Voorkom een faillissement, een doorstart is binnen handbereik!

De WHOA helpt levensvatbare bedrijven die failliet dreigen te gaan door schulden te reorganiseren en te saneren via een dwangakkoord. Een faillissement, surseance of buitengerechtelijke sanering is niet meer nodig

Voorkom een faillissement, een doorstart is nu binnen handbereik! – De Wet homologatie onderhands akkoord in faillissement (WHOA) is op 1 januari 2021 een feit.

Dreigt uw onderneming ten onder te gaan door de corona crisis? U voorkomt dit door afspraken te maken met (een deel van) uw schuldeisers en te laten goedkeuren door een rechter. Door de nieuwe wet  WHOA (homologatie onderhands akkoord in faillissement), kunt u zonder instemming van alle schuldeisers toch een akkoord bereiken op een schuldregeling. De regeling werd vroeger wel dwangakkoord, crediteurenakkoord of schuldenakkoord genoemd. Die had geen wettelijke basis. Met de nieuwe Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA), in werking getreden op 1 januari 2021, wordt dit nu een wettelijk instrument.

Faillissement

Als een ondernemer zijn schulden niet meer kan betalen, kan een situatie van faillissement intreden. Het faillissement treedt in door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van schuldeisers of de ondernemer zelf.

Een faillissement betekent in de meeste gevallen het einde van de onderneming. In Nederland kende men niet de wetgeving die bijvoorbeeld in de VS bestaat, waarin een (United States Bankruptcy Code,Title 11) “chapter 11” toepassing biedt aan een zeer uitgebreid instrumentarium voor de sanering van bedrijven, die voorkomt dat de onderneming eindigt met kapitaalvernietiging en werkeloosheid tot gevolg.

De Nederlandse wet bood geen goede regeling voor het saneren van ondernemingen in moeilijkheden. De surseance van betaling (uitstel van betaling)  mondt praktisch meestal uit in een faillissement. Het faillissement wordt zelf ook gebruikt voor saneringenplannen, maar is daar niet voor bedoeld. De uitkomst is onzeker en dat heeft ongewenste gevolgen.

In veel gevallen is een faillissement te voorkomen door een regeling tot betaling aan te bieden aan de gezamenlijke schuldeisers en een doorstart. Dit kon vroeger vóór en tijdens het faillissement door het aanbieden van een regeling, waarvoor alle schuldeisers hun akkoord moesten geven.

Helaas gebeurde maar al te vaak dat één of enkele schuldeisers met een relatief kleine vordering dwars lagen, met als reden om een extra voordeel te bedingen, om verzekeringstechnische redenen of wegens het ontbreken van de gunfactor. Zonder goede grond is daardoor menig saneringsvoorstel geëindigd in een faillissement en het einde van de onderneming, maar ook met aanzienlijke gevolgen voor vele grote schuldeisers, werknemers, banken etc..

De nieuwe wet WHOA biedt de mogelijkheid om een deel van crediteuren van de onderneming een aanbod te doen voor betaling van een deel van de vorderingen tegen finale kwijting. Zijn die akkoord dan is dat voldoende om een regeling af te dwingen. Een zeer belangrijke aanvulling van de wetgeving is dat – naar Amerikaans voorbeeld – tevens een andere belangrijke “stakeholder”, de aandeelhouder, bij de regeling wordt betrokken, en kan worden gedwongen rechten prijs te geven.

De WHOA is ingevoerd op het juiste moment. In de coronacrisis zijn veel gezonde bedrijven door overheidsmaatregelen buiten hun schuld in financiële problemen gekomen.  De WHOA biedt een instrument om de schuldenlast te verlichten en een faillissement te voorkomen.

De regeling werkt anders dan bij het vroegere onderhandse akkoord, de afwikkeling van een faillissement of een vereffening, waarbij alle schuldeisers in beginsel een gelijk deel van hun vordering ontvingen.

Zodra de schuldenaar start met de voorbereiding van een akkoord, deponeert hij een verklaring waaruit dit blijkt ter griffie van de rechtbank, alwaar deze gedurende uiterlijk één jaar zal blijven liggen. Dit is de zogenaamde startverklaring. Dit verzoek houdt ook in het benoemen van een herstructureringsdeskundige. Dit verzoek kan ook worden ingediend door andere belanghebbenden zoals een schuldeiser, aandeelhouder, de ondernemingsraad of een personeels-vertegenwoordiging. Zodra de verklaring er ligt is de onderneming gevrijwaard tegen een faillissementsverzoek door schuldeisers. De ondernemer kan nu in alle rust gaan saneren.

