Nieuwsblog Advocaten.nl

Inbezitneming van Gemeentegrond en verjaring; Voorwaarden en Mogelijkheden

Een recente uitspraak illustreert dat, ondanks eerdere jurisprudentie die gedogen centraal stelde, de rechtbank Noord-Holland oordeelde dat langdurig niet optreden door de gemeente kan leiden tot eigendomsverlies door verjaring, met name als een ondoordringbare afscheiding de toegang voor de gemeente belemmert. Dit toont aan dat verjaring bij gemeentegrond mogelijk blijft, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

In het kader van de vaststelling van grondbezit en verjaring, heeft het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch eind 2016 diverse arresten gewezen die de indruk wekten dat het voor particulieren nagenoeg onmogelijk was geworden om gemeentegrond door inbezitneming te verkrijgen. Het Hof stelde dat het gebruik van gemeentegrond door particulieren vaak door beide partijen als wenselijk wordt beschouwd, en interpreteerde dergelijk gebruik als gedoogd door de gemeente. Hieruit concludeerde het Hof dat er geen sprake kan zijn van onrechtmatige inbezitneming door de gebruiker, gezien gedogen bezit uitsluit. Deze jurisprudentie heeft geleid tot de vraag of verjaring van gemeentegrond nog steeds mogelijk is. Recentelijk heeft de Rechtbank Noord-Holland deze kwestie beoordeeld en haar visie hierop gegeven, waarbij ze zich boog over het onderscheid tussen gedogen en niet optreden door de gemeente, en de implicaties daarvan voor het al dan niet aanwezig zijn van bezit.

In een specifieke zaak stelden eisers dat hun voortuinen, die deels op gemeentegrond van Haarlem liggen en door een ondoordringbare heg zijn omringd, door hen in bezit zijn genomen. De rechtbank oordeelde dat deze feitelijke situatie voldoende was om bezit aan te nemen. De gemeente voerde aan dat er sprake was van toestemming, maar de rechtbank vond geen bewijs van een expliciete of impliciete overeenkomst. Hierbij werd opgemerkt dat afspraken met andere buurtbewoners of verwijzingen naar dergelijke afspraken in een persbericht niet relevant zijn.

De rechtbank maakte een duidelijk onderscheid tussen gedogen en het simpelweg niet optreden door de gemeente. Langdurig niet optreden terwijl dat wel had gemoeten, kan leiden tot eigendomsverlies door verjaring. Dit staat in contrast met de eerdere interpretaties van het Hof ’s-Hertogenbosch, waar gedogen centraal stond. In deze zaak was de aanwezigheid van een ondoordringbare haag een nieuw element dat bijdroeg aan het oordeel.

De rechtbank wees de vordering tot bevrijdende verjaring toe, gegeven dat de termijn van twintig jaar ruimschoots was overschreden. Bewijzen zoals tuinontwerpen en een verklaring van een hovenier toonden aan dat de heg minstens 35 jaar geleden geplaatst was. Ook de verkoopbrochure, waarin de strook grond als eigendom werd aangeboden, speelde een rol in deze beslissing.

Deze uitspraak nuanceert de visie van het Hof ‘s-Hertogenbosch en benadrukt dat verjaring bij gemeentegrond onder bepaalde omstandigheden nog steeds mogelijk is. Het is een signaal dat inbezitneming van publieke grond niet te snel moet worden aangenomen, maar dat het verlies van eigendom voor gemeentes een reëel risico blijft bij een duidelijke fysieke afscheiding zonder gebruiksovereenkomst.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

Bomen op of tegen de erfgrens: elke situatie is anders

Regelgeving en aanpak bij geschillen over bomen op de erfgrens is altijd actueel. Het belang van het kennen van de regels in de wet en gemeentelijke regels is net zo belangrijk als het zoeken naar overleg met buren bij overlast.

De regelgeving omtrent bomen nabij de erfgrens is een veelvoorkomende bron van onenigheid tussen buren. De schaduw, vallende bladeren in de tuin of goot, en potentiële schade door wortelgroei kunnen tot geschillen leiden. Daarom zijn er wettelijke bepalingen vastgesteld om deze problemen te voorkomen. Volgens de Nederlandse wet mag een boom niet binnen twee meter van de erfgrens geplant worden. Deze afstand wordt gemeten vanaf het midden van de boomstam. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. In sommige stedelijke gebieden mogen bomen dichter bij de erfgrens staan, en met toestemming van de buren of als de boom naast gemeentegrond of openbaar water staat, mag deze regel ook overtreden worden. Als een boom al meer dan twintig jaar een schutting overschrijdt, wordt de situatie als verjaard beschouwd en kan men niet meer eisen dat de boom wordt verplaatst.

