Wet aanpak schijnconstructies (WAS): de regels per 2016

Vanaf 1 januari 2016  gelden nieuwe regels voor de specificatie van de loonstrook en de betaling van het wettelijk minimumloon. Dit volgt uit de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) .

Een deel van de Wet aanpak schijnconstructies is op 1 juli 2015 in werking getreden. Het gaat om de volgende maatregelen:

  • De ketenaansprakelijkheid voor loon: de werknemer kan nu ook de opdrachtgever van de werkgever aansprakelijk stellen voor betaling van loon waarop hij recht heeft. Eerder was alleen de werkgever hiervoor aansprakelijk. Zo heeft de werknemer meer mogelijkheden om  achterstallig loon op te eisen.
  • Controle door Inspectie SZW en ‘naming and shaming’: de Inspectie SZW controleert of werkgevers zich aan de regels voor minimumloon en cao-loon  houden. Bij overtreding legt de Inspectie een boete of een dwangsom op. De namen van gecontroleerde bedrijven worden bekendgemaakt, ook van bedrijven die de regels ontduiken.
  • Uitwisseling informatie over werkgevers:  als de Inspectie SW vermoedt dat een werkgever een cao niet naleeft, geeft zij dit door aan organisaties van werkgevers en werknemers.
  • Vaststellen identiteit werknemer: op verzoek van de Inspectie SZW moeten werkgevers de identiteit van werknemers vaststellen en doorgeven.  Werkgevers hebben hier 48 uur de tijd voor.

Maatregelen vanaf 1 januari 2016

Werkgevers betalen volledig minimumloon:  Elke constructie waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen is verboden. Bijvoorbeeld wanneer een werkgever ten onrechte maaltijdkosten of verzekeringspremies inhoudt op het loon.
Duidelijke loonstrook: werkgevers moeten zorgen dat de loonstrookjes begrijpelijk zijn voor het personeel. Zij moeten alle bedragen op de loonstrook duidelijk toelichten. De Inspectie SZW kan werkgevers een boete geven als de loonstrook niet klopt.
Minimumloon via bank betalen: werkgevers mogen het minimumloon niet meer contant betalen. De verplichte girale betaling levert een bankafschrift op dat geldt als een ‘objectief en transparant document’. Als een werknemer geen bankrekening heeft, zijn bankgegevens niet wil doorgeven of het loon wil laten overmaken naar een rekening die niet op zijn naam staat, dan kan de werkgever het loon niet op een legale manier uitbetalen. Wat een werknemer meer dan het minimumloon verdient, mag wel contant betaald worden.

Bron: P&O Actueel

Geen maatregelen tegen ontwijking transitievergoeding

Volgens Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn er geen maatregelen nodig  tegen ontwijking van de transitievergoeding. Wel meent hij aan dat als een bedrijf een medewerker alleen in dienst houdt ter vermijding van de vergoeding dit onfatsoenlijk werkgeverschap is.

Transitievergoeding
Asscher geeft toe dat er bedrijven zijn die gebruik maken van ontwijking van de transitievergoeding. Nu geldt de regeling: wanneer een medewerker in dienst langdurig ziek is, er een transitievergoeding moet worden meegegeven wanneer deze medewerker het uiteindelijke ontslag krijgt. Asscher merkt wel op dat er wekelijks toch nog voor gemiddeld 46 werknemers bij het UWV toestemming voor ontslag wordt aangevraagd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Asscher geeft hiermee aan dat er niet veelvuldig van de ontwijking van de vergoeding gebruik wordt gemaakt. In 2014 lag dit aantal wekelijks nog op 84, dus er is een zichtbare daling.

Volgens Asscher ligt het ‘in dienst houden van een langdurig zieke medewerker’ niet alleen aan het feit dat werkgevers deze vergoeding willen ontduiken. Het kan ook zijn dat de werkgever op korte termijn verbetering van de conditie van de medewerker verwacht, of dat er op korte termijn ander passend werk voor de medewerker beschikbaar is.

WIA-uitkering
Wanneer een werknemer een WIA-uitkering toegewezen krijgt, is het belangrijk dat de werkgever er alsnog alles aan doet om de medewerker te re-integreren en passend arbeid aan te bieden op het moment dat dit mogelijk is. Een medewerker komt overigens pas voor de WIA-uitkering in aanmerking wanneer hij of zij aan de gestelde voorwaarden voldoet en de werkgever zich daarvóór al voldoende heeft ingezet voor eventuele re-integratie.

