingen en schenkingen aan derden van de laatste vijf jaar bij de berekening van de legitieme portie fictief “ingebracht” moeten worden, teneinde de omvang van de nalatenschap vast te stellen, kan dit uiteindelijk toch veel meer zijn dan aanvankelijk aanwezig lijkt te zijn; in sommige gevallen (bij grote schenkingen, bijvoorbeeld aan de andere kinderen) is dit zelfs meer dan het deel waar u als erfgenaam recht op zou hebben gehad. Het kan dus voordelig zijn om te verwerpen, en uw recht op de legitieme te behouden.

Wie krijgt uw erfdeel als u verwerpt?

Uw erfdeel gaat naar de andere erfgenamen in het testament, en als er geen testament is gaat uw erfdeel naar de wettelijke erfgenamen na u, bijvoorbeeld uw kinderen.

Hoe verwerpt u de nalatenschap?

Als u de erfenis wilt verwerpen, dan legt u een schriftelijke verklaring af bij de rechtbank. Dit kunt u ook met een volmacht via uw notaris regelen. Dan hoeft u niet zelf naar de rechtbank. Voor een verklaring bij de rechtbank betaalt u griffierechten.

De keuze is definitief

U kunt dus als erfgenaam de nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Bij aanvaarding is de keuze definitief, bij verwerping evenzeer. De wet schrijft voor dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is. Een aanvaarding of verwerping kan ook niet op grond van dwaling, of op grond van benadeling van een of meer schuldeisers worden vernietigd.

Stel dat u verwerpt, omdat vermoedt werd dat er aanzienlijke schulden zijn, die achteraf niet blijken te bestaan. U hebt u daarmee zelf benadeeld. Dat is een gevolg dat u liever wil voorkomen. De wet help u daarbij door de mogelijkheid van beneficiaire aanvaarding.

Beneficiair aanvaarden erfenis

De wet heeft een tussenweg gemaakt, de aanvaarding `onder voorbehoud´, de beneficiaire aanvaarding. Als u een erfenis beneficiair aanvaardt, krijgt u wel de erfenis maar bent niet aansprakelijk voor eventuele schulden. De belangrijkste reden voor deze keus is dat u vermoedt dat in de nalatenschap veel schulden zijn die niet kunnen worden voldaan uit de overige bestanddelen van de nalatenschap. Door beneficiaire aanvaarding behoudt u al uw rechten op aanvaarding, maar krijgt u ruim de tijd om eens goed uit te zoeken hoe het werkelijk zit met het vermogen.

De vereffeningsprocedure

Als er meerdere erfgenamen zijn, en een van erfgenamen beneficiair aanvaardt, dan moet de hele nalatenschap volgens bijzondere regels worden afgewikkeld door een zogenaamde vereffeningsprocedure. Dit geldt ook indien andere erfgenamen wel zuiver hebben aanvaard. De vereffeningsprocedure brengt meer werk mee omdat, net als in een faillissement, een nauwkeurige beschrijving moet worden gemaakt van de omvang van alle schulden en baten, en de waarde van de goederen. Dit is dus meer werk voor de erfgenamen dan bij zuivere aanvaarding en brengt extra kosten mee, omdat de procedure voor de rechtbank wordt uitgevoerd en afgewikkeld.

In de meeste gevallen help een notaris bij een boedelbeschrijving met een opsomming van alle schulden en het bezit in de nalatenschap. Daarna kunnen de erfgenamen schuldeisers betalen. Dit is de zogenaamde vereffening, net zoals in een faillissement. Wat resteert kunnen de erfgenamen verdelen. Kunnen niet alle schulden worden voldaan, dan hebben de schuldeisers pech. De erfgenamen zijn niet aansprakelijk voor die schulden. Meer over de vereffening leest u hier.

Beneficiair aanvaarden, hoe?

Als u beneficiair wilt aanvaarden, doet u dat door een verklaring af te leggen bij een notaris. Eenvoudiger en goedkoper is het via de rechtbank. Voor een verklaring bij de rechtbank betaalt u griffierechten.

Wie betaalt de uitvaartkosten?

De wet bepaalt weliswaar dat uitvaartkosten een boedelschuld van de nalatenschap zijn, maar in dat wetsartikel is niet bepaald dat als de uitvaartkosten door een derde worden betaald, de erfgenaam verplicht is om de uitvaartkosten aan die derde te vergoeden.

Een uitspraak van gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 18-09-2018 illustreert het belang van goed en tijdig advies bij het afwikkelen van een nalatenschap.