Bij problemen met overhangende takken is het raadzaam eerst toestemming te vragen voordat deze worden verwijderd, om onnodige schade aan de boom te voorkomen. Mocht er geen overeenstemming worden bereikt, dan is buurtbemiddeling een optie. Verder zijn er ook specifieke regels voor het plaatsen van schuttingen, schuren, en heggen op de erfgrens. Dit mag alleen met toestemming van de buren. Het delen van de kosten voor een gezamenlijke scheidsmuur is een mogelijkheid. Voor sommige bouwwerken is echter een vergunning nodig.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

Einde Arbeidsovereenkomst: Aanzegging per Telefoon Onvoldoende

Onderstaande zaak benadrukt de complexiteit van arbeidsrechtelijke geschillen en de belangrijke rol van deugdelijke administratie en het nauwkeurig volgen van wettelijke procedures. Het toont aan dat zowel werkgevers als werknemers zich bewust moeten zijn van hun rechten en verplichtingen, met bijzondere aandacht voor de aanzegverplichting en correcte administratie van werktijden en verlofuren.

In de context van de huidige arbeidsmarkt wordt het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst en de daaropvolgende rechtszaak tegen de werkgever wegens vermeende verduistering door de werknemer, een belangrijk onderwerp. Deze kwestie onderstreept de complexiteit van arbeidsrechtelijke geschillen, waarbij de rechter moet beslissen over de toekenning van diverse vergoedingen aan de werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter bepaalde in dit geschil dat de werkgever niet aan zijn aanzegverplichting heeft voldaan, omdat deze slechts telefonisch had gecommuniceerd en niet schriftelijk, zoals wettelijk vereist is. (ECLI:NL:RBNHO:2024:1012) Dit leidde tot de verplichting voor de werkgever om de werknemer een aanzegvergoeding te betalen. Daarnaast stelde de werknemer terecht aanspraak op een transitievergoeding, achterstallig loon en vakantiegeld, waarbij de werkgever geen inhoudelijk verweer voerde.

Interessant is de claim van de werknemer voor uitbetaling van vakantie- en ADV-uren. De werknemer beweerde recht te hebben op een aanzienlijke vergoeding voor niet genoten uren, gebaseerd op zijn langere werkuren dan contractueel vastgelegd. De werkgever betwistte dit, wijzend op een negatief saldo in de verlofregistratie. Echter, vanwege een gebrek aan deugdelijke administratie door de werkgever, werd deze claim deels toegewezen door de kantonrechter.

Deze zaak belicht ook het principe van verrekening in het arbeidsrecht, waarbij de werkgever faalde om een tegenvordering wegens vermeende verduistering door de werknemer succesvol te stellen. Dit benadrukt het belang van een gedegen bewijsvoering en documentatie in arbeidsrechtelijke geschillen.

De uitspraak bevestigt de noodzaak voor zowel werkgevers als werknemers om zich bewust te zijn van hun rechten en verplichtingen binnen de arbeidsrechtelijke context. Het onderstreept het belang van een correcte naleving van wettelijke procedures, zoals de aanzegverplichting, en de zorgvuldige administratie van werktijden en verlofuren. Dit dient als een waardevolle les voor alle partijen betrokken bij arbeidsovereenkomsten en de beëindiging daarvan.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

Huurcontracten Onbepaalde Tijd Woonruimte Standaard

Tijdelijke huurovereenkomsten voor woonruimtes kunnen enkel nog in specifieke situaties worden overeengekomen. Deze wetswijziging is enkel van toepassing op huurovereenkomsten die gesloten worden ná de inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten. De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2024.

