Onduidelijke advocaatkosten: rechtbank vernietigt oneerlijk kostenbeding

Een advocatenkantoor vermeldde wel een uurtarief, maar gaf de consument geen bruikbare raming van de te verwachten werkzaamheden en totale kosten. De rechtbank vernietigde het kostenbeding en verminderde de betalingsverplichting met 40%. Uiteindelijk moest het kantoor € 5.456,84 aan de cliënt terugbetalen.

Datum: 30 september 2026, gepubliceerd op 5 oktober 2026
Gerecht: Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied: Consumentenrecht en overeenkomstenrecht

Een oneerlijk kostenbeding voor advocaatkosten kan verstrekkende gevolgen hebben. Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over de kosten van juridische bijstand aan een consument in verschillende procedures rond een echtscheiding.

Wel een uurtarief, maar geen kostenraming

In de opdrachtbevestiging stond een uurtarief van € 210 exclusief btw en kantoorkosten. Ook was bepaald dat andere medewerkers tegen uiteenlopende tarieven konden worden ingeschakeld en dat de tarieven periodiek konden worden aangepast. Het advocatenkantoor gaf bij het begin van de opdracht echter geen raming van het verwachte aantal uren, de te verrichten werkzaamheden of de totale kosten.

Volgens de rechtbank konden de maandelijkse facturen dit gebrek niet herstellen. Facturen worden immers pas verstuurd nadat de werkzaamheden zijn verricht. Bovendien liepen de maandbedragen in deze zaak sterk uiteen, van ongeveer € 131 tot ruim € 11.600. De cliënt kon daardoor onvoldoende voorspellen welke kosten nog zouden volgen en niet tijdig beslissen of zij bepaalde werkzaamheden wilde beperken.

Waarom was het kostenbeding oneerlijk?

De overeenkomst tussen het kantoor en de particuliere cliënt was een consumentenovereenkomst. De rechtbank moest daarom toetsen of het kostenbeding duidelijk, begrijpelijk en eerlijk was. Daarbij sloot de rechtbank aan bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 januari 2023 over advocatenhonoraria op uurbasis.

Een uurtarief is niet automatisch verboden. Een consument moet vóór het sluiten van de overeenkomst echter wel informatie krijgen waarmee de financiële gevolgen bij benadering kunnen worden ingeschat. Dat kan bijvoorbeeld met een raming of bandbreedte van het aantal uren, een begroting per procesfase of duidelijke periodieke waarschuwingen wanneer de kosten hoger dreigen te worden.

In deze zaak ontbrak dergelijke informatie. Het kantoor wist bovendien dat de financiële positie van de cliënt verslechterde en dat zij geld moest lenen om de declaraties te betalen. De rechtbank oordeelde daarom dat het beding niet alleen onvoldoende transparant, maar ook oneerlijk was.

Vernietiging van de opdracht en vermindering met 40%

Het kostenbeding vormde een essentieel onderdeel van de opdracht. Door vernietiging van dat beding kon volgens de rechtbank ook de rest van de overeenkomst niet in stand blijven. Dat betekende echter niet dat alle juridische werkzaamheden gratis waren. Omdat de reeds geleverde diensten niet konden worden teruggedraaid, kon het kantoor op grond van onverschuldigde betaling vergoeding van de waarde daarvan vragen.

Die vergoeding moest wel een doeltreffende en afschrikkende reactie op het oneerlijke beding bevatten. De rechtbank verminderde de betalingsverplichting daarom met 40%. Daarnaast bleken verschillende declaratieregels onvoldoende gespecificeerd. Over alle werkzaamheden en voorschotten was € 68.335,13 gefactureerd. Na de vermindering en correcties had de cliënt € 5.456,84 te veel betaald. Het kantoor moest dit bedrag terugbetalen; zijn vordering tot betaling van de openstaande facturen werd afgewezen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak laat zien dat een duidelijke vermelding van het uurtarief niet altijd voldoende is. Voor cliënten is het verstandig om vooraf schriftelijk te vragen naar:

  • een begroting of realistische bandbreedte van de totale kosten;
  • de werkzaamheden en medewerkers die worden ingezet;
  • het moment waarop een nieuwe kostenraming wordt gegeven;
  • de voorwaarden voor verhoging van het uurtarief;
  • de gevolgen van het beëindigen van de opdracht.

Een onverwacht hoge factuur is niet zonder meer ongeldig. De opdrachtbevestiging, tussentijdse informatie, factuurspecificaties en concrete omstandigheden bepalen of met succes een beroep kan worden gedaan op consumentenbescherming. De uitspraak is bovendien afkomstig van een rechtbank in eerste aanleg en vormt geen algemeen verbod op declareren per uur.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:9276.

Bron: Rechtbank Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 5 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Achteraf betalen: koopprijs verlaagd door ontbrekende consumentenbescherming

Een consument kocht in 2021 kleding via een webwinkel en koos voor achteraf betalen via Klarna. De schuldeiser kon niet aantonen dat de toen geldende regels voor consumentenkrediet en online koop waren nageleefd. De kredietovereenkomst werd vernietigd en de consument hoefde slechts 80 procent van de koopprijs te betalen.

Uitspraak: 16 september 2026, Rechtbank Midden-Nederland
Gepubliceerd: 28 september 2026
Rechtsgebied: Consumentenrecht, consumentenkrediet en online koop

Een consument kocht in 2021 kleding via een webwinkel en koos voor achteraf betalen via Klarna. De schuldeiser kon niet aantonen dat de toen geldende regels voor consumentenkrediet en online koop waren nageleefd. De kredietovereenkomst werd vernietigd en de consument hoefde slechts 80 procent van de koopprijs te betalen.

