Badkamer geannuleerd: 30% annuleringskosten niet automatisch geldig

Een badkamerleverancier mocht een consument niet zonder nadere onderbouwing 30% annuleringskosten in rekening brengen. Het betreffende beding kon worden vernietigd omdat de algemene voorwaarden niet correct waren verstrekt. Bovendien had de leverancier niet concreet aangetoond dat 30% een redelijke vergoeding voor verlies of gederfde winst was.

Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Publicatiedatum: 19 oktober 2026
Gerecht: Rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter te Almere
Rechtsgebied: Consumentenrecht en overeenkomstenrecht

Annuleringskosten voor een badkamer na verkoop van de woning

Een consument bestelde voor € 27.248,50 een badkamer, inclusief plaatsing. Enkele maanden later liet hij weten dat hij de badkamer niet meer nodig had, omdat zijn woning sneller dan verwacht was verkocht. De leverancier bracht daarop € 8.174,55 in rekening: 30% van de overeengekomen prijs.

Partijen onderzochten nog of de bestelling kon worden omgezet in een badkamer voor de nieuwe woning van de consument. Daarover kwam echter geen nieuwe overeenkomst tot stand. Volgens de kantonrechter was de oorspronkelijke bestelling wel degelijk geannuleerd. Dat betekende echter nog niet dat de leverancier automatisch recht had op het gevorderde percentage.

Verwijzen naar algemene voorwaarden is niet voldoende

In de ondertekende offerte werd verwezen naar de voorwaarden van de Centrale Branchevereniging Wonen. Daardoor waren de voorwaarden in beginsel onderdeel van de overeenkomst. Een ondernemer moet een consument vóór of bij het sluiten van de overeenkomst echter ook een redelijke mogelijkheid bieden om daarvan kennis te nemen. Deze informatieplicht volgt onder meer uit artikel 6:233 BW en artikel 6:234 BW.

De leverancier stelde dat de voorwaarden standaard op de spreektafel lagen. Dat was volgens de kantonrechter onvoldoende, mede omdat de consument uitdrukkelijk betwistte dat de voorwaarden waren besproken of aan hem waren meegegeven. Het annuleringsbeding kon daarom worden vernietigd en bood geen grondslag voor de gevorderde vergoeding.

Ook een vast percentage moet worden onderbouwd

De kantonrechter beoordeelde bovendien wat de uitkomst zou zijn geweest als de voorwaarden wel correct waren verstrekt. Een beding waarbij een consument bij beëindiging een geldbedrag moet betalen, wordt op grond van artikel 6:237 onder i BW vermoed onredelijk bezwarend te zijn, behalve voor zover het bedrag een redelijke vergoeding vormt voor geleden verlies of gederfde winst.

De leverancier noemde algemene kostenposten, zoals verkoopwerkzaamheden, tekeningen, voorbereiding en winstderving. Er ontbrak echter een concrete berekening van de brutowinst, de al gemaakte kosten en eventuele inkoopverplichtingen. De rechter benadrukte dat 30% in sommige gevallen een redelijke vergoeding kan zijn, maar dat dit niet betekent dat het percentage in iedere zaak zonder bewijs kan worden toegepast.

De vorderingen tot betaling van annuleringskosten, rente en incassokosten werden afgewezen. Ook kon de leverancier geen nakoming van de oorspronkelijke overeenkomst meer verlangen, omdat deze door de annulering was geëindigd.

Waarom is deze uitspraak relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak laat het verschil zien tussen de toepasselijkheid en de afdwingbaarheid van algemene voorwaarden. Een verwijzing in een offerte kan voldoende zijn om voorwaarden onderdeel van de overeenkomst te maken, terwijl een afzonderlijk beding toch vernietigbaar is als de voorwaarden niet behoorlijk beschikbaar zijn gesteld.

Consumenten doen er verstandig aan te controleren wanneer en op welke wijze zij de voorwaarden hebben ontvangen. Ondernemers moeten kunnen aantonen dat de voorwaarden tijdig toegankelijk waren en dat een annuleringsvergoeding aansluit bij hun werkelijke verlies of gederfde winst. De uitspraak betekent dus niet dat elk annuleringspercentage van 30% ongeldig is; de omstandigheden en de onderbouwing blijven beslissend.

ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2026:6782

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 19 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Onduidelijke advocaatkosten: rechtbank vernietigt oneerlijk kostenbeding

Een advocatenkantoor vermeldde wel een uurtarief, maar gaf de consument geen bruikbare raming van de te verwachten werkzaamheden en totale kosten. De rechtbank vernietigde het kostenbeding en verminderde de betalingsverplichting met 40%. Uiteindelijk moest het kantoor € 5.456,84 aan de cliënt terugbetalen.

