Het onterfde kind en de legitimaire massa

Door onterving ontstaat een recht op de legitieme portie. Hoewel dit slechts een vordering in geld is, ontstaan vaak probleem bij de vaststelling van deze vordering. Een onterfd kind, ook wel legitimaris genoemd, heeft immers alleen een vordering, maar is niet betrokken bij de verdeling van de nalatenschap. Hoe wordt deze vordering berekend en welke regels gelden bij vaststelling van de de legitimaire massa.

Kinderen en de echtgenoot zijn de wettelijke erfgenamen. Is er geen testament, dan erven zij alle gelijke delen. Een ouder kan een echtgenoot of een kind onterven door een testament te maken. Wordt in een testament een ander als enig erfgenaam benoemd, of een wettelijk erfgenaam uitgesloten, dan is er sprake van onterving. Huwt een een vader van kinderen na het overlijden van zijn echtgenoot opnieuw, en overlijdt de vader zonder een testament te maken, dan zijn de kinderen feitelijk onterft, al hebben zij wel een vordering op de nieuwe echtgenoot.

In één geval geldt in de wet een remedie tegen de onterving. De wet bepaalt dat het onterfde kind een beroep kan doen op de legitieme portie. De legitieme geldt niet voor de echtgenoot of eventueel andere erfgenamen bij versterf in de 2e of 3e graad, en ook niet voor stiefkinderen. Echter wel weer kleinkinderen; als een kind vóór de ouder overlijdt, en zelf kinderen had, dan worden die kinderen legitimaris door plaatsvervulling.

De legitieme portie
De wet kent aan een kind uit de erfenis van zijn ouder een minimaal deel. Het kind kan niet voor minder dan dit deel worden gekort in zijn wettelijke rechten.

Een kind dat is onterfd en die recht heeft op de legitieme portie wordt ook ‘legitimaris’ genoemd. De legitimaris heeft 5 jaar na het overlijden de tijd om zijn deel op te eisen.

Dit opeisen moet de legitimaris doen bij de executeur of de erfgenamen. De wet bepaalt hier dat de legitimaris geen aandeel in alle goederen kan eisen, maar slechts een bedrag, dat een deel vertegenwoordigd van de waarde van de gehele nalatenschap. Hoe deze wordt berekend wordt hier uitgelegd, dat handelt over de legitimaire massa.

De legitieme portie is een vordering in geld, en in omvang de helft van de waarde die hij als wettelijk erfgenaam zou ontvangen, als hij niet onterft was. Een onterfd kind die één broer heeft zou dus 50% erven van de nalatenschap van een ouder. Is de broer tot enig erfgenaam aangewezen dan is het kind dus onterfd, maar heeft in elk geval recht op een bedrag in geld, dat 25% van de omvang van de nalatenschap bedraagt. Hij moet dan binnen 5 jaar vorderen bij de broer.

De legitimaire massa.
Het wettelijk erfdeel wordt berekend over de waarde van de nalatenschap. De legitieme portie (de helft van het wettelijk erfdeel) wordt echter niet berekend over de waarde van de nalatenschap maar over de legitimaire massa. Dit is de legitimaire aanspraak.

Het is voor de legitimaris belangrijk dit onderscheid in de gaten te houden, omdat deze bepaling voorkomt dat zijn legitieme portie toch niet via een vermindering van de nalatenschap door toedoen van de erflater alsnog lager wordt dan de helft van een wettelijke erfdeel.

De legitimaire massa is de waarde van een erfenis op de dag van overlijden, maar vermeerderd met de giften van de erflater voorafgaande aan het overlijden gedaan. De kosten van de nalatenschap, zoals beheerskosten, begrafenis of crematie, kosten van de bewindvoerder of executeur etc worden hier nog van afgetrokken.

De wet bepaalt in artikel 4:65 BW
De legitieme porties worden berekend over de waarde van de goederen der nalatenschap, welke waarde wordt vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden, vermeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met c en f. Buiten beschouwing blijven giften waaruit schulden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder i zijn ontstaan.

Stel dat de broer, die tot enig erfgenaam is aangewezen, tijdens het leven van de ouder al aanzienlijke sommen geld heeft ontvangen, en laten we aannemen dat de ouder 10 jaren vóór zijn overlijden al de helft van zijn vermogen heeft geschonken aan de de broer als enig erfgenaam, dan zou de onterfde broer die schenking in de berekening moeten betrekken om de legitimaire massa te kunnen vaststellen.

