Aantal rechtszaken vorig jaar fors gedaald

De daling van het aantal zaken in sommige rechtsgebieden ligt voor de hand: een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis, de toegenomen beschikbaarheid van buitenrechtelijke bemiddeling (als mediation).

Het aantal rechtszaken is het afgelopen jaar in bijna alle rechtsgebieden fors afgenomen, zo blijkt uit het vandaag verschenen jaarverslag van de Rechtspraak. Met name het aantal kanton handelszaken is flink gedaald.Vorig jaar zijn daar 81 duizend minder zaken van aangebracht dan een jaar eerder. Kanton handelszaken gaan vaak over incasso’s na het niet betalen van rekeningen, bijvoorbeeld voor een zorgverzekering of telefoonabonnement

Reden minder rechtszaken

De daling van het aantal zaken in sommige rechtsgebieden ligt voor de hand: een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis, de toegenomen beschikbaarheid van buitenrechtelijke bemiddeling (als mediation). Maar ook de afschrikkende werking van relatief hoge griffierechten (de kosten die moeten worden betaald om een rechtszaak te mogen voeren) speelt een rol. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, roept in zijn jaarbericht op deze griffierechten te verlagen, omdat moet worden voorkomen dat mensen vanwege financiële redenen de rechter vermijden. Voor andere rechtsgebieden – bijvoorbeeld bestuursrecht – is het niet precies duidelijk waarom het aantal zaken sterk is gedaald.

Stijging aantal bewindzaken

Ook is niet op elk gebied het aantal zaken sterk gedaald, wat de afname van het aantal rechtszaken in eerste instantie niet direct goed zichtbaar maakt. Zo heeft de rechtspraak in 2017, net als in 2016, toch weer 1,6 miljoen zaken behandeld. Dat komt vooral door de enorme toename van het aantal bewindzaken, waarbij de rechter niet zozeer een beslissende, maar vooral controlerende rol heeft.

Dit type zaken is in 2017 met 100.000 toegenomen tot 500.000. Dit betekent dat inmiddels 1 op de 3 zaken die de rechter behandelt een bewind gerelateerde-zaak is. Die stijging betekent overigens niet per definitie dat er meer mensen onder bewind zijn gesteld. Voor een groot deel is de stijging toe te schrijven aan een nieuwe categorie zaken: de zogenoemde vijfjaarsevaluatiezaken waarbij lopende bewindsdossiers onder de loep worden genomen.

Financiën Rechtspraak onder druk

Een bijzonder zorgelijk punt volgens het jaarverslag is de slechte financiële situatie van de Rechtspraak. Het jaar 2017 wordt afgesloten met een negatief eigen vermogen. Dat gebeurde nog niet eerder. Een van de belangrijkste oorzaken is de vertraging van digitaliserings- en vernieuwingsoperatie KEI. Een andere oorzaak is de forse terugloop van het aantal zaken dat voor de rechter komt. De Rechtspraak wordt per zaak gefinancierd en fors minder zaken betekent een lager budget. Verwacht wordt dat ook in 2018 en 2019 dit nog aan de orde is.

Meer mensen in dienst

Omdat rechters in voorgaande jaren hebben aangegeven dat de kwaliteit van het rechterlijke werk onder druk is komen te staan door onderbezetting en toenemende complexiteit van zaken, zijn afgelopen jaar meer mensen aangenomen en is in 2017 het personeelsbestand van de Rechtspraak toegenomen met 2 procent. Ook heeft de Rechtspraak sinds 2016 de werving van rechters geïntensiveerd, wat in 2017 heeft geleid tot het aannemen van ruim 100 nieuwe rechters in opleiding.