Datum: 30 september 2026, gepubliceerd op 5 oktober 2026
Gerecht: Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied: Consumentenrecht en overeenkomstenrecht

Een oneerlijk kostenbeding voor advocaatkosten kan verstrekkende gevolgen hebben. Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over de kosten van juridische bijstand aan een consument in verschillende procedures rond een echtscheiding.

Wel een uurtarief, maar geen kostenraming

In de opdrachtbevestiging stond een uurtarief van € 210 exclusief btw en kantoorkosten. Ook was bepaald dat andere medewerkers tegen uiteenlopende tarieven konden worden ingeschakeld en dat de tarieven periodiek konden worden aangepast. Het advocatenkantoor gaf bij het begin van de opdracht echter geen raming van het verwachte aantal uren, de te verrichten werkzaamheden of de totale kosten.

Volgens de rechtbank konden de maandelijkse facturen dit gebrek niet herstellen. Facturen worden immers pas verstuurd nadat de werkzaamheden zijn verricht. Bovendien liepen de maandbedragen in deze zaak sterk uiteen, van ongeveer € 131 tot ruim € 11.600. De cliënt kon daardoor onvoldoende voorspellen welke kosten nog zouden volgen en niet tijdig beslissen of zij bepaalde werkzaamheden wilde beperken.

Waarom was het kostenbeding oneerlijk?

De overeenkomst tussen het kantoor en de particuliere cliënt was een consumentenovereenkomst. De rechtbank moest daarom toetsen of het kostenbeding duidelijk, begrijpelijk en eerlijk was. Daarbij sloot de rechtbank aan bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 januari 2023 over advocatenhonoraria op uurbasis.

Een uurtarief is niet automatisch verboden. Een consument moet vóór het sluiten van de overeenkomst echter wel informatie krijgen waarmee de financiële gevolgen bij benadering kunnen worden ingeschat. Dat kan bijvoorbeeld met een raming of bandbreedte van het aantal uren, een begroting per procesfase of duidelijke periodieke waarschuwingen wanneer de kosten hoger dreigen te worden.

In deze zaak ontbrak dergelijke informatie. Het kantoor wist bovendien dat de financiële positie van de cliënt verslechterde en dat zij geld moest lenen om de declaraties te betalen. De rechtbank oordeelde daarom dat het beding niet alleen onvoldoende transparant, maar ook oneerlijk was.

Vernietiging van de opdracht en vermindering met 40%

Het kostenbeding vormde een essentieel onderdeel van de opdracht. Door vernietiging van dat beding kon volgens de rechtbank ook de rest van de overeenkomst niet in stand blijven. Dat betekende echter niet dat alle juridische werkzaamheden gratis waren. Omdat de reeds geleverde diensten niet konden worden teruggedraaid, kon het kantoor op grond van onverschuldigde betaling vergoeding van de waarde daarvan vragen.

Die vergoeding moest wel een doeltreffende en afschrikkende reactie op het oneerlijke beding bevatten. De rechtbank verminderde de betalingsverplichting daarom met 40%. Daarnaast bleken verschillende declaratieregels onvoldoende gespecificeerd. Over alle werkzaamheden en voorschotten was € 68.335,13 gefactureerd. Na de vermindering en correcties had de cliënt € 5.456,84 te veel betaald. Het kantoor moest dit bedrag terugbetalen; zijn vordering tot betaling van de openstaande facturen werd afgewezen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak laat zien dat een duidelijke vermelding van het uurtarief niet altijd voldoende is. Voor cliënten is het verstandig om vooraf schriftelijk te vragen naar:

  • een begroting of realistische bandbreedte van de totale kosten;
  • de werkzaamheden en medewerkers die worden ingezet;
  • het moment waarop een nieuwe kostenraming wordt gegeven;
  • de voorwaarden voor verhoging van het uurtarief;
  • de gevolgen van het beëindigen van de opdracht.

Een onverwacht hoge factuur is niet zonder meer ongeldig. De opdrachtbevestiging, tussentijdse informatie, factuurspecificaties en concrete omstandigheden bepalen of met succes een beroep kan worden gedaan op consumentenbescherming. De uitspraak is bovendien afkomstig van een rechtbank in eerste aanleg en vormt geen algemeen verbod op declareren per uur.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:9276.