Vanaf 1 juli 2024 worden permanente huurcontracten voor woonruimten weer standaard. Op 14 november 2023 heeft de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet vaste huurcontracten goedgekeurd. Deze wet zal aanzienlijke veranderingen met zich meebrengen voor de bescherming van huurders van woonruimten. Samengevat beoogt de Wet vaste huurcontracten het volgende:

  • Het recht om een tijdelijk huurcontract af te sluiten voor maximaal twee jaar voor zelfstandige woonruimte en voor maximaal vijf jaar voor onzelfstandige woonruimte wordt afgeschaft. Huurovereenkomsten zullen voortaan in principe voor onbepaalde tijd worden gesloten. Hiervan afwijken in de huurovereenkomst wordt in principe niet toegestaan;
  • Er blijft een mogelijkheid voor het sluiten van tijdelijke huurovereenkomsten van maximaal twee jaar voor bepaalde groepen mensen, waaronder mensen die tijdelijk in Nederland verblijven voor studie of werk, of huurders die vanwege renovatie of nieuwbouw tijdelijk moeten verhuizen;
  • Een nieuwe opzeggingsgrond wordt geïntroduceerd voor particuliere verhuurders in het geval dat (i) de verhuurder slechts één woning verhuurt voor niet meer dan twee jaar, (ii) de verhuurder van plan is deze woning te verkopen, (iii) in de huurovereenkomst expliciet is overeengekomen dat de verhuurder de huurovereenkomst kan beëindigen als hij de woning na een bepaalde termijn wil verkopen, (iv) de verhuurder uiterlijk drie maanden voor de opzegging een huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaat, en (v) de verhuurder niet eerder gebruik heeft gemaakt van deze opzeggingsgrond;
  • De verhuurder wordt schadeplichtig als na beëindiging van de huurovereenkomst voor de verkoop van de woning blijkt dat de intentie om te verkopen ontbrak en de woning niet verkocht is;
  • Een nieuw type doelgroepcontract wordt geïntroduceerd, als uitwerking van de opzeggingsgrond voor dringend eigen gebruik. Dit is van toepassing als expliciet in de huurovereenkomst is opgenomen dat de verhuurder na een bepaalde termijn de huurovereenkomst kan opzeggen voor een bloed- of aanverwant in de eerste graad.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Recht op Isolatieglas voor Huurders?

Huurders hebben het recht op de installatie van isolatieglas in hun huurwoning, een stap die kan leiden tot zowel een hogere huurprijs als een verlaging van de energiekosten. Stichting !WONEN biedt ondersteuning bij de bemiddeling en eventuele juridische procedures. De Huurdersbond pleit voor gemakkelijkere toegang tot woningisolatie zonder huurverhoging en suggereert het bevriezen van de huur voor slecht geïsoleerde woningen als stimulans voor verduurzaming.


Conform de richtlijnen van de Huurdersbond kunnen bewoners van huurpanden aanspraak maken op het plaatsen van isolatieglas, en indien noodzakelijk, kunnen zij dit recht afdwingen via juridische stappen.

De organisatie !WONEN, actief in het ondersteunen van huurders in de regio Amsterdam, speelt een leidende rol in het realiseren van isolatieglas in huurwoningen. Het installeren van HR++ isolatieglas kan weliswaar leiden tot een toename in de huurprijs, echter de investering verdient zichzelf terug door vermindering van de energiekosten en een verhoogd wooncomfort.

In eerste instantie treedt de organisatie op als bemiddelaar tussen huurders en verhuurders met betrekking tot de installatie van isolatieglas. Mocht dit geen vruchtbare uitkomst bieden, dan is de organisatie bereid juridische stappen te ondernemen, waardoor huurders niet zelf voor de kosten van gerechtelijke procedures hoeven op te draaien.

Eerder is op deze website al geschreven over het recht op isolatieglas, echter blijkt in de praktijk dat huurders hier zelden gebruik van maken. Voornamelijk door onwetendheid laten huurders aanzienlijke financiële voordelen liggen, aldus de Huurdersbond. Per regio en stad is er een aanzienlijk verschil in hoe huurders en verhuurders hiermee omgaan.

Recht op isolatie van buitenkant woning

Volgens Stichting !WONEN hebben huurders tevens wettelijk het recht op isolatie van de buitengevels, het dak of de vloer, evenals de vervanging van een CV-ketel ouder dan tien jaar door een exemplaar met minstens 80 procent rendement. “Deze procedures worden door ons niet uitgevoerd, aangezien deze verbeteringen aan de woning zouden resulteren in een onbetaalbaar hoge huur”, meldde hij in een uitzending van Kassa!.

