Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP

Een betrokkene die vermoedt dat zijn persoonsgegevens worden verwerkt op een manier die in strijd is met de privacywet (AVG) kan een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) (artikel 77 lid 1 AVG). De AP is verplicht alle klachten in behandeling te nemen en iedereen die een klacht heeft ingediend informatie te verschaffen omtrent de vooruitgang en de resultaten van het onderzoek (artikel 57 lid 1 aanhef en onder f AVG). De verplichte inhoudelijke reactie betekent overigens niet dat het onderzoek dat daaraan ten grondslag ligt altijd even uitgebreid is. De AP mag namelijk bij het behandelen van klachten een afweging maken ten aanzien van de mate van intensiteit van het onderzoek. In de nieuwe beleidsregels licht de AP nader toe hoe zij bij het behandelen van klachten haar onderzoekscapaciteit inzet.

Aanpak AP

De AP zal zich primair gaan richten op het bereiken van normconform gedrag bij het behandelen van klachten. De AP stuurt aan op een pragmatische benadering waarbij doeltreffendheid en efficiency een belangrijke rol spelen. Daarbij kan worden gedacht aan telefonisch contact met de (vermeende) overtreder of een (publieke) waarschuwingsbrief als de klacht daarmee kan worden afgedaan. De AP maakt daarmee duidelijk dat zij niet meteen naar zware middelen gaat grijpen indien dat niet nodig is.

Behandeling klachten

Bij het behandelen van een klacht onderzoekt de AP de klacht in de mate waarin dat gepast is. Wat gepast is, kan per geval verschillen en is afhankelijk van alle concrete feiten en omstandigheden. In ieder geval begint de AP met een eerste beoordeling.

Aan de hand van een eerste beoordeling bepaalt de AP of er mogelijk sprake is van een overtreding. Wanneer uit de eerste beoordeling van de klacht blijkt dat er sprake is van een overtreding, zal de AP in beginsel handhavend optreden. Mocht al snel duidelijk zijn dat er geen sprake is van een overtreding, dan beëindigt de AP de behandeling van de klacht.

Het is ook mogelijk dat uit de eerste beoordeling blijkt dat er voldoende aanleiding is om te kunnen spreken van een overtreding, maar dat nader onderzoek nodig is om het definitief vast te kunnen stellen. In dat geval zal de AP als vervolgstap aan de prioriteitscriteria toetsen.

Prioriteitscriteria

De prioriteitscriteria zijn ontstaan omdat de AP niet altijd een nader onderzoek kan uitvoeren omdat haar mankracht en middelen beperkt zijn. Door het toetsen aan deze criteria kan de AP dan een weloverwogen besluit nemen om een klacht verder te behandelen of niet.

De criteria zijn als volgt:

  • Hoe schadelijk is de vermeende overtreding voor de betrokkene(n);
    Daarbij kijkt de AP of mogelijk sprake is van een ernstige overtreding en of de overtreding nog voortduurt of structureel van aard is. Verder weegt mee om wat voor persoonsgegevens het gaat en of het persoonsgegevens betreft van een kwetsbare groep.
  • Wat is de omvang van de bredere maatschappelijke betekenis van een eventueel optreden van de AP;
    Hierbij kijkt de AP of de overtreding valt binnen de aandachtspunten uit het Toezichtkader. Verder kijkt de AP naar de hoeveelheid betrokkenen, de mate waarin zij worden getroffen en of sprake is van een grensoverschrijdend karakter.
  • In hoeverre is de AP in staat doeltreffend en doelmatig op te treden.
    Ten aanzien van doeltreffendheid zal de AP een inschatting maken welk handhavingsinstrument geschikt is om op korte termijn het gewenst effect te bereiken. De AP kan daarbij gebruik maken van informele interventies om normconform gedrag te realiseren, naast haar wettelijke handhavingsinstrumenten. Bij doelmatigheid gaat het om de beschikbare menskracht en financiële middelen van de AP en het evenwichtig verdelen daarvan gelet op het aantal signalen en de klachten die aanleiding zijn voor nader onderzoek.

De prioriteringscriteria zijn niet cumulatief, maar een klacht die op meerdere criteria hoog scoort zal eerder nader worden onderzocht. Dit betekent dat een aanleiding voor het niet verder behandelen van een klacht kan zijn dat deze klacht op één criteria een lage(re) score heeft. Wel kan in het geval van bijzondere omstandigheden een klacht toch nader onderzocht worden als het op alle criteria laag scoort.