Bron: Rechtbank Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 5 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Vattenfall mag terugleverkosten niet eenzijdig invoeren

Vattenfall mocht bij een klant met zestien zonnepanelen niet eenzijdig terugleverkosten invoeren. In de afzonderlijke terugleverovereenkomst stond alleen dat de klant een vergoeding zou ontvangen en waren geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. De uitspraak betekent niet dat terugleverkosten in iedere overeenkomst verboden zijn.

Uitspraak: 25 september 2026, Rechtbank Amsterdam
Gepubliceerd: 2 oktober 2026
Rechtsgebied: Consumentenrecht, energierecht en overeenkomstenrecht

Vattenfall mocht bij een klant met zestien zonnepanelen niet eenzijdig terugleverkosten invoeren. In de afzonderlijke terugleverovereenkomst stond alleen dat de klant een vergoeding zou ontvangen en waren geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. De uitspraak betekent niet dat terugleverkosten in iedere overeenkomst verboden zijn.

Afzonderlijke overeenkomst voor teruglevering

De consument had al sinds 2002 een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit. Nadat hij zonnepanelen had laten plaatsen, kwam in 2020 daarnaast een afzonderlijke terugleverovereenkomst tot stand. Daarin stond dat hij voor teruggeleverde elektriciteit jaarlijks een vergoeding zou ontvangen.

Vanaf 1 juli 2024 bracht Vattenfall bij klanten met zonnepanelen vaste terugleverkosten in rekening. De energieleverancier beriep zich onder meer op haar algemene voorwaarden en op de kosten die de teruglevering van zonnestroom voor haar meebracht.

Geen contractuele basis voor nieuwe kosten

De kantonrechter stelde vast dat de terugleverovereenkomst losstond van de oorspronkelijke leveringsovereenkomst. De algemene voorwaarden bij de leveringsovereenkomst waren daarom niet automatisch van toepassing op de teruglevering.

In de terugleverovereenkomst werd uitsluitend gesproken over een vergoeding voor de geleverde elektriciteit. Vattenfall had de consument bij het sluiten van die overeenkomst niet duidelijk gemaakt dat later ook terugleverkosten konden worden ingevoerd. Als professionele partij had Vattenfall die mogelijkheid uitdrukkelijk in de overeenkomst of in toepasselijke algemene voorwaarden moeten opnemen.

Volgens de kantonrechter mocht de consument rekening houden met een verandering van de hoogte van zijn vergoeding. Hij hoefde echter niet te verwachten dat de contractuele structuur zo zou veranderen dat hij per saldo voor het terugleveren van energie moest betalen.

Beroep op onvoorziene omstandigheden slaagt niet

Vattenfall voerde ook aan dat de sterke groei van het aantal zonnepanelen en de bijbehorende kosten onvoorziene omstandigheden vormden. De kantonrechter vond dat onvoldoende. Niet was concreet aangetoond dat het achterwege laten van terugleverkosten bij deze klant een ernstige verstoring van de contractuele verhouding veroorzaakte.

Een rechter kan een overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden wijzigen op grond van artikel 6:258 BW, maar deze mogelijkheid wordt terughoudend toegepast.

De kantonrechter verbood Vattenfall daarom om bij deze consument eenzijdig terugleverkosten in te voeren. Over de vraag of het algemene voorwaardenbeding waarmee Vattenfall voorwaarden kan wijzigen oneerlijk is, werd nog niet definitief beslist. De procedure werd op dat onderdeel voortgezet.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak is geen algemeen verbod op terugleverkosten. Beslissend is wat in de individuele terugleverovereenkomst staat, welke algemene voorwaarden geldig van toepassing zijn en welke informatie de consument bij het sluiten van de overeenkomst heeft ontvangen.

Consumenten die terugleverkosten betwisten, doen er daarom goed aan de oorspronkelijke overeenkomst, bevestigingsbrieven, algemene voorwaarden, latere addenda en jaarafrekeningen te bewaren. Alleen uit het feit dat een energieleverancier kosten redelijk vindt of aan alle klanten met zonnepanelen berekent, volgt nog niet dat daarvoor in iedere individuele overeenkomst een geldige grondslag bestaat.

Bron: Rechtbank Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 2 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:9661.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Koper krijgt € 148.000 terug na misleidende grondspeculatie

Een consument kocht voor € 148.000 percelen landbouwgrond in de verwachting dat deze door een toekomstige bestemmingswijziging meer waard zouden worden. Volgens het hof gaven de brochures, website en verkoopgesprekken een te rooskleurig beeld en werd onvoldoende gewaarschuwd voor het risico op verlies. De verkoper moet de koopsommen terugbetalen en krijgt de percelen teruggeleverd.