Besluit
“Van de WWZ maakt onderdeel uit dat een werknemer zich tot de rechter kan wenden als hij meent dat een werkgever zijn verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst niet nakomt. Om die reden kan de rechter tevens verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als de rechter oordeelt dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever kan hij aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen en heeft de werknemer, op grond van artikel 7:673 lid 1, onder b, van het Burgerlijk Wetboek,recht op een transitievergoeding. Ik meen dat hiermee kan worden volstaan en er geen aanvullende maatregelen nodig zijn”, aldus Asscher.

Bron: P&O Actueel

Positie prostituees beneden 21 jaar versterkt

Positie prostituees beneden 21 jaar versterkt

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) schrapt de voorgenomen strafbaarstelling van prostituees beneden de 21 jaar. Met de maatregel verwacht de minister dat jonge prostituees eerder bescherming kunnen vinden. Hun positie wordt sterker, omdat een drempel wegvalt om naar de politie te stappen en aangifte te doen van seksuele uitbuiting. Daarmee volgt de bewindsman het advies van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.

Dit blijkt uit antwoorden op vragen over de wijziging van het wetsvoorstel Regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche die naar de Tweede Kamer zijn gestuurd. Het is een volgende stap in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat ervoor moet zorgen dat prostituees op een veiliger en gezondere manier hun beroep kunnen uitoefenen.

Alleen via de klant en exploitant wordt de leeftijdsgrens van 21 jaar gehandhaafd. Strafbaarstelling van prostituees beneden de 21 jaar draagt niet bij aan de versterking van hun positie, ook al hebben zij een eigen verantwoordelijkheid. Zonder strafbaarstelling zullen te jonge prostituees ook makkelijker hulp zoeken.

Voor de klant en de exploitant blijft de leeftijdsgrens gelden als strikte norm. Een klant die seksuele handelingen verricht met een prostituee jonger dan 21 jaar, riskeert een vrijheidsstraf van maximaal 1 jaar. Zonder een dergelijke bepaling zou de klant een vrijbrief hebben om zich op geen enkele wijze te bekommeren om de jonge prostituee.

Exploitanten worden strafbaar als zij prostituees beneden de 21 jaar voor of bij zich laten werken. Met het voorgestelde vergunningstelsel voor de seksbranche worden landelijk uniforme eisen gesteld aan exploitanten van prostitutiebedrijven. De wet waarborgt dat de vergunde bedrijven een veilige en verantwoorde werkomgeving bieden. Hieronder vallen straks ook alle escortbedrijven.

Bron: Rijksoverheid

Instroom ontslagzaken sterk afgenomen

De instroom van nieuwe ontslagverzoeken is in juli dit jaar sterk afgenomen. De daling volgt na een forse stijging van ontslagzaken in juni. Er zijn vorige maand ongeveer 250 nieuwe ontslagzaken aangebracht, ongeveer een derde van de gemiddelde instroom in deze maand. Dit blijkt uit een inventarisatie van voorlopige cijfers door de Raad voor de rechtspraak.

Mogelijke oorzaak

Per 1 juli is het nieuwe ontslagrecht in werking getreden. De stijging van de instroom in juni zou er op kunnen wijzen dat werkgevers voor de inwerkingtreding van het nieuwe ontslagrecht werknemers wilden ontslaan. De fors lagere instroom van in juli ligt hiermee in lijn. Het is nog niet te zeggen of het lage niveau van juli zich zal doorzetten in de rest van 2015.

Bron: De Rechtsspraak

Kabinet in beroep om afluisteren advocaten

De Staat wil in bijzondere gevallen advocaten kunnen blijven afluisteren. Het kabinet gaat daarom in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter om hiermee te stoppen als er niet snel onafhankelijk toezicht op is. Wel vindt het kabinet net als de rechter dat er een onafhankelijke toetsing moet komen voor het tappen van gesprekken met advocaten.

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft dat maandag aan de Tweede Kamer laten weten. Hij vindt niet dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld bij het afluisteren van advocaten tot nu toe. Hij wijst erop dat de huidige wet niet verplicht tot een onafhankelijke toets op het afluisteren van gesprekken met advocaten.

Hij vindt ook dat het aan de wetgever is om de inhoud van een onafhankelijke toetsing vast te stellen en niet aan de rechter.

Bron: Elsevier

Schuldsanering is vaak adequaat

Ruim 80% van de huishoudens in de schuldsanering is aan het eind van het traject weer schuldenvrij. Dit blijkt uit een evaluatie van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) van de Raad voor Rechtsbijstand.