Incasso van een oude webwinkelaankoop

De consument had voor € 163,33 aan kleding gekocht en daarbij gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Nadat de factuur onbetaald bleef, werd de vordering overgedragen aan een incassobedrijf. Dat bedrijf vorderde betaling van de koopprijs, rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De consument verscheen niet in de procedure. Toch moest de kantonrechter uit eigen beweging onderzoeken of de dwingende regels van consumentenbescherming waren nageleefd.

Achteraf betalen kan consumentenkrediet zijn

Uitstel van betaling is een vorm van krediet. Voor een kosteloos of zeer kortlopend krediet kan een uitzondering gelden, maar daarvoor moet voldoende informatie over het verdienmodel van de kredietaanbieder worden verstrekt. Daarbij kan van belang zijn of de aanbieder inkomsten haalt uit rente en kosten bij betalingsachterstand.

De schuldeiser overlegde informatie over de werkwijze van Klarna vanaf 2023 en vooral vanaf 2025. De aankoop was echter in juli 2021 gedaan. Uit de overgelegde stukken kon niet worden afgeleid dat in 2021 aan de voorwaarden voor de uitzondering was voldaan.

Daarom behandelde de kantonrechter de betalingsregeling als een consumentenkredietovereenkomst waarop de beschermende bepalingen van titel 2A van Boek 7 BW van toepassing waren. Ook moest vóór de kredietverlening de kredietwaardigheid worden beoordeeld. Die verplichting staat onder meer in artikel 4:34 Wft.

Omdat niet kon worden vastgesteld dat de vereiste informatie was verstrekt en een kredietwaardigheidstoets was uitgevoerd, vernietigde de kantonrechter de kredietovereenkomst. De consument hoefde daardoor geen rente en incassokosten te betalen.

Ook webwinkel voldeed niet aantoonbaar aan informatieplicht

Daarnaast moest worden onderzocht of de webwinkel de consument correct had geïnformeerd over onder meer het herroepingsrecht. De bestelbevestiging bevatte niet alle noodzakelijke informatie. Een hyperlink naar een afzonderlijke factuur was onvoldoende, omdat informatie achter een hyperlink later kan worden gewijzigd.

Vanwege de niet aantoonbaar nageleefde informatieverplichtingen werd de koopprijs met twintig procent verminderd. De consument moest € 130,66 betalen. Hij werd wel veroordeeld in de proceskosten, omdat een deel van de oorspronkelijke vordering terecht was ingesteld.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak betekent niet dat iedere schuld uit achteraf betalen vervalt. De uitkomst hangt af van de datum en inhoud van de overeenkomst en van het bewijs dat de kredietaanbieder en webwinkel over de verstrekte informatie en kredietwaardigheidstoets kunnen overleggen.

Bij een incassovordering uit een online aankoop moet daarom niet alleen worden gecontroleerd of de producten zijn geleverd. Ook de totstandkoming van de kredietovereenkomst, de informatie over bedenktijd en retournering, de bevestiging op een duurzame gegevensdrager en de grondslag voor rente en incassokosten kunnen van belang zijn.

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 28 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2026:6471.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Vattenfall mag terugleverkosten niet eenzijdig invoeren

Vattenfall mocht bij een klant met zestien zonnepanelen niet eenzijdig terugleverkosten invoeren. In de afzonderlijke terugleverovereenkomst stond alleen dat de klant een vergoeding zou ontvangen en waren geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. De uitspraak betekent niet dat terugleverkosten in iedere overeenkomst verboden zijn.

Uitspraak: 25 september 2026, Rechtbank Amsterdam
Gepubliceerd: 2 oktober 2026
Rechtsgebied: Consumentenrecht, energierecht en overeenkomstenrecht

Vattenfall mocht bij een klant met zestien zonnepanelen niet eenzijdig terugleverkosten invoeren. In de afzonderlijke terugleverovereenkomst stond alleen dat de klant een vergoeding zou ontvangen en waren geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. De uitspraak betekent niet dat terugleverkosten in iedere overeenkomst verboden zijn.

Afzonderlijke overeenkomst voor teruglevering

De consument had al sinds 2002 een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit. Nadat hij zonnepanelen had laten plaatsen, kwam in 2020 daarnaast een afzonderlijke terugleverovereenkomst tot stand. Daarin stond dat hij voor teruggeleverde elektriciteit jaarlijks een vergoeding zou ontvangen.

Vanaf 1 juli 2024 bracht Vattenfall bij klanten met zonnepanelen vaste terugleverkosten in rekening. De energieleverancier beriep zich onder meer op haar algemene voorwaarden en op de kosten die de teruglevering van zonnestroom voor haar meebracht.

Geen contractuele basis voor nieuwe kosten

De kantonrechter stelde vast dat de terugleverovereenkomst losstond van de oorspronkelijke leveringsovereenkomst. De algemene voorwaarden bij de leveringsovereenkomst waren daarom niet automatisch van toepassing op de teruglevering.

In de terugleverovereenkomst werd uitsluitend gesproken over een vergoeding voor de geleverde elektriciteit. Vattenfall had de consument bij het sluiten van die overeenkomst niet duidelijk gemaakt dat later ook terugleverkosten konden worden ingevoerd. Als professionele partij had Vattenfall die mogelijkheid uitdrukkelijk in de overeenkomst of in toepasselijke algemene voorwaarden moeten opnemen.

Volgens de kantonrechter mocht de consument rekening houden met een verandering van de hoogte van zijn vergoeding. Hij hoefde echter niet te verwachten dat de contractuele structuur zo zou veranderen dat hij per saldo voor het terugleveren van energie moest betalen.