Huurwoningen met enkel glas zijn achterhaald

De Huurdersbond benadrukt dat het voor huurders gemakkelijker moet worden gemaakt om hun woning beter te isoleren. “In Nederland bevinden zich nog altijd honderdduizenden huurwoningen met enkel glas, wat hedendaags niet meer acceptabel is. Een procedure bij de Huurcommissie om isolerende maatregelen af te dwingen is momenteel niet mogelijk, omdat deze niet worden beschouwd als een gebrek aan de woning. Dit zou mogelijk moeten zijn zonder dat dit resulteert in een huurverhoging”, aldus Marcel Trip.
Daarnaast zou het bevriezen van de huur voor woningen met een laag energielabel verhuurders kunnen motiveren tot het verduurzamen van hun eigendommen, suggereert de Huurdersbond.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten

energiezuinige aanpassingen in een huurhuis verplicht?

Huurders hebben het recht op de installatie van isolatieglas in hun huurwoning, een stap die kan leiden tot zowel een hogere huurprijs als een verlaging van de energiekosten. Stichting !WONEN biedt ondersteuning bij de bemiddeling en eventuele juridische procedures. De Huurdersbond pleit voor gemakkelijkere toegang tot woningisolatie zonder huurverhoging en suggereert het bevriezen van de huur voor slecht geïsoleerde woningen als stimulans voor verduurzaming.

Een verhuurder is niet wettelijk verplicht om energiezuinige verbeteringen, zoals isolatie en dubbele beglazing, in een huurwoning te implementeren. De reden hiervoor is dat niet elke woning in Nederland verplicht is voorzien te zijn van isolatie of dubbel glas. Het gebrek hieraan wordt dus niet gezien als een onderhoudsgebrek van de woning.

Initiatief huurder voor energiezuinige maatregelen Indien u wenst dat uw verhuurder energiezuinige maatregelen treft in uw huurhuis, kunt u dit verzoek bij hem of haar indienen. De verhuurder kan besluiten dit verzoek te honoreren, waarbij vaak een verhoging van de huur vanwege renovatie wordt voorgesteld.

Indien u en de verhuurder overeenstemming bereiken over de uit te voeren energiezuinige aanpassingen, maar niet over de daaropvolgende huurverhoging, dan kunnen zowel u als de verhuurder de Huurcommissie consulteren voor een beoordeling over wat een redelijke huurverhoging is. Dit verzoek kan tot drie maanden na uitvoering van de energiezuinige maatregelen worden ingediend.

Juridische stappen tegen verhuurder voor energiebesparing

Indien uw verhuurder weigert om op uw aanvraag voor het aanbrengen van energiebesparende aanpassingen in te gaan, heeft u de mogelijkheid om een gerechtelijke procedure te starten om de verhuurder hiertoe te verplichten. Dit betreft maatregelen zoals:

  • Isolatie van het dak, de gevel, en de ramen;
  • Isolatie van de vloer boven de kruipruimte.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten.

Echtscheiding en de gevolgen voor Aandelen in de BV

Verdeling van aandelen in een BV tijdens de echtscheiding van een DGA kan comples zijn. Het is belangrijk het is om duidelijke afspraken te maken over de verdeling van aanmerkelijkbelangaandelen, vooral bij huwelijken in gemeenschap van goederen. Het belang van peildata voor de waardebepaling van aandelen en de juridische overdracht binnen twee jaar na ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap wordt hier benadrukt.

Tijdens een echtscheiding is het voor ondernemers met aandelen in een BV cruciaal om, vooral bij een huwelijk in gemeenschap van goederen, duidelijke afspraken te maken over de verdeling van deze aandelen. Mayet Mediators, een expert in echtscheidingen voor DGA’s, benadrukt het belang van het tijdstip van verdeling van aanmerkelijkbelangaandelen binnen de huwelijksgoederengemeenschap.

Peildatum voor Waardebepaling van Aandelen

Twee peildata zijn belangrijk bij de waardebepaling van aandelen: de datum voor het vaststellen van de omvang van de gemeenschap (bij indienen echtscheidingsverzoek) en de datum voor de waardering van de aandelen (bij feitelijke verdeling). Aandacht voor fiscale termijnen is essentieel, vooral in relatie tot de AB-claim, om fiscale vervreemding en IB box-2 heffing te voorkomen.