De onderneming kan de rechtbank vervolgens vragen om het akkoord goed te keuren (te homologeren). Door deze homologatie worden alle schuldeisers en aandeelhouders aan het akkoord gebonden, ook als zij niet met het akkoord hadden ingestemd.

De wet is flexibel in die zin dat alle denkbare maatregelen en regelingen kunnen worden getroffen ten aan zien van de onderneming teneinde een doorstart mogelijk te maken. Men kan denken aan uitstel van betaling, een geheel of gedeeltelijke kwijtschelding, aandelenuitgifte tegen kwijting van een schuld, aanpassing van rente op schulden, aantrekken van nieuwe financiering  of beëindiging of aanpassing van overeenkomsten die te zwaar drukken, zoals bijvoorbeeld een hoge huurlast of rentelast.

In overleg met de crediteuren (en evt. en aandeelhouders) worden afspraken voorgesteld en vastgelegd in een conceptakkoord, dat aan alle schuldeisers en aandeelhouders die u bij het akkoord wilt betrekken wordt gezonden.

Arbeidsovereenkomsten worden door de WHOA niet getroffen. Voor wijzigingen in personeelsbestand of personeelslasten blijft de gewone regeling bestaan door het vragen van een collectief ontslag va het UWV of de individuele regeling tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Het zal duidelijk zijn dat deze instrumenten wel nauw samenhangen met de werking van de saneringsregeling in de WHOA.

Schuldeisers en de aandeelhouders worden ingedeeld in klassen en stemmen binnen 8 dagen over het voorstel, zodra het definitieve voorstel gereed is, aan de hand van de informatie die bij de rechtbank is gedeponeerd. Zo hebben alle betrokkenen bij de sanering een informatiegelijkheid, een voorwaarde voor het slagen van de regeling.

Als voldoende crediteuren bereid zijn mee te werken, en als ten minste één klasse voor heeft gestemd, kan de ondernemer het akkoord ter goedkeuring (homologatie) voorleggen aan de rechtbank. Voor elke klasse geldt dat 2/3 deel van de het nominale bedrag dat die klasse vertegenwoordigt (of het geplaatste kapitaal binnen die klasse) moeten instemmen.

Ook dwarsliggers zijn gebonden.

De rest van de schuldeisers of aandeelhouders die niet of tegengestemd hebben kunnen toch aan het akkoord worden gebonden. De rechtbank zal het akkoord eerst controleren op een aantal vaste wettelijke afwijzingsgronden, terwijl afwijzing ook nog is mogelijk indien het akkoord onredelijk is of op onjuiste wijze tot stand is gekomen. Bij goedkeuring homologeert de rechtbank en door de homologatiebeschikking krijgt het akkoord algemene werking; ook dwarsliggers zijn daar aan gebonden.

Voordelen

Het voordeel is dus dat de ondernemer slechts een deel van schuldeisers – en alleen die strategisch van belang zijn om het akkoord te doen slagen – hoeft te benaderen en hun akkoord hoeft te krijgen, om enige zekerheid te krijgen over de slagingskans van het voorstel. Door de indeling in klassen hebbe grote schuldeisers dus een zwaardere stem, hetgeen logisch klinkt, maar wat vroeger niet was vastgelegd in de wet.

Ook schuldeisers kunnen de wet gebruiken

Juist om die reden is van belang dat ook schuldeisers bij de rechtbank kan verzoeken om een akkoord voor zijn debiteur. Op die wijze kan een grote schuldeiser, die het faillissement van zijn geldlener voorziet, en daardoor zijn vordering ziet verdampen, door een akkoord via de WHOA trachten tenminste een deel van zijn vordering te redden door ook alle andere schuldeisers – die daar geen of minder  belang bij hebben – te dwingen mee te gaan met een afschrijving van een deel van hun vordering.

