Nieuwsblog Advocaten.nl

de financiële gevolgen van vreemdgaan

Dat vreemdgaan kan leiden tot een relatiebreuk met alle financiële gevolgen van dien spreekt voor zich. De vraag is of vreemdgaan verdergaande financiële consequenties heeft dan een relatiebreuk die niet door vreemdgaan is veroorzaakt. U verliest in ieder geval niet uw recht op partneralimentatie als u vreemd bent gegaan, noch moet u meer partneralimentatie betalen als gevolg van vreemdgaan. Vreemdgaan beïnvloedt evenmin de verdeling of verrekening van het vermogen. Desondanks kan het verzwijgen van een relatie u in heel bijzondere omstandigheden duur komen te staan als u uit elkaar gaat.

Dwaling is een wettelijke grondslag om een overeenkomst ongedaan te maken. Bij of na een echtscheiding wordt regelmatig een beroep op dwaling of een aanverwante grondslag gedaan, maar dergelijke pogingen lopen in de meeste gevallen op niets uit.
Samenlevingscontract

Dat was anders in een zaak waar ons hoogste rechtscollege vorig jaar over had te oordelen. De casus is als volgt: de man en de vrouw wonen sinds 1986 ongehuwd samen. Beiden hebben voor een korte periode een relatie met een ander gehad. In augustus 2004 hebben zij na een evaluatie van hun relatie besloten samen verder te gaan. In dat kader hebben zij een samenlevingsovereenkomst opgesteld, met als doel de vermogenspositie van de vrouw te verbeteren check my source.

Eind augustus 2007 beëindigt de man de relatie. Hij vindt dat het samenlevingscontract vernietigd moet worden, want achteraf is hem gebleken dat de vrouw heeft verzwegen dat zij vlak voor de sluiting van het samenlevingscontract nogmaals een relatie met een ander heeft gehad. Hij stelt dat als hij dat had geweten hij het samenlevingscontract nooit zou hebben gesloten.

Overspel

De Hoge Raad formuleert als hoofdregel dat partners in een affectieve relatie vrij zijn om te bepalen in hoeverre hoogstpersoonlijke informatie wordt gedeeld. Echter, gelet op de eerdere evaluatie na het overspel had de vrouw de man voor de ondertekening van het contract moeten inlichten, aldus de Hoge Raad. Ze had behoren te weten dat dit essentiële informatie voor de man was. De Hoge Raad acht het beroep van de man op dwaling daarom gegrond met als gevolg dat de samenlevingsovereenkomst ongedaan is gemaakt.

Lees verder in De telegraaf                 

Advocaat kan zich niet verschuilen achter zijn praktijk-BV

De Hoge Raad klaagt wel eens over zijn hoge werklast, maar soms draagt hij zelf nodeloos aan die last bij. Het inmiddels beruchte Spaanse Villa-arrest (NJ 2013/302) heeft, zoals bekend, de nodige discussie uitgelokt onder vennootschapsjuristen.

Sommigen leidden hieruit af dat voor een bestuurder van een rechtspersoon geen hoge drempel voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad meer zou gelden, ongeacht de aard van diens optreden. Anderen meenden juist dat een bestuurder altijd die hoge drempel kon inroepen.

Onzin natuurlijk, de Hoge Raad had zich alleen wat ongelukkig uitgedrukt. Niettemin voelde onze hoogste rechter zich vorig jaar geroepen zijn standpunt nog eens uit te leggen in het arrest Hezemans Air (NJ 2015/21). Alleen indien een bestuurder van een rechtspersoon in die hoedanigheid een derde schade heeft berokkend, geldt voor hem een hoge drempel. Er moet dan sprake zijn van een ernstig persoonlijk verwijt, in plaats van een “gewoon” verwijt (whatever the difference).

Het zaad der verwarring was toen echter al gezaaid. Een door een kantoorcliënt tot schadevergoeding aangesproken advocaat betoogde in hoger beroep met succes dat voor hem de hoge drempel gold, nu niet hij maar zijn praktijk-BV partner was in de maatschap aan wie de opdracht was verstrekt. Hij wenste zich dus te verschuilen achter de rug van zijn BV. De Hoge Raad maakt hier echter korte metten mee in zijn arrest van 18 september 2015 (ECLI:NL:HR:2015:2745). Het optreden van een advocaat staat immers volkomen los van zijn hoedanigheid als bestuurder van een praktijk-BV. Begaat hij in die beroepsuitoefening een onrechtmatige daad, dan leidt dat dus ook niet tot een van zijn BV afgeleide – of secundaire – aansprakelijkheid, die volgens de Hoge Raad een hoge drempel rechtvaardigt. Voor hem geldt het gebruikelijke maatmancriterium van “handelen in strijd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht” (NJ 1991/26). Dat geldt overigens ook voor een advocaat in dienstbetrekking.