De wet bepaalt dus dat die giften voor de vaststelling van de legitimaire aanspraak fictief moeten worden “ingebracht”, dus opgeteld bij de waarde van de nalatenschap op de dag van het overlijden. De hoofdregel is de vijfjaarstermijn in artikel 4:67 BW sub e BW: Als de gift binnen vijf jaar voor het overlijden van de erflater is gedaan, wordt de gift meegenomen in de berekening van de legitimaire massa.

Artikel 4:67 BW geeft een opsomming welke door de erflater gedane giften in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de legitimaire massa, ook indien deze giften langer dan 5 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Niet elke gift wordt in aanmerking genomen. Kleine giften, voor zover gebruikelijk, blijven buiten beschouwing, giften aan de echtgenoot, en giften in verband met kosten van levensonderhoud doorgaans ook.
Bij de berekening van de legitieme porties worden de volgende door de erflater gedane giften in aanmerking genomen:
a. giften die kennelijk gedaan en aanvaard zijn met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld;
b. giften die de erflater gedurende zijn leven te allen tijde had kunnen herroepen of die hij bij de gift voor inkorting vatbaar heeft verklaard;
c. giften van een voordeel, bestemd om pas na zijn overlijden ten volle te worden genoten;
d. giften, door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is;
e. andere giften, voor zover de prestatie binnen vijf jaren voor zijn overlijden is geschied.

Een curieuze regel is die van art 4:67 sub d:
de giften, door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is;

Als voorbeeld kan hier gelden:
Een alleenstaande moeder met twee kinderen, broer A en zus B, schenkt een woning met een waarde van € 500.000,- aan haar B. Acht jaar nadat B de schenking kreeg overlijdt de moeder. De nalatenschap bestaat nog uit uit een bankrekening met € 20.000,- en er zijn geen schulden. Beide kinderen zijn ieder voor de helft erfgenaam. Feitelijk is broer A onterft, althans ernstig gekort in zijn rechten.
Het saldo van de nalatenschap is dus niet meer dan € 20.000,-.
Als A. en B. beiden de nalatenschap aanvaarden en broer A. een beroep op zijn legitieme portie doet, zou de legitimaire massa (€ 500.000 + € 20.000 =) € 520.000 bedragen. Zijn wettelijk erfdeel zou € 260.000 bedragen, dus de legitimaire aanspraak van A. is € 130.000. Op die legitimaire aanspraak wordt zijn aandeel in het saldo van de nalatenschap nog in mindering gebracht, dus verminderd met € 10.000,- . Zijn legitimaire tekort is nu dus € 120.000. Broer A kan nu zus B aanspreken door de aanspraak van B op de nalatenschap in te korten, maar ook op de (waarde van de) gift van B.
Volgens de concrete opvatting zou zuster B echter eenvoudig deze aanspraak van A kunnen ontlopen: door de nalatenschap te verwerpen zonder zich haar legitieme voor te behouden, zullen de giften die langer dan vijf jaren voor het overlijden van de erflater zijn uitgevoerd volgens artikel 4:67 sub d niet meer voor inkorting vatbaar zijn. Door verwerping is B immers geen legitimaris meer in de ruime zin (zij is dan geen erfgenaam meer). De uitzondering van art 4:67 sub d is dan van toepassing: de schenking wordt meegerekend “mits zij erfgenaam is“.
Het maakt hierbij overigens niet uit of B zou zijn onterfd en B de legitieme niet zou opeisen.

In de literatuur is ook de opvatting beleden dat een dergelijke zienswijze niet redelijk is. Op die wijze wordt A immers ernstig benadeeld, en de wetsregel geeft dan niet het door de wet gewenste resultaat. De abstracte zienswijze gaat er van uit de in artikel 4:67 sub d wordt bedoeld met “mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is” de legitimaris in ruime zin wordt bedoeld, ongeacht of deze zich bediend van de “legitieme”. In deze abstracte opvatting maakt het niet uit dat B de nalatenschap verwerpt; de bepaling van artikel 4:67 sub d wordt geabstraheerd van de door een kind werkelijk een beroep op de legitieme is of kan worden gedaan.