Beroep op onvoorziene omstandigheden slaagt niet

Vattenfall voerde ook aan dat de sterke groei van het aantal zonnepanelen en de bijbehorende kosten onvoorziene omstandigheden vormden. De kantonrechter vond dat onvoldoende. Niet was concreet aangetoond dat het achterwege laten van terugleverkosten bij deze klant een ernstige verstoring van de contractuele verhouding veroorzaakte.

Een rechter kan een overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden wijzigen op grond van artikel 6:258 BW, maar deze mogelijkheid wordt terughoudend toegepast.

De kantonrechter verbood Vattenfall daarom om bij deze consument eenzijdig terugleverkosten in te voeren. Over de vraag of het algemene voorwaardenbeding waarmee Vattenfall voorwaarden kan wijzigen oneerlijk is, werd nog niet definitief beslist. De procedure werd op dat onderdeel voortgezet.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak is geen algemeen verbod op terugleverkosten. Beslissend is wat in de individuele terugleverovereenkomst staat, welke algemene voorwaarden geldig van toepassing zijn en welke informatie de consument bij het sluiten van de overeenkomst heeft ontvangen.

Consumenten die terugleverkosten betwisten, doen er daarom goed aan de oorspronkelijke overeenkomst, bevestigingsbrieven, algemene voorwaarden, latere addenda en jaarafrekeningen te bewaren. Alleen uit het feit dat een energieleverancier kosten redelijk vindt of aan alle klanten met zonnepanelen berekent, volgt nog niet dat daarvoor in iedere individuele overeenkomst een geldige grondslag bestaat.

Bron: Rechtbank Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 2 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:9661.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Huur campingstandplaats mag eindigen voor herontwikkeling

Een campingeigenaar mocht de huur van standplaatsen met stacaravans en chalets beëindigen vanwege een concreet herontwikkelingsplan. De huurders hadden niet dezelfde huurbescherming als huurders van woonruimte. Het hof liet de opzegging in stand, maar verlaagde de opgelegde dwangsommen.

Uitspraak: 22 september 2026, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Gepubliceerd: 22 september 2026
Rechtsgebied: Huurrecht, huur van onbebouwde grond en duurovereenkomsten

Een campingeigenaar mocht de huur van standplaatsen met stacaravans en chalets beëindigen vanwege een concreet herontwikkelingsplan. De huurders hadden niet dezelfde huurbescherming als huurders van woonruimte. Het hof liet de opzegging in stand, maar verlaagde de opgelegde dwangsommen.

Huur van grond en geen huur van woonruimte

De huurders huurden al langere tijd standplaatsen op camping De Fontein. De stacaravans en chalets op de plaatsen waren hun eigendom. Volgens het hof ging het juridisch om huur van onbebouwde grond en niet om huur van woonruimte.

Daarom gold niet de reguliere huurbescherming voor woonruimte. De huurovereenkomsten waren in beginsel opzegbaar op grond van artikel 7:228 lid 2 BW.

Wel aanvullende eisen aan de opzegging

De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een verhuurder alleen mag opzeggen wanneer daarvoor een zwaarwegende grond bestaat, een redelijke opzegtermijn wordt gebruikt of een vergoeding wordt aangeboden. Dat volgt uit de omstandigheden van de overeenkomst en artikel 6:248 BW.

In deze zaak had de campingeigenaar een concreet en uitvoerbaar plan voor herstructurering. De huurovereenkomsten waren ruim een jaar van tevoren opgezegd en aan de huurders was een vergoeding aangeboden. De later aangebrachte wijzigingen in het plan maakten de eerdere opzegging niet ongeldig.

Schadevergoeding en lagere dwangsom

De opzegging en de verplichting tot ontruiming bleven in stand. De huurders hadden wel recht op een nader vast te stellen vergoeding. Het hof verlaagde bovendien de dwangsom van € 500 per dag met een maximum van € 50.000 naar € 100 per dag met een maximum van € 10.000.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Wie een chalet of stacaravan bezit, is niet automatisch eigenaar van de grond en heeft niet vanzelf dezelfde bescherming als een huurder van een woning. De juridische positie hangt af van de huurovereenkomst, de aard van de standplaats, de toepasselijke voorwaarden, de reden voor opzegging en de aangeboden termijn en vergoeding.

Bij een voorgenomen beëindiging is het verstandig de opzeggingsbrief, het herontwikkelingsplan, de huurvoorwaarden en eventuele RECRON-voorwaarden tijdig juridisch te laten beoordelen. Een rechtsgeldige opzegging kan namelijk samengaan met een recht op vergoeding.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 22 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2026:6033.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Koper krijgt € 148.000 terug na misleidende grondspeculatie

Een consument kocht voor € 148.000 percelen landbouwgrond in de verwachting dat deze door een toekomstige bestemmingswijziging meer waard zouden worden. Volgens het hof gaven de brochures, website en verkoopgesprekken een te rooskleurig beeld en werd onvoldoende gewaarschuwd voor het risico op verlies. De verkoper moet de koopsommen terugbetalen en krijgt de percelen teruggeleverd.

Uitspraak: 1 september 2026, Gerechtshof Amsterdam
Gepubliceerd: 23 september 2026
Rechtsgebied: Consumentenrecht, koop en oneerlijke handelspraktijken

Een consument kocht voor € 148.000 percelen landbouwgrond in de verwachting dat deze door een toekomstige bestemmingswijziging meer waard zouden worden. Volgens het hof gaven de brochures, website en verkoopgesprekken een te rooskleurig beeld en werd onvoldoende gewaarschuwd voor het risico op verlies. De verkoper moet de koopsommen terugbetalen en krijgt de percelen teruggeleverd.

Landbouwgrond aangeboden als investering

De grondverkoper presenteerde de percelen als een waardevaste investering met kans op een hoog rendement. In de brochures werd gewezen op woningnood, bevolkingsgroei, bouwplannen en de mogelijke ontwikkeling van nieuwe woongebieden in de omgeving van de percelen.

