wanprestatie – niet-nakomen van een overeenkomst

Overeenkomsten sluiten we iedere dag. De boodschappen in de supermarkt, ophangen van een jas in een bewaakte garderobe of zelfs het gebruik maken van het openbaar vervoer. Maar wat als één van partijen zich niet aan zijn verplichtingen houdt

Een overeenkomst bevat doorgaans rechten en plichten voor beide partijen. Neem de koopovereenkomst m.b.t. een auto. De verkoper is verplicht om de auto te leveren en heeft recht op betaling van de koopsom. De koper heeft o.a. recht op de auto en mag verwachten dat die auto alle eigenschappen heeft, die nodig zijn voor een , van die auto als vervoersmiddel. De verkoper is verplicht om de koper te informeren over bekende gebreken in/aan de auto. Zo kan ik nog even doorgaan.

Stel, u koopt een goede laptop voor € 1.200,– van een goed merk. Deze wordt thuis bezorgd, de factuur moet binnen 21 dagen na de factuurdatum volledig betaald zijn. De laptop ziet er helemaal prima uit, maar bij gebruik blijkt het beeldscherm steeds uit te vallen, de helft van het toetsenbord niet te werken en de mousepad doet al helemaal niets. De laptop bezit duidelijk niet de juiste eigenschappen. U bent natuurlijk niet van plan om de factuur te betalen. U heeft de klantenservice al eens gebeld, maar daar was het zo druk dat u besloot om het later nog eens te proberen. Na 21 dagen ontvangt u een brief van de verkoper waarin staat dat u niet op tijd heeft betaald en dat u nu alsnog binnen zeven dagen moet betalen. Ook moet u rente betalen. Daar bent u het natuurlijk niet mee eens, de verkoper was verplicht om een goed product te leveren en dat heeft zij niet gedaan! Bent u verplicht om te betalen?

Het antwoord is in beginsel: ja. De koopovereenkomst bevat voor beide partijen rechten en plichten. Dat de andere partij zich niet aan zijn/haar verplichtingen houdt, geeft u nog niet het recht om ook zelf uw verplichtingen opzij te verschuiven. Althans, niet zonder meer. Als het product gebreken bevat, dan moet u deze gebreken zo spoedig mogelijk na ontdekking aan de verkoper melden. U heeft een klachtplicht. Verder is het mogelijk om een beroep op opschorting te doen. De verkoper is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, zodat u uw betalingsverplichting jegens de verkoper kunt opschorten. In bovenstaand voorbeeld heeft u echter gewacht tot na de betalingstermijn. Dat is niet verstandig, want daardoor bent u zelf in verzuim geraakt met als gevolg dat u geen beroep meer kunt doen op opschorting (dit noemt men ‘schuldeisersverzuim’).

Bij de oplettende consument zal ondertussen wel een lampje zijn gaan branden, want bij een ‘koop op afstand’ (zoals de aankoop van een product via internet) heeft u als consument het recht om het product binnen 14 dagen kosteloos te retourneren. In bovenstaand voorbeeld zou dat veruit de meest eenvoudige oplossing geweest zijn.

Moraal van het verhaal: heeft u een overeenkomst gesloten en houdt de andere partij zich niet aan zijn/haar verplichtingen? Neemt u dan vooral tijdig actie. Hoe langer u daarmee wacht, hoe problematischer de situatie zou kunnen worden. Voorkomen is beter dan genezen.

Bron: Advocaten.nl                        

Werkgever zelf aansprakelijk voor gebreken aan gehuurd pand

Werkgever zelf aansprakelijk voor gebreken aan gehuurd pand

De kantonrechter heeft bepaald dat een werkgever niet heeft voldaan aan zijn zorgverplichting en daarmee aansprakelijk is voor de gevolgen van een ongeval. Een werkgever heeft namelijk de verplichting om een gehuurd gebouw te (laten) beoordelen door middel van een risico-inventarisatie.

Eind augustus 2011 brengt een werknemer, in verband met verhuizing van het bedrijf, met een vrachtwagen spullen van het oude naar het nieuwe pand. Als hij klaar is met uitladen bij de nieuwe vestiging en wil vertrekken voor een volgende rit, ziet hij dat de roldeur van de laaddock is blijven hangen op een aantal gestapelde plastic kratjes. Hij roept van buiten naar zijn leidinggevende dat de deur is blijven steken, loopt tegelijk naar de deur en duwt de kratjes met beide handen naar binnen. Op dat moment roept zijn leidinggevende ‘Niet doen!’ De roldeur komt op zijn achterhoofd terecht waardoor hij met zijn gezicht tegen het laaddock slaat. Later blijkt dat de kabelbeveiliging, die op de roldeur moet zitten om dit soort ongevallen te voorkomen, ontbreekt. Dat risico staat niet in de RI&E.

De arbeidsinspectie geeft een boete wegens overtreding van het Arbobesluit. De werknemer wil vergoeding van zijn schade, maar de verzekeraar van de werkgever wijst aansprakelijkheid af.    

. . . lees verder op Internet

gevaarzetting en ongelijk liggende trottoirtegels – wie is aansprakelijk?

Ongevallen gebeuren elke dag. En het kan iedereen, ook u, overkomen. De gevolgen vallen in de meeste gevallen mee. Maar u kunt pech hebben en verzwikte of gescheurde enkelbanden, gebroken tanden, pols-, heup- of kaakbreuken of zelfs hersenletsel of een dwarslaesie oplopen. Het kan zelfs leiden tot de dood.

Dit artikel gaat over scheefliggende of ongelijk liggende trottoirtegels en stenen in het wegdek waardoor de voetganger struikelt en valt. Bij een geringe verzwikking of een schaafwond op de knie en handen is de schade te gering om te verhalen. Maar andere voorbeelden liegen er niet om. Ze kunnen resulteren in tijdelijke of zelfs blijvende arbeidsongeschiktheid. Ofwel, het kan u immens in uw inkomen aantasten. Dan laten we de eventuele kosten van tijdelijke of zelfs blijvende hulp en verzorging maar terzijde. Ook de restpost, smartengeld, blijft onbesproken omdat die vaak in het niet valt bij de eerder genoemde schadeposten. Maar wanneer kan de schade nu eigenlijk verhaald worden en op wie?

Eerst moet bezien worden wie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het wegdek of het trottoir. Dat is de wegbeheerder en meestal is dat de gemeente waar de weg is gelegen. Vervolgens moet beoordeeld worden of het wegdek voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. De eis wordt niet gesteld dat een trottoir altijd volledig egaal is. Maar dat wil nog niet zeggen dat de voetganger bedacht hoeft te zijn op grote hoogteverschillen. Maar waar ligt de grens tussen acceptabel en toerekenbaar fout?