Opdrachtgever mocht betaling aannemer opschorten wegens gebreken

Een particuliere opdrachtgever betaalde een deel van een termijnfactuur niet vanwege gebreken aan een verbouwing. De aannemer legde daarop het werk stil, maar het hof oordeelt dat de opdrachtgever de betaling mocht opschorten. De aannemer moet bijna € 30.000 aan herstelkosten en andere schade vergoeden.

Uitspraak: 15 september 2026, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Gepubliceerd: 22 september 2026
Rechtsgebied: Aanneming van werk, opschorting, ontbinding en schadevergoeding

Een particuliere opdrachtgever betaalde een deel van een termijnfactuur niet vanwege gebreken aan een verbouwing. De aannemer legde daarop het werk stil, maar het hof oordeelt dat de opdrachtgever de betaling mocht opschorten. De aannemer moet bijna € 30.000 aan herstelkosten en andere schade vergoeden.

Geschil tijdens verbouwing van een woning

De overeengekomen aanneemsom bedroeg € 72.800 inclusief btw. De opdrachtgever had € 54.035,30 betaald en hield een deel van de derde termijn in. Er waren klachten over onder meer het tegelwerk in de badkamer en toiletten.

De aannemer wilde het tegelwerk alleen tegen betaling van € 2.000 aan meerwerk aanpassen. Toen het resterende deel van de factuur niet werd betaald, legde de aannemer de werkzaamheden stil.

Opdrachtgever mocht betaling opschorten

Volgens het hof had de aannemer moeten begrijpen dat de opdrachtgever de betaling opschortte vanwege zijn klachten over de uitvoering. De weigering om de tegels zonder extra kosten te herstellen gaf de opdrachtgever een gegronde reden om te vrezen dat het werk niet deugdelijk zou worden opgeleverd.

De opdrachtgever mocht daarom een deel van de betaling uitstellen. De aannemer mocht vervolgens niet zelf het werk stilleggen. Door dat toch te doen, kwam de aannemer in verzuim en mocht de opdrachtgever de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden.

Het wettelijke opschortingsrecht is onder meer geregeld in artikel 6:262 BW. Het recht op ontbinding bij een tekortkoming volgt uit artikel 6:265 BW.

Vergoeding van herstelkosten en verblijf elders

De aannemer moest niet alleen bijdragen in de kosten voor het afmaken en herstellen van de verbouwing. Het hof kende ook schadevergoeding toe voor de extra kosten die ontstonden doordat het gezin langer buiten de woning moest verblijven. Daaronder vielen onder meer tijdelijke huisvesting, vervoer, opslag en opvang van huisdieren.

Het totale door de aannemer te betalen schadebedrag werd vastgesteld op € 29.723,36. Bij de berekening werd wel rekening gehouden met het gedeelte van de oorspronkelijke aanneemsom dat de opdrachtgever door de ontbinding niet meer hoefde te betalen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Een opdrachtgever mag bij gebreken niet zonder meer iedere betaling stopzetten. Het ingehouden bedrag moet in een redelijke verhouding staan tot de tekortkoming en de aannemer moet duidelijk worden geïnformeerd over de klachten en het verlangde herstel.

Leg gebreken daarom direct schriftelijk vast, maak foto’s en geef de aannemer een redelijke mogelijkheid tot herstel. Laat bij een ernstig geschil zo nodig een onafhankelijk bouwkundig rapport opstellen voordat een andere aannemer de gebreken herstelt. Ook de wettelijke klachtplicht van artikel 6:89 BW kan daarbij van belang zijn.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 22 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

aansprakelijkheid voor ingehuurde ZZP’er

Wat indien een door U ingeschakelde ZZP’er een ongeval tijdens het werk krijgt?

In België zijn er jaarlijks 135.000 arbeidsongevallen, waarvan bijna 70 met dodelijke afloop. In Nederland gebeuren jaarlijks 230.000 arbeidsongevallen waarvan 80 à 90 met dodelijke afloop. En 10.000 van die arbeidsongevallen ontstaan door miscommunicatie wegens het niet goed beheersen van de taal. Het gaat hierbij niet alleen om werknemers Turkse, Marokkaanse, Poolse of Chinese afkomst. Het kan ook een Nederlandstalige werknemer zijn die in Nederland werkt op een bedrijf waar bijvoorbeeld Engels de voertaal is.