De informatie was volgens het hof op onderdelen feitelijk niet onjuist, maar de combinatie en presentatie daarvan wekte wel de indruk dat bebouwing en een bestemmingswijziging reële mogelijkheden voor de nabije toekomst waren.

Onvoldoende concrete waarschuwingen

De brochures vermeldden niet duidelijk dat de koper speculeerde met landbouwgrond, dat er geen garantie op winst bestond en dat een aanzienlijk verlies mogelijk was. Algemene waarschuwingen in de koopovereenkomsten en op de website waren onvoldoende om het optimistische verkoopverhaal te corrigeren.

Een consument moet volgens het hof niet alleen begrijpen dat een investering onzeker is, maar ook in staat worden gesteld een redelijke inschatting te maken van het concrete risico. De professionele verkoper moest daarom duidelijke informatie geven over de vooruitzichten voor juist deze percelen.

De relevante regels over misleidende en oneerlijke handelspraktijken staan onder meer in artikel 6:193b BW en artikel 6:193c BW.

Waarschuwing door de notaris kwam te laat

De verkoper voerde aan dat de notaris de koper vóór de levering nog op het speculatieve karakter van de belegging had gewezen. Volgens het hof kon de verkoper zich daarachter niet verschuilen. De koopovereenkomsten waren toen al gesloten op basis van de informatie die de verkoper zelf had verstrekt.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Bij aanbiedingen van landbouwgrond als belegging moet kritisch worden gekeken naar de concrete planologische situatie. Algemene verwijzingen naar woningnood of bouwplannen in een regio zeggen nog niet dat juist het aangeboden perceel binnen afzienbare tijd een bouwbestemming krijgt.

Een consument die door misleidende informatie tot aankoop is bewogen, kan onder omstandigheden aanspraak maken op terugbetaling of schadevergoeding. Bewaar daarom brochures, e-mails, vragenlijsten, gespreksnotities en oude versies van de website. Deze stukken kunnen beslissend zijn voor de vraag welke verwachtingen vóór het sluiten van de overeenkomst zijn gewekt.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 23 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Hoge Raad: AVA 2013-vervaltermijnen moeten opnieuw worden beoordeeld

De Hoge Raad vernietigt een oordeel dat vervaltermijnen in de AVA 2013 oneerlijk waren. Het eerdere hof had de werking van de bedingen niet juist uitgelegd en te weinig betekenis toegekend aan vergelijkbare voorwaarden die met consumentenorganisaties zijn opgesteld. Of de vervaltermijnen uiteindelijk standhouden, moet het gerechtshof Den Haag opnieuw beoordelen.

Uitspraak: 25 september 2026, Hoge Raad
Gepubliceerd: 25 september 2026
Rechtsgebied: Aanneming van werk, consumentenrecht en algemene voorwaarden

De Hoge Raad vernietigt een oordeel dat de vervaltermijnen in artikel 16.3 van de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 oneerlijk waren. Volgens de Hoge Raad had het gerechtshof de werking van de bedingen niet juist uitgelegd en onvoldoende rekening gehouden met vergelijkbare voorwaarden die in overleg met consumentenorganisaties zijn opgesteld. Daarmee staat nog niet vast dat de vervaltermijnen geldig zijn: het gerechtshof Den Haag moet de voorwaarden opnieuw beoordelen.

Geschil over gebreken aan een nieuwbouwwoning

Een aannemer bouwde in 2014 en 2015 een vrijstaande woning voor particuliere opdrachtgevers. Na de oplevering ontstonden klachten over onder meer de cementdekvloer en de dakconstructie. De opdrachtgevers stelden de aannemer aansprakelijk en begonnen in 2021 een procedure.

De aannemer beriep zich op de AVA 2013. Deze voorwaarden bevatten termijnen van twee, vijf of tien jaar waarbinnen een rechtsvordering wegens bepaalde gebreken moet worden ingesteld. De rechtbank honoreerde dat beroep, maar het gerechtshof Amsterdam vond de vervalbedingen onredelijk bezwarend en oneerlijk.

Wat oordeelt de Hoge Raad?

De Hoge Raad oordeelt niet definitief dat de vervalbedingen geldig of ongeldig zijn. Wel constateert hij drie gebreken in de eerdere beoordeling:

  • Het gerechtshof had ten onrechte aangenomen dat het verstrijken van de termijn automatisch tot verval van alle rechten van de consument leidde.
  • Bij de beoordeling mag betekenis worden toegekend aan het feit dat vergelijkbare voorwaarden in overleg met consumentenorganisaties zijn opgesteld.
  • De verschillende vervaltermijnen mochten niet zonder nadere motivering allemaal op dezelfde gronden oneerlijk worden verklaard.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag. Dat hof moet opnieuw onderzoeken of de bedingen onredelijk bezwarend zijn in de zin van artikel 6:233 BW en oneerlijk zijn volgens de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Bij gebreken na oplevering kunnen naast de wettelijke klacht- en verjaringsregels ook contractuele vervaltermijnen gelden. Een vervaltermijn kan ingrijpender zijn dan een verjaringstermijn, omdat het vaak niet voldoende is alleen een aansprakelijkstelling of stuitingsbrief te versturen. De precieze gevolgen hangen echter af van de formulering en geldigheid van het beding.

Consumenten moeten daarom niet aannemen dat een vervalbeding vanzelf ongeldig is. Aannemers kunnen er evenmin zonder meer van uitgaan dat ieder beding in de AVA 2013 standhoudt. Bij bouwgebreken blijft het belangrijk tijdig te klagen, bewijs vast te leggen en vóór het verstrijken van mogelijke termijnen juridisch advies in te winnen. De wettelijke verjaringsregeling voor aanneming van werk staat onder meer in artikel 7:761 BW.