Meer tijd voor een zaak

Rechters hebben door de personele versterking in 2017 meer tijd aan een zaak kunnen besteden. Dat is belangrijk, omdat rechters voldoende tijd moeten hebben om zaken gepaste aandacht te geven, essentieel voor kwalitatief hoogwaardige rechtspraak. Toch blijft de werkdruk een knellend punt, zo blijkt uit het medewerkerswaarderingsonderzoek (MWO) van afgelopen jaar. De gerechten zijn druk bezig met de aanbevelingen tot verbetering , maar dit kost tijd. Een goed teken is dat het werkplezier en de tevredenheid van medewerkers ten opzichte van 2014 is toegenomen.
Doorlooptijd niet structureel verbeterd

Tenslotte is ook de geplande doorlooptijdverkorting van rechtszaken in 2017 niet gehaald. De duur van zaken is ondanks alle inspanningen nog steeds niet korter geworden. Er zijn veel lokale initiatieven ondernomen om rechtszaken te versnellen, als bijvoorbeeld een verhoogde bezetting of wijzigingen in roosters en agenda’s. Maar deze hebben nog niet het beoogde effect gehad, zo blijkt ook uit het periodieke klantwaarderingsonderzoek (KWO) 2017.

Bron: de Rechtspraak                                 

Je recht halen wordt onbereikbaar

Het aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen.

Steeds meer mensen zien af van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Daarom moeten de kosten om een rechtszaak te voeren, de griffierechten, drastisch omlaag

Dit bepleit Frits Bakker (voorzitter van de Raad voor de rechtspraak) in zijn jaarbericht (pdf, 30,5 KB) dat volgende week maandag als onderdeel van het jaarverslag van de Rechtspraak verschijnt. Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) verstuurde gisteren een brief aan de Tweede Kamer (tweedekamer.nl) waarin hij aangeeft in debat te willen over de hoogte van de griffierechten.

Fors minder rechtszaken

Het aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen. Bakker: ‘Een klein financieel belang, in juridische termen, kan voor gezinnen met een laag inkomen of kleine ondernemingen die van opdracht naar opdracht leven, juist een pijnlijk hoge rekening zijn.’ Daarom moeten juist bij dit soort zaken de kosten omlaag. Want een belangrijke reden om niet naar de rechter te stappen is volgens Bakker financieel van aard.

Angst

Een eenvoudig voorbeeld maakt het probleem duidelijk: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro aan griffierechten. Bakker: ‘Hoge griffierechten zijn voor veel mensen een reden om niet te procederen, en om de – in hun ogen misschien onterechte – rekening toch maar te betalen uit angst voor mogelijke extra kosten.’ En dan vormt te hoog griffierecht een onoverkomelijke drempel, en doet afbreuk aan de rechtsbescherming van de burger.

Rechtsbescherming

Bakker ziet een neerwaartse spiraal ontstaan waarbij minder en minder mensen de rechter nog weten te vinden. ‘Het vergroten van het aantal zaken is géén doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan een rechtbank als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?

Bron: Rechtspraak                                                        

Gemeente verliest grond door bevrijdende verjaring

Koper kocht in 2008 een strook grond met daarop een woning en tuin. in 1976 bouwde de verkoper zelf deze woning maar nam ook bezit van gemeentegrond. Pas in 2013 verzocht de gemeente correctie van de oorspronkelijke erfgrens De rechtbank wees de vorderingen van de gemeente af.

Het Gerechtshof den Bosch bepaalde op 29 september 2016
( ECLI:NL:GHSHE:2016:4295 ) dat de gemeente Bergen door bevrijdende verjaring een strook bosgrond verloor aan de eigenaar van een naastliggend perceel. Het arrest wordt hier weergegeven omdat hierin enkele relevante aspecten die een rol spelen bij bij verjaring worden opgesomd. Het Hof bevestigt met deze overwegingen de bestaande jurisprudentie.