In de abstracte opvatting kan A dus altijd inkorten en daarvoor B aanspreken.
In één uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden wordt de abstractie visie gevolgd.
“Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat voor het zijn van ‘legitimaris’ in de zin van artikel 4:67 lid d BW niet relevant is of een beroep op de legitieme portie is gedaan of niet. Het woord ‘legitimaris’ in artikel 4:67 lid d duidt de persoon aan die aanspraak kan maken op een legitieme portie, niet slechts de persoon die dat ook daadwerkelijk heeft gedaan. Steun voor deze uitleg biedt de omschrijving die het hiervoor vermelde artikel 4:63 lid 2 BW geeft van legitimarissen, te weten afstammelingen van de erflater die door de wet als erfgenamen tot zijn nalatenschap worden geroepen.”

Dit lijkt een meer redelijke opvatting te zijn waarvoor meerdere argumenten gelden. Het gaat te ver om al deze argumenten hier te noemen maar voor meer informatie kunt u bellen met 0900- advocaten of een bericht zenden aan Advocaten.nl.

De minderjarig en de nalatenschap

Zolang een kind nog geen 18 is, is het minderjarig en heeft het een wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel zijn dat de met het gezag belaste ouders, of een van hen.

Een minderjarige kan niet erven. Om te erven moet men immers de nalatenschap aanvaarden. Die aanvaarding is een rechtshandeling maar een minderjarige kan niet zelf handelen (is handelingsonbekwaam) en dus ook geen erfenis aanvaarden. De wet bepaalt dat de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige verplicht beneficiair moet aanvaarden. Een zuivere aanvaarding door een wettelijk vertegenwoordiger is dus niet mogelijk.

De achterliggende reden is die van de bescherming van de minderjarige; zo kan deze nooit aansprakelijk worden voor de mogelijke schulden in een erfenis. In minderjarige wordt immers niet geacht de reikwijdte van een dergelijke beslissing te kunnen overzien. De minderjarige erfgenaam heeft dus niet dezelfde keuzes als een meerderjarige erfgenaam; deze kan niet zuiver aanvaarden.

De wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige

Zolang een kind nog geen 18 is, is het minderjarig en heeft het een wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel zijn dat de met het gezag belaste ouders, of een van hen. Hebben de ouders zelf geen gezag of zijn deze overleden dan wordt een voogd benoemd die het gezag heeft. Ook een curator kan wettelijke vertegenwoordiger zijn.

Zuivere aanvaarding

De zuivere aanvaarding van een nalatenschap brengt een onmiddellijke overgang mee van het vermogen van de erflater naar het vermogen van de erfgenamen. De erfgenamen treden dan gezamenlijk als het ware in de rechten en plichten van de erflater. Onder dat vermogen vallen zowel baten als schulden. Zijn er meer schulden dan baten, dan heeft dat onaangename gevolgen voor de erfgenamen; zij zijn aansprakelijk voor de betaling van die schulden, ook indien de baten in de nalatenschap onvoldoende zijn om die schulden te voldoen. De erfenis brengt dus een ernstig risico van verarming mee!

Beneficiaire aanvaarding

De beneficiair aanvaarding van de nalatenschap is een aanvaarding onder een voorbehoud. Dit voorbehoud betekent dat alvorens er enige uitkering of afgifte aan erfgenamen wordt gedaan, eerst wordt onderzocht welke schulden en baten aanwezig waren in het vermogen van de erflater op de dag van het overlijden. Alle bekende schuldeisers worden uitgenodigd om hun vordering kenbaar te maken. Er wordt een beschrijving gemaakt van alle baten. Met de baten kunnen de schulden worden betaald, net zo lang tot er geen baten of schulden meer zijn. Overtreffen de baten de schulden, dan gaat het restant naar de erfgenamen. Overtreffen de schulden de baten dan blijven de resterende schulden bij de schuldeisers; deze kunnen geen verhaal meer nemen voor hun vorderingen.

Door de beneficiaire aanvaarding lopen de erfgenamen dus niet het risico dat schuldeisers van de erflater verhaal kunnen nemen op het vermogen dat zij reeds vóór de vererving hadden.
De schulden worden dan betaald uit de opbrengst van de erfenis. De schulden “vervallen” als de opbrengst van de erfenis niet groot genoeg is.

Minderjarige lopen dus volgens de wet niet een dergelijk risico, ook indien de wettelijk vertegenwoordigers stilzitten.

De gevolgen van de beneficiaire aanvaarding

Bij een beneficiaire aanvaarding moet de nalatenschap vereffend worden volgens de wet. De vereffening is een taak die volgens de wet is toebedeeld aan de gezamenlijk erfgenamen. In dit geval zijn dat dus de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen en eventueel overige erfgenamen.