Nogmaals, de advocaat in kwestie werd hier door de cliënt aangesproken uit onrechtmatige daad (wegens onvoldoende onderzoek naar de waarde van een stuk grond waarop de cliënt een lening had verstrekt). Hij werd niet uit contract aangesproken. De opdracht was immers aan de maatschap verstrekt. Beperking van contractuele aansprakelijkheid en uitsluiting van de aansprakelijkheid van de “feitelijke opdrachtnemer” (art. 7:404 jo. 7:413 BW) in de algemene voorwaarden heeft dus nog altijd zin.

Bron: mr-Online    

Consumentenbond wil toelatingsregels voor incassobureaus

De Consumentenbond wil dat er wettelijke toetredings- of opleidingseisen komen voor incassobureaus. Ook wil de belangenorganisatie dat de sector gecontroleerd gaat worden door een toezichthouder. Daarvoor pleit de bond in een eigen incassoplan dat dinsdag is overhandigd aan de Tweede Kamer. De PvdA en de ChristenUnie hebben de Consumentenbond al laten weten met een wetsvoorstel te komen.

Het plan is bedoeld om de rechtspositie van consumenten te verbeteren. Als die hun rekening niet betalen, hebben ze daar meestal een reden voor, redeneert de bond. ,,Ze willen wel betalen, maar kúnnen het nu even niet, of zij willen niet betalen omdat zij de vordering betwisten.”

Nu kan iedereen zomaar een incassobureau beginnen, met misstanden tot gevolg. ,,Veel consumenten worden op dit moment de dupe van onbeschofte incassobureaus en deurwaarders, die onbegrijpelijke rekeningen sturen en volstrekt onbereikbaar zijn”, zegt Bart Combée, directeur van de Consumentenbond. ,,Als consument sta je in zo’n traject bij voorbaat al met 3-0 achter, en is de kans groot dat je veel dieper in de schulden belandt. Dat kan en mag niet de bedoeling zijn.”

Bron: Elsevier    ▲

Ontslag om dringende reden, toch recht op transitievergoeding

De rechter oordeelt niet snel dat van de werkgever niet langer gevergd kan worden om de arbeidsrelatie voort te zetten. In deze rechtszaak was dat wel het geval. Maar dat betekende nog niet dat de medewerker geen recht had op een transitievergoeding.

De situatie
Een medewerkster van een customer contact center handelt sinds 1999 klantcontacten af voor grote opdrachtgevers zoals de Staatsloterij. Ze heeft een zogenaamde integriteitsverklaring ondertekend. Daar staat in dat medewerkers klanten van opdrachtgevers nooit onheus zullen bejegenen of de algemene fatsoensnormen zullen overtreden. In de verklaring staat ook dat overtreding van de regels uit deze overeenkomst een dringende reden kan zijn voor ontslag op staande voet.
De beoordelingen van de medewerkster zijn vanaf 2009 wisselend, met scores van ‘-‘ , ‘-/+’ en ‘+’. Er wordt in alle beoordelingen, behalve die van 2011, gewag gemaakt van klantonvriendelijk gedrag, botheid, ongeduld en irritatie richting klanten. De medewerkster krijgt daar in 2012 ook een officiële waarschuwing voor. De druppel is uiteindelijk een klantgesprek dat nogal uit de hand loopt: er wordt over en weer flink gescholden. De medewerkster wordt geschorst en de werkgever stapt naar de rechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken.

Bij de rechter
De werkgever vindt dat het gedrag van de werkneemster verwijtbaar is en dat niet langer van hem gevergd kan worden om de arbeidsrelatie nog te laten voortduren; hij doet een beroep op de zogenaamde ‘e-grond’.

Het oordeel
De rechter vindt het, gezien de functie van de medewerker, terecht dat de werkgever zwaar tilt aan de klantvriendelijkheid en correcte bejegening van klanten.