Voorwaarden

Voor de homologatie van een akkoord gelden de volgende voorwaarden, waaraan moet zijn voldaan op het moment van de homologatie;

  • Schulden kunnen niet meer worden betaald (dezelfde voorwaarde als die waarbij een faillissement intreedt).
  • De onderneming -of een essentieel deel ervan –  is in de kern winstgevend.
  • Het onderhands akkoord geeft een gunstiger uitkomst (nominaal) voor de schuldeisers dan faillissement en vereffening voor hen zou opleveren.
  • Het plan is haalbaar en voldoet aan wettelijke voorschriften.
  • alle schuldeisers worden op gelijke wijze behandeld (paritas creditorum, gelijk als in faillissement)
  • tenminste 1 schuldeiser moet vóór het akkoord stemmen.
  • De arbeidsvoorwaarden van het personeel blijven ongewijzigd.

De WHOA-procedure is in beginsel kort, maar de voorbereidingstijd is langer en ingewikkeld. Om die reden bevat de nieuwe wet de mogelijkheid om een afkoelingsperiode in te lassen, waarin een faillissementsdreiging wordt afgeweerd. In die periode kunnen schuldeisers geen beslag leggen op het bedrijfsvermogen en banken mogen niet gaan verrekenen met openstaand saldo. U bankschuld wordt als het ware “bevroren”.  

Korte stemperiode

De korte tijd voor de stemming van schuldeisers is 8 dagen. Dit wordt als zeer kort beschouwd. Noodzakelijk is dus dat schuldeisers volledig en transparante informatie krijgen over het plan. Hoewel zij met het grootste deel van het plan niets te maken hebben, is toch noodzakelijk dat elke schuldeiser het vertrouwen heeft dat tegen stemmen zijn belangen schaadt, en dat vóór stemmen nominaal voordeel oplevert. Door het wettelijk kader van de regeling en de benoeming van een deskundige door de rechtbank is de kans van slagen ook groter dan vóór de invoering van de WHOA, toen het aanbieden van een regeling weinig transparant was.  De korte stemronde heeft natuurlijk ook een voordeel: hoe sneller de regeling en de doorstart is geëffectueerd, hoe kleiner de kans dat door geruchten en (al of niet onjuiste) informatieverspreiding schuldeisers en andere betrokkene het vertrouwen verliezen.

De belangrijkste punten van de  WHOA op een rij

  • Het gaat om een in de kern gezonde onderneming
  • De onderneming is na herstructurering weer gezond;
  • Een faillissement wordt hiermee voorkomen
  • Het resultaat is voor de schuldeisers nominaal beter dan bij een faillissement, en de schuldeisers mogen bovendien niet in een nadeligere positie komen te geraken (los van de afschrijving van vorderingen).

De belangrijkste voordelen van de  WHOA op een rij

  • De ondernemer is gevrijwaard voor een faillissementsaanvraag hij binnen 4 weken na de aanvraag met een plan van aanpak komt.
  • Door de afkoelingsperiode inroepen worden de schulden “bevroren”.
  • Duurcontracten (zoals huurovereenkomsten) kunnen direct  worden opgezegd of de inhoud kan worden gewijzigd in het voordeel van de ondernemer.
  • Alle schuldeisers worden door homologatie gedwongen mee te werken aan het plan tot sanering.

Voor meer informatie neemt u contact op met advocaten.nl of bel met 0900-advocaten (0900-0600)

Videozitting bij de rechtbank

De behandeling van de zeer urgente zaken geschiedt zoveel mogelijk schriftelijk of via een telefonische (beeld)verbinding. In beginsel vindt er geen mondelinge behandeling plaats met fysieke aanwezigheid van partijen, tenzij uitdrukkelijk anders bepaalt.

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart 2020 de deuren van de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Voor de wijze waarop zaken gedurende de sluiting van de gerechten worden behandeld is een regeling vastgesteld die geldt tot en met 28 april 2020 of zoveel langer nodig is.

Deze regeling bevat algemene regels met betrekking tot de aanwezigheid in de rechtszaal, de voorziening Veilig mailen en besloten zittingen.
Uitgangspunt is dat de gerechten alle zeer urgente zaken zullen behandelen. De behandeling van de zeer urgente zaken geschiedt zoveel mogelijk schriftelijk of via een telefonische (beeld)verbinding. In beginsel vindt er geen mondelinge behandeling plaats met fysieke aanwezigheid van partijen, tenzij deze regeling anders bepaalt.

