aansprakelijkheid voor ingehuurde ZZP’er

Wat indien een door U ingeschakelde ZZP’er een ongeval tijdens het werk krijgt?

In België zijn er jaarlijks 135.000 arbeidsongevallen, waarvan bijna 70 met dodelijke afloop. In Nederland gebeuren jaarlijks 230.000 arbeidsongevallen waarvan 80 à 90 met dodelijke afloop. En 10.000 van die arbeidsongevallen ontstaan door miscommunicatie wegens het niet goed beheersen van de taal. Het gaat hierbij niet alleen om werknemers Turkse, Marokkaanse, Poolse of Chinese afkomst. Het kan ook een Nederlandstalige werknemer zijn die in Nederland werkt op een bedrijf waar bijvoorbeeld Engels de voertaal is.

Bij de genoemde aantallen arbeidsongevallen gaat om de calamiteiten die bij de Arbeidsinspectie gemeld zijn. Een werkgever die een ongeval niet meldt, kan alleen al daardoor aansprakelijk worden geacht, dus melden is geboden.

Het laat zich raden dat de wetgever, en daardoor ook de rechter, zeer strenge eisen stelt aan het toepassen van veiligheidsmaatregelen. De werkgever moet er bovendien op toezien dat die maatregelen ook echt worden nageleefd. Doet de werkgever dat niet, dan is hij aansprakelijk als in lijn daarmee een ongeval ontstaat.

Ook verzekeraars hebben er belang bij dat de werkgever al het mogelijke doet om ongelukken te voorkomen. De werkgever die dat aan z’n laars lapt zal wegens verhoogd risico op een hogere premie worden getrakteerd en dat is slecht voor het bedrijfsresultaat. De werkgever heeft daardoor zelf ook een groot belang bij het uitblijven van ongevallen op het werk.

Maar hoe zit het nu met de ZZP’er die in opdracht als zelfstandige werk verricht, maar met wie geen arbeidsovereenkomst is?

Eerst de feiten. Een aannemer laat een ZZP’er opruimwerkzaamheden uitvoeren in een gebouw in aanbouw. In de ruimte waar de ZZP’er werkt, op dat moment op de 4e verdieping, zit in een muur, vanaf ruim een meter hoogte, een vierkante uitsparing van 70 bij 70 cm omgeven door een kozijn. Achter dat kozijn is een leidingschacht, net als op alle andere verdiepingen die bedoeld is om ook na de bouw werklieden toegang te verschaffen tot die leidingschacht. Uiteindelijk, voor de oplevering, worden die kozijnen nog voorzien van afsluitbare luiken. Maar zover was het nog niet.

De ZZP’er legde een rol vuilnis- of puinzakken op de rand van het kozijn en die rol viel in de schacht. De ZZP’er keek door het kozijn naar beneden en zag de rol 1.30 m lager liggen op wat hij dacht dat een vloer was. Voorover buigend kon hij er niet bij waarna hij door het kozijn klom, op die vloer ging staan en er onmiddellijk doorheen zakte en 12 m naar beneden viel met zeer zwaar letsel als gevolg. De ‘vloer’ bleek een brandwerende plaat van 2 cm dikte te zijn die niet mandragend was, zoals dat heet.

Een opdrachtgever, in dit geval een aannemer, is niet per definitie aansprakelijk voor een ongeval dat een ingehuurde ZZP’er treft. Daarvoor is nodig dat de ZZP’er voor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van degene voor wie hij deze werkzaamheden verricht.

En of daarvan sprake is wordt bepaald door de omstandigheden van het geval zoals (a) de feitelijke verhouding tussen betrokkenen, (b) de aard van de verrichte werkzaamheden en (c) de mate waarin de opdrachtgever, al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden van degene die het werk doet en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s.

Verder is nodig dat het werk plaatsvond “in de uitoefening van het beroep of bedrijf” van degene in wiens opdracht het werk werd gedaan.

De rechter oordeelde dat hier de veiligheid van de bouwplaats in het geding was waarvoor de aannemer/opdrachtgever verantwoordelijk was. Wie niet wil dat werklieden zoiets overkomt, moet de uitsparingen meteen afsluiten of een waarschuwingsbord ophangen of de plaat wel mandragend maken. Dergelijke veiligheidsmaatregelen waren eenvoudig te nemen en waren niet kostbaar.

Dat het werk plaatsvond “in de uitoefening van het bedrijf van de aannemer” was ook helder nu de inschakeling van de ZZP’er was gedaan uit kostenoverwegingen, want anders hadden de eigen – duurdere – werknemers het moeten doen. Aldus werd de aannemer aansprakelijk geoordeeld voor de schade die de ZZP’er opliep.