Arbeidsrelatie voortzetten kan niet langer van werkgever gevergd worden
De omstandigheden zijn zodanig verwijtbaar dat van de werkgever inderdaad niet langer kan worden gevergd dat de arbeidsrelatie nog wordt voortgezet. Daarbij tellen een aantal zaken mee: de werkgever heeft geïnvesteerd in de medewerkster via training en begeleiding, de werkneemster is diverse malen op het tekortschieten aangesproken, ze heeft al een officiële waarschuwing gekregen en, niet onbelangrijk, ook de ondertekende integriteitsverklaring speelt een grote rol. Door die verklaring wist de werkneemster dat de uitlatingen in het laatste telefoongesprek als ontoelaatbaar zouden worden beschouwd.

Verwijtbaar maar wel recht op transitievergoeding
Bij ernstig verwijtbaar handelen van een werknemer kan een arbeidsovereenkomst zonder een transitievergoeding worden ontbonden. De werkgever doet een beroep op deze bepaling maar dat wijst de kantonrechter af. In de wetsgeschiedenis zijn voorbeelden gegeven van zulke handelingen: diefstal, bedrog en andere misdrijven, of situaties waarin de werknemer zich zonder goede reden niet houdt aan kenbare gedragsregels of voorschriften.
In dit geval is er geen sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen, oordeelt de rechter. De werknemer voelde zich in het gesprek kennelijk tot het uiterste gedreven en heeft teruggescholden in een reactie op een soortgelijke scheldpartij van de klant. De werkneemster had zeker haar geduld moeten bewaren maar haar handelen rechtvaardigt niet dat ze zonder een transitievergoeding meteen de laan uit wordt gestuurd. De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2015 onder toekenning van een transitievergoeding.

Bron: P&O Actueel  ▲

‘Staatskas gespekt over ruggen werklozen’

De Staat ontvangt miljarden aan belasting over ontslagvergoedingen, klaagt vakbond De Unie. De bond wil dat daar een einde aan komt en dat werknemers hun bruto ontslaggeld voortaan netto op de bankrekening krijgen.
Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie deed onderzoek naar ruim 100.000 mensen die in de afgelopen twee jaar hun baan kwijtraakten. Zij moesten bij elkaar 4,2 miljard euro aan belasting over hun ontslagvergoedingen betalen.

“De staatskas wordt gespekt over de ruggen van werklozen”, zegt Reinier Castelein, voorzitter van De Unie. Het zijn volgens hem vooral 45-plussers die werden ontslagen. “En die hebben nul kans op het vinden van een nieuwe baan.”
Castelein vindt het niet kunnen dat deze mensen belasting moeten betalen over hun ontslagvergoeding, terwijl het kabinet tegelijkertijd “voor Sinterklaas speelt” met 5 miljard belastingverlaging voor werkgevers en werknemers met een baan.

De vakbondsvoorzitter wijst erop dat de komende jaren ook nog veel mensen hun baan zullen verliezen. Zo loopt er bij Rabobank nog een grote reorganisatie.
Vakbond De Unie is als vakbond voor middelbaar en hoger personeel sterk vertegenwoordigd in de financiële sector. Daar bedroeg de ontslagvergoeding de afgelopen twee jaar volgens Castelein gemiddeld zo’n 175.000 euro. In veel andere branches was het bedrag lager. Van het geld dat de ontslagen werknemers meekregen moest door de bank genomen ruim de helft worden afgedragen aan de fiscus.

Bron : Telegraaf.nl                    

Senaat VS akkoord met omstreden cyberwet

De Amerikaanse Senaat heeft dinsdag (lokale tijd) een wetsvoorstel aangenomen dat de cyberveiligheid van het land moet versterken. De wet (CISA, Cybersecurity Information Sharing Act) voorziet erin dat de overheid privégegevens en geheime bedrijfsgegevens mag verzamelen als ze meent dat de veiligheid in gevaar is.

Tegenstanders, waaronder grote techbedrijven als Apple, Wikimedia en Dropbox, vrezen dat de privacy van burgers op grote schaal zal worden geschonden. Voorstanders vinden de wet een goed wapen tegen het toenemende hackersgeweld.

De wet moet nu nog worden goedgekeurd in het Huis van Afgevaardigden en door president Barack Obama.