Uitspraak: 1 september 2026, Gerechtshof Amsterdam
Gepubliceerd: 23 september 2026
Rechtsgebied: Consumentenrecht, koop en oneerlijke handelspraktijken

Een consument kocht voor € 148.000 percelen landbouwgrond in de verwachting dat deze door een toekomstige bestemmingswijziging meer waard zouden worden. Volgens het hof gaven de brochures, website en verkoopgesprekken een te rooskleurig beeld en werd onvoldoende gewaarschuwd voor het risico op verlies. De verkoper moet de koopsommen terugbetalen en krijgt de percelen teruggeleverd.

Landbouwgrond aangeboden als investering

De grondverkoper presenteerde de percelen als een waardevaste investering met kans op een hoog rendement. In de brochures werd gewezen op woningnood, bevolkingsgroei, bouwplannen en de mogelijke ontwikkeling van nieuwe woongebieden in de omgeving van de percelen.

De informatie was volgens het hof op onderdelen feitelijk niet onjuist, maar de combinatie en presentatie daarvan wekte wel de indruk dat bebouwing en een bestemmingswijziging reële mogelijkheden voor de nabije toekomst waren.

Onvoldoende concrete waarschuwingen

De brochures vermeldden niet duidelijk dat de koper speculeerde met landbouwgrond, dat er geen garantie op winst bestond en dat een aanzienlijk verlies mogelijk was. Algemene waarschuwingen in de koopovereenkomsten en op de website waren onvoldoende om het optimistische verkoopverhaal te corrigeren.

Een consument moet volgens het hof niet alleen begrijpen dat een investering onzeker is, maar ook in staat worden gesteld een redelijke inschatting te maken van het concrete risico. De professionele verkoper moest daarom duidelijke informatie geven over de vooruitzichten voor juist deze percelen.

De relevante regels over misleidende en oneerlijke handelspraktijken staan onder meer in artikel 6:193b BW en artikel 6:193c BW.

Waarschuwing door de notaris kwam te laat

De verkoper voerde aan dat de notaris de koper vóór de levering nog op het speculatieve karakter van de belegging had gewezen. Volgens het hof kon de verkoper zich daarachter niet verschuilen. De koopovereenkomsten waren toen al gesloten op basis van de informatie die de verkoper zelf had verstrekt.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Bij aanbiedingen van landbouwgrond als belegging moet kritisch worden gekeken naar de concrete planologische situatie. Algemene verwijzingen naar woningnood of bouwplannen in een regio zeggen nog niet dat juist het aangeboden perceel binnen afzienbare tijd een bouwbestemming krijgt.

Een consument die door misleidende informatie tot aankoop is bewogen, kan onder omstandigheden aanspraak maken op terugbetaling of schadevergoeding. Bewaar daarom brochures, e-mails, vragenlijsten, gespreksnotities en oude versies van de website. Deze stukken kunnen beslissend zijn voor de vraag welke verwachtingen vóór het sluiten van de overeenkomst zijn gewekt.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 23 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Hoge Raad: AVA 2013-vervaltermijnen moeten opnieuw worden beoordeeld

De Hoge Raad vernietigt een oordeel dat vervaltermijnen in de AVA 2013 oneerlijk waren. Het eerdere hof had de werking van de bedingen niet juist uitgelegd en te weinig betekenis toegekend aan vergelijkbare voorwaarden die met consumentenorganisaties zijn opgesteld. Of de vervaltermijnen uiteindelijk standhouden, moet het gerechtshof Den Haag opnieuw beoordelen.

Uitspraak: 25 september 2026, Hoge Raad
Gepubliceerd: 25 september 2026
Rechtsgebied: Aanneming van werk, consumentenrecht en algemene voorwaarden

De Hoge Raad vernietigt een oordeel dat de vervaltermijnen in artikel 16.3 van de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 oneerlijk waren. Volgens de Hoge Raad had het gerechtshof de werking van de bedingen niet juist uitgelegd en onvoldoende rekening gehouden met vergelijkbare voorwaarden die in overleg met consumentenorganisaties zijn opgesteld. Daarmee staat nog niet vast dat de vervaltermijnen geldig zijn: het gerechtshof Den Haag moet de voorwaarden opnieuw beoordelen.

Geschil over gebreken aan een nieuwbouwwoning

Een aannemer bouwde in 2014 en 2015 een vrijstaande woning voor particuliere opdrachtgevers. Na de oplevering ontstonden klachten over onder meer de cementdekvloer en de dakconstructie. De opdrachtgevers stelden de aannemer aansprakelijk en begonnen in 2021 een procedure.