Nader onderzoek

Het nader onderzoek kan op verschillende manieren plaatsvinden, maar resulteert doorgaans in een concept rapport. De vermeende overtreder kan daarop reageren, waarna het definitieve rapport wordt vastgesteld. Wanneer in het definitieve rapport van bevindingen is vastgesteld dat sprake is van een overtreding, dan volgt de handhavingsfase. In het geval geen sprake is van een overtreding, dan wordt het onderzoek gesloten en de behandeling van de klacht beëindigd.

Sectorale wetgeving

Goed om te weten is dat wanneer de AP een verzoek om handhaving ontvangt over sectorale wetgeving, de AP hetzelfde stramien volgt als bij afhandeling van klachten in de zin van de AVG. Dit geldt ook voor verzoeken van belanghebbenden die niet als betrokkene zijn aan te merken.

Bronnen: Autoriteit Persoonsgegevens,1 oktober 2018 en Stcrt. 2018, 54 287

Dit artikel is geschreven door mr. Kim Reijnen van Kim Reijnen – Legal Support en Training.

 

Nieuwe wet om rechters makkelijker te berispen of straffen

De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag te berispen of te bestraffen worden verruimd. De Rechtspraak pleit al langer voor zo’n wijziging en adviseerde eerder positief over het wetsvoorstel. De rechterlijke organisatie kan op dit moment maar zeer beperkt maatregelen treffen als rechters ongeoorloofd gedrag vertonen.

Toen eerder de Tweede Kamer instemde met het wetsvoorstel, reageerde Kees Sterk (vicevoorzitter van de Raad voor de rechtspraak) tevreden. Sterk: ‘Het voorstel komt voor een belangrijk deel overeen met voorstellen die de Rechtspraak eerder zelf deed. Op dit moment kunnen we geen maatwerk bieden als een rechter zich ongepast gedraagt. We kunnen óf een schriftelijke waarschuwing geven, of een ontslagprocedure starten bij de Hoge Raad. Een vrij lichte straf en een hele zware straf dus. Dat is echt te beperkt.’ Met het instemmen van de Eerste Kamer wordt de wet nu aangepast en komen hier onder andere de mogelijkheid om te berispen of te schorsen bij.

Verbod op asbestdaken in 2025

Bedrijven en particulieren kunnen nu gebruik maken van een subsidie om asbestdaken te vervangen.

Zit uw bedrijf in een gebouw met een asbestdak? Daken met asbest zijn in Nederland na 2024 verboden.

Het is in Nederland al sinds 1993 verboden om asbest te gebruiken in de bouw. Dat betekent dat alle nog bestaande daken met asbest in Nederland nu minimaal ongeveer 25 jaar oud zijn.

Bedrijven en particulieren kunnen nu gebruik maken van een subsidie om asbestdaken te vervangen. Per vierkante meter wordt 4,50 euro uitgekeerd met een maximum van 25.000 euro per adres.

Voor wie geldt de subsidie?

  • Eigenaren van een gebouw met asbesthoudende dakbedekking
  • Ondernemers die werken onder een dak met asbest
  • Asbestverwijderingsbedrijven

De wijziging gaat naar verwachting in op 1 januari 2025.

Let op: De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling én publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant.

Raad voor de rechtspraak stopt digitalisering handelszaken

De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat ‘de programmatuur omstreden is’.

De landelijke uitrol van verplicht digitaal procederen in civiele handelszaken (met een belang van minstens 25.000 euro) is definitief van de baan. Dit heeft de Raad voor de rechtspraak bekendgemaakt. Ook het systeem voor digitale procedures in asiel- en bewaringszaken wordt niet verder ontwikkeld.

Diverse redenen

De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat ‘de programmatuur omstreden is’. De Raad vindt het daarom ‘niet verantwoord om het huidige systeem landelijk in te voeren. Ermee doorgaan betekent dat er veel tijd, energie en geld in gestoken moet worden. Bovendien kan het digitale systeem maar beperkte tijd gebruikt worden, omdat de leverancier stopt met de ontwikkeling ervan’.

Geen weggegooid geld?

Verder benadrukt de raad dat de tot nog toe geïnvesteerde 200 miljoen euro geen weggegooid geld is. Bovendien zijn de gemaakte kosten ‘gedekt binnen de reguliere begroting van de Rechtspraak, met aanvullende bijdragen vanuit het ministerie van justitie en vanuit het beschikbare eigen vermogen’.