Bron: Elsevier                    

„Huurders in problemen door huurverhogingen”

Duizenden huurders dreigen in financiële problemen te komen doordat ze opnieuw geconfronteerd worden met een forse huurverhoging. Daarvoor waarschuwt de Woonbond woensdag in het AD.

De belangenvereniging wil dat minister voor Wonen Stef Blok (VVD) haast maakt met huurmatiging. „Dit kan echt niet langer doorgaan. Al die huurverhogingen leiden rechtstreeks tot armoede”, zegt directeur van de Woonbond Ronald Paping in de krant. Volgens hem zitten van de 2,4 miljoen huurders honderdduizenden mensen financieel klem. In de laatste drie jaar stegen de huren gemiddeld met 13 procent.

Bron: Ref dagblad            

 

vernietiging van een overeengekomen verdeling wegens dwaling

Veel echtscheidingen komen partijen een verdeling overeen die in een document, vaak convenant genoemd, wordt vastgelegd.

Achteraf kan een partij, die inmiddels wordt geconfronteerd met een heel ander leven, menen dat hij of zij welbeschouwd er bekaaid van af is gekomen, en door bijvoorbeeld afstand te hebben gedaan van alles.

Vernietiging van de verdeling

Voor de onvrede die dat meebrengt heeft de wet een correctiemiddel. Artikel 3:196 van het Burgerlijk wetboek bepaalt onder andere:

… een verdeling ook vernietigbaar, wanneer een deelgenoot omtrent de waarde van een of meer der te verdelen goederen en schulden heeft gedwaald en daardoor voor meer dan een vierde gedeelte is benadeeld. Wanneer een benadeling voor meer dan een vierde is bewezen, wordt de benadeelde vermoed omtrent de waarde van een of meer der te verdelen goederen en schulden te hebben gedwaald.

Met andere woorden, indien de ex-partners hun handtekening hebben gezet onder een convenant waarin de verdeling is vastgelegd, kan een partij die overeenkomst vernietigen wegens dwaling. Benadeling voor meer dan kwart levert dus een vermoeden van dwaling op. De andere partij moet dan het bewijs te leveren van het tegendeel.

Wat is dwaling

Dwaling betekent in dit geval dat een partij stelt dat, indien hij de werkelijk feiten had gekend of begrepen, hij niet akkoord was gegaan met die verdeling. Hij heeft dan een onjuiste voorstelling van zaken gehad omtrent de waarde van die goederen in die verdeling.
Er zijn verschillende mogelijkheden.

Een partij is voor tenminste 25% benadeeld.

Mits die bewijst dat daadwerkelijk werd benadeeld voor tenminste 25%, kan hij gewoon de vernietiging inroepen. Dat kan door middel van een brief, dagvaarding of deurwaardersexploot.

De andere partij, die is bevoordeeld, dient dan te bewijzen dat er geen sprake is van dwaling. Die moet dan dus bewijzen dat die andere partij willens en wetens met die verdeling akkoord is gegaan, bijvoorbeeld omdat daarvoor een bijzondere reden is genoemd, zoals een dringende reden van moraal en fatsoen.

Een partij kan niet bewijzen dat hij voor tenminste 25% is benadeeld.

In dat geval kan hij ook vernietigen, maar zal hij zelf het bewijs dienen aan te dragen dat hij heeft gedwaald omtrent de verdeling. Dat is in de meeste gevallen geen eenvoudige opgave.

Het is immers niet altijd met terugwerkende kracht vast te stellen dat een partij bij vaststelling van de waarde van goederen een onjuiste voorstelling heeft gehad. Vaak is de waarde van goederen immers niet eenvoudig te bepalen. Dat heeft dus niet in alle gevallen geleid tot succes.

Een beroep doen op dwaling

Bij een beroep op dwaling komt het dus aan op de vraag op partijen bewijs kunnen leveren van hun voorstelling van zaken ten tijde van het sluiten van die overeenkomst. Van belang daarbij zijn onder andere de volgende vragen.

  • Was er voldoende en heldere informatie beschikbaar die partijen konden bergrijpen?
  • Werden zij voorzien van deskundige bijstand?

Daar schort het in veel gevallen aan. Veel convenanten komen tot stand tussen partijen zelf, zonder bijstand van accountants, juristen. Ook mediators hebben niet altijd voldoende kennis om dergelijke problemen te voorkomen. In veel gevallen is daar aan ook geen behoefte, bijvoorbeeld indien de verdeling een zaak van geringe waarde betreft is of slechts één zaak moet worden verdeeld.

