Nieuwsblog Advocaten.nl

Een stelende werknemer mag niet altijd ontslagen worden

Een werkgever die een stelende werknemer wil ontslaan, moet met meer zaken rekening houden dan alleen dat hij of zij gestolen heeft.

Wanneer een werknemer van het bedrijf steelt, is de kans groot dat de ondernemer van z’n werknemer af wil. Toch is diefstal niet altijd reden voor ontslag, schrijft De Ondernemer.

Een werkgever die een stelende werknemer wil ontslaan, moet met meer zaken rekening houden dan alleen dat hij of zij gestolen heeft. Dat doet de rechter ook als hij gaat beoordelen of het ontslag gegrond was. De rechter moet een aantal dingen meenemen als hij bepaalt of een werknemer ontslagen mag worden. Het effect van het ontslag voor de werknemer is namelijk groot. Niet alleen omdat deze plotseling thuis komt te zitten, maar ook omdat hij of zij van de ene dag op de andere zijn of haar inkomen verliest. Lees verder “Een stelende werknemer mag niet altijd ontslagen worden”

Aantal rechtszaken vorig jaar fors gedaald

De daling van het aantal zaken in sommige rechtsgebieden ligt voor de hand: een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis, de toegenomen beschikbaarheid van buitenrechtelijke bemiddeling (als mediation).

Het aantal rechtszaken is het afgelopen jaar in bijna alle rechtsgebieden fors afgenomen, zo blijkt uit het vandaag verschenen jaarverslag van de Rechtspraak. Met name het aantal kanton handelszaken is flink gedaald.Vorig jaar zijn daar 81 duizend minder zaken van aangebracht dan een jaar eerder. Kanton handelszaken gaan vaak over incasso’s na het niet betalen van rekeningen, bijvoorbeeld voor een zorgverzekering of telefoonabonnement

Reden minder rechtszaken

De daling van het aantal zaken in sommige rechtsgebieden ligt voor de hand: een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis, de toegenomen beschikbaarheid van buitenrechtelijke bemiddeling (als mediation). Maar ook de afschrikkende werking van relatief hoge griffierechten (de kosten die moeten worden betaald om een rechtszaak te mogen voeren) speelt een rol. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, roept in zijn jaarbericht op deze griffierechten te verlagen, omdat moet worden voorkomen dat mensen vanwege financiële redenen de rechter vermijden. Voor andere rechtsgebieden – bijvoorbeeld bestuursrecht – is het niet precies duidelijk waarom het aantal zaken sterk is gedaald.

Stijging aantal bewindzaken

Ook is niet op elk gebied het aantal zaken sterk gedaald, wat de afname van het aantal rechtszaken in eerste instantie niet direct goed zichtbaar maakt. Zo heeft de rechtspraak in 2017, net als in 2016, toch weer 1,6 miljoen zaken behandeld. Dat komt vooral door de enorme toename van het aantal bewindzaken, waarbij de rechter niet zozeer een beslissende, maar vooral controlerende rol heeft.

Dit type zaken is in 2017 met 100.000 toegenomen tot 500.000. Dit betekent dat inmiddels 1 op de 3 zaken die de rechter behandelt een bewind gerelateerde-zaak is. Die stijging betekent overigens niet per definitie dat er meer mensen onder bewind zijn gesteld. Voor een groot deel is de stijging toe te schrijven aan een nieuwe categorie zaken: de zogenoemde vijfjaarsevaluatiezaken waarbij lopende bewindsdossiers onder de loep worden genomen.

Financiën Rechtspraak onder druk

Een bijzonder zorgelijk punt volgens het jaarverslag is de slechte financiële situatie van de Rechtspraak. Het jaar 2017 wordt afgesloten met een negatief eigen vermogen. Dat gebeurde nog niet eerder. Een van de belangrijkste oorzaken is de vertraging van digitaliserings- en vernieuwingsoperatie KEI. Een andere oorzaak is de forse terugloop van het aantal zaken dat voor de rechter komt. De Rechtspraak wordt per zaak gefinancierd en fors minder zaken betekent een lager budget. Verwacht wordt dat ook in 2018 en 2019 dit nog aan de orde is.

Meer mensen in dienst

Omdat rechters in voorgaande jaren hebben aangegeven dat de kwaliteit van het rechterlijke werk onder druk is komen te staan door onderbezetting en toenemende complexiteit van zaken, zijn afgelopen jaar meer mensen aangenomen en is in 2017 het personeelsbestand van de Rechtspraak toegenomen met 2 procent. Ook heeft de Rechtspraak sinds 2016 de werving van rechters geïntensiveerd, wat in 2017 heeft geleid tot het aannemen van ruim 100 nieuwe rechters in opleiding.

Meer tijd voor een zaak

Rechters hebben door de personele versterking in 2017 meer tijd aan een zaak kunnen besteden. Dat is belangrijk, omdat rechters voldoende tijd moeten hebben om zaken gepaste aandacht te geven, essentieel voor kwalitatief hoogwaardige rechtspraak. Toch blijft de werkdruk een knellend punt, zo blijkt uit het medewerkerswaarderingsonderzoek (MWO) van afgelopen jaar. De gerechten zijn druk bezig met de aanbevelingen tot verbetering , maar dit kost tijd. Een goed teken is dat het werkplezier en de tevredenheid van medewerkers ten opzichte van 2014 is toegenomen.
Doorlooptijd niet structureel verbeterd

Tenslotte is ook de geplande doorlooptijdverkorting van rechtszaken in 2017 niet gehaald. De duur van zaken is ondanks alle inspanningen nog steeds niet korter geworden. Er zijn veel lokale initiatieven ondernomen om rechtszaken te versnellen, als bijvoorbeeld een verhoogde bezetting of wijzigingen in roosters en agenda’s. Maar deze hebben nog niet het beoogde effect gehad, zo blijkt ook uit het periodieke klantwaarderingsonderzoek (KWO) 2017.

Bron: de Rechtspraak                                 

Ontslag op staande voet wegens fraude/diefstal met inzet van verborgen camera’s houdt stand

Een schiftleader van New York Pizza is – nadat middels camera beelden diefstal is geconstateerd – op staande voet ontslagen en veroordeeld tot het betalen van een bedrag van EUR 24.999,00 aan New York Pizza uit hoofde van schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. In de aangifte van verduistering wordt een bedrag van EUR 150.000,00 genoemd. Volgens de werknemer zou geen onverwijlde mededeling van de dringende reden zijn gegeven, zijn de camerabeelden onrechtmatig verkregen bewijs, is geen sprake van diefstal en heeft ten onrechte verrekening met verschuldigd salaris plaatsgevonden. Het Hof wijst alle grieven van de werknemer af. Lees verder “Ontslag op staande voet wegens fraude/diefstal met inzet van verborgen camera’s houdt stand”

Steun van Europees fonds voor proefprocessen

Het is hoog tijd dat Europeanen zelf actief hun rechten kunnen afdwingen, zoals in de Verenigde Staten al gebruikelijk is.

Burgers, journalisten of maatschappelijke organisaties die opkomen voor grondrechten kunnen in de toekomst wellicht steun krijgen van een Europees fonds voor proefprocessen. Het Europees Parlement stemde woensdag in met een voorstel daartoe van Sophie in ’t Veld (D66).

Voor proefprocessen buiten de EU en op nationaal niveau (in Nederland het Clara Wichmann-fonds) bestaan al fondsen. Een Europees fonds mag gezien de hoge kosten van een rechtszaak niet ontbreken, aldus In ’t Veld. „Het is hoog tijd dat Europeanen zelf actief hun rechten kunnen afdwingen, zoals in de Verenigde Staten al gebruikelijk is. Denk bijvoorbeeld aan proefprocessen over gelijke behandeling van regenboogfamilies, Eurowob-zaken, gelijk pensioen voor vrouwen, of persvrijheid.”

Volgens de politica kan een gewonnen zaak jurisprudentie afdwingen die van grote betekenis is in heel Europa. De lidstaten moeten nog instemmen met het voorstel. Doel is om in de EU-begroting van volgend jaar geld voor het fonds vrij te maken.

Rechtspraak gereed voor de AVG

De Rechtspraak behandelt persoonsgegevens vertrouwelijk en beveiligt die gegevens conform de bepalingen uit de AVG en – als het om strafzaken gaat – de Richtlijn gegevensbescherming politie.

De Rechtspraak is klaar voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Privacy van betrokkenen bij de rechtspraak is van groot belang. In een zaaksdossier staan vaak bijzondere en gevoelige persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor een goede rechtspleging.

Het is van belang dat betrokkenen in rechtszaken zonder terughoudendheid hun verhaal kunnen doen en niet bang hoeven te zijn dat de informatie in verkeerde handen valt. De Rechtspraak behandelt persoonsgegevens daarom vertrouwelijk en beveiligt die gegevens conform de bepalingen uit de AVG en – als het om strafzaken gaat – de Richtlijn gegevensbescherming politie.

Landelijk verwerkingsregister

In het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) had de Rechtspraak al maatregelen genomen, zoals een procedure meldplicht datalekken en de benoeming van een functionaris voor de gegevensbescherming. In het kader van de AVG is nu ook een landelijk privacybeleid vastgesteld, een privacy governance ontworpen (de wijze waarop dit onderwerp bestuurlijk is belegd) en een privacyverklaring
opgesteld. Alle persoonsgegevens die in de landelijke IT-systemen worden geregistreerd, zijn in kaart gebracht in een landelijk verwerkingsregister. Ook de gerechten hebben geanalyseerd welke registraties van persoonsgegevens met welk doel worden bijgehouden.

Rechten betrokkenen

Voor personen die willen weten welke persoonsgegevens de rechtspraak heeft geregistreerd of die willen wijzigen of wissen is 1 procedure afgesproken die alle gerechten en diensten hanteren. Zij kunnen een verzoek indienen aan de hand van een formulier en dat naar het gerecht sturen waar hun zaak heeft gediend of naar de Raad voor de rechtspraak. Gezien de gevoeligheid van de geregistreerde persoonsgegevens kan pas inzage worden gegeven als men zich in persoon heeft geïdentificeerd in een van de gerechtsgebouwen. Deze extra maatregel bij de Rechtspraak is nodig om misbruik te voorkomen. Als het verzoek betrekking heeft op een rechtszaak dan zijn de rechten beperkt. Zo is het niet mogelijk een afschrift te vragen van het gehele dossier, de inhoud van de rechtszaak te corrigeren of zich tegen de inhoud te verzetten met een beroep op de privacyrechten binnen de AVG. Hiervoor is de rechterlijke procedure bedoeld.

Toezicht

Onderdeel van de invoering van de AVG is de speciale regeling toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in de rechtspraak. Dat toezicht is op grond van de AVG niet belegd bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), maar moet door de Rechtspraak in alle Europese landen zelf ingericht worden. Voor de gerechten (rechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad) is dat toezicht belegd bij de procureur-generaal van de Hoge Raad. Voor de bestuursrechtelijke colleges (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven) is het toezicht belegd bij de nieuw ingestelde ’AVG-commissie bestuursrechtelijke colleges‘. Klachten over gegevensverwerking in het kader van de uitoefening van gerechtelijke taken kan men dus bij 1 van deze toezichthouders indienen. De AP neemt alleen nog maar klachten over gegevensverwerking in het kader van de bedrijfsvoering in behandeling. Deze regeling is bedoeld om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bij de uitoefening van haar rechterlijke taken te waarborgen.

Blijvende aandacht

De Rechtspraak houdt privacybescherming op de kaart. Belangrijke uitdaging is het zo veel mogelijk beperken van de toegang tot gegevens. In dat kader worden het komende jaar de autorisaties van medewerkers en de systemen van de Rechtspraak aangepast. Ook blijft er permanent aandacht voor het vergroten van bewustzijn van medewerkers als het gaat om de omgang met persoonsgegevens.

Bron: de Rechtspraak                                             

Hoogste billijke vergoeding na ontslag: 141.500 euro

De rechtbank oordeelt dat de werkgever een ontslagbesluit nam zonder een geldige reden, omdat er geen sprake was van disfunctioneren of reden voor gebrek aan vertrouwen.

Door de rechtbank Gelderland is een billijke vergoeding toegekend van 141.500 aan een directeur, de hoogste vergoeding tot heden sinds de wetswijziging in 2015.
De werkgever werd verweten onfatsoenlijk te handelen door op alle mogelijke manieren aan te sturen op een beëindiging van het dienstverband van de directeur na een burn out

De directeur viel op 1 september 2015 uit met een burn out. De bedrijfsarts adviseerde een re-integratie traject gericht op terugkeer in de eigen functie. De werkgever doet in plaats daarvan een beëindigingsvoorstel aan de directeur, in plaats van een gesprek over de re-integratie.

Werkgever houdt loon in

Nadat de directeur het voorstel afwijst verklaart de werkgever aan het UWV dat werkhervatting bij een andere werkgever dient plaats te vinden omdat ‘de ziekteperiode te lang duurt en er teveel kans op een terugval is.’ Ook betaalt bovendien na vier maanden ook geen 100% maar nog slechts het maximumdagloon van 70%. De directeur moet zijn loon kort geding afdwingen, maar dit komt de verhoudingen niet ten goede.

De werkgever negeert het advies van de bedrijfsarts

Na enkele maanden concludeert de bedrijfsarts dat de directeur niet meer arbeidsongeschikt is door ziekte, maar wel door klachten die voortkomen uit het arbeidsgeschil en de verstoorde verhouding. De bedrijfsarts adviseert partijen met elkaar in gesprek te gaan om hun problemen op te lossen, maar in plaats daarvan nodigt de werkgever de directeur vervolgens uit te voor de algemene vergadering van aandeelhouders om hem op die vergadering te doen ontslaan.
Na het ontslagbesluit dagvaard de werknemer de werkgever waarin hij naast een transitievergoeding van € 27.000 euro ook een billijke vergoeding ter grootte van € 141.500 euro vordert. De kantonrechter wijst beide vergoedingen toe.

De rechtbank oordeelt dat de werkgever een ontslagbesluit nam zonder een geldige reden, omdat er geen sprake was van disfunctioneren of reden voor gebrek aan vertrouwen. De rechtbank oordeelt voorts dat de werkgever advies van de bedrijfsarts ten onrechte volledig negeert maar in plaats daarvan overging tot ontslag. Dit is volgens de kantonrechter een ernstig verwijtbaar handelen.

de rechtbank merkt ten aanzien van de hoogte van de billijke vergoeding nog op dat het niet mogelijk moet zijn om een arbeidsovereenkomst zonder redelijke grond op te zeggen zonder daarvoor een financiële compensatie van enige omvang verschuldigd te zijn. In de hoogte van deze vergoeding wordt tot uitdrukking gebracht dat de billijke vergoeding een bestraffend, dus afschrikwekkend, karakter heeft. Om die reden oordeelt de rechter dan ook dat een gevraagde vergoeding van € 141.500 in dit geval billijk is.

Hoe voorkom je als zzp’er dat iedereen je adres en telefoonnummer googlet

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn.

De Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat de Kamer van Koophandel mogelijk de wet overtreedt door adverteerders inzage te bieden in het handelsregister. De organisaties gaan daarover in gesprek, en dat kan goed nieuws zijn voor ondernemers. Die hebben nu maar weinig middelen om hun privacy te beschermen.

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn. Op internet, maar ook in allerlei bestanden die de Kamer van Koophandel aan commerciële partijen doorverkoopt.

Ondernemers krijgen daardoor te maken met een stroom aan post en telefoontjes van energieleveranciers, internetaanbieders en andere bedrijven iets te verkopen hebben.

Vooral voor zzp’ers die vanuit huis werken is de verkoop van data vervelend. Het vestigingsadres van hun bedrijf is in het handelsregister hetzelfde als hun privéadres. Ze krijgen dus thuis te maken met telefoontjes, post en verkoop van deur tot deur.

De privacy van deze ondernemers is er ook niet bij gebaat. Wie via Google op hun bedrijfsnaam zoekt, vindt gemakkelijk hun privéadres. Dat kan tot nare situaties leiden.

De Kamer van Koophandel geeft zelf een aantal tips om je privacy te waarborgen. Zo kun je bij de organisatie de zogenoemde non-mailing indicator inschakelen. Als je dat doet, wordt je adres in ieder geval niet opgenomen in Google Maps en zou je geen last meer moeten hebben van ongewenste post en telefoontjes.

Het helpt ook om in je bedrijfsnaam geen verwijzing te maken naar je eigen naam. Als je Sjaak de Vries heet, denk dan twee keer na voordat je je bedrijf Sjaak de Vries IT Services noemt.

Dreiging

Ook bestaat de mogelijkheid om je privéadres af te schermen. Dan moet je wel aan strikte voorwaarden voldoen: er moet sprake zijn van een waarschijnlijke dreiging, je privéadres moet niet te achterhalen zijn via een andere inschrijving in het handelsregister, je telefoonnummer is niet openbaar en je adres heeft in de gemeentelijke basisadministratie het label ‘geheim’.

Deze ambtelijke molen is trouwens zinloos als je vanuit huis werkt, waarschuwt de Kamer van Koophandel:
“Als uw privé- en vestigingsadres gelijk zijn, heeft het weinig nut om uw privéadres af te schermen. Uw vestigingsadres blijft namelijk zichtbaar en is gemakkelijk te achterhalen als uw privéadres. De enige optie die u dan hebt is om uw bedrijf op een ander zakelijk adres te registreren en daarna uw privéadres af te schermen.”

Virtueel kantoor

Er bestaat nog wel zoiets als een ‘virtueel kantoor’. Dat is een plek, vaak een bedrijfsverzamelgebouw, waar je voor een paar tientjes per maand een zakelijk adres kunt huren om je mee in te schrijven in het handelsregister. Op internet zijn er veel bedrijven die zo’n zakelijk adres aanbieden, maar let op: van de Kamer van Koophandel mag deze constructie helemaal niet.

“Als u een bureau of kantoor voor bijvoorbeeld twee uur per week huurt, dan voldoet u niet aan de eis en registreren wij het niet als bezoekadres. Dit geldt ook voor de huur van zogenaamde virtuele kantoorruimte. In deze gevallen wordt uw privéadres als bezoekadres ingeschreven. Als correspondentieadres mag u het adres van het bedrijfsverzamelgebouw wel gebruiken”, staat op de site van de organisatie.

Met andere woorden: je kunt niet anders dan een écht kantoor of een werkruimte huren als je je privéadres buiten de openbaarheid wil houden. Voor ondernemers hangt aan privacy voorlopig dus een prijskaartje.

Bron: NOS                                            

Huuropzegging en ontruimingsbescherming bij kantoorruimte

Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten

Kantoren worden in ons huurrecht beschouwd als ‘overige bedrijfsruimte’. Vaak geldt er een huurovereenkomst van vijf jaar, die automatisch wordt verlengd met een zelfde periode van vijf jaar (5+5). In de huurovereenkomst is vaak een bepaling opgenomen dat opzegging uiterlijk één jaar voor einddatum schriftelijk dient te gebeuren. Zo niet, dan wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd.

Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten. De verhuurder moet namelijk formeel ook in de opzeggingsbrief de ontruiming aanzeggen. Zo niet, dan kan verhuurder niet na afloop van de huurtermijn de huurder uit het kantoorpand zetten. Voor een verhuurder is het dus van belang om de opzeggingsbrief tijdig en voorzien van een formele aanzegging tot ontruiming te versturen. Een huurder die wordt geconfronteerd met een zo’n opzegging van de huurovereenkomst, inclusief aanzegging ontruiming, bestaat de mogelijkheid om ontruimingsbescherming aan te vragen bij de kantonrechter.