De feiten

Koper kocht in 2008 een strook grond van een verkoper met daarop een woning en tuin. in 1976 bouwde de verkoper zelf deze woning op een leeg bouwkavel kocht. Vanaf 1980 nam hij bezit van de gemeentelijke strook grond door een hek te plaatsen en later nog een laurierhaag te planten ter afbakening van zijn tuin, en daarmee feitelijk zijn oorspronkelijke tuin uit te breiden met bosgrond van de gemeente. Pas in 2013 verzocht de gemeente het verwijderen van de laurierhaag moest worden verwijderd. De rechtbank Limburg wees de vorderingen van de gemeente af. De gemeente ging in beroep.

Bezit

Het gerechtshof komt tot dezelfde conclusie. Het hof noemt eerst de standaardoverweging die de Hoge Raad gehanteert:
“Voor de beantwoording van de vraag of iemand een zaak in bezit heeft genomen, is bepalend of hij de feitelijke macht over die zaak is gaan uitoefenen (artikel 3:113 lid 1 BW). Indien de zaak in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor inbezitneming onvoldoende (artikel 3:113 lid 2 BW). De machtsuitoefening moet derhalve zodanig zijn dat deze naar verkeersopvatting het bezit van de oorspronkelijke bezitter teniet doet (Par. Gesch. Boek 3, p. 434). Het antwoord op de vraag of iemand de voor bezit vereiste feitelijke macht uitoefent wordt, evenals de vraag of hij voor zichzelf of voor een ander houdt, bepaald naar verkeersopvatting en overigens op grond van uiterlijke feiten (artikel 3:108 BW). HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2743.”

Uiterlijke (zichtbare) feiten

De stelling van de gemeente is dat de koper niet de interne wil had om het stuk grond te gaan bezitten. De koper zou dit aan de gemeente hebben verklaard en de gemeente biedt bewijs aan. Volgens het Hof is het echter niet relevant wat de innerlijke overwegingen van een de koper zijn. Bij de vraag of iemand een zaak in bezit heeft genomen gaat het slechts om de naar buiten kenbare feiten, en dan met name om de uitoefening van de feitelijke macht (ro. 3.5.6.).

Houderschap of bezit

Het verweer van de gemeente gaat er van uit dat de koper slechts houder van de grond is, en geen bezitter. Volgens het gerechtshof kan de koper alleen als houder worden beschouwd gezien indien daar objectieve aanwijzingen voor zijn. In dat geval kan er geen sprake zijn van bezit en verlies van eigendom door verjaring. Het Hof oordeelt echter er hier geen sprake is van houderschap omdat een aanwijzing dat verkoper (en vervolgens de koper) krachtens een rechtsverhouding is gaan houden ontbreekt.

Er zijn wel afspraken gemaakt tussen de verkoper en de gemeente over het gebruik van een andere strook grond, die wel zijn vastgelegd, maar niet voor deze strook. Dat deze afspraken voor de hier ter discussie staande strook niet zijn gemaakt wordt door het Gerechtshof als aanwijzing aangenomen dat hier geen sprake is van houderschap (ro. 3.5.6.).

Inbezitneming

Dat er hier wel sprake is van een uiterlijk zichtbare inbezitneming blijkt uit de afbakening van met gaashekwerk en de kweek van een laurierhaag, Volgens het Hof is niet is gebleken dat de gemeente de strook heeft onderhouden en blijkt tevens dat de strook niet door de gemeente te betreden was. Daarmee kwam het gebruik door de gemeente feitelijk tot een einde. De koper heeft de strook structureel en duurzaam gebruikt als deel van zijn tuin en het als zodanig onderhouden. Visueel vormt de strook een geheel met de rest van de tuin van de koper. Het structurele en duurzame gebruik was van aanvang af kenbaar en zichtbaar voor derden en dus ook voor de gemeente. Dat het karakter van bosgrond niet is veranderd doet hier niet aan af nu de strook als “bostuin” wordt gebruikt (ro. 3.5.7.).