Maar ook in geval slechts een zaak moet worden verdeeld, zoals de gemeenschappelijke woning, kan het al fout gaan Soms wordt uitgegaan van een grove schatting van de waarde van de woning, zoals de OZB waarde of worden “spaartegoeden “in de vorm van hypotheekverzekeringen vergeten. Bij complexe verdelingen is een vergissing dus al snel gemaakt.

De regel in artikel art. 3:196 BW maakt het in zo`n geval makkelijk om de verdeling nog eens goed te bezien en, indien partijen niet alsnog komen tot een eerlijke verdeling, de rechter om een beslissing te vragen.

Voor meer informatie over de mogelijkheden doe u in zo1n geval hebt kunt u altijd contact opnemen met Advocaten.nl.

Mkb’er moet juridische zaken beter regelen

Zeker 82% van de bedrijven, en dan met name in het mkb, heeft juridisch gezien z’n zaken niet op orde. Domeinnamen, handelsnamen en merknamen zijn vaak niet juist geregistreerd of gestructureerd en veel bedrijven hebben hun intellectueel eigendom niet goed afgeschermd.

Dit blijkt uit onderzoek van LegalMatters.com.
Zo blijken veel bedrijven bijvoorbeeld hun domeinnaam niet te hebben geregistreerd op de juiste persoon. Soms staat deze nog op naam van de oprichter of op de naam van degene die de website heeft gemaakt.

Risico

Met name jonge bedrijven vergeten vaak hun intellectueel eigendom over te dragen, wanneer ze van eenmanszaak in een bv veranderen. ,,Dit is een groot risico als er claims plaatsvinden, omdat je dan privé aansprakelijk wordt gesteld’’, aldus Piet-Hein Boekel, van LegalMatters.com. Domeinnamen kunnen beter worden overgedragen naar een aparte holding of bv waar geen risico in zit. Mocht er sprake zijn van een faillissement, dan blijven de domeinnamen en intellectuele eigendomsrechten buiten schot.

Ervandoor

Bij bijna de helft van de bedrijven is de merknaam niet geregistreerd. Ook bij handelsnamen is dit vaak het geval en zonder merkregistratie is een merk niet beschermd. Boelen: ,,We zien dat er steeds vaker ‘trademark grabbers’ actief zijn in Europa, zoals dat vroeger ging met domeinnamen. De kans bestaat dan dat iemand anders er met je merk vandoor gaat.” Dit is niet alleen zonde van alle tijd en geld voor de marketing die erin is gaan zitten, ook is een merk geld waard.

bron: de telegraaf

Nederlandse werknemer wil flexibele werktijden

Flexibele werktijden zijn de voornaamste arbeidsvoorwaarde voor Nederlandse werknemers, die een reiskostenvergoeding en een pensioenregeling minder belangrijk zijn gaan vinden. Dat blijkt uit een zondag gepresenteerd rapport van onderzoeksbureau Intelligence Group, dat 21 criteria voorlegde aan bijna 6800 mensen.

De respondenten werden verdeeld over vijf categorieën: man, vrouw, loondienst, student/scholier en werkloos. Bij vrouwen en studenten/scholieren kwamen flexibele werktijden als belangrijkste voorwaarde uit de bus, terwijl mannen meer oog hebben voor een pensioenregeling en werklozen voor een reiskostenvergoeding.

,,Mannen gaan voor geld, vrouwen voor flexibel werken en combinatie werk-privé”, aldus de onderzoekers. Op het totaal genomen, zakten de reiskostenvergoeding en pensioenregeling beide met 1 plek naar respectievelijk 2 en 3.

Leeftijdsafhankelijk
Het belang dat wordt gehecht aan een goede pensioenopbouw is grotendeels leeftijdsafhankelijk, blijkt uit het rapport. Voor werknemers van 50 jaar en ouder is het veruit de belangrijkste voorwaarde (49 procent), terwijl slechts een kwart van de starters er belang aan hecht.

De top 9 van belangrijkste voorwaarden bestaat verder uit ‘veel vrije tijd/vakantiedagen’, ’13e maand’, ‘mogelijkheid om thuis te werken’, ‘studie- en opleidingsbudget’, onregelmatigheidstoeslag’ en ‘aandacht voor goede werkplekken en werkomstandigheden’.

Bron: BN de Stem