Bron: Hoge Raad, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 25 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Opdrachtgever mocht betaling aannemer opschorten wegens gebreken

Een particuliere opdrachtgever betaalde een deel van een termijnfactuur niet vanwege gebreken aan een verbouwing. De aannemer legde daarop het werk stil, maar het hof oordeelt dat de opdrachtgever de betaling mocht opschorten. De aannemer moet bijna € 30.000 aan herstelkosten en andere schade vergoeden.

Uitspraak: 15 september 2026, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Gepubliceerd: 22 september 2026
Rechtsgebied: Aanneming van werk, opschorting, ontbinding en schadevergoeding

Een particuliere opdrachtgever betaalde een deel van een termijnfactuur niet vanwege gebreken aan een verbouwing. De aannemer legde daarop het werk stil, maar het hof oordeelt dat de opdrachtgever de betaling mocht opschorten. De aannemer moet bijna € 30.000 aan herstelkosten en andere schade vergoeden.

Geschil tijdens verbouwing van een woning

De overeengekomen aanneemsom bedroeg € 72.800 inclusief btw. De opdrachtgever had € 54.035,30 betaald en hield een deel van de derde termijn in. Er waren klachten over onder meer het tegelwerk in de badkamer en toiletten.

De aannemer wilde het tegelwerk alleen tegen betaling van € 2.000 aan meerwerk aanpassen. Toen het resterende deel van de factuur niet werd betaald, legde de aannemer de werkzaamheden stil.

Opdrachtgever mocht betaling opschorten

Volgens het hof had de aannemer moeten begrijpen dat de opdrachtgever de betaling opschortte vanwege zijn klachten over de uitvoering. De weigering om de tegels zonder extra kosten te herstellen gaf de opdrachtgever een gegronde reden om te vrezen dat het werk niet deugdelijk zou worden opgeleverd.

De opdrachtgever mocht daarom een deel van de betaling uitstellen. De aannemer mocht vervolgens niet zelf het werk stilleggen. Door dat toch te doen, kwam de aannemer in verzuim en mocht de opdrachtgever de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden.

Het wettelijke opschortingsrecht is onder meer geregeld in artikel 6:262 BW. Het recht op ontbinding bij een tekortkoming volgt uit artikel 6:265 BW.

Vergoeding van herstelkosten en verblijf elders

De aannemer moest niet alleen bijdragen in de kosten voor het afmaken en herstellen van de verbouwing. Het hof kende ook schadevergoeding toe voor de extra kosten die ontstonden doordat het gezin langer buiten de woning moest verblijven. Daaronder vielen onder meer tijdelijke huisvesting, vervoer, opslag en opvang van huisdieren.

Het totale door de aannemer te betalen schadebedrag werd vastgesteld op € 29.723,36. Bij de berekening werd wel rekening gehouden met het gedeelte van de oorspronkelijke aanneemsom dat de opdrachtgever door de ontbinding niet meer hoefde te betalen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Een opdrachtgever mag bij gebreken niet zonder meer iedere betaling stopzetten. Het ingehouden bedrag moet in een redelijke verhouding staan tot de tekortkoming en de aannemer moet duidelijk worden geïnformeerd over de klachten en het verlangde herstel.

Leg gebreken daarom direct schriftelijk vast, maak foto’s en geef de aannemer een redelijke mogelijkheid tot herstel. Laat bij een ernstig geschil zo nodig een onafhankelijk bouwkundig rapport opstellen voordat een andere aannemer de gebreken herstelt. Ook de wettelijke klachtplicht van artikel 6:89 BW kan daarbij van belang zijn.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 22 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Gebrekkige verbouwing: aannemer én bouwbegeleider aansprakelijk

Uitspraak: 2 september 2026, Rechtbank Den Haag
Gepubliceerd: 14 september 2026
Rechtsgebied: Aanneming van werk, consumentenrecht en schadevergoeding

Een verbouwing van een woning liep volledig uit de hand. De aannemer leverde omvangrijk gebrekkig werk en legde de werkzaamheden stil, terwijl de ingeschakelde bouwbegeleider maandenlang onvoldoende ingreep. De rechtbank houdt niet alleen de aannemer, maar voor een deel van de schade ook de bouwbegeleider aansprakelijk.

Waarom is deze uitspraak relevant?

Een bouwbegeleider wordt vaak juist ingeschakeld om de particuliere opdrachtgever te beschermen tegen fouten van de aannemer. Deze uitspraak maakt duidelijk dat een bouwbegeleider niet kan volstaan met incidentele aanwezigheid op de bouwplaats. Als de opdracht toezicht op kwaliteit, planning en kosten omvat, moeten zichtbare gebreken tijdig worden gesignaleerd en aan de opdrachtgever worden gemeld.

De aannemer had een te lage prijs berekend

De aannemer had de verbouwing aangenomen voor € 330.000. Tijdens het werk stelde hij dat hij bij de berekening van zijn prijs van een te klein vloeroppervlak was uitgegaan. Hij wilde alleen verder werken als de opdrachtgever € 150.000 extra betaalde.

De rechtbank wijst dit standpunt af. Een professionele aannemer moet vóór het bepalen van zijn prijs voldoende onderzoek doen naar de omvang van het werk. Een eigen meet- of rekenfout kwam in dit geval voor rekening van de aannemer. De opdrachtgever mocht de betaling van de laatste termijnen opschorten en de overeenkomst uiteindelijk ontbinden.

Gebrekkig toezicht door de bouwbegeleider

Volgens de gerechtelijk deskundige waren al bij het aanleggen van de fundering ernstige en duidelijk waarneembare fouten gemaakt. De bouwbegeleider had die gebreken moeten herkennen, de aannemer daarop moeten aanspreken en de opdrachtgever onmiddellijk moeten waarschuwen.