De wet moet voorkomen dat mensen met schulden niet hun hele leven lang daarmee blijven kampen. Eenmaal in de schuldsanering moeten zij leven van een minimuminkomen. Het resterende loon is voor de schuldeisers met wie aparte betalingsregelingen zijn getroffen. Aan het einde van het traject begint de debiteur weer met een schone lei.

De schuldsanering blijkt volgens de evaluatie ook na afloop succesvol te zijn. Minder dan 20% van de mensen die dit traject doorliepen, had nadien betalingsachterstanden.

Des te opvallender is het volgens de Raad voor Rechtsbijstand dat de schuldsanering minder wordt toegepast. Terwijl het aantal huishoudens met problematische schulden stijgt, nam in 2014 het aantal saneringstrajecten af naar 12.258 – ruim 100 minder dan een jaar eerder.

Bron: Eigenhuis

Ontslagbescherming in Nederland bovengemiddeld

Nederlandse werknemers met een vast contract krijgen een bovengemiddelde ontslagbescherming in vergelijking met medewerkers uit andere Europese landen. Wie in Nederland werkt met een flexibel of tijdelijk contract, heeft juist een erg onbeschermde positie. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS naar de Nederlandse en Europese arbeidsmarkt.

Een van de onderzoeksvragen was of de bedrijvenstructuur in Nederland een verklaring is voor het relatief hoge aantal flexibele arbeiders in ons land. Dit bleek niet het geval. In bijna alle sectoren in Nederland wordt relatief veel gebruik gemaakt van flexibele arbeid. Dit komt door de manier waarop de arbeidsrelaties in Nederland worden georganiseerd.

Het aantal flexcontracten en zzp’ers groeide in Nederland sneller dan in andere Europese landen. In 2004 had nog 15 procent van de Nederlanders een tijdelijk contract; in 2014 was dit 22 procent. Het aantal zzp’ers groeide in deze periode van 8 procent naar 12 procent.

Per regio verschilt het aandeel aan flexwerkers behoorlijk. In de grote steden zijn de meeste flexwerkers te vinden. Ook blijkt dat bedrijven die veel tijdelijke krachten in dienst hebben, niet innovatiever zijn dan bedrijven met relatief veel medewerkers met een vast contract. Wel zijn bedrijven die ontwikkelmogelijkheden en uitdagingen bieden aan flexwerkers, en die deze flexibele krachten opnemen in de bedrijfscultuur, vaak innovatiever dan bedrijven die dit niet doen.

Overigens vermeldt het CBS wel dat alle cijfers ten opzichte van vorige publicaties verschoven zijn, omdat het bureau per 1 januari een ander criterium stelt aan de term werkloosheid.

Bron: P&O Actueel

Faillissement vof betekent faillissement vennoot?

Wat zijn de belangrijkste gevolgen als je failliet gaat? Ben je dan alleen zakelijk of ook privé failliet? Een faillissement is een ingrijpende gebeurtenis die veel vragen oproept.  Het de vragen die veel ondernemers in financieel zwaar weer zich stellen.

Bij een eenmanszaak gaan zowel de onderneming als de ondernemer in privé failliet, bij een BV alleen de onderneming. En bij een vennootschap onder firma (vof)? Gaan dan ook de vennoten automatisch failliet? Tot 6 februari 2015 was het antwoord een simpel: ja. Als een vof failliet wordt verklaard zijn daardoor alle vennoten ook failliet. Als deze vennoten natuurlijke personen zijn, valt ook hun privé-vermogen in het faillissement. De Hoge Raad heeft deze lijn in 1927 uitgezet en nog eens in 2009 klip en klaar bevestigd. Tot 6 februari 2015; de Hoge Raad is van mening veranderd.

Wat is er veranderd?

Een schuldeiser vraagt het faillissement aan van zowel de vof als de vennoten. Een van de vennoten (een natuurlijke persoon) heeft echter de rechter gevraagd om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Voor dat de rechter op dit verzoek kan beslissen is het faillissement van de vof uitgesproken, waarbij de rechtbank tevens, volgens de bestaande regels, het faillissement van alle vennoten uitsprak.

De man die om toepassing van de schuldsaneringsregeling had gevraagd neemt hier geen genoegen mee en vindt uiteindelijk bij de Hoge Raad gehoor.