Reactie deken

Algemeen deken van de Orde van Advocaten Bart van Tongeren noemt het besluit van de raad ‘uitermate teleurstellend voor de balie’. “Advocaten hebben hun werkwijzen aangepast, personele veranderingen aangebracht en geïnvesteerd in de ICT-voorzieningen waar de Raad om vroeg. Digitaal procederen zou ook zorgen voor een efficiencyslag binnen de rechtspraak en kortere doorlooptijden voor rechtszoekenden. Dan is het een pijnlijke constatering dat het allemaal vervolgens niet doorgaat. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen over wat de Raad dan wel gaat doen.”

Invalleerkrachten mogen binnenkort vaker invallen

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) vallen scholen in het bijzonder onderwijs onder de zogenoemde ketenbepaling. Dit betekent dat invallers na een aantal tijdelijke contracten recht krijgen op een vaste baan.

Vanaf volgend schooljaar mogen invalkrachten vaker bijspringen. Scholen in het basisonderwijs en speciaal onderwijs kunnen invalkrachten vanaf komend schooljaar meerdere contracten achter elkaar aanbieden. Nu zijn dergelijke invalkrachten, die soms maar één dag of enkele dagen komen, al snel door hun maximumaantal contracten heen

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft besloten in te grijpen, hoewel hij de wet al wilde wijzigen. Hij reageert op een verzoek van de werkgevers en werknemers. Zij moeten de aanpassing in hun cao’s vastleggen.

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) vallen scholen in het bijzonder onderwijs onder de zogenoemde ketenbepaling. Dit betekent dat invallers na een aantal tijdelijke contracten recht krijgen op een vaste baan. Voor het primair onderwijs bleek de ketenbepaling een probleem.

EU-parlement stemt in met wet voor tijdelijke medewerkers

Het Europees Parlement stemt in met nieuwe regels voor tijdelijke werknemers uit een ander EU-land. Die krijgen het recht op hetzelfde loon bij gelijk werk als de collega’s in het gastland.

Met de herziening van de zogenoemde detacheringsrichtlijn worden ”werknemers op de steiger, in de kas en op de scheepswerf weer collega’s van elkaar in plaats van concurrenten’’, aldus een ”superblije” Europarlementariër Agnes Jongerius (PvdA) die namens het parlement onderhandelde met de lidstaten en Europese Commissie.

Van de 652 uitgebrachte stemmen waren er 456 voor en 147 tegen, met 49 onthoudingen.

De maximale termijn voor detachering is nu onbeperkt maar gaat naar twaalf maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Werkgevers mogen reis- of verblijfskosten niet meer van het loon aftrekken. Voor alle werknemers gaat de cao gelden. De onderhandelingen duurden meer dan twee jaar.

Draaideurdetacheerders

Volgens Jeroen Lenaers (CDA) maakt de richtlijn ook ”een einde aan de draaideurdetacheerders die permanent op flexibele contracten zitten maar in de praktijk gewoon een vaste baan hebben.’’

Hij waarschuwt dat de wet staat of valt bij de handhaving ervan. ”We hebben niets aan betere regels als nationale en Europese inspecties te weinig middelen en bevoegdheden hebben om echt toe te zien op de eerlijke concurrentie in de markt.”

Vooral Oost-Europese landen hebben zich tegen de wetgeving verzet. Ze vrezen dat bijvoorbeeld Poolse bouwvakkers minder snel aan werk kunnen komen in rijkere landen. De arbeidsvoorwaarden voor de transportsector worden vastgelegd in een aparte wet waarover het parlement binnenkort zal stemmen.

Bonden

Vakbond FNV spreekt van een ”belangrijke stap in de goede richting”. ”Maar we zijn er nog niet”, zegt FNV’er Tuur Elzinga. ”Duizenden chauffeurs in het wegvervoer blijven uitgezonderd van de gelijke rechten, omdat ze niet onder dit akkoord vallen.”

CNV-voorzitter Maurice Limmen vindt de periode dat mensen uit andere EU-landen hier tijdelijk goedkoper mogen werken nog altijd te lang.

”Daarnaast zijn de voorstellen voor gelijk loon onvoldoende. Gedetacheerde werknemers uit het buitenland zijn voor inlenende bedrijven vaak nog fors goedkoper”, meent Limmen.

