Uitspraak: 23 juli 2026, Gerechtshof ’s-Hertogenbosch
Gepubliceerd: 28 september 2026
Rechtsgebied: Erfrecht, testament en samenlevingsovereenkomst
Een vrouw was in het testament van haar ongehuwde partner als erfgenaam en executeur aangewezen. Door een vervalbeding eindigden die aanspraken als hun samenleving vóór het overlijden was beëindigd. Volgens het hof was daarvan sprake, hoewel de samenlevingsovereenkomst formeel nog niet was ontbonden.
Partner en kinderen als erfgenamen benoemd
De man en de vrouw hadden in 2008 een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. Op dezelfde dag liet de man een testament opstellen. Daarin benoemde hij zijn partner en zijn twee kinderen ieder voor een gelijk deel tot erfgenaam. De partner werd bovendien tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder benoemd.
Het testament bevatte echter een vervalbeding. Alle beschikkingen ten gunste van de partner zouden vervallen wanneer de man ongehuwd zou overlijden en hun samenleving al vóór zijn overlijden was beëindigd. Voor een opname in een verpleeg- of verzorgingsinstelling was een uitzondering opgenomen.
Feitelijke situatie was beslissend
Voor het overlijden verbleven de partners niet meer gezamenlijk in de woning. Uit berichten bleek dat zij tegenover familieleden, vrienden en medewerkers hadden meegedeeld dat de relatie voorbij was. Ook waren stappen gezet voor de verkoop van de woning en de onderneming en was een boedelbeschrijving opgesteld.
Dat de samenlevingsovereenkomst nog niet volgens de daarin opgenomen formaliteiten was beëindigd, vond het hof niet doorslaggevend. Uit de formulering van het testament volgde dat met de beëindiging van de samenleving het feitelijk samenleven als partners werd bedoeld.
Het hof paste bij de uitleg van het testament artikel 4:46 BW toe. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verhoudingen die de erflater met het testament wilde regelen en naar de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt.
Poging tot herstel veranderde de uitkomst niet
De man had kort voor zijn overlijden laten weten dat hij de relatie mogelijk wilde herstellen. De vrouw wilde dat op dat moment echter niet. Volgens het hof veranderde deze eenzijdige wens niets aan het feit dat de samenleving toen al daadwerkelijk was beëindigd.
Het vervalbeding was daarom van toepassing. De vrouw was geen erfgenaam meer en kon evenmin als executeur of afwikkelingsbewindvoerder optreden. Het hof bekrachtigde de eerdere beslissing van de kantonrechter.
Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?
Bij samenwoners worden erfrechtelijke aanspraken niet automatisch op dezelfde manier geregeld als bij gehuwden. De precieze tekst van het testament is daarom van groot belang. Een vervalbeding kan ertoe leiden dat aanspraken al eindigen door een feitelijke relatiebreuk, ook als de samenlevingsovereenkomst nog niet formeel is opgezegd en gezamenlijke financiële zaken nog niet zijn afgewikkeld.
Na een relatiebreuk is het verstandig niet alleen de samenlevingsovereenkomst, maar ook testamenten, begunstigingen bij verzekeringen en eventuele executeursbenoemingen te controleