Gezamenlijke woning na relatiebreuk moet opnieuw worden getaxeerd

Na een relatiebreuk kan de waarde van een gezamenlijke woning tijdens de procedure veranderen. Het gerechtshof laat de woning opnieuw taxeren en geeft duidelijkheid over hypotheekaflossingen, woonlasten en uitstel van de verdeling.

Uitspraak: 8 september 2026, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Gepubliceerd: 15 september 2026
Rechtsgebied: Verdeling, gemeenschappelijk eigendom en verbintenissenrecht

Een man en een vrouw hadden tijdens hun relatie gezamenlijk een woning gekocht, ieder voor de helft. De rechtbank deelde de woning voor een waarde van € 415.000 toe aan de man, waarna de woning ook daadwerkelijk aan hem werd geleverd. Omdat de vrouw in hoger beroep zowel de verdeling als de waardering aanvocht, moet volgens het gerechtshof opnieuw worden uitgegaan van de actuele marktwaarde.

Waarom is deze uitspraak relevant?

Na een relatiebreuk ontstaat regelmatig discussie over de vraag wie de gezamenlijke woning mag overnemen en tegen welke waarde. De waarde kan tijdens een langdurige procedure aanzienlijk stijgen of dalen. Deze uitspraak laat zien dat een eerdere taxatie of zelfs een inmiddels uitgevoerde levering niet altijd het laatste woord hoeft te zijn als de verdeling en waardering tijdig in hoger beroep zijn aangevochten.

Het hof benoemt een onafhankelijke makelaar om de actuele marktwaarde vast te stellen. Pas na de taxatie beslist het hof definitief over de toedeling. Dit betekent niet dat bij ieder hoger beroep automatisch een nieuwe taxatie volgt. Van belang was dat de vrouw zowel de waardering als de verdeling uitdrukkelijk aan de orde had gesteld, waardoor het hof daarover opnieuw moest beslissen.

Uitstel van de verdeling

De vrouw wilde de woning voorlopig onverdeeld laten. Op grond van artikel 3:178 lid 3 BW kan een rechter de verdeling telkens voor maximaal drie jaar uitsluiten als de belangen bij uitstel aanmerkelijk zwaarder wegen dan de belangen bij verdeling.

Het hof wees dat verzoek af. De relatie was al ruim drie jaar beëindigd en de man had er belang bij te weten waar hij aan toe was. Van hem kon niet worden verlangd dat de onverdeeldheid nog langer voortduurde.

Hypotheekbetalingen en gebruik van de woning

De man had uit eigen middelen € 235.000 op een gezamenlijke hypothecaire lening afgelost. Omdat beide partijen voor de helft eigenaar en hoofdelijk schuldenaar waren, had hij in beginsel een regresvordering op de vrouw. De vrouw kon niet voldoende onderbouwen dat was afgesproken dat de man alle kosten voor zijn rekening zou nemen.

De man kon daarentegen niet zonder meer de helft van alle rente en eigenaarslasten verhalen. Hij woonde alleen in de woning en had het volledige woongenot, terwijl de vrouw elders eigen woonlasten had. Het hof liet die kosten daarom op grond van redelijkheid en billijkheid voor zijn rekening.

Praktische aandachtspunten

  • Leg afspraken over hypotheekbetalingen en woonlasten schriftelijk vast.
  • Maak bij een overname duidelijk welke waardepeildatum wordt gebruikt.
  • Laat vóór een definitieve verdeling een actuele, onafhankelijke taxatie uitvoeren.
  • Houd onderscheid tussen aflossingen, rente, eigenaarslasten en gebruikerslasten.
  • Controleer bij hoger beroep tegen een woningverdeling de bijzondere inschrijvingsvereisten van artikel 3:301 lid 2 BW.

ECLI: ECLI:NL:GHARL:2026:5813

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 15 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.