U bent erfgenaam; aanvaarden of verwerpen, of iets er tussenin?

Aanvaarding of verwerpen van een erfenis is definitief. U wil geen afstand doen van gratis geld, maar het aanvaarding van grote schulden wilt u ook voorkomen. De wet geeft de erfgenaam mogelijkheden om een goede keuze te maken.

Wat is aanvaarding van de nalatenschap?

Aanvaarding van een erfenis is eenvoudig. U hoeft er niets speciaals voor te doen. Door alleen al een daad van aanvaarding te plegen krijgt u de nalatenschap in handen (of een deel, als er meer erfgenamen zijn).

Gevolgen van aanvaarding van de nalatenschap

Maar wat betekent de aanvaarding van een nalatenschap? Tot die nalatenschap behoren vaak niet alleen goederen met een positieve waarde, maar ook schulden. Aanvaarding betekent dat u ook de schulden aanvaardt, met andere woorden, u neemt de verplichtingen jegens schuldeisers over. U moet dan die schulden ook betalen. Die schulden kunnen vaak betaald worden uit de liquidatie van positieve bestanddelen. Maar let op, als die positieve bestanddelen onvoldoende opbrengen om all e schulden te betalen, dan bent u voor de resterende schulden nog steeds aansprakelijk, alleen nu met het vermogen dat u zelf al had. Aanvaarding brengt u dan in een slechtere positie dan verwerping. Dit gevolg treedt al in door een daad van `zuivere aanvaarding´, zoals het gebruiken van een bankrekening op naam van de erflater.
Voor minderjarigen gelden bijzondere regels.

Daad van zuivere aanvaarding

U kunt dus per ongeluk zuiver aanvaarden indien u waardevolle spullen van de erflater mee naar huis neemt, een schuldeiser van de nalatenschap betaalt of geld opneemt van de rekening van de erflater. De wet bepaalt dat u hier een keuze hebt gemaakt, al is dat stilzwijgend en mogelijk ook ongewild.

Heeft u eenmaal de erfenis hebt aanvaard, dan kunt u alleen in een bijzonder geval op deze keuze terugkomen. Als u ook na een goed onderzoek geen hoge schulden aantrof, die wel blijken te bestaan, dan kunt u de rechter vragen om alsnog te bepalen dat u verwerpt. Als u geen onderzoek hebt gedaan naar het bestaan van die schulden kunt u niet op uw keuze terugkomen.

Door een daad van zuivere aanvaarding krijgt u dus de gehele nalatenschap in handen. Als u officieel wilt aanvaarden kun u ook een verklaring afleggen bij de griffie van de rechtbank of bij de notaris.

Maar als u dus na enig onderzoek vermoedt dat de erflater schulden had die mogelijk de baten overtreffen, dan aanvaard u dus liever niet. U wil dan misschien verwerpen. Hoe gaat dat?

Verwerpen van de erfenis

Door de erfenis te verwerpen krijgt u niets uit de nalatenschap, maar u bent ook niet aansprakelijk voor de schulden. De afwikkeling van de nalatenschap gaat geheel buiten u om. Een goede reden om te verwerpen is dat de nalatenschap meer schulden dan baten bevat. Een andere reden kan zijn dat u om emotionele redenen ( bijvoorbeeld ruzie met de overledene) niets met de nalatenschap te maken wil hebben.

Maar de reden kan ook zijn dat u andere erfgenamen wil bevoordelen, en u zelf geen behoefte hebt aan uw erfdeel.

De verwerping van de nalatenschap kan ook liggen in de reden dat u niet wil dat uw eigen schuldeisers verhaal nemen op het vermogen dat aldus aan u toekomst. Wat dit laatste betreft kan dat weer ongedaan worden gemaakt door de zogenaamde procedure van artikel 4:205 BW .

Verwerping van de nalatenschap en de legitieme portie

Voor de kinderen van een erflater is het echter ook bij verwerping mogelijk om toch een deel van de erfenis (in geld) te ontvangen. Zij hebben dus geen recht op fotoboeken en tafelzilver, maar kunnen toch een beroep doen op hun legitieme portie. Dit is te bereiken door tegelijkertijd met de verklaring van verwerping tevens te verklaren dat de erfgenaam aanspraak maakt op zijn legitieme portie. Als de erfgenaam na de verwerping alsnog een beroep wil doen op zijn legitieme portie is hij te laat.