Doordat maandenlang op gebrekkige wijze werd doorgebouwd, liepen de herstelkosten verder op. De rechtbank begroot deze herstelkosten op € 147.004. De aannemer en de bouwbegeleider zijn voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk. De opdrachtgever kan het bedrag dus in beginsel bij ieder van hen innen, waarna zij de onderlinge draagplicht moeten afwikkelen. Volgens de rechtbank moeten zij deze schade in hun onderlinge verhouding ieder voor de helft dragen.

De aannemer werd daarnaast afzonderlijk veroordeeld tot betaling van € 323.518 wegens ongedaanmaking en overige schade. De bouwbegeleider moest ook het voor zijn toezicht betaalde honorarium van € 8.666,64 terugbetalen.

Beperking tot € 75.000 vernietigd

De bouwbegeleider beriep zich op de DNR 2011, waarin zijn aansprakelijkheid tegenover een consument was beperkt tot € 75.000. De opdrachtgever vernietigde deze aansprakelijkheidsbeperking.

Een aansprakelijkheidsbeperking in een consumentenovereenkomst wordt op grond van de artikelen 6:233 en 6:237 onder f BW vermoed onredelijk bezwarend te zijn. De bouwbegeleider moest daarom aantonen dat de beperking in deze concrete situatie gerechtvaardigd was.

Dat lukte niet. De bouwbegeleider was voor een hoger bedrag verzekerd en kon regres nemen op de mede-aansprakelijke aannemer. De rechtbank vernietigde daarom de beperking, zodat de bouwbegeleider zich niet achter het maximumbedrag van € 75.000 kon verschuilen.

Praktische aandachtspunten bij een verbouwing

  • Leg de werkzaamheden, aanneemsom, tekeningen en technische eisen nauwkeurig vast.
  • Koppel betalingstermijnen aan controleerbare onderdelen van het werk.
  • Leg schriftelijk vast welke toezichtstaken de architect of bouwbegeleider heeft.
  • Meld gebreken onmiddellijk en geef zo nodig een redelijke hersteltermijn.
  • Laat bij ernstige gebreken tijdig een onafhankelijke deskundige onderzoek doen.
  • Controleer aansprakelijkheidsbeperkingen in algemene voorwaarden; bij consumenten zijn deze niet altijd geldig.

ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2026:25322

Bron: Rechtbank Den Haag, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 14 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Nietige en vernietigbare overeenkomsten: juridische verschillen en gevolgen

Bij het sluiten van overeenkomsten kunnen juridische complicaties optreden die ertoe leiden dat een overeenkomst nietig of vernietigbaar is. In dit artikel onderzoeken we de verschillen tussen nietige en vernietigbare overeenkomsten, de juridische gronden hiervoor, en de gevolgen voor partijen die bij zulke overeenkomsten betrokken zijn. Dit is van groot belang, omdat het kan leiden tot situaties waarbij de afspraken nooit bestaan hebben of achteraf vernietigd kunnen worden. We bespreken ook recente uitspraken en juridische interpretaties die licht werpen op deze kwesties.

Nietige en vernietigbare overeenkomsten: juridische uitleg en praktijkvoorbeelde

Het contractenrecht is een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Elke overeenkomst die u sluit, van een huurovereenkomst tot een aankoop, valt onder dit recht. Maar wat gebeurt er wanneer een van de partijen aangeeft dat de overeenkomst nooit heeft bestaan of dat de overeenkomst vernietigd moet worden? Dan komen de begrippen nietigheid en vernietigbaarheid in beeld. Hoewel deze begrippen op het eerste gezicht vergelijkbaar lijken, hebben ze zeer verschillende juridische consequenties. In dit artikel zullen we deze verschillen in detail bekijken, inclusief de relevante juridische bepalingen en rechtspraak.

Het verschil tussen nietigheid en vernietigbaarheid

Een nietige overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan. Dit betekent dat de juridische handelingen of afspraken die zijn gemaakt, niet afgedwongen kunnen worden en ook niet juridisch geldig zijn. Dit kan gebeuren wanneer de inhoud van de overeenkomst in strijd is met de wet, de openbare orde of de goede zeden.

Aan de andere kant is een vernietigbare overeenkomst geldig totdat deze door een van de partijen wordt vernietigd. Pas nadat er expliciet een beroep is gedaan op de vernietigbaarheid, wordt de overeenkomst geacht nooit te hebben bestaan. Dit gebeurt vaak in situaties waar sprake is van wilsgebreken, zoals dwaling, bedrog, of misbruik van omstandigheden​.

Nietige overeenkomsten: oorzaken en gevolgen

Nietigheid van een overeenkomst treedt meestal op in situaties waarin de overeenkomst in strijd is met de wet of fundamentele normen en waarden, zoals de openbare orde of goede zeden. Artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek regelt deze gevallen, waarbij bijvoorbeeld een overeenkomst die een strafbare activiteit ondersteunt, automatisch nietig is.

Daarnaast zijn er specifieke vormvereisten waaraan een overeenkomst moet voldoen. Wanneer een contract niet voldoet aan de vereiste vorm, zoals een schriftelijke vastlegging voor bepaalde transacties, kan de overeenkomst nietig zijn. Bijvoorbeeld, een koopcontract voor een huis moet altijd schriftelijk worden vastgelegd; bij gebreke hiervan is de overeenkomst nietig.

Een ander voorbeeld van nietigheid is wanneer de overeenkomst onbepaalbaar is. Dit betekent dat de overeenkomst onvoldoende duidelijk is over wat beide partijen precies moeten doen. Artikel 6:227 BW vereist dat overeenkomsten duidelijk en bepaald moeten zijn​.