De aannemer beriep zich op de AVA 2013. Deze voorwaarden bevatten termijnen van twee, vijf of tien jaar waarbinnen een rechtsvordering wegens bepaalde gebreken moet worden ingesteld. De rechtbank honoreerde dat beroep, maar het gerechtshof Amsterdam vond de vervalbedingen onredelijk bezwarend en oneerlijk.

Wat oordeelt de Hoge Raad?

De Hoge Raad oordeelt niet definitief dat de vervalbedingen geldig of ongeldig zijn. Wel constateert hij drie gebreken in de eerdere beoordeling:

  • Het gerechtshof had ten onrechte aangenomen dat het verstrijken van de termijn automatisch tot verval van alle rechten van de consument leidde.
  • Bij de beoordeling mag betekenis worden toegekend aan het feit dat vergelijkbare voorwaarden in overleg met consumentenorganisaties zijn opgesteld.
  • De verschillende vervaltermijnen mochten niet zonder nadere motivering allemaal op dezelfde gronden oneerlijk worden verklaard.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag. Dat hof moet opnieuw onderzoeken of de bedingen onredelijk bezwarend zijn in de zin van artikel 6:233 BW en oneerlijk zijn volgens de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Bij gebreken na oplevering kunnen naast de wettelijke klacht- en verjaringsregels ook contractuele vervaltermijnen gelden. Een vervaltermijn kan ingrijpender zijn dan een verjaringstermijn, omdat het vaak niet voldoende is alleen een aansprakelijkstelling of stuitingsbrief te versturen. De precieze gevolgen hangen echter af van de formulering en geldigheid van het beding.

Consumenten moeten daarom niet aannemen dat een vervalbeding vanzelf ongeldig is. Aannemers kunnen er evenmin zonder meer van uitgaan dat ieder beding in de AVA 2013 standhoudt. Bij bouwgebreken blijft het belangrijk tijdig te klagen, bewijs vast te leggen en vóór het verstrijken van mogelijke termijnen juridisch advies in te winnen. De wettelijke verjaringsregeling voor aanneming van werk staat onder meer in artikel 7:761 BW.

Bron: Hoge Raad, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 25 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

– De Appvocaat: rechtshulp zonder advocaat

De Appvocaat: rechtshulp zonder advocaat

Stel, u bent al enige tijd verwikkeld in een juridisch geschil met uw buren. Zij halen u het bloed onder uw nagels vandaan en u bent het zat. U wilt graag een oplossing voor dit probleem, maar een advocaat in de arm nemen vindt u een stap te ver. Hoewel het voor u misschien ondenkbaar lijkt, is niet voor ieder juridisch probleem de hulp van een advocaat nodig. Veel juridische vraagstukken kunt u, met behulp van de juiste organisatie of instantie en met goede informatie, zelf oplossen. De Appvocaat is een app speciaal gemaakt voor dit soort gevallen. Deze app biedt u de mogelijkheid om zonder dure rechtshulp een oplossing te vinden voor uw juridische probleem of geschil. Lees meer ….

Meer bescherming voor consument

Nederlandse consumenten profiteren van nieuwe Europese regels voor consumentenrechten. Zij worden straks beter beschermd bij de aankoop van producten en diensten, ook in het buitenland. De ministerraad heeft ingestemd met het omzetten van een Europese richtlijn over dit onderwerp in Nederlands recht.

De Europese richtlijn zorgt ervoor dat consumenten in de hele Europese Unie (EU) dezelfde rechten krijgen. Dat is nu niet zo: in de diverse lidstaten lopen de regels voor consumenten uiteen. Daardoor is het onduidelijk of zij in een andere lidstaat dezelfde bescherming genieten. De verschillen in regels belemmeren ook de bedrijven die hun producten en diensten in het buitenland willen aanbieden.

Een voordeel voor kopers is bijvoorbeeld dat de termijn waarbinnen af kan worden gezien van een aankoop straks hetzelfde is in alle landen van de EU. Als u bijvoorbeeld online of aan de deur een product koopt, heeft u standaard 14 dagen de tijd om zonder opgave van redenen alsnog van de koop af te zien. Wel moet de consument het product binnen 14 dagen terugsturen. Daarnaast moet de verkoper de consument duidelijkheid bieden over bijvoorbeeld de contractsduur en de eventuele bijkomende kosten. Nieuw is ook dat het risico voor beschadiging en verlies pas overgaat op de koper na ontvangst van het product. Ook bevat het wetsvoorstel een uniforme regeling voor het geval de verkoper te laat levert.

. . . lees verder op Internet