Belangrijke Verdelingsmomenten

  • Juridische Toedeling van de Aandelen: Binnen twee jaar na ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap moet via een notaris de juridische overdracht van aandelen plaatsvinden.
  • Civielrechtelijke en Economische Verdeling: De waardering van de aandelen is een cruciaal onderdeel van de verdeling, waarbij keuze tussen de waarde in het economisch verkeer of de economische waarde van belang is.
  • Fiscaal Tijdstip van Toedeling: Het tijdstip voor de fiscale toedeling, meestal de datum van wilsovereenstemming in het echtscheidingsconvenant, is cruciaal om fiscale vervreemding te voorkomen.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp bij de verdeling van aandelen in een BV tijdens echtscheiding, kunnen ondernemers terecht op advocaten.nl en 0900-advocaten. Deze bronnen bieden deskundige ondersteuning en advies in complexe echtscheidingskwesties.

Uw Berichten in MijnOverheid Berichtenbox

Recente rechtszaken tonen het belang van duidelijke digitale communicatie door de overheid in de Berichtenbox van MijnOverheid. Ze benadrukken de noodzaak van transparantie en de bescherming van burgerrechten bij het verstrekken van cruciale informatie.

Recente rechtszaken hebben aanzienlijke aandacht gekregen met betrekking tot de juridische geldigheid en de communicatie van overheidsberichten via de Berichtenbox van MijnOverheid. Deze zaken benadrukken de cruciale rol van duidelijke communicatie en de bescherming van burgerrechten in het digitale tijdperk.

UWV en de Onzekere Plaatsingsdatum in Berichtenbox
Een opmerkelijke zaak betrof het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), waarbij de rechtbank oordeelde dat de plaatsingsdatum van een bericht in de Berichtenbox niet duidelijk was. De kern van het probleem lag in de onduidelijkheid over wanneer het bericht daadwerkelijk beschikbaar was voor de ontvanger. Deze zaak onderstreept het belang van transparantie en duidelijkheid in de communicatie van cruciale informatie door overheidsinstanties.

De bestuursrechter oordeelde dat de bezwaartermijn nog niet was aangevangen voordat de man zijn berichtenbox raadpleegde en het bericht las. Het UWV stelde immers in de beroepsprocedure dat het UWV niet kon bewijzen dat het besluit van 30 november 2020 op die datum in de Berichtenbox van de man op “Mijn UWV” was geplaatst.

Gemeente Amsterdam en de Rol van Notificaties
In een andere significante zaak was de gemeente Amsterdam betrokken. De rechtbank oordeelde dat, hoewel een inwoner een actief MijnOverheid-account had, de gemeente verzuimd had te controleren of de ontvanger daadwerkelijk notificaties had ontvangen over nieuwe berichten. Dit vonnis illustreert het belang van het waarborgen dat burgers adequaat worden geïnformeerd over belangrijke overheidscommunicatie, vooral in situaties waar de niet-naleving van termijnen ingrijpende gevolgen kan hebben.

Het ging over een geschil dat de gemeente Amsterdam verloor vanwege een bericht in de Berichtenbox MijnOverheid. De kern van de zaak betrof de vraag of de gemeente had moeten controleren of de burger, die geen e-mailnotificatie had ontvangen, daadwerkelijk op de hoogte was gesteld van een belangrijk bericht in de Berichtenbox. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een notificatie niet tegen de burger mag worden gebruikt, indien hij binnen zes weken na kennisname van het besluit alsnog bezwaar maakt. Deze uitspraak benadrukt het belang van adequate communicatie door overheidsinstanties en de rechten van burgers in het digitale tijdperk​​.

De Rol van Digitale Communicatie en Burgerrechten
Deze zaken werpen licht op een groeiend juridisch vraagstuk: de verantwoordelijkheid van de overheid om ervoor te zorgen dat burgers effectief en tijdig toegang hebben tot belangrijke informatie. De verschuiving naar digitale communicatiekanalen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee op het gebied van toegankelijkheid en duidelijkheid. De rechtbanken erkennen de noodzaak om de balans te vinden tussen efficiënte digitale processen en de rechten van burgers om volledig geïnformeerd te worden.

Conclusie
Deze recente juridische ontwikkelingen benadrukken het groeiende belang van digitale geletterdheid en toegankelijkheid in de relatie tussen overheid en burger. Ze dienen als een herinnering aan overheidsinstanties om hun digitale communicatieprocessen te herzien en ervoor te zorgen dat ze voldoen aan de behoeften en rechten van alle burgers.


Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp bij geschillen met de overheid kunnen ondernemers terecht op advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Gemeente Verliest Juridische Strijd over Bericht in MijnOverheid Berichtenbox

De rechtbank heeft bepaald dat de gemeente Amsterdam een nieuw besluit moet nemen over een bezwaar tegen een onroerendezaakbelastingaanslag, vanwege het ontbreken van een e-mailnotificatie in de Berichtenbox van MijnOverheid. Deze beslissing volgt op de lijn van recente jurisprudentie die stelt dat de overheid burgers moet waarschuwen bij communicatie via MijnOverheid zonder notificatie, gezien de ernstige gevolgen van gemiste termijnen.

Rechtbankbeslissing MijnOverheid Berichtenbox Amsterdam

Ongeveer 2 jaar geleden berichtte Security.nl over een Rechtbankbeslissing MijnOverheid Berichtenbox Amsterdam waarbij een heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam een nieuw besluit moest nemen betreffende het bezwaar van een inwoner tegen een te laat ingediende OZB-aanslag. Dit komt door een opmerkelijk fout:
het niet selecteren van de optie om een e-mailmelding te ontvangen bij een nieuw bericht in de Berichtenbox van MijnOverheid. Als een bestuursorgaan deze voorkeur niet verifieert, kan de burger niet aansprakelijk worden gesteld voor het missen van het bericht.

De betrokken Amsterdammer ontving de belastingaanslag digitaal in zijn Berichtenbox op MijnOverheid, wat toegestaan was aangezien hij een actief MijnOverheid-account had. Zijn bezwaar werd echter als te laat beschouwd, aangezien de bezwaartermijn start op het moment dat het bericht in de Berichtenbox wordt geplaatst, zoals bepaald in artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hier ontstond de verwarring.

Hoewel bij het plaatsen van een bericht een e-mailnotificatie hoort, is het tijdstip van verzending of ontvangst hiervan niet relevant. Het missen van deze notificatie, bijvoorbeeld doordat deze in de spam terechtkomt, wordt normaal gezien als een persoonlijk probleem van de ontvanger. Maar recentelijk heeft de rechtspraak hier een andere draai aan gegeven:
Als iemand aangeeft elektronisch bereikbaar te zijn voor overheidscommunicatie zonder expliciet aan te geven e-mailmeldingen te willen ontvangen bij elk nieuw bericht in de Berichtenbox, dient het bestuursorgaan na te gaan of dit werkelijk de intentie van de burger was.

De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter uit 2021:
Volgens dit principe, voortbouwend op de inhoud van het betreffende wetsvoorstel, leidt het ontbreken van een notificatie ertoe dat de termijnoverschrijding niet tegen de indiener van een te laat ingediend bezwaar wordt gebruikt, mits hij binnen zes weken na kennisname van het besluit alsnog bezwaar maakt.

Dit standpunt wordt ondersteund door een rapport van de Ombudsman, dat benadrukt dat veel burgers niet dagelijks hun Mijn Berichtenbox controleren. De overheid legt met deze communicatievorm extra lasten op de burger, in tegenstelling tot een fysieke brief. De e-mailnotificatie is dus meer dan een vriendelijke service; het is een cruciaal onderdeel van de dienstverlening.

In een eerdere zaak van het Cbb ging het om sociale zekerheid, maar deze rechtbank heeft de uitspraak doorgetrokken naar belastingrecht, gezien de mogelijk ingrijpende gevolgen van het missen van een belastingaanslag:
De rechtbank concludeert dat ook in belastingzaken de overheid moet waarschuwen als berichten alleen zichtbaar worden in de Berichtenbox van MijnOverheid zonder notificatie.

De uitspraken zijn voor veel burgers nog actueel, omdat veel gemeenten een ongewijzigde systeem hanteren

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp bij geschillen met de overheid kunnen ondernemers terecht op advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Internationaal Alimentatierecht: Welke rechter is bevoegd, welk recht is toepasselijk?

Woont u buiten Nederland en hebt u te maken met alimentatie recht- of onderhoudsverplichting jegens een partner of kinderen, dan is het essentieel om vast te stellen welke rechter in Nederland of een ander land bevoegd is, en welk recht dient te worden toegepast. De uitkomst van een procedure kan per geval sterk wisselen.