Verkoop

Het Hof stelt vast dat de verkoper uiterlijk in 2007 reeds door verjaring eigenaar van deze grond was geworden. De gemeente stelde dat de verkoper in 2008 echter de strook bosgrond heeft overgedragen aan de koper, omdat zulks niet blijkt uit de leveringsakte of de koopovereenkomst. De strook wordt daarin niet genoemd en om die reden kan de koper geen eigenaar zijn geworden. Het gerechtshof verwijst echte4r eenvoudig naar de feitelijke omschrijving in de koopakte , te weten woonhuis met erf en verdere aanhorigheden. Dit betekent volgens het Hof dat ook de onderhavige strook grond is overgedragen en de koper eigenaar is geworden is dus de eigenaar geworden.

Erkenning na voltooiing verjaringstermijn

De laatste stelling van de gemeente is dat de koper het recht van de gemeente expliciet zou hebben erkend door een verklaring te doen. Volgens het Hof is een dergelijke verklaring slechts relevant indien de verjaringstermijn nog niet zou zijn voltooid. Omdat die reeds was voltooid is de eigendom van rechtswege over gegaan naar de koper, ongeacht eventuele latere verklaringen van de koper.

over de digitalisering van rechtspraak

1. Het voorop stellen van de zaken die wél goed gaan en het verbloemen van zaken die niet goed verlopen lijkt een rode draad te zijn voor ICT-projecten van de overheid. Heeft de Rechtspraak deze les van de commissie Elias wel geleerd?

De Raad voor de rechtspraak laat de aanpak van de digitalisering regelmatig toetsen door externe bureaus. Ook de Rekenkamer heeft in 2015 een onderzoek uitgevoerd en concludeerde toen dat het positief is dat bij de digitalisering van de ,lessen uit het verleden worden meegenomen.

De maatregelen die recent zijn getroffen, om de planning en aansturing aan te passen, komen voort uit deze evaluaties.

2. In hoeveel rechtszaken kan er nu digitaal worden geprocedeerd?

De Rechtspraak behandelt op jaarbasis zo’n 1,5 tot 2 miljoen zaken.

Bij zaken waarin de rechter een toezichthoudende rol heeft, kan met de digitale systemen nu circa 50% van de zaken digitaal worden behandeld (ca. 180.000 zaken van de in totaal 350.000 – 400.000 dossiers). Het gaat dan om faillissementen en bewindszaken met professionele bewindvoerders.
Bij strafrecht kunnen we alle eenvoudige (politierechter)zaken nu digitaal behandelen. In de loop van dit jaar geldt dat ook voor driekwart van de zwaardere (MK-) strafzaken. In totaal gaat het bij straf om circa 260.000 zaken op jaarbasis.
Bij bestuursrecht worden alle asiel- en bewaringszaken verplicht digitaal behandeld, dat zijn er zo’n 20.000 op jaarbasis. Alles bij elkaar gaat het bij bestuur om zo’n 180.000 zaken (denk aan vreemdelingenzaken, verkeerszaken, belastingzaken, bouwzaken, sociale zekerheid etc.).
Bij civiel recht is de rechtspraak begonnen met het digitaliseren van relatief complexe zaken waarbij alleen professionele procespartijen zijn betrokken: verplicht digitaal procederen in handelsvorderingen met verplichte procesvertegenwoordiging in twee rechtbanken, nu bijna 500 zaken digitaal. Het gaat in dit type zaken niet om grote volumes (circa 10.000 zaken op jaarbasis totaal), maar ze blijken mede door het nog steeds complexe procesrecht wel lastig te digitaliseren.

Een groot deel (bijna de helft) van alle rechtszaken betreft eenvoudige geldvorderingen bij kanton. Dat kantonzaken later worden gedigitaliseerd heeft ermee te maken dat bij dit type zaken burgers betrokken zijn.
Dan is er nog de categorie (familie)verzoeken, bijvoorbeeld zaken rond echtscheiding en ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van kinderen. Dit betreft in totaal een kleine 200.000 zaken. En de zaken in hoger beroep, bij elkaar zo’n 65.000 zaken. Deze zijn nog niet gedigitaliseerd.