Vernietigbare overeenkomsten: gronden en praktijkvoorbeelden

Vernietigbare overeenkomsten worden juridisch als geldig beschouwd totdat een partij actie onderneemt om de overeenkomst te vernietigen. Dit kan gebeuren door middel van een gerechtelijke procedure of via een buitengerechtelijke verklaring. De gronden voor vernietigbaarheid zijn vastgelegd in de artikelen 3:44 en 6:228 BW en omvatten wilsgebreken zoals:

  • Dwaling: Wanneer een partij een onjuiste voorstelling van zaken had bij het sluiten van de overeenkomst. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin u een kunstwerk koopt, maar later ontdekt dat het een vervalsing is​.
  • Bedrog: Dit doet zich voor wanneer een partij opzettelijk een onjuiste mededeling doet of cruciale informatie verzwijgt.
  • Bedreiging: Hier wordt iemand onder druk gezet om een overeenkomst aan te gaan, bijvoorbeeld door dreiging met geweld​.
  • Misbruik van omstandigheden: Dit kan voorkomen wanneer iemand in een kwetsbare positie verkeert en wordt aangezet tot het sluiten van een overeenkomst. Bijvoorbeeld, wanneer een oudere persoon onder druk wordt gezet om een financieel nadelige overeenkomst te tekenen​.

Wilsgebreken: de sleutel tot vernietiging

De kern van vernietigbare overeenkomsten is de aanwezigheid van een wilsgebrek. Een wilsgebrek houdt in dat de wil van een partij op een abnormale manier is gevormd. Dit betekent dat de beslissing om een overeenkomst aan te gaan, is beïnvloed door externe factoren zoals bedrog of dwaling. De wederpartij moet zich echter wel realiseren dat de informatie of omstandigheden die niet bekend waren cruciaal waren voor het sluiten van de overeenkomst.

Bijvoorbeeld, in gevallen van bedreiging kan de bedreigde partij stellen dat hij de overeenkomst alleen is aangegaan vanwege de dreiging van de ander. Een vergelijkbaar scenario speelt bij misbruik van omstandigheden, waarbij iemand onder abnormale druk, zoals een financiële noodsituatie of onervarenheid, wordt aangezet om een overeenkomst te sluiten​

Juridische consequenties van nietigheid en vernietiging

Het belangrijkste verschil tussen nietigheid en vernietigbaarheid ligt in het tijdstip waarop de overeenkomst geacht wordt ongeldig te zijn. Bij nietigheid bestaat de overeenkomst nooit, terwijl bij vernietigbaarheid de overeenkomst geldig blijft totdat er een beroep wordt gedaan op vernietiging. De gevolgen van beide zijn echter vergelijkbaar: de overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan, en prestaties die op basis van de overeenkomst zijn geleverd, moeten worden teruggedraaid​.

Bijvoorbeeld, als er al betalingen zijn gedaan of goederen zijn geleverd, moeten deze ongedaan worden gemaakt. Dit kan voor beide partijen leiden tot aanzienlijke financiële en juridische complicaties, vooral wanneer de overeenkomst op complexe zakelijke transacties betrekking heeft​.

Recente juridische ontwikkelingen en jurisprudentie

Recente uitspraken van de Hoge Raad hebben de betekenis en toepassing van deze juridische concepten verder verduidelijkt. In een aantal gevallen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bepaalde overeenkomsten vernietigd kunnen worden op basis van wilsgebreken, zelfs als de wederpartij niet actief betrokken was bij het creëren van de onjuiste omstandigheden. Dit onderstreept het belang van het zorgvuldig vastleggen van de voorwaarden en omstandigheden waaronder een overeenkomst tot stand komt​.

Daarnaast is er een groeiende aandacht voor de rol van gerechtvaardigd vertrouwen (artikel 3:35 BW) in het contractenrecht. Wanneer een partij erop mocht vertrouwen dat een aanbod serieus was, zelfs als dit niet het geval was, kan er alsnog een rechtsgeldige overeenkomst tot stand komen​.

Conclusie

Het begrijpen van de juridische gevolgen van nietige en vernietigbare overeenkomsten is essentieel voor zowel particulieren als bedrijven. Nietigheid kan optreden wanneer een overeenkomst in strijd is met de wet of fundamentele normen, terwijl vernietiging mogelijk is wanneer sprake is van wilsgebreken zoals bedrog of dwaling. In beide gevallen worden de rechtsgevolgen van de overeenkomst teruggedraaid, wat kan leiden tot aanzienlijke juridische en financiële complicaties.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel dan vrijblijvend een vraag via Advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

De WIK brief en de Incassokosten

Dit artikel bespreekt de essentie van de Wet Incassokosten (WIK) in Nederland, gericht op de regulering van incassokosten bij vorderingen. Het benadrukt de vereisten voor een WIK-brief, inclusief de berekening van incassokosten en de wettelijke betalingstermijn.