De legitieme portie bedraagt de helft van het deel dat u volgens het wettelijk erfrecht zou hebben ontvangen. In de meeste gevallen is dit minder dan wanneer u niet zou verwerpen.

Let op: aangezien schenkingen aan afstammelingen en schenkingen aan derden van de laatste vijf jaar bij de berekening van de legitieme portie fictief “ingebracht” moeten worden, teneinde de omvang van de nalatenschap vast te stellen, kan dit uiteindelijk toch veel meer zijn dan aanvankelijk aanwezig lijkt te zijn; in sommige gevallen (bij grote schenkingen, bijvoorbeeld aan de andere kinderen) is dit zelfs meer dan het deel waar u als erfgenaam recht op zou hebben gehad. Het kan dus voordelig zijn om te verwerpen, en uw recht op de legitieme te behouden.

Wie krijgt uw erfdeel als u verwerpt?

Uw erfdeel gaat naar de andere erfgenamen in het testament, en als er geen testament is gaat uw erfdeel naar de wettelijke erfgenamen na u, bijvoorbeeld uw kinderen.

Hoe verwerpt u de nalatenschap?

Als u de erfenis wilt verwerpen, dan legt u een schriftelijke verklaring af bij de rechtbank. Dit kunt u ook met een volmacht via uw notaris regelen. Dan hoeft u niet zelf naar de rechtbank. Voor een verklaring bij de rechtbank betaalt u griffierechten.

De keuze is definitief

U kunt dus als erfgenaam de nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Bij aanvaarding is de keuze definitief, bij verwerping evenzeer. De wet schrijft voor dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is. Een aanvaarding of verwerping kan ook niet op grond van dwaling, of op grond van benadeling van een of meer schuldeisers worden vernietigd.

Stel dat u verwerpt, omdat vermoedt werd dat er aanzienlijke schulden zijn, die achteraf niet blijken te bestaan. U hebt u daarmee zelf benadeeld. Dat is een gevolg dat u liever wil voorkomen. De wet help u daarbij door de mogelijkheid van beneficiaire aanvaarding.

Beneficiair aanvaarden erfenis

De wet heeft een tussenweg gemaakt, de aanvaarding `onder voorbehoud´, de beneficiaire aanvaarding. Als u een erfenis beneficiair aanvaardt, krijgt u wel de erfenis maar bent niet aansprakelijk voor eventuele schulden. De belangrijkste reden voor deze keus is dat u vermoedt dat in de nalatenschap veel schulden zijn die niet kunnen worden voldaan uit de overige bestanddelen van de nalatenschap. Door beneficiaire aanvaarding behoudt u al uw rechten op aanvaarding, maar krijgt u ruim de tijd om eens goed uit te zoeken hoe het werkelijk zit met het vermogen.

De vereffeningsprocedure

Als er meerdere erfgenamen zijn, en een van erfgenamen beneficiair aanvaardt, dan moet de hele nalatenschap volgens bijzondere regels worden afgewikkeld door een zogenaamde vereffeningsprocedure. Dit geldt ook indien andere erfgenamen wel zuiver hebben aanvaard. De vereffeningsprocedure brengt meer werk mee omdat, net als in een faillissement, een nauwkeurige beschrijving moet worden gemaakt van de omvang van alle schulden en baten, en de waarde van de goederen. Dit is dus meer werk voor de erfgenamen dan bij zuivere aanvaarding en brengt extra kosten mee, omdat de procedure voor de rechtbank wordt uitgevoerd en afgewikkeld.

In de meeste gevallen help een notaris bij een boedelbeschrijving met een opsomming van alle schulden en het bezit in de nalatenschap. Daarna kunnen de erfgenamen schuldeisers betalen. Dit is de zogenaamde vereffening, net zoals in een faillissement. Wat resteert kunnen de erfgenamen verdelen. Kunnen niet alle schulden worden voldaan, dan hebben de schuldeisers pech. De erfgenamen zijn niet aansprakelijk voor die schulden. Meer over de vereffening leest u hier.

Beneficiair aanvaarden, hoe?

Als u beneficiair wilt aanvaarden, doet u dat door een verklaring af te leggen bij een notaris. Eenvoudiger en goedkoper is het via de rechtbank. Voor een verklaring bij de rechtbank betaalt u griffierechten.