De Hoge Raad oordeelt dat het faillissement van de vof niet steeds en noodzakelijkerwijs tevens het faillissement van de vennoten meebrengt. Ten eerste wijst de Hoge Raad erop dat de vof weliswaar geen rechtspersoonlijkheid heeft, maar wel een afgescheiden vermogen heeft. De Hoge Raad voegt hieraan toe dat het feit dat een vof haar verplichtingen niet voldoet en failliet gaat, zal het faillissement van de vennoten doorgaans onvermijdelijk zijn, maar dat behoeft niet noodzakelijkerwijs het geval te zijn. Zo kan een vennoot, in tegenstelling tot de vof zelf, voldoende (privé)vermogen hebben om zowel de schuldeisers van de vof als zijn privéschuldeisers te voldoen; ook als hij bepaalde vorderingen niet voldoet, brengt dat nog niet noodzakelijkerwijs mee dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.

De Hoge Raad merkt verder op dat handhaving van de regel uit 1927 niet meer op zijn plaats is, gezien de invoering van de wettelijke schuldsaneringsregeling per 1 december 2008.

Tot slot benoemt de Hoge Raad enkele aandachtspunten die uit deze nieuwe lijn volgen. Zo dient de schuldeiser die naast het faillissement van de vof ook een faillietverklaring van de vennoten wenst, die ten aanzien van ieder van hen afzonderlijk te verzoeken en dient de rechter ook afzonderlijk te beoordelen of aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan. De rechter moet de vennoten uiteraard wel de gelegenheid geven voor afzonderlijk verweer. Deze nieuwe rechtsregel kan meebrengen dat de vof wel, maar de vennoten niet failliet worden verklaard.

Bron: Actuele artikelen

Meer banen voor arbeidsgehandicapten

In twee jaar zijn er bijna 11.000 banen bijgekomen voor mensen die door een beperking niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. Binnen het bedrijfsleven kwamen er ruim 9000 van deze banen bij, de rest van dit extra werk voor arbeidsgehandicapten ontstond bij de overheid.

Dat blijkt uit cijfers die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) zaterdag bekend heeft gemaakt. De afspraak is dat er de komende elf jaar 125.000 extra banen komen voor mensen met een arbeidshandicap: 100.000 in het bedrijfsleven en 25.000 bij de overheid.

Eind dit jaar moet het bedrijfsleven al een begin hebben gemaakt met de uitvoering van deze afspraak door 6000 extra banen te hebben voor mensen die zich door een ziekte of handicap moeilijk kunnen redden op de arbeidsmarkt. Met de 9.224 banen die er al bij zijn gekomen, liggen de werkgevers dus voor op schema. Bij de overheid stond de teller eind 2014 op 1508, dit moeten er dit jaar 3000 worden.

Jonggehandicapten en mensen die op de wachtlijst staan van een sociale werkplaats komen als eerste in aanmerking voor deze banen. Deze opzet lijkt te lukken, stelt Klijnsma vast, want bij deze nieuwe banen gaat het vaak om mensen die op de wachtlijst stonden van een sociale werkplaats. Zij worden gedetacheerd bij een gewoon bedrijf. Met deze tussenstand spreekt Klijnsma van ,,een zeer bemoedigend begin”.

Vanaf 2017 hangt bedrijven die niet genoeg arbeidsgehandicapten in dienst nemen een boete boven het hoofd van 5000 euro per niet-ingevulde werkplek.

De PvdA is tevreden met de tussenstand. ,,Goed om te zien dat meer mensen met een beperking een plek hebben gekregen als collega tussen de collega’s. Zo hoort het. Dat maatschappelijk verantwoord ondernemen meer is dan Max Havekaarkoffie schenken, dringt steeds meer door. Overigens moet de overheid zelf wel een tandje bijzetten”, laat PvdA-Kamerlid John Kerstens weten.

Bron: P&O Actueel

Nieuwe wet dwingt bedrijven gegevens beter te beveiligen

De oorzaken van een datalek bij een Nederlandse organisatie zijn vaak onbenullig, maar de gevolgen zijn vrijwel altijd groot. Met een nieuwe wet wil de regering Nederlandse bedrijven dwingen hun gegevens beter te beveiligen en betrokkenen sneller op de hoogte stellen als er gegevens uitlekken.
Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens zijn bedrijven vanaf 1 januari 2016 verplicht de Autoriteit Persoonsgegevens in te lichten als gegevens op straat komen te liggen.
Mocht een bedrijf dit verzuimen, dan riskeren ze een boete tussen de 4.500 en 450.000 euro. Deze meldplicht is hard nodig, vindt Gert-Jan Zwenne, hoogleraar recht en informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden. lees meer …