Erflaatster woonde samen met haar partner. Zij had één zoon, vermoedelijk uit een eerdere relatie. Erflaatster overlijdt, haar zoon is haar enige erfgenaam. De partner van erflaatster regelt de uitvaart en schakelt een uitvaartverzorgingsbedrijf in. Diens factuur laat hij onbetaald omdat niet hij maar de zoon van erflaatster erfgenaam is.

Uitvaartverzorger start procedure
De uitvaartverzorger start een procedure en vordert betaling van de factuur door de partner (opdrachtgever). De partner roept de erfgenaam in vrijwaring op. Hij vindt dat de uitvaartkosten voor rekening van de nalatenschap moeten komen. De partner wordt tot betaling van de factuur veroordeeld en de vordering van de partner op de erfgenaam wordt door de rechtbank slechts deels toegewezen. De partner gaat in hoger beroep.

Erfgenaam veroordeeld bij verstek
De erfgenaam verschijnt niet in hoger beroep en laat verstek gaan. Het hof buigt zich over de zaak en stelt vast dat de uitvaartkosten in principe een schuld van de nalatenschap zijn ex art. 4:7 lid 1 sub b BW. Dat wetsartikel bepaalt echter slechts wat de schulden van een nalatenschap zijn (en geeft een rangregeling), maar bevat geen ‘tot vergoeding verplichtende rechtsgrond’. Voor een dergelijke vergoedingsverplichting is een afzonderlijke rechtsgrond vereist.

Beoordeling in hoger beroep
Het gerechtshof overweegt simpel gezegd dat de rechtbank een onjuiste uitspraak heeft gedaan. De wet bepaalt weliswaar dat uitvaartkosten een boedelschuld van de nalatenschap zijn, maar in dat wetsartikel is niet bepaald dat als de uitvaartkosten door een derde worden betaald, de erfgenaam verplicht is om de uitvaartkosten aan die derde te vergoeden. Om de erfgenaam tot vergoeding van de uitvaartkosten aan die derde te kunnen veroordelen, is een aparte rechtsgrond vereist (bijv. gelegen in een overeenkomst, zaakwaarneming, ongerecht­vaardigde verrijking, enz.). Van een dergelijke rechtsgrond is in deze zaak niet gebleken, zodat de erfgenaam niet tot vergoeding van uitvaartkosten veroordeeld had kunnen worden.

Groot verschil doordat erfgenaam geen hoger beroep instelt
De partner komt er nog relatief goed van af. Doordat alleen hij hoger beroep had ingesteld, geldt als uitgangspunt dat de partner als gevolg van het door hemzelf ingestelde hoger beroep niet in een slechtere positie mag komen te verkeren ten op­zichte van de situatie zonder hoger beroep. Het hof volstaat daarom met een afwijzing van het hoger beroep. Zou de erfgenaam zelf ook hoger beroep hebben ingesteld, dan had dat tot vernietiging van de aangevallen uitspraak van de rechtbank kunnen leiden, met als gevolg dat de erfgenaam geheel geen vergoeding van uitvaartkosten had hoeven te betalen aan de partner van erflaatster.

Men gaat er doorgaans van uit dat uitvaartkosten nu eenmaal ten laste van de nalatenschap komen. Deze uitspraak laat zien dat dit geen vanzelfsprekendheid is. Door het tijdig inwinnen van advies kunnen dergelijke situaties (en procedures) vaak worden voorkomen.

Een nalatenschap aanvaarden (of niet)

Door zuivere aanvaarding erft u alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Dit betekent dat u ook met uw privévermogen aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap.

Als erfgenaam heeft u de keuze om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen. Als u verwerpt, krijgt u niets. Aanvaarding kan zuiver of beneficiair. Let wel: u kunt maar één keer een keuze maken! Na zuivere aanvaarding kunt u niet meer verwerpen (en omgekeerd)

Zuivere aanvaarding

Door zuivere aanvaarding erft u alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Dit betekent dat u ook met uw privévermogen aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap. Het voordeel van zuivere aanvaarding is dat een positieve nalatenschap erg eenvoudig afgewikkeld kan worden door de erfgenamen. De nalatenschap hoeft namelijk niet te worden vereffend (zie hierna).

Beneficiaire aanvaarding

Beneficiaire aanvaarding betekent dat u de nalatenschap aanvaardt ‘onder het voorrecht van een boedelbeschrijving’. Hier wordt vaak voor gekozen als men vermoedt dat de nalatenschap veel schulden bevat. Door beneficiair te aanvaarden, wordt u niet aansprakelijk met uw privévermogen. Schuldeisers kunnen zich alleen verhalen op de bezittingen van de nalatenschap. De keerzijde is dat de nalatenschap in principe (behoudens enkele uitzonderingen) moet worden vereffend en volgens wettelijke regels moet worden afgewikkeld. Dat is bij zuivere aanvaarding niet het geval.