Bron: NU.nl                                                         

Advies: schrap verwarrende term roekeloosheid uit verkeerswet

De Raad voor de Rechtspraak vindt dat de term roekeloosheid moet verdwijnen uit de Wegenverkeerswet. Dit om verwarring te voorkomen. Want in de volksmond wordt onverantwoordelijk rijgedrag eerder roekeloos genoemd dan in de rechtszaal, waar “de zwaarste vorm van schuld” moet worden bewezen

De raad geeft dit advies aan minister Grapperhaus van Justitie. Hij werkt momenteel aan een wetsvoorstel om verkeersdelicten zwaarder te kunnen bestraffen.

Met alcohol op en op hoge snelheid door rood rijden, valt juridisch gezien niet automatisch onder roekeloos rijden, geeft de raad als voorbeeld. Terwijl dit soort rijgedrag door mensen vaak wel als roekeloos wordt gezien. Dat leidt volgens het adviesorgaan tot onbegrip bij slachtoffers, nabestaanden en in de samenleving.

Straatrace of achtervolging

Slechts in uitzonderlijk zware gevallen wordt roekeloos rijden daadwerkelijk bewezen in de rechtszaal. Bijvoorbeeld bij een straatrace of achtervolging. Het is de ernstigste vorm van schuld en kan worden bestraft met een celstraf, oplopend tot zes jaar. Volgens rechtspraak.nl moet nu aan ten minste drie criteria worden voldaan:

De verdachte moet zich buitengewoon onvoorzichtig hebben gedragen.
Door zijn gedrag moet hij een zeer ernstig gevaar hebben veroorzaakt.
De verdachte moet zich daarvan bewust zijn geweest.

Eind 2017 werd bijvoorbeeld een man uit Loosdrecht veroordeeld voor roekeloos rijgedrag. Tijdens een straatrace met zijn zoon had hij een 19-jarige vrouw aangereden, die later overleed in het ziekenhuis. De man kreeg vier jaar cel en de maximale rij-ontzegging van vijf jaar.

Om een eind te maken aan het onbegrip over de term, is het volgens de raad beter om deze te schrappen uit de wet. Eerder werd al bekend dat ook rechters worstelen met vragen over roekeloos rijden.

‘Criteria aanpassen’

De Vereniging voor Verkeersslachtoffers is fel tegen het schrappen van de term roekeloosheid uit de wet. Volgens bestuurslid Hans van Maanen gaat er een afschrikkende werking uit van het woord. “Wij willen niet dat de term wordt afgeschaft. Wat wij willen is dat de criteria voor roekeloosheid duidelijker worden, zodat het makkelijker wordt om verdachten zwaarder te straffen.”

Om iemand te kunnen veroordelen voor roekeloos rijgedrag zou een combinatie van twee verkeersovertredingen die samen tot een ongeval leiden, of één zware overtreding genoeg moeten zijn, vindt Van Maanen. “Dan kun je denken aan iemand die twee keer te hard rijdt, of alcohol heeft gedronken, en dan een aanrijding veroorzaakt.”

Bron: NOS                                                                   

De gevolgen van de Europese privacy verordening (AVG) voor het MKB

De nieuwe Europese wetgeving op gebied van privacy dient personen meer bescherming te bieden. Het toepassen van privacy principes heeft consequenties op het juridische en IT gebied van de organisatie: contractbeheer en het beheer van de (interne) informatievoorziening.

De invoering van de AVG verwerkersovereenkomsten per 25 mei 2018 schept verplichtingen voor het MKB. Er worden immers bij het MKB uiteenlopende wijze persoonsgegevens verwerkt. De AVG eist dat uitsluitend persoonsgegevens mogen worden opgeslagen en verwerkt, indien daarvoor een gerechtvaardigd doel is. Ook dient onderscheid te worden gemaakt tussen bijzondere persoonsgegevens (ras, geloof, politieke voorkeur, vakbondslid, BSN nummer, strafblad) en algemene persoonsgegevens (NAW, emailadres, IP)

De wetgeving dient personen meer bescherming te bieden. Het betreft een Europese wetgeving waarbij een aantal principes gelden. Het toepassen van deze principes heeft consequenties op het juridische en IT gebied van de organisatie: contractbeheer en het beheer van de (interne) informatievoorziening.

Afsluiten verwerkersovereenkomsten

Het MKB dient verwerkersovereenkomsten af te sluiten met externe partijen, die (privacy) data kunnen inzien, opslaan of op enige wijze iets met de gegevens doet. Om deze overeenkomsten af te sluiten, dient inzicht te zijn met welke partijen dit plaats moet vinden. Denk aan salarisadministratie, accountant, Arbodienst, ICT beheerder.