De huurder dient dan binnen twee maanden na de datum waartegen de ontruiming is aangezegd, een verzoekschrift in te dienen bij de sector kanton van de rechtbank.
Gedurende deze procedure kan de huurder niet gedwongen worden om tot ontruiming van het kantoorpand over te gaan. De huurder mag op de laatste dag van de tweemaanden termijn het verzoek indienen. Dan heeft hij die termijn al te pakken. Totdat de rechter een beslissing heeft genomen, is er sprake van ontruimingsbescherming. In de procedure moet eerst worden vastgesteld welk huurregime geldt. Voor zgn. middenstandsbedrijfsruimte (detailhandel winkels, restaurants en cafés) geldt immers een verdergaande huurbescherming. Indien vast staat dat er sprake is van overige bedrijfsruimten (kantoorruimtes, garageboxen en opslagruimtes), dan geldt er na opzegging alleen een recht op ontruimingsbescherming.

Afhankelijk van de belangenafweging die de kantonrechter maakt, wordt de ontruimingsbescherming voor maximaal een jaar toegewezen. Er is echter wel een mogelijkheid tot verlenging door het verzoek nog tweemaal te herhalen.
De ontruimingsbescherming is dus maximaal drie jaar. Het zal duidelijk zijn dat een huurder van een garagebox minder kans maakt op ontruimingsbescherming dan een reeds lang zittende artsenpraktijk in een huurpand.

Als de huurder zelf opzegt is er uiteraard geen ontruimingsbescherming mogelijk. Ook is er na einddatum huurovereenkomst geen sprake meer van betaling van huur(penningen), maar van een gebruiksvergoeding ter grootte van de laatste huur.

Bron: Actuele Artikelen                                    

Een echtscheiding: hoe gaat dat eigenlijk?

Het huwelijksvermogensrecht is per 1 januari 2018 gewijzigd, maar veruit de meeste echtscheidingen zijn van huwelijken die dateren van voor de wetswijziging. Het is in ieder geval erg belangrijk om te inventariseren wat er op jouw huwelijk van toepassing is.

Soms komt de mededeling onverwacht, je partner geeft aan dat hij of zij het huwelijk niet langer ziet zitten en wenst een echtscheiding. Andersom kan het natuurlijk ook, je vindt zelf dat de koek op is en wil een echtscheiding. Regelmatig gebeurt het natuurlijk ook dat echtgenoten gezamenlijk tot de conclusie komen dat het beter is om hun leven gescheiden voort te zetten.

Waar moet je beginnen?

Er komt in alle drie de situaties veel op je af, zeker als er ook nog minderjarige kinderen zijn. Natuurlijk is het afhankelijk welk huwelijksgoederenregime op je huwelijk van toepassing is. Ben je destijds getrouwd in gemeenschap van goederen of heb je huwelijkse voorwaarden op laten stellen? Het huwelijksvermogensrecht is per 1 januari 2018 gewijzigd, maar veruit de meeste echtscheidingen zijn van huwelijken die dateren van voor de wetswijziging. Het is in ieder geval erg belangrijk om te inventariseren wat er op jouw huwelijk van toepassing is en vervolgens goed op een rij te zetten welke vermogensbestanddelen er zijn, zowel qua bezittingen als schulden. Is er een koophuis? Kan en wil een van de echtgenoten daarin blijven wonen of moet een makelaar gezocht worden om de woning te verkopen. Hoe zit het met de hypotheek: is daar een levensverzekering aan gekoppeld die eventueel ook waarde opbouwt? Zijn er minderjarige kinderen dan zal er sowieso een ouderschapsplan opgesteld moeten worden.

Wat als je er samen niet uitkomt?