3. Wanneer kan er in alle rechtszaken digitaal worden geprocedeerd?

Wanneer in alle rechtszaken digitaal wordt geprocedeerd, is niet te zeggen.
In 2018 geeft de Rechtspraak prioriteit aan digitaal procederen in handelsvorderingen met verplichte procesvertegenwoordiging. In de zwaardere (MK-) strafzaken zal in 2018 in ongeveer 75 procent digitaal gaan worden geprocedeerd.
Daarna gaat de Rechtspraak stapsgewijs verder met de invoering van digitaal procederen.

4. Hoeveel geld is er tot nu toe uitgegeven aan de digitalisering van de Rechtspraak?

In de jaren 2013-2017 is iets minder dan € 100 miljoen geïnvesteerd in de IT-ontwikkeling van digitaal procederen (verspreid over een periode van 5 jaar). Daarnaast is een vergelijkbaar bedrag geïnvesteerd in de implementatie van digitaal procederen. Bijvoorbeeld aan kosten voor opleidingen, reorganisatie en het Rechtspraak Servicecentrum.

5. Hoeveel geld is er nog nodig voor de digitalisering van de Rechtspraak?

Voor 2018 voorziet de Rechtspraak ruim € 45 miljoen aan kosten voor de digitalisering. Dat is inclusief de kosten voor de implementatie van digitaal procederen. Daarna heeft de Rechtspraak jaarlijks een vergelijkbaar bedrag nodig voor de digitalisering. Daarnaast werd met de digitalisering beoogd de efficiencytaakstelling van Rutte II in te vullen door middel van het realiseren van baten. Door de vertraging is dit slechts ten dele gelukt. De Raad voor de rechtspraak en het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn in gesprek over een structurele oplossing voor de financiering.

Bron: de Rechtspraak                        

Noodkreet over digitale rechtspreek

De Centrale Ondernemingsraad (COR) van de Raad voor de rechtspraak luidt de noodklok over de digitalisering van de rechtspraak. In een brief aan voorzitter Frits Bakker van de Raad schrijft de COR “zeer kritisch en bezorgd te zijn” over het project. De COR pleit voor een onafhankelijk onderzoek naar digitalisering van de rechtspraak

De brief van de COR is in handen van NRC Handelsblad die er dinsdag 30 januari een bericht over publiceerde onder de kop ‘Flop dreigt met digitale rechtspraak’. Volgens een woordvoerster van de Raad voor de rechtspraak trekt NRC uit de brief ten onrechte de conclusie dat de digitalisering volgens de COR dreigt te mislukken.

GAT IN DE BEGROTING

Wel bevestigt de woordvoerster dat de contracten van zestig externe ict-deskundigen niet worden verlengd wegens geldgebrek. Eerder deze maand bleek uit de voortgangsrapportage over het project KEI al dat de invoering van digitaal procederen forse vertraging oploopt en duurder uitpakt. De kosten voor de operatie werden oorspronkelijk geraamd op 60 miljoen euro, maar inmiddels is er 200 miljoen aan uitgegeven.

De Rechtspraak zit nu met een gat van 20 miljoen euro in de begroting. Met minister Dekker (Justitie en Veiligheid) wordt naar een oplossing gezocht.

HANDELSVORDERINGEN

Verplicht digitaal procederen voor handelsvorderingen vanaf 25.000 euro is op 1 september ingevoerd in de arrondissementen Gelderland en Midden-Nederland en zou op 1 april 2018 landelijk worden toegepast. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat die datum niet wordt gehaald, maar verwacht wordt dat het wel gaat lukken ‘binnen de periode 2018 tot 2019’. Datzelfde geldt voor de digitalisering van reguliere vreemdelingenzaken en toezichtsdossiers zoals bewind.