Inzage in opgeslagen informatie

Het MKB dient inzichtelijk te maken hoe welke informatie (data) waar en voor hoe lang in de administratiesystemen wordt opgeslagen. Ook dienen er technische en administratieve voorzieningen getroffen te zijn voor de beveiliging van gegevens. Op verzoek van betreffende persoon dienen gegevens over hem/haar opgevraagd en/of verwijderd te worden uit de bestanden. Daarvoor dient te worden geïnventariseerdwelke persoonsgegevens voor welk doel worden opgeslagen/verwerkt, waarbij ze naar aard en doel gerubriceerd worden. Voor zo’n verwerkingsregister zijn Excel sheets in omloop.

Juridisch zijn een aantal punten van belang:
wijs privacy officer/functionaris gegevensverwerking (FG) aan;
instrueer personeel over gebruik usb, wachtwoord, dropbox, google/Gmail etc. en laat medewerkers tekenen dat ze zich zullen houden aan de daarvoor beschikbare procedures, ook indien het fout gaat, bijv. bij verlies van data.
stel model verwerkingsovereenkomsten op t.b.v. externe actoren van MKB;
stel privacy en cookie statement op t.b.v. website, Facebook, Twitter, Instagram;
zorg in opdrachtbevestiging dat klanten expliciet gewezen worden op gebruik van persoonsgegevens voor nieuwsbrief, seminars en dat ze daarvoor toestemming dienen te geven (via vinkje, in algemene voorwaarden die expliciet geaccepteerd dienen te worden of / ‘voor akkoord’ bij handtekening opdrachtbevestiging).

Door zich als bedrijf aan deze regels te houden, wordt voorkomen dat uiteindelijk een boete kan worden opgelegd bij overtreding.

zorg voor een systeem, waaruit blijkt dat niet-klanten expliciet akkoord gaan met mailing voor nieuwsbrieven, seminars. Beheer zelf (email-)adressenbestand;
Formuleer (en communiceer intern) een procedure meldplicht datalekken en Protocol bij datalek, incl. logging security incidenten.

Bron: Actuele Artikelen                                               

Rechtspraak gereed voor de AVG

De Rechtspraak behandelt persoonsgegevens vertrouwelijk en beveiligt die gegevens conform de bepalingen uit de AVG en – als het om strafzaken gaat – de Richtlijn gegevensbescherming politie.

De Rechtspraak is klaar voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Privacy van betrokkenen bij de rechtspraak is van groot belang. In een zaaksdossier staan vaak bijzondere en gevoelige persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor een goede rechtspleging.

Het is van belang dat betrokkenen in rechtszaken zonder terughoudendheid hun verhaal kunnen doen en niet bang hoeven te zijn dat de informatie in verkeerde handen valt. De Rechtspraak behandelt persoonsgegevens daarom vertrouwelijk en beveiligt die gegevens conform de bepalingen uit de AVG en – als het om strafzaken gaat – de Richtlijn gegevensbescherming politie.

Landelijk verwerkingsregister

In het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) had de Rechtspraak al maatregelen genomen, zoals een procedure meldplicht datalekken en de benoeming van een functionaris voor de gegevensbescherming. In het kader van de AVG is nu ook een landelijk privacybeleid vastgesteld, een privacy governance ontworpen (de wijze waarop dit onderwerp bestuurlijk is belegd) en een privacyverklaring
opgesteld. Alle persoonsgegevens die in de landelijke IT-systemen worden geregistreerd, zijn in kaart gebracht in een landelijk verwerkingsregister. Ook de gerechten hebben geanalyseerd welke registraties van persoonsgegevens met welk doel worden bijgehouden.

Rechten betrokkenen

Voor personen die willen weten welke persoonsgegevens de rechtspraak heeft geregistreerd of die willen wijzigen of wissen is 1 procedure afgesproken die alle gerechten en diensten hanteren. Zij kunnen een verzoek indienen aan de hand van een formulier en dat naar het gerecht sturen waar hun zaak heeft gediend of naar de Raad voor de rechtspraak. Gezien de gevoeligheid van de geregistreerde persoonsgegevens kan pas inzage worden gegeven als men zich in persoon heeft geïdentificeerd in een van de gerechtsgebouwen. Deze extra maatregel bij de Rechtspraak is nodig om misbruik te voorkomen. Als het verzoek betrekking heeft op een rechtszaak dan zijn de rechten beperkt. Zo is het niet mogelijk een afschrift te vragen van het gehele dossier, de inhoud van de rechtszaak te corrigeren of zich tegen de inhoud te verzetten met een beroep op de privacyrechten binnen de AVG. Hiervoor is de rechterlijke procedure bedoeld.