De IT-organisatie van de Rechtspraak heeft de voorzieningen voor een telefonische (beeld)verbinding bij de Rechtspraak en externe betrokkenen uitgebreid.

Homologatie bij faillissementen wordt mogelijk

De Faillissementswet wordt aangepast. Als uw bedrijf in financiële problemen is, kunt u een akkoord sluiten met uw schuldeisers. De rechtbank kan overgaan tot homologatie (bevestiging) van dit akkoord. Schuldeisers of aandeelhouders die niet met het akkoord instemmen, kunnen toch aan het akkoord worden gebonden.

Ook buiten faillissement wordt een dwangakkoord mogelijk. Ondersteunt de grote meerderheid van de schuldeisers een doorstart? Dan kan een enkele of een minderheid van schuldeisers of aandeelhouders deze doorstart niet tegenhouden.

U mag als ondernemer in financiële moeilijkheden een akkoord sluiten met schuldeisers om daarmee problematische schulden te herstructureren. De rechter kan deze overeenkomst goedkeuren (homologatie).

De Wet homologatie onderhands akkoord in faillissement (WHOA) gaat naar verwachting in op 1 juli 2020.

Bron: Ondernemersplein

De corona-crisis en uitbreiding van liquide middelen: uitstel van betaling

Het eenzijdig staken van betaling in crisistijd kan voor een moeilijk beheersbaar domino-effect zorgen dat uiteindelijk alle ondernemers uit de keten treft. Net als bij file op de snelweg doen ondernemers er goed aan om gezamenlijk de aanpassing in geldstromen in te zetten, en een teruggang in omzet gezamenlijk op te vangen, teneinde de onzekerheid, conflicten, kosten, boeten, rente en proceskosten te vermijden.

Voor veel ondernemingen brengt de corona-crisis ook liquiditeitsproblemen. Overheden en banken tonen bereidheid om hieraan mee te werken door akkoord te gaan met het uitstellen van betalingen naar een later moment. Op die manier is er extra financiering en hebben zij meer kans om de een faillissement te voorkomen. Daarbij zijn alle partijen uit de keten, maar ook banken en overheden en werknemers gebaat.

Belastingdienst; Kort uitstel
De belastingdienst zal voor ondernemers bijzonder uitstel van betaling toestaan voor loonbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Ook de voorwaarden voor het aanvragen van uitstel van betaling zijn versoepeld (Lees de memorie van het Ministerie van Financiën). Het verzoek om uitstel van betaling kan men indienen via een brief naar de Belastingdienst. Vanaf het moment van de melding wordt de invordering van belastingschulden stopgezet, waarmee de ondernemer uitstel van betaling krijgt en extra geldruimte.
Het uitstel kan pas worden aangevraagd als een aanslag is opgelegd. Voor de omzetbelasting en de loonbelasting betekent dit dat de Belastingdienst eerst een naheffingsaanslag (zonder boete) oplegt wegens het uitblijven van de betaling.

Langer uitstel
Om een nader uitstel te vragen van langer dan drie maanden zal aan de belastingdienst aanvullende informatie moeten worden verstrekt. De Belastingdienst dient immers te beoordelen of de coronacrisis hoofdzakelijk de oorzaak is van de financiële problemen. Het is nog niet duidelijk welke informatie nodig is en hoe deze dient te worden aangeleverd, maar het is wel verstandig om de eerstkomende maanden zoveel mogelijk informatie vast te leggen om het bewijs daarvoor te leveren.

Voorlopige aanslag
Ondernemers die een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting ontvangen kunnen een verzoek indienen om de voorlopige aanslag te verminderen of op nihil te stellen indien zij een lagere winst verwacht. Op grond daarvan kan de belastingdruk op korte termijn direct minder worden. De liquiditeitspositie van ondernemers wordt hiermee eenvoudig verbeterd.

Aangifte doen
Van belang is echter wel dat de ondernemer tijdig en volledig aangifte blijft doen. Zonder aangifte kan men geen uitstel van betaling vragen. De Corona Crisis kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ook een oorzaak opleveren voor het niet kunnen doen van aangifte. De gegevens uit de aangiften zijn immers noodzakelijk voor bijvoorbeeld de NOW .