Bij de genoemde aantallen arbeidsongevallen gaat om de calamiteiten die bij de Arbeidsinspectie gemeld zijn. Een werkgever die een ongeval niet meldt, kan alleen al daardoor aansprakelijk worden geacht, dus melden is geboden.

Het laat zich raden dat de wetgever, en daardoor ook de rechter, zeer strenge eisen stelt aan het toepassen van veiligheidsmaatregelen. De werkgever moet er bovendien op toezien dat die maatregelen ook echt worden nageleefd. Doet de werkgever dat niet, dan is hij aansprakelijk als in lijn daarmee een ongeval ontstaat.

Ook verzekeraars hebben er belang bij dat de werkgever al het mogelijke doet om ongelukken te voorkomen. De werkgever die dat aan z’n laars lapt zal wegens verhoogd risico op een hogere premie worden getrakteerd en dat is slecht voor het bedrijfsresultaat. De werkgever heeft daardoor zelf ook een groot belang bij het uitblijven van ongevallen op het werk.

Maar hoe zit het nu met de ZZP’er die in opdracht als zelfstandige werk verricht, maar met wie geen arbeidsovereenkomst is?

Eerst de feiten. Een aannemer laat een ZZP’er opruimwerkzaamheden uitvoeren in een gebouw in aanbouw. In de ruimte waar de ZZP’er werkt, op dat moment op de 4e verdieping, zit in een muur, vanaf ruim een meter hoogte, een vierkante uitsparing van 70 bij 70 cm omgeven door een kozijn. Achter dat kozijn is een leidingschacht, net als op alle andere verdiepingen die bedoeld is om ook na de bouw werklieden toegang te verschaffen tot die leidingschacht. Uiteindelijk, voor de oplevering, worden die kozijnen nog voorzien van afsluitbare luiken. Maar zover was het nog niet.

De ZZP’er legde een rol vuilnis- of puinzakken op de rand van het kozijn en die rol viel in de schacht. De ZZP’er keek door het kozijn naar beneden en zag de rol 1.30 m lager liggen op wat hij dacht dat een vloer was. Voorover buigend kon hij er niet bij waarna hij door het kozijn klom, op die vloer ging staan en er onmiddellijk doorheen zakte en 12 m naar beneden viel met zeer zwaar letsel als gevolg. De ‘vloer’ bleek een brandwerende plaat van 2 cm dikte te zijn die niet mandragend was, zoals dat heet.

Een opdrachtgever, in dit geval een aannemer, is niet per definitie aansprakelijk voor een ongeval dat een ingehuurde ZZP’er treft. Daarvoor is nodig dat de ZZP’er voor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van degene voor wie hij deze werkzaamheden verricht.

En of daarvan sprake is wordt bepaald door de omstandigheden van het geval zoals (a) de feitelijke verhouding tussen betrokkenen, (b) de aard van de verrichte werkzaamheden en (c) de mate waarin de opdrachtgever, al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden van degene die het werk doet en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s.

Verder is nodig dat het werk plaatsvond “in de uitoefening van het beroep of bedrijf” van degene in wiens opdracht het werk werd gedaan.

De rechter oordeelde dat hier de veiligheid van de bouwplaats in het geding was waarvoor de aannemer/opdrachtgever verantwoordelijk was. Wie niet wil dat werklieden zoiets overkomt, moet de uitsparingen meteen afsluiten of een waarschuwingsbord ophangen of de plaat wel mandragend maken. Dergelijke veiligheidsmaatregelen waren eenvoudig te nemen en waren niet kostbaar.

Dat het werk plaatsvond “in de uitoefening van het bedrijf van de aannemer” was ook helder nu de inschakeling van de ZZP’er was gedaan uit kostenoverwegingen, want anders hadden de eigen – duurdere – werknemers het moeten doen. Aldus werd de aannemer aansprakelijk geoordeeld voor de schade die de ZZP’er opliep.

Samenvattend, zodra een ZZP’er werk doet dat ook wel tot het werk behoort dat de opdrachtgevende partij in zijn bedrijf doet, dan is de stap naar strenge bescherming van de ZZP’er zoals dat bij werknemers zo is, geen grote stap meer. Maar, veelal komt het zover niet, want, als een ZZP’er bijvoorbeeld de elektriciteitsvoorziening repareert of vervangt bij een bakkerij, mislukt een schadeclaim na een ongeval tijdens het werk, omdat dergelijk werk niet behoort tot de uitoefening van het werk van het bakkersbedrijf.

▲