Als u te maken heeft met problemen rond de vaststelling of incasso van alimentatie met internationale aspecten, is het belangrijk om te begrijpen hoe het internationaal alimentatierecht en de Europese Alimentatieverordening functioneren. Deze regelgeving is van essentieel belang bij grensoverschrijdende alimentatiezaken, maar is tegelijkertijd dermate complex dat degelijke rechtsbijstand noodzakelijk is.

Erkenning en Tenuitvoerlegging van Buitenlandse Beslissingen

Gaat het om een reeds bestaande beslissing die door een buitenlands rechter is gegeven, dan is het belangrijk om te kunnen bepalen of die beslissing in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. Een cruciaal aspect van het internationaal alimentatierecht is de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen. Hierbij zijn onder meer de volgende regelgevingen en verdragen van belang:

In de meeste gevallen zal een buitenlandse beslissing, mits voorzien van een zogenaamd Europees certificaat, in Nederland ten uitvoer kunnen worden gelegd. Voor meer informatie over ten uitvoerlegging van beschikkingen en incasseren van alimentatie leest u hier meer.

Is er nog geen beslissing, of is er een beslissing die dient te worden gewijzigd, omdat de inhoud niet meer beantwoord aan de feitelijke situatie – en dient over de alimentatie een procedure te worden gevoerd, dan is het van belang vast te stellen of de Nederlandse dan wel een buitenlandse rechter bevoegd is om over de vordering te oordelen. Dus bevoegdheid van de rechter moet eerst door de rechter zelf worden vastgesteld, alvorens hij een inhoudelijke beslissing kan geven. Ook de regels over de bevoegdheid van de rechter zijn bij grensoverschrijdende alimentatiegeschillen complex. In de meeste gevallen geldt binnen Europa de Europese Alimentatieverordening van 2008.

Belangrijkste Bronnen van Internationaal Alimentatierecht

Het internationaal alimentatierecht bestaat uit diverse bronnen, waaronder:

De Europese Alimentatieverordening

De Europese Alimentatieverordening speelt een centrale rol in grensoverschrijdende alimentatiezaken binnen de EU. Deze verordening bepaalt:

  • Welke rechtbanken bevoegd zijn om alimentatiezaken te behandelen (Artikelen 1 lid 1, 3 e.v., 75, 76 Alimentatie Verordening).
  • Forumkeuze en stilzwijgende forumkeuze (Artikelen 4, 5 Alimentatie Verordening).
  • Subsidiaire aanknoping en forum necessitatis (Artikelen 6, 7 Alimentatie Verordening).
  • Verzoeken tot wijziging van alimentatiebeslissingen (Artikel 8 Alimentatie Verordening)​​.

Toepasselijk Recht

Bij het vaststellen van alimentatie dient de Nederlandse rechter het toepasselijke recht te bepalen. Dit kan Nederlands of buitenlands recht zijn, afhankelijk van de omstandigheden. De regels hiervoor zijn vastgelegd in het Haags Alimentatie Protocol 2007 (Artikelen 3-8)​​.

Voor zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige is het belangrijk te weten welk mogelijkheden er zijn voor de keuze van het toepasselijk recht. In enkele gevallen, zoals voor kinderbijdragen, bieden de regels weinig speelruimte, en zijn dwingend recht. Men kan daar niet van afwijken. In gevallen van partneralimentatie is dat anders. Zowel door een gezamenlijke keuze van partijen als door de keuze van één partij om de procedure bij de rechter in het ene dan wel het andere land aan te vangen kan de uitkomst van een procedure worden beïnvloed. Die keuzemogelijkheid is echter in sommige gevallen weer beperkt door de bescherming die bijvoorbeeld de alimentatiegerechtigde geniet. De regels hierover zijn complex en het is dus aan te bevelen om vooraf een degelijk advies in te winnen over de processtrategie. Die strategie kan dus zowel de aanvang van de procedure als het te voeren verweer – indien de procedure reeds is aangevangen – omvatten.

Conclusie

Ex-partners die te maken hebben met internationale alimentatiekwesties staan voor complexe juridische uitdagingen. Kennis van zowel nationale als internationale regelgeving, waaronder de Europese Alimentatieverordening en het Haags Alimentatie Protocol, is essentieel. Deze wetten en verdragen bieden een raamwerk voor de vaststelling, wijziging, en incasso van alimentatie over de grenzen heen. Bij problemen of onduidelijkheden is het raadzaam juridisch advies in te winnen bij advocaten.nl. U kunt daarvoor een email zenden aan info@advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.