Uitstel van verplichtingen jegens banken en andere financiers
Enkele banken zoals de ING, ABN AMRO, Volksbank, Rabobank en Triodos Bank geven kleinere ondernemingen (zakelijke klanten met een financiering tot € 2,5/3 miljoen ) zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende leningen. Meer informatie vindt u op de website van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Voorwaarde is dat het gaat om in beginsel gezonde ondernemingen. Voor ondernemingen die reeds onder bijzonder beheer bij hun bank stonden geldt deze versoepeling vermoedelijk niet. Deze gezamenlijke aanpak van banken biedt ruimte voor zakelijke klanten in alle sectoren met een financiering tot € 2,5/3 miljoe

Hypotheek; aflossing en rentebetaling
Voor particulieren en bedrijven wordt aanbevolen zelf contact op te nemen met de bank om de mogelijkheid te bespreken voor een uitstel voor het betalen van rente en aflossing op een hypotheek Veel banken geven aan dat er een mogelijkheid is van een uitstel voor drie maanden

Gemeenten
Ook lagere overheden zoals gemeenten bieden ondernemers uitstel van betaling voor gemeentelijke heffingen en belastingen teneinde te voorkomen dat zij in de problemen komen. Per gemeente dient u de publicaties te volgen omdat de voorwaarden en de wijze waarop het uitstel aangevraagd moet worden per gemeente verschilt

Crediteuren
Leveranciers kunnen een versoepeling bieden voor de vaste betalingstermijn (30 of 60 dagen). Ook hier geldt dat dit in overleg met de leverancier plaatsvindt. Het eenzijdig staken van betaling kan immers voor een domino-effect zorgen, dat moeilijk beheersbaar wordt, en voor alle ondernemers uit de keten uiteindelijk negatief kan uitwerken. Net als bij file op de snelweg doen ondernemers er goed aan om een teruggang in omzet gezamenlijk op te vangen, teneinde de onzekerheid, conflicten, kosten, boeten, rente en proceskosten te vermijden.

Hebt u als ondernemer behoefte om nadere en meer specifieke mogelijkheden voor de uitbreiding van financiering te bespreken, neem dan contact op met 0900-advocaten, stuur een email aan info@advocaten.nl of vul een formulier in op de website.

Dwangakkoord bij faillissementen wordt mogelijk voor ondernemers in moeilijkheden

Met ingang van 1 juli 2020 wordt de Faillissementswet aangepast. Als uw bedrijf in financiële problemen is, kunt u een akkoord sluiten met uw schuldeisers. De rechtbank kan overgaan tot homologatie (bevestiging) van dit akkoord. Schuldeisers of aandeelhouders die niet met het akkoord instemmen, kunnen toch aan het akkoord worden gebonden.

  • Ook buiten faillissement wordt een dwangakkoord mogelijk. Voorwaarden is dat de grote meerderheid van de schuldeisers een doorstart ondersteunt. Dan kan een enkele of een minderheid van schuldeisers of aandeelhouders deze doorstart niet tegenhouden.
  • U mag als ondernemer in financiële moeilijkheden een akkoord sluiten met schuldeisers om daarmee problematische schulden te herstructureren. De rechter kan deze overeenkomst goedkeuren (homologatie).

De Wet homologatie onderhands akkoord in faillissement (WHOA) gaat naar verwachting in op 1 juli 2020. De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief en is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.

Vóór meer informatie over schuldsanering voor bedrijven in moeilijkheden kunt u bellen naar 0900-advocaten of een graag stellen via ons formulier op advocaten.nl.

Bron: ondernemersplein

Faillissementen in de toekomst beter te plannen

Op dit moment is een wetswijziging in de maak die de afwikkeling van een faillissement beter regelt.

Indien een ondernemer voorziet dat zijn onderneming niet langer kan worden voortgezet kan hij een doorstart voorbereiden die wordt voorafgegaan door een faillissement.

De huidige wetgeving maakt de gevolgen van een faillissement in veel gevallen nogal onvoorspelbaar.

In de toekomst kan een aankomend faillissement van bedrijf rustiger worden voorbereid en gepland zodat de afwikkeling van het faillissement gepland kan plaatsvinden en de kans groter is dat de onderneming een doorstart maken met winstgevende bedrijfsonderdelen.