Stilzwijgend aanvaarden?

Voor beneficiaire aanvaarding of verwerping dient u een verklaring af te leggen bij de griffie van de rechtbank. Voor zuivere aanvaarding geldt dat niet. Maar dat betekent ook dat u door feitelijke handelingen een nalatenschap stilzwijgend zuiver kunt aanvaarden!

Indien u zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, bepaalt de wet dat u de nalatenschap daardoor zuiver aanvaardt. Daarvan kan al sprake zijn wanneer u de bankpas van uw overleden vader of moeder gebruikt voor het voldoen van bepaalde kosten. Gaat u daarna richting rechtbank (of notaris) om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden, dan blijft dat zonder rechtsgevolg. U heeft immers al zuiver aanvaard en zoals gezegd kan die keuze slechts één keer gemaakt worden. Eenmaal zuiver aanvaard kunt u niet alsnog beneficiair aanvaarden of verwerpen.

Een wetswijziging in 2016 biedt overigens extra bescherming aan een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard en daarna onverwachts geconfronteerd wordt met onbekende schulden.

Bron: Actuele Artikelen                                                   

erfgenaam: wat is een verklaring van erfrecht

Een verklaring van erfrecht beschrijft kort gezegd wie de overledene is overleden, of deze een testament heeft gemaakt en wat er in dat testament is beschreven. De notaris stelt meteen vast of er een vruchtgebruik geldt ten aanzien van de nalatenschap. Voorts is er een opsomming van de bekende erfgenamen van de overledene en wie is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen.

De verklaring  wordt opgemaakt door een notaris, die alle gegevens opzoekt en controleert. De notaris heeft soms enige tijd nodig om alle erfgenamen te achterhalen. Nadat alle gegevens zijn gecontroleerd geeft de notaris deze af aan de erfgenaam die daarom vraagt.

Waar toe dient een verklaring van erfrecht?

Een verklaring van erfrecht kan dienen om de erfgenamen of de executeur handelingen te verrichten die voorheen alleen de overledene kon doen, zoals het beschikken over een bankrekening. Een bank blokkeert doorgaans na het overlijden de rekening van de rekeninghouder, maar vragen een verklaring van erfrecht indien erfgenamen toch betalingen willen doen. Nadat een verklaring van erfrecht is afgegeven, kunnen de erfgenamen weer over de zogenaamde ervenrekening beschikken.

Andere instanties en organen vragen eveneens om een verklaring van erfrecht. Zoals gemeenten of uitvoeringsorganisaties, bijvoorbeeld in het kader van Persoonsgebonden Budget, pensioen of volksverzekering, of bewind over het vermogen van een erfgenaam.

Soms is  verklaring van erfrecht niet nodig

Zolang een organisatie, die door de erfgenamen wordt benaderd uit naam van de overledene, niet om een verklaring van erfrecht vraagt, is het niet nodig een verklaring van erfrecht te laten opmaken.

Sinds 2012 geldt dat op bepaalde voorwaarden geen verklaring van erfrecht nodig is voor handelingen met de bankinstelling. Deze voorwaarden zijn:

  • Er is een langstlevende partner (echtgenoot/echtgenote of geregistreerde partner) en eventueel kinderen;
  • De overledene heeft geen testament opgesteld;
  • Het totale banksaldo van de overledene is lager dan € 100.000In zo`n geval zal de bank geen verklaring van erfrecht vragen, maar dient de langstlevende partner een vrijwaringsverklaring tekenen, zodat de bank niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de (juridische en fiscale) gevolgen van het vrijgeven van de bankrekeningen.

    Door het tekenen van deze verklaring ligt de verantwoordelijkheid van het vrijgeven van de bankrekeningen niet bij de bank, maar bij de langstlevende. Als de erfenis negatief is (omdat er veel schulden zijn) biedt de getekende verklaring bij de bank geen bescherming. De verklaring van erfrecht biedt deze bescherming wel omdat je beneficiair kunt aanvaarden.

    Maakt een en/of rekening deel uit van de nalatenschap, dan mag de bank die rekening niet blokkeren. De bank hoeft echter niet mee te werken aan de tenaamstelling van zo`n en/of rekening. Daarvoor zal een bank wel een verklaring van erfrecht vragen.

    Voor een verklaring van erfrecht kunnen de erfgenamen zich wenden tot de notaris. Elke notaris hanteert zijn eigen tarief omdat de tarieven van notarissen vrij zijn.
    Het is nuttig om vooraf de noodzaak van de verklaring van erfrecht goed te onderzoeken, en daarna om de prijzen van verschillende notarissen te vergelijken alvorens een notaris opdracht te geven.