Een echtscheidingsprocedure kan, zeker in het geval je niet gezamenlijk tot overeenstemming kunt komen, lang duren. Soms is lopen de emoties hoog op en is het niet langer vol te houden om gezamenlijk in de echtelijke woning te blijven wonen. Indien beide echtgenoten menen recht te hebben om in de woning te blijven kan een voorlopige voorzieningenprocedure uitkomst bieden. De rechter wordt dan verzocht om uit te spreken wie gedurende de echtscheidingsprocedure in de woning mag blijven. De rechter zal in zo’n geval alle omstandigheden meenemen in zijn/haar beslissing en de belangen van alle partijen wegen, waarbij het belang van de kinderen het zwaarst weegt. Kortom: degene die de hoofdzorg voor de kinderen heeft, zal in de regel ook de woning toegewezen krijgen. Mocht je het niet eens zijn over de zorg voor de kinderen, kan daar ook een voorlopige voorziening voor verzocht worden aan de rechter evenals voor de kinderalimentatie en de partneralimentatie. Binnen 4 weken nadat de rechter de voorlopige voorzieningen heeft uitgesproken, moet de echtscheidingsprocedure gestart worden door middel van het indienen van een verzoekschrift tot echtscheiding. Daarin worden de definitieve regelingen verzocht. De andere partij krijgt de gelegenheid om daarop te reageren middels een verweerschrift met eventueel zelfstandige verzoeken. Op die zelfstandige verzoeken mag de oorspronkelijke verzoeker dan weer reageren met een verweerschrift. Vervolgens zal er zitting gepland worden bij de rechtbank tijdens welke zitting beide partijen de gelegenheid krijgen hun standpunten mondeling toe te lichten. Dan volgt de echtscheidingsbeschikking waarin de rechtbank de echtscheiding heeft uitgesproken en heeft beslist op alle verzoeken van partijen. Die beschikking moet vervolgens ingeschreven worden in de registers van de burgerlijke stand, waarna de echtscheiding officieel is geworden.

Gezamenlijk traject beter?

Lang niet altijd hoeft dit uitgebreide traject gevolgd te worden. Indien de echtgenoten het over alle gevolgen van de echtscheiding eens kunnen worden, kunnen deze afspraken vastgelegd worden in een echtscheidingsconvenant. Dit convenant wordt dan ofwel met een gezamenlijk verzoekschrift bij de rechtbank ingediend ofwel met een eenzijdig verzoekschrift van een der partijen waarbij de andere partij een zogenaamde referteverklaring tekent waarmee hij/zij aangeeft geen verweer te zullen voeren. De rechtbank zal dan geen zitting plannen en de zaak wordt geheel, vaak al binnen enkele weken, schriftelijk afgedaan.

Bron: Actuele Artikelen                                             

Je recht halen wordt onbereikbaar

Het aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen.

Steeds meer mensen zien af van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Daarom moeten de kosten om een rechtszaak te voeren, de griffierechten, drastisch omlaag

Dit bepleit Frits Bakker (voorzitter van de Raad voor de rechtspraak) in zijn jaarbericht (pdf, 30,5 KB) dat volgende week maandag als onderdeel van het jaarverslag van de Rechtspraak verschijnt. Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) verstuurde gisteren een brief aan de Tweede Kamer (tweedekamer.nl) waarin hij aangeeft in debat te willen over de hoogte van de griffierechten.

Fors minder rechtszaken

Het aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen. Bakker: ‘Een klein financieel belang, in juridische termen, kan voor gezinnen met een laag inkomen of kleine ondernemingen die van opdracht naar opdracht leven, juist een pijnlijk hoge rekening zijn.’ Daarom moeten juist bij dit soort zaken de kosten omlaag. Want een belangrijke reden om niet naar de rechter te stappen is volgens Bakker financieel van aard.

Angst

Een eenvoudig voorbeeld maakt het probleem duidelijk: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro aan griffierechten. Bakker: ‘Hoge griffierechten zijn voor veel mensen een reden om niet te procederen, en om de – in hun ogen misschien onterechte – rekening toch maar te betalen uit angst voor mogelijke extra kosten.’ En dan vormt te hoog griffierecht een onoverkomelijke drempel, en doet afbreuk aan de rechtsbescherming van de burger.

Rechtsbescherming

Bakker ziet een neerwaartse spiraal ontstaan waarbij minder en minder mensen de rechter nog weten te vinden. ‘Het vergroten van het aantal zaken is géén doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan een rechtbank als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?

Bron: Rechtspraak