De oplossing is dat de ondernemer die financiële problemen tegenkomt de rechter ruim voor het faillissement aanvragen om een stille bewindvoerder te benoemen. Deze stille bewindvoerder adviseert en begeleidt de voorbereiding van het faillissement en adviseert over het reguleren van schulden en de regeling met schuldeisers. De stille bewindvoerder zoekt ook een oplossing om het faillissement te voorkomen.

Pre-pack wordt ook mogelijk waarbij de rechter voor het faillissement bekend maakt wie de curator wordt in het faillissement zodat direct een aanvang kan worden gemaakt met de doorstart van de onderneming. De regeling is bedoeld voor bedrijf in financiële problemen waarvan het nagenoeg zeker is dat er nog winstgevende bedrijfsonderdelen kunnen worden gered. Het is echter nog onzeker wanneer de wetswijziging van kracht wordt.

Bron: ondernemersplein

Huwelijkse voorwaarden en faillissement: effectief of niet?

Bij een faillissement zullen schuldeisers zich willen verhalen op goederen van de ondernemer. De curator voorop. Goederen die van een gemeenschappelijke bankrekening zijn betaald behoren zonder tegenbewijs tot de gemeenschap van de huwelijkspartners. Hoe dit te voorkomen?

Ondernemen is risico nemen. De meeste ondernemers beseffen dit maar al te goed, maar slechts weinigen houden goed rekening met een persoonlijk faillissement. Veel ondernemers zonder vennootschap stellen voor het huwelijk huwelijkse voorwaarden op, en zetten al hun bezittingen op naam van de partner, en die alle bezit buiten bereik van schuldeisers houdt. Of dat ook effectief zal zijn bij faillissement is maar de vraag.

Bij een faillissement zullen schuldeisers zich willen verhalen op goederen van de ondernemer. De curator voorop. Goederen die van een gemeenschappelijke bankrekening zijn betaald behoren zonder tegenbewijs tot de gemeenschap van de huwelijkspartners. De ondernemer is daarvan mede-eigenaar en dus vallen die goederen in het faillissement. De partners doen er dus goed aan om bij te houden wie wat betaald en met wiens geld. Goederen die de partner aanschaft kunnen weliswaar met door haar verdiend geld zijn betaald, maar als het bewijs daarvoor dun is, kan een curator toch die goederen tot gemeenschappelijk vermogen rekening, zodat de huwelijkse voorwaarden geen effect hebben.

Banken willen wel krediet verschaffen, maar zien niet met lede ogen toe indien de ondernemer alle bezittingen op naam stelt van de partner die geen ondernemer is. De verhaalsmogelijkheden, en daarmee de kredietwaardigheid wordt daarmee uitgehold. Banken stellen meestal de eis dat, ongeacht de huwelijkse voorwaarden, de partner mee tekent en hoofdelijk schuldenaar wordt voor elk bedrijfskrediet.

De conclusie is dat huwelijkse voorwaarden goed kunnen werken mits maar niet in alle gevallen van faillissement.

Voot meer informatie om risico´s te verminderen biij een faillissement kunt u advies vraagen via 0900-advocaten of een vraag stelllen op onze website.


Onderhandse verkoop bij executieveiling

Een beslaglegger op een woning is die voorziet dat hij achter het net vist indien een executieveiling plaatsvindt, en alleen de hypotheekbank haar lening ziet ingelost, heeft belang bij een hoger opbrengst. De wet gaat altijd uit van het principe van maximalisatie van de opbrengst. Die beslaglegger kan aan de voorzieningenrechter onderhandse verkoop vragen, teneinde een hogere opbrengst te verkrijgen.


Indien een eigenaar van een woning in gebreke is met betaling van aflossing of rente kan een hypotheekhouder de executie van de woning ter hand nemen. Deze heeft het zogenaamde recht van parate executie.

De executieveiling staat sinds vele jaren bloot aan kritiek. Statistisch berekend is de opbrengst op een veiling lager dan de opbrengst bij een onderhandse verkoop. Dit betekend dat met een lagere opbrengst gerekend moet worden, dan wanneer de woning via een makelaar regulier op de woningmarkt zou worden aangeboden. De reden daarvoor wordt vaak gezocht in de ondoorzichtige markt. Vaak is de executieveiling een onderonsje tussen regionale opkopers die elkaar vaker tegenkomen.

Een hypothecaire verkoop leidt echter niet altijd tot een executieveiling ex art. 3:268 lid 1 BW. Er is immers tot aan de dag van executie nog de mogelijkheid voor een onderhandse verkoop van de onroerende zaak.
Uitsluitend de hypotheekhouder en de hypotheekgever, en sinds enkele jaren ook een schuldeiser die executoriaal beslag heeft gelegd op de woning, kunnen een bij de voorzieningenrechter een verzoek indienen tot onderhandse verkoop.

Het verzoek daartoe moet binnen één week vóór de voor de verkoop bepaalde dag worden ingediend. Bij dat verzoek moet de een overeenkomst tot verkoop ter goedkeuring wordt voorgelegd. Die onderhandse verkoop gaat volgens de regels van de wet, en daar wordt strikt de hand aan gehouden. Het verzoekschrift moet bevatten:
• een lijst van de in de wet uitdrukkelijk genoemde belanghebbenden, te weten:
o de hypotheeknemer-geldverstrekker,
o de schuldenaar, en
o de beperkt gerechtigden en beslagleggers (art. 544 lid 1 Rv).
• de koopovereenkomst;
• een kopie van de biedingen bij de notaris

Alle hier genoemde belanghebbende krijgen hierover bericht en kunnen hun mening hierover laten horen bij de voorzieningenrechter.
Door het verzoek wordt de openbare direct opgeschort. Indien het verzoek wordt afgewezen, bepaalt de rechter de datum waarop alsnog de openbare verkoop plaatsvindt.

De rechter kan het verzoek ook toewijzen zoals het is verzocht, maar hij kan ook bepalen dat de verkoop zal gebeuren op andere wijze, indien een van de bovengenoemde belanghebbenden alsnog (hypotheekgever, hypotheekhouder, beslaglegger of beperkt gerechtigde) voor de afloop van de behandeling van het verzoek aan de voorzieningenrechter een gunstiger aanbod voorlegt.

Welke belangen daarbij spelen kan eenvoudig worden beschouwd indien er een schuldeiser is die voorziet dat hij achter het net vist indien een executie plaatsvindt voor een lage opbrengst, die alleen de hypotheeklening dekt, of de schuldenaar die voorziet dat hij na executie met een behoorlijke restschuld blijft zitten. Die schuldeiser heeft dus belang bij een hoger opbrengst. De wet ook altijd uit van het principe van maximalisatie van de opbrengst.

Overigens is een dergelijk verzoek, hoe goed ook gemotiveerd, geen garantie van een onderhandse verkoop. De voorzieningenrechter verleent geen verlof als moet duidelijk wordt dat een veiling méér zal opbrengen dan de onderhandse verkoop. Indien voor het einde van de de behandeling van het verzoek een beter bod op tafel komt mag de rechter concluderen dat kennelijk de maximum prijs nog niet is gehaald. In zo´n geval kan niet worden uitgesloten dat bij een openbare veiling een hogere opbrengst kan worden behaald.

Meer informatie over executie en een verzoek tot onderhandse verkoop kunt u vinden op onze website. Voor direct vragen of rechtsbijstand kunt u bellen met 0900 advocaten of een email zenden aan info@advocaten.nl ,

Crediteuren checken het Centrale Curatele- en Bewind Register

De bewindvoerder kan stellen dat en overeenkomst ongeldig is, zodat schuldeisers kunnen zich niet verhalen op de onder bewind gestelde goederen.

Personen die niet in staat zijn om de eigen vermogensrechtelijke belangen naar behoren te behartigen kunnen door de kantonrechter onder beschermingsbewind worden geplaatst. Dit speciale regime van Boek 1 BW kan bij crediteuren die hun vorderingen willen innen voor verrassingen zorgen. Dat kan voorkomen worden door een check in een openbaar register.