Op de vraag of er een onafhankelijk onderzoek komt naar digitalisering van rechtspraak antwoordt de woordvoerster van de Raad voor de rechtspraak: “We gaan in overleg met de COR. Dat is het enige wat we er nu over kunnen zeggen.”

Bron: Mr. Online

‘Rechtsstaat’ opgenomen in Grondwet

Ook de Eerste Kamer is nu akkoord dat in de Grondwet wordt opgenomen dat we in een rechtsstaat leven. Tot op heden staat dat woord niet in de Grondwet

Ook de Eerste Kamer is nu akkoord dat in de Grondwet wordt opgenomen dat we in een rechtsstaat leven. Tot op heden staat dat woord niet in de Grondwet.

Aan het gelijke-behandelingsartikel (artikel 1 van de Grondwet) moet een algemene bepaling vooraf gaan: ‘De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.’ Deze algemene bepaling zou als ongenummerd artikel vooraf aan artikel 1 van de Grondwet moeten worden toegevoegd.

Lees “‘Rechtsstaat’ opgenomen in Grondwet” verder

Eerste Kamer verwerpt wet langere naturalisatietermijn

De termijn die buitenlanders moeten afwachten om Nederlander te kunnen worden, blijft vijf jaar. De Eerste Kamer heeft een wetsvoorstel om de termijn te verlengen met een zeer kleine meerderheid verworpen. In de senaat stemden alleen VVD, CDA, PVV en SGP voor.

Mensen moeten vijf jaar in Nederland wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Het kabinet wilde daar zeven jaar van maken. Het idee daarachter was dat mensen dan beter geïntegreerd zouden zijn op het moment dat ze Nederlander worden.

50Plus

De Tweede Kamer ging vorig jaar met een grote meerderheid met het voorstel akkoord, maar de Eerste Kamer was veel minder enthousiast.

Vorige week werd al duidelijk dat regeringspartij PvdA in de senaat de aanpassing niet zou steunen.

Uiteindelijk gaf de tegenstem van 50Plus de doorslag. 50Plus-senator Nagel hekelde vooral een ander onderdeel van de wet. Daardoor zouden buitenlandse partners van Nederlanders in het buitenland eerst drie jaar in Nederland moeten wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Nagel zei dat hij honderden protesten uit het buitenland heeft gekregen en dat die niet kunnen worden genegeerd.

Bron: nos                                         

Geen lagere WOZ-waarde door aardbevingsschade

Het risico op aardbevingsschade is geen reden om de WOZ-waarde van een woning te verlagen als die waarde gebaseerd is op verkochte woningen waarbij het risico bekend was, oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland.

De eigenaar van een vrijstaande woning in het Groningse aardbevingsgebied vond dat zijn huis in aanmerking kwam voor een verlaging van de WOZ-waarde, de Waardering Onroerende Zaken waarop onder meer het eigenwoningforfait en de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (OZB) is gebaseerd.

Het huis liep aardbevingsschade op ter waarde van €5843, de schade is inmiddels hersteld. Door het risico op aardbevingsschade zou de WOZ-waarde €145.000 moeten bedragen in plaats van de door de gemeente vastgestelde €168.000, meende de eigenaar.

De rechter vindt echter dat de gemeente het risico op schade door aardbevingen al heeft meegenomen in de WOZ-waarde, omdat de onderbouwing van de waarde bestaat uit woningen die zijn verkocht toen het aardbevingsrisico al bekend was. Of deze verkochte woningen ook aardbevingsschade hadden, doet er volgens de rechtbank niet toe.

Bron: de Telegraaf                                

Weer uitstel voor digitaal procederen

Verplicht digitaal procederen is weer uitgesteld. Het kan op zijn vroegst voor de zomer worden ingevoerd. Dat zegt Monique Commelin, directeur van het moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie (KEI), in een interview op de website van de Rechtspraak. De reden is dat de techniek er nog niet klaar voor is.