Toezicht

Onderdeel van de invoering van de AVG is de speciale regeling toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in de rechtspraak. Dat toezicht is op grond van de AVG niet belegd bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), maar moet door de Rechtspraak in alle Europese landen zelf ingericht worden. Voor de gerechten (rechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad) is dat toezicht belegd bij de procureur-generaal van de Hoge Raad. Voor de bestuursrechtelijke colleges (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven) is het toezicht belegd bij de nieuw ingestelde ’AVG-commissie bestuursrechtelijke colleges‘. Klachten over gegevensverwerking in het kader van de uitoefening van gerechtelijke taken kan men dus bij 1 van deze toezichthouders indienen. De AP neemt alleen nog maar klachten over gegevensverwerking in het kader van de bedrijfsvoering in behandeling. Deze regeling is bedoeld om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bij de uitoefening van haar rechterlijke taken te waarborgen.

Blijvende aandacht

De Rechtspraak houdt privacybescherming op de kaart. Belangrijke uitdaging is het zo veel mogelijk beperken van de toegang tot gegevens. In dat kader worden het komende jaar de autorisaties van medewerkers en de systemen van de Rechtspraak aangepast. Ook blijft er permanent aandacht voor het vergroten van bewustzijn van medewerkers als het gaat om de omgang met persoonsgegevens.

Bron: de Rechtspraak                                             

Huuropzegging en ontruimingsbescherming bij kantoorruimte

Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten

Kantoren worden in ons huurrecht beschouwd als ‘overige bedrijfsruimte’. Vaak geldt er een huurovereenkomst van vijf jaar, die automatisch wordt verlengd met een zelfde periode van vijf jaar (5+5). In de huurovereenkomst is vaak een bepaling opgenomen dat opzegging uiterlijk één jaar voor einddatum schriftelijk dient te gebeuren. Zo niet, dan wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd.

Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten. De verhuurder moet namelijk formeel ook in de opzeggingsbrief de ontruiming aanzeggen. Zo niet, dan kan verhuurder niet na afloop van de huurtermijn de huurder uit het kantoorpand zetten. Voor een verhuurder is het dus van belang om de opzeggingsbrief tijdig en voorzien van een formele aanzegging tot ontruiming te versturen. Een huurder die wordt geconfronteerd met een zo’n opzegging van de huurovereenkomst, inclusief aanzegging ontruiming, bestaat de mogelijkheid om ontruimingsbescherming aan te vragen bij de kantonrechter.

De huurder dient dan binnen twee maanden na de datum waartegen de ontruiming is aangezegd, een verzoekschrift in te dienen bij de sector kanton van de rechtbank.
Gedurende deze procedure kan de huurder niet gedwongen worden om tot ontruiming van het kantoorpand over te gaan. De huurder mag op de laatste dag van de tweemaanden termijn het verzoek indienen. Dan heeft hij die termijn al te pakken. Totdat de rechter een beslissing heeft genomen, is er sprake van ontruimingsbescherming. In de procedure moet eerst worden vastgesteld welk huurregime geldt. Voor zgn. middenstandsbedrijfsruimte (detailhandel winkels, restaurants en cafés) geldt immers een verdergaande huurbescherming. Indien vast staat dat er sprake is van overige bedrijfsruimten (kantoorruimtes, garageboxen en opslagruimtes), dan geldt er na opzegging alleen een recht op ontruimingsbescherming.

Afhankelijk van de belangenafweging die de kantonrechter maakt, wordt de ontruimingsbescherming voor maximaal een jaar toegewezen. Er is echter wel een mogelijkheid tot verlenging door het verzoek nog tweemaal te herhalen.
De ontruimingsbescherming is dus maximaal drie jaar. Het zal duidelijk zijn dat een huurder van een garagebox minder kans maakt op ontruimingsbescherming dan een reeds lang zittende artsenpraktijk in een huurpand.

Als de huurder zelf opzegt is er uiteraard geen ontruimingsbescherming mogelijk. Ook is er na einddatum huurovereenkomst geen sprake meer van betaling van huur(penningen), maar van een gebruiksvergoeding ter grootte van de laatste huur.

Bron: Actuele Artikelen