De Wet incassokosten (WIK) is een Nederlandse wet die regels en richtlijnen bevat met betrekking tot de incassokosten die in rekening kunnen worden gebracht bij het innen van openstaande vorderingen. De WIK is van kracht sinds 1 juli 2012 en is bedoeld om de incassopraktijken te reguleren en consumenten te beschermen tegen buitensporige incassokosten. Hier zijn enkele belangrijke aspecten van de WIK en de eisen waaraan een brief moet voldoen die op basis daarvan is geformuleerd en verzonden:

  1. Toepassingsgebied:
    • De WIK is van toepassing op consumentenovereenkomsten en geldt niet voor zakelijke overeenkomsten.
  2. Aankondiging van incassokosten:
    • De schuldeiser moet de schuldenaar schriftelijk op de hoogte stellen van de incassokosten voordat deze kosten in rekening worden gebracht.
  3. Betalingstermijn:
    • De schuldenaar moet ten minste veertien dagen de tijd krijgen om de openstaande vordering te voldoen nadat hij op de hoogte is gesteld van de incassokosten.
  4. Incassokostenberekening:
    • De incassokosten moeten worden berekend op basis van een wettelijk vastgestelde staffel. Deze staffel is als volgt:
      • 15% over de eerste € 2.500 van de hoofdsom
      • 10% over de volgende € 2.500 van de hoofdsom
      • 5% over de daaropvolgende € 5.000 van de hoofdsom
      • 1% over de daaropvolgende € 190.000 van de hoofdsom
      • 0,5% over het meerdere van de hoofdsom met een maximum van € 6.775.
  5. Specificatie van incassokosten:
    • De brief moet duidelijk aangeven hoe de incassokosten zijn berekend, inclusief het exacte bedrag en de basis waarop ze zijn gebaseerd.
  6. Informatie over betaalmogelijkheden:
    • De brief moet de schuldenaar informeren over de mogelijkheden om de betaling te verrichten, inclusief de rekeninginformatie en eventuele referentienummers.
  7. Verwijzing naar wettelijke rente:
    • De brief moet ook vermelden dat de schuldenaar wettelijke rente verschuldigd is als de betaling niet tijdig wordt voldaan. De wettelijke rente wordt berekend volgens de wettelijke rentetarieven.
  8. Herroepingstermijn:
    • De schuldenaar heeft na ontvangst van de brief veertien dagen de tijd om de incassokosten te betwisten of de betaling te annuleren zonder verdere kosten.
  9. Juiste naam en contactgegevens:
    • De brief moet de juiste naam en contactgegevens van de schuldeiser bevatten, zodat de schuldenaar kan reageren of contact kan opnemen voor eventuele vragen.

Het niet naleven van de regels en vereisten van de WIK kan leiden tot het nietig verklaren van de incassokosten en mogelijk tot juridische consequenties voor de schuldeiser. Daarom is het van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat de brief aan alle wettelijke eisen voldoet en dat de incassokosten correct worden berekend en gespecificeerd.

Een voorbeeld van een WIK brief vindt u hieronder:

[Uw Naam]
[Uw Adres]
[Uw Postcode en Plaats]
[Uw Telefoonnummer]
[Uw E-mailadres]
[Uw Datum]

Betreft: Aankondiging incassokosten conform de Wet incassokosten (WIK)

Geachte [Naam Schuldenaar],

Na meerdere schriftelijke herinneringen en aanmaningen betreffende de openstaande vordering, moeten wij helaas constateren dat het bedrag van € [Bedrag Schulden] nog altijd niet is voldaan.

Conform de Wet incassokosten (WIK) zijn wij verplicht om u op de hoogte te stellen van de incassokosten die zullen worden berekend indien de openstaande schuld niet binnen [Aantal dagen betalingstermijn] dagen na ontvangst van deze brief wordt voldaan. De WIK bepaalt dat de incassokosten als volgt worden berekend:

  • 15% over de eerste € 2.500 van de hoofdsom;
  • 10% over de volgende € 2.500 van de hoofdsom;
  • 5% over de daaropvolgende € 5.000 van de hoofdsom;
  • 1% over de daaropvolgende € 190.000 van de hoofdsom;
  • 0,5% over het meerdere van de hoofdsom met een maximum van € 6.775.

Bij niet-tijdige betaling zullen de incassokosten als volgt worden berekend: [Berekening incassokosten].

Wij geven u nog [Aantal dagen betalingstermijn] dagen de tijd om het openstaande bedrag te voldoen. Indien de betaling niet binnen deze termijn ontvangen is, zullen de incassokosten zoals hierboven vermeld in rekening worden gebracht.

Wij verzoeken u vriendelijk om de betaling te verrichten op rekeningnummer [Uw Bankrekeningnummer] ten name van [Uw Bedrijfsnaam], onder vermelding van [Referentienummer]. Indien u vragen heeft over deze brief of de openstaande vordering, kunt u contact met ons opnemen via [Uw Contactgegevens].

Met vriendelijke groet,

[Uw Handtekening (indien fysieke brief)]
[Uw Naam]
[Uw Functie]

De Wet Incassokosten (WIK) is een Nederlandse wet die in 2012 is ingevoerd om de hoogte van de incassokosten te reguleren. Deze wet is van toepassing op vorderingen waarbij de schuldenaar een natuurlijk persoon is, niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Het doel van de WIK is om zowel schuldeisers als schuldenaren te beschermen tegen onredelijk hoge incassokosten.

Eisen aan een WIK-brief:

  1. Duidelijke Specificatie van de Vordering: De brief moet duidelijk de hoofdsom van de vordering specificeren.
  2. Kennisgeving van de Incassokosten: De brief moet aangeven dat incassokosten in rekening zullen worden gebracht als er niet binnen de gestelde termijn wordt betaald.
  3. Wettelijke Betalingstermijn: De schuldenaar moet een betalingstermijn van minimaal 14 dagen krijgen vanaf de dag na ontvangst van de WIK-brief.
  4. Geen Overlapping met Eerdere Aanmaningen: De WIK-brief moet de eerste stap zijn in het incassoproces, voordat er incassokosten in rekening worden gebracht.
  5. Berekening van Incassokosten: De incassokosten moeten worden berekend volgens de wettelijk vastgestelde staffel. Dit is een percentage van de hoofdsom met een minimum en maximum bedrag.

Voor meer informatie over dit onderwerp of assistentie, bezoek advocaten.nl advocaten.nl of bel 0900-advocaten.