Oorspronkelijk zou de verplichting op 1 februari worden ingevoerd in de arrondissementen Midden-Holland en Gelderland, voor civiele vorderingen vanaf 25.000 euro en asiel- en bewaringszaken. Later volgde uitstel tot 1 april

BEWEZEN

“De stap naar verplicht digitaal procederen is een grote,” zegt Commelin. “We hebben er dan ook heel bewust voor gekozen om pas te starten als de techniek zich heeft bewezen. Pas dan vraagt de Rechtspraak aan de minister van Veiligheid en Justitie om een Koninklijk Besluit af te geven.”

De Rechtspraak wil eerst de resultaten afwachten van een aantal tests. “Daarbij gaat het met name om de snelheid van Mijn Werkomgeving,” licht Commelin toe. “Dit is het digitale dossier aan de kant van de rechtspraakmedewerker.”

COMPLEXE WERKPROCESSEN

Ondertussen werkt de Rechtspraak aan verbeteringen. “Dit betekent dat we nog niet begin april kunnen starten met verplicht digitaal procederen, zoals we hoopten. Ik snap dat dit heel vervelend is, zowel voor Rechtspraakmedewerkers als voor advocaten. Maar we hebben steeds gezegd: het wordt pas verplicht als we zeker zijn van onze zaak.”

Commelin zegt dat KEI een gecompliceerd proces is omdat het gaat om grote aantallen data, die zeer vertrouwelijk zijn. “Ook moeten verschillende partijen in hetzelfde dossier samenwerken en is er sprake van veel handelingen en complexe werkprocessen,” legt ze uit. “Hier komt nog eens bij dat niet iedereen alles op hetzelfde tijdstip mag zien of doen. Een concept-uitspraak bijvoorbeeld, moet onzichtbaar blijven tot het moment van de uitspraak door de rechter. We willen een snel systeem, maar het moet ook veilig, betrouwbaar en goed bruikbaar zijn. Dit staat soms op gespannen voet met elkaar.’

Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland kunnen advocaten sinds november 2016 al wel vrijwillig digitaal procederen in civiele vorderingen vanaf 25.000 euro.

Bron: Mr-Online

Kantonrechter drukker door verhoging competentiegrens

De verruiming van de bevoegdheid van de kantonrechter heeft geleid tot ongeveer 25 procent meer rechtszaken met een belang tussen 5.000 en 25.000 euro. Dit blijkt uit het eindrapport over de evaluatie van de competentiegrensverhoging.

In 2011 werd de zogenoemde competentiegrens voor , zaken verhoogd van 5.000 naar 25.000 euro. Zaken met een financieel belang van meer dan 5.000 euro werden tot 2011 door de handelsrechter behandeld. Bij de kantonrechter is het niet verplicht om een advocaat in te schakelen, bij de handelsrechter wel.

Het is niet te zeggen of de stijging van het aantal zaken volledig is toe te schrijven aan de aanpassing van de competentiegrens, omdat tegelijkertijd de griffierechten voor deze zaken werden verlaagd met maximaal 314 euro. Een tweede conclusie is dat de rechtsgang bij de kantonrechter goedkoper is: eisers waren in de oude situatie 3.000 euro kwijt, in de nieuwe situatie is dat nog duizend euro.

In de politieke discussie over de verhoging van de competentiegrens was veel aandacht voor de gevolgen van het feit dat mensen niet langer verplicht gebruik hoeven te maken van een advocaat. Hoewel de kwaliteit van de rechtshulp is gedaald, blijkt de tevredenheid van de rechtzoekenden over de ontvangen rechtshulp toegenomen. De verklaring is, volgens de onderzoekers, waarschijnlijk het feit dat mensen nu vrij zijn om te kiezen of ze hulp inroepen en zo ja van wie.

De rechtsgang wordt, tot slot, als rechtvaardiger beoordeeld. Vooral verliezende partijen voelen zich beter geïnformeerd, beter gehoord en beter behandeld.

Bron: Mr-Online