Samenvattend, zodra een ZZP’er werk doet dat ook wel tot het werk behoort dat de opdrachtgevende partij in zijn bedrijf doet, dan is de stap naar strenge bescherming van de ZZP’er zoals dat bij werknemers zo is, geen grote stap meer. Maar, veelal komt het zover niet, want, als een ZZP’er bijvoorbeeld de elektriciteitsvoorziening repareert of vervangt bij een bakkerij, mislukt een schadeclaim na een ongeval tijdens het werk, omdat dergelijk werk niet behoort tot de uitoefening van het werk van het bakkersbedrijf.

arbeidsongeschikte zzp-er krijgt alsnog volledige schadevergoeding

Zo is het wel genoeg

Een 62-jarige man, huisschilder van beroep, verdient tot in de eerste helft van 2013 als ZZP’er probleemloos de kost. Hij heeft met gemak werk tot medio 2017 en hij is van plan om ook daarna nog vier jaar door te werken. Dan slaat het noodlot toe. Rijdend op zijn motor op zijn eigen weghelft wordt hij frontaal aangereden door een auto. Hij breekt zijn pols en een groot deel van het spierweefsel van een been wordt door contact met het wegdek weggeschuurd.

De verzekeringsmaatschappij erkent aansprakelijkheid en ziet ook in dat de man blijvend volledig arbeidsongeschikt is. In de daaropvolgende periode keert de verzekeringsmaatschappij in totaal netto € 23.500,- uit waarna op grond van de jaarcijfers wordt beweerd dat hiermee alle schade wegens inkomensverlies wel vergoed is.

Onze schilder spant een kort geding aan tegen de verzekeringsmaatschappij en vordert aanvullende bevoorschotting op zijn schade waartegen de verzekeringsmaatschappij zich verweert, in feite door alles te ontkennen en op grond daarvan te zeggen dat het zo wel genoeg is.

De rechter leest de jaarcijfers bepaald anders, concludeert dat er behalve inkomensderving ook sprake is van verlies aan zelfwerkzaamheid (niet meer zelf klussen, verven, tuin bijhouden doch voortaan moeten inhuren van betaalde krachten) en huishoudelijke hulp behoefte (wat vandaag de dag ook niet meer gesubsidieerd wordt). De rechter wijst als aanvullende schade een bedrag toe van netto € 30.000,- enkel over de periode tot en met 2014.

Te hopen valt dat de man niet ook over de volgende jaren tot en met 2021 elk jaar moet procederen om zijn schade vergoed te krijgen. Misschien valt het mee. Want voordat een rechter in kort geding geldvorderingen toewijst, moet er wel wat aan de hand zijn, in de zin dat de rechter er echt van overtuigd is dat de uiteindelijke schade veel hoger zal liggen. Het standpunt van de verzekeringsmaatschappij moet dus echt onverdedigbaar zijn geweest. Het is niet aannemelijk dat dit bij de verzekeringsmaatschappij op een vergissing berustte. In zo’n geval wekt de verzekeringsmaatschappij de schijn op gewoon geprobeerd te hebben de schilder de bietenbrug op te sturen, want rechters delen echt geen cadeautjes uit.

Het is een zegen dat ook de rechter wel eens kan zeggen: “Zo is het wel genoeg.”

Positie van slachtoffer sterk verbeterd

De positie van slachtoffers is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dat blijkt uit de beleidsdoorlichting 2007-2013 die in de ministerraad is besproken. De afgelopen vijf jaar is zelfs meer gerealiseerd dan was voorgenomen. Zo maken steeds meer slachtoffers gebruik van de regelingen die voor hen beschikbaar zijn, staat het slachtoffer centraal bij organisaties zoals politie en OM, is er meer geld beschikbaar gekomen voor slachtofferzorg en hebben slachtoffers meer rechten gekregen binnen het strafrecht. Ook de slachtofferorganisaties werken op een steeds effectievere manier. De ambities uit 2007 zijn dan ook ruimschoots gehaald.

Het gaat beter met de positie van slachtoffers in Nederland. Justitiële organisaties zoals de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak hebben het slachtofferbeleid in hun eigen werkprocessen verwerkt en blijven dit verder verbeteren. Slachtoffers hebben de afgelopen jaren meer rechten gekregen en er is meer en betere ondersteuning beschikbaar.

Zo hebben slachtoffers sinds 2011 recht op informatie, correcte bejegening en bijstand door een raadsman en een tolk. Voor slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven bestaat sinds 2011 een voorschotregeling. Wanneer de veroordeelde acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet de volledige schadevergoedingsmaatregel heeft betaald, keert de overheid het resterende bedrag uit aan het slachtoffer. De overheid verhaalt het bedrag vervolgens op de dader. Sinds 2012 mogen meer mensen van het spreekrecht gebruik maken. Ook komen meer nabestaanden in aanmerking voor een tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Uit de recente beleidsdoorlichting blijkt dat de ondersteuning aan slachtoffers aanzienlijk is verbeterd. Bij Slachtofferhulp Nederland zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld die nu behoren tot het standaard dienstverleningspakket, zoals het casemanagement voor nabestaanden en slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. De wijze van doorverwijzing van slachtoffers naar advocaten is ook verbeterd, zodat meer slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven gebruik maken van gratis rechtsbijstand. Tenslotte is er een landelijk dekkend netwerk van slachtofferloketten gekomen, waar de politie, het OM en Slachtofferhulp Nederland samenwerken en slachtoffers terecht kunnen voor informatie, advies en ondersteuning tijdens het strafproces.