Een recent voorbeeld: een door de kantonrechter onder bewind gestelde persoon sluit een abonnement af inclusief levering van een i-Phone. Zijn beschermingsbewindvoerder wist hier niets van. In een recente uitspraak oordeelt de kantonrechter dat de krant had kunnen weten dat betrokkene onder bewind stond, nu dat in een openbaar register vermeld staat. Dit register is voor iedereen (dus ook voor een crediteur of leverancier) kosteloos toegankelijk (artikel 1:391 lid 2 BW), is te raadplegen op www.rechtspraak.nl onder registers, en is eenvoudig doorzoekbaar op basis van naam en geboortedatum. De reden waarom beide zoekgegevens nodig zijn bij raadpleging (en niet slechts op één van beide kan worden gezocht) is gelegen in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

CBBR
In dit centrale curatele- en bewindregister (CCBR) staan alle personen geregistreerd die onder curatele staan en bepaalde personen wiens vermogen onder bewind is gesteld. Bij onderbewindstelling staan geregistreerd alle personen vanwege verkwisting of problematische schulden, en vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand alleen die onderbewindgestelden indien de rechter daartoe heeft besloten. Dit geeft een hoge beschermingsfactor aan de onderbewindgestelde: de bewindvoerder kan zich er dan namelijk op beroepen (artikel 1:439 BW) dat de overeenkomst ongeldig is, en schuldeisers kunnen zich niet verhalen, althans niet op de onder bewind gestelde goederen.

Voorbeelden van uitspraken
Eerder al lag er een sterk vergelijkbare uitspraak van dezelfde Rechtbank inzake een door de reisorganisatie TUI geannuleerde reis van een persoon die in het CCBR genoteerd stond, en ook een vonnis over een horecaondernemer die voor een onder bewind gesteld echtpaar een feest organiseerde voor een bedrag van € 5151,- , dit terwijl ook hij het beschermingsbewind uit het CCBR had kunnen kennen. Van TUI mocht worden verwacht dat zij het register raadpleegt. Zij behoort het in dit openbaar register ingeschreven feit te kennen en kan geen beroep doen op derdenbescherming, aldus de kantonrechter. Ook de horeca-ondernemer kon op eenvoudige wijze de identiteit van rechthebbenden vaststellen door naar een identiteitsbewijs te vragen en vervolgens het register raadplegen om te zien of er sprake was van een bewind of curatele.

Wederpartij vaak de dupe
Voor de wederpartij van een onderbewindgestelde persoon die op eigen houtje handelt kan dit natuurlijk zeer nadelig uitpakken, gezien de langere duur van de meeste bewinden. Een procedure jegens diegene die ondanks het bewind handelt zonder toestemming van de bewindvoerder zal in de praktijk weinig zinvol zijn in termen van verhaalbaarheid. Dan heeft een kredietverzekering vermoedelijk meer zin. Een standaard-check in het CCBR is voor kleinere ondernemers (zoals in de horeca-casus) weliswaar bezwaarlijker om uit te voeren dan voor een grote reisorganisatie, maar het kan wel onaangename verrassingen voorkomen. Komt de persoon voor in het register, dan klikt men bij gevonden curatelen en/of bewinden op de achternaam van deze persoon. Vervolgens verschijnt een pagina met de details van de inschrijving. Via het register is het ook mogelijk om een “verklaring-niet-voorkomen” in het CCBR en een uittreksel van de inschrijving te downloaden en op te slaan.

EU-ministers willen nieuwe wet om failliete bedrijven te redden

In Europa bestaat de cultuur om bedrijven te liquideren als het niet goed gaat in plaats van te kijken naar andere mogelijkheden.

EU-ministers van Justitie willen dat ondernemers meer kans krijgen om hun onderneming te redden bij een dreigend faillissement. Ze zijn het in Luxemburg eens geworden over een richtlijn die tijdige herstructurering van een bedrijf in problemen mogelijk maakt, om te voorkomen dat het op de fles gaat

Veel baanverlies door faillissementen
“Elk jaar verliezen 1,7 miljoen mensen in de EU hun baan omdat het bedrijf waar ze werken failliet gaat”, zei de Oostenrijkse minister van Justitie Josef Moser. “We moeten robuuste regels hebben om het aantal faillissementen omlaag te krijgen en ervoor zorgen dat fatsoenlijke ondernemers een tweede kans krijgen.”

Cultuurverschil Europa en de VS
In Europa bestaat – anders dan in bijvoorbeeld de VS – de cultuur om bedrijven te liquideren als het niet goed gaat in plaats van te kijken naar andere mogelijkheden, met de bank erbij. Over de definitieve richtlijn moet nog worden onderhandeld met het Europees Parlement, maar de ministerraad verwacht al begin volgend jaar het wetsvoorstel te kunnen afronden.