De financiële middelen voor slachtofferzorg zijn de afgelopen jaren toegenomen van ruim €32 mln. in 2007 naar ruim €54 mln. in 2013. Het aantal slachtoffers dat door Slachtofferhulp Nederland is geholpen is gestegen van 108.991 in 2007 naar 150.952 in 2012. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven steeg het aantal aanvragen van 6016 in 2007 naar 7995 in 2012. Bij Slachtoffer in Beeld is in dezelfde periode het aantal aanmeldingen voor slachtoffer-daderbemiddeling met 242% gestegen, van 441 in 2007 naar 1508 in 2012.

Staatssecretaris Teeven is tevreden over wat er de afgelopen jaren bereikt is voor slachtoffers en ziet dat een omslag gekomen is in het denken over de rol van het slachtoffer binnen de justitiële keten. Het kabinet wil door op de ingeslagen weg zodat de dienstverlening aan slachtoffers een vast en vanzelfsprekend onderdeel blijft binnen alle onderdelen van Justitie. Om dit te realiseren is meer inzicht nodig in resultaten van justitiële organisaties op het gebied van slachtoffers en verbetering van de registratie van slachtoffers. Staatssecretaris Teeven verwacht dat door de ontwikkeling van meer online dienstverlening, nog meer slachtoffers geholpen kunnen worden. Ook zal de ICT hierop worden aangepast. lees meer …

Bron: Ministerie van Justitie

– De Appvocaat: rechtshulp zonder advocaat

De Appvocaat: rechtshulp zonder advocaat

Stel, u bent al enige tijd verwikkeld in een juridisch geschil met uw buren. Zij halen u het bloed onder uw nagels vandaan en u bent het zat. U wilt graag een oplossing voor dit probleem, maar een advocaat in de arm nemen vindt u een stap te ver. Hoewel het voor u misschien ondenkbaar lijkt, is niet voor ieder juridisch probleem de hulp van een advocaat nodig. Veel juridische vraagstukken kunt u, met behulp van de juiste organisatie of instantie en met goede informatie, zelf oplossen. De Appvocaat is een app speciaal gemaakt voor dit soort gevallen. Deze app biedt u de mogelijkheid om zonder dure rechtshulp een oplossing te vinden voor uw juridische probleem of geschil. Lees meer ….

verzekerden rechtsbijstand mogen zelf advocaat kiezen

Europese Hof van Justitie doet belangrijke uitspraak: verzekerden rechtsbijstand mogen zelf advocaat kiezen

Verzekerden met een rechtsbijstandsverzekering moeten zelf een advocaat kunnen kiezen. Het mag niet zo zijn dat een rechtsbijstandsverzekering bepaalt wie namens de verzekerde optreedt. Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg heeft vandaag een belangrijke uitspraak gedaan.

De rechters van het Europese Hof van Justitie bogen zich over het geschil tussen DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij en een verzekerde.

De cliënt wilde dat de maatschappij hem een zelf uitgekozen advocaat vergoedde in een zaak om zijn ontslag aan te vechten. DAS bood slechts een eigen jurist aan om de man bij te staan. De zaak ging in Nederland naar de Hoge Raad en die vroeg het Europese Hof van Justitie om een uitspraak. En die kwam dus vandaag.

Gevolgen voor verzekeraars

De uitspraak heeft grote gevolgen voor de verzekeraars, die in Nederland drie miljoen particulieren en 400.000 ondernemingen als klant hebben en jaarlijks 400.000 geschillen behandelen.  Als polishouders vrije keuze hebben als het tot een procedure komt, zullen de kosten waarschijnlijk sterk stijgen, en daarmee ook de premies. De gehele uitspraak vindt u hier.

Lees hier meer over de vrije advocaat keuze

Bronr: Nieuws voor de verzekeringsbranche – AMweb.

rechtshulp voor Nederlandse expats | Advocaten.nl

Woont u in het buitenland en zoekt u een advocaat in Nederland?

Zit u permanent of voor langere tijd in het buitenland, en hebt u in Nederland een advocaat nodig? Advocaten.nl maakt het mogelijk. Via het formulier meldt u zich eenvoudig aan voor advies, rechtsbijstand of procesondersteuning. Alle diensten worden verleend door een advocaat. Door middel van een protocol verifiëren wij uw identiteit, en kunnen wij u vertegenwoordigen, ook indien u niet in staat bent om naar Nederland te reizen en ons te bezoeken.
Communicatie wordt gevoerd via email, skype, fax of telefoon en op elk moment van de dag.
Lees meer …

via rechtshulp voor Nederlandse expats | Advocaten.nl.

Hogere uitkeringen bij letselschade?

Hogere uitkeringen bij letselschade?

Worden de uitkeringen bij letselschade hoger? En welke factoren spelen daarbij een rol? Smartengeld blijkt nog steeds niet hoger te worden. Hooguit dat het wat met de inflatie gecorrigeerd wordt maar meer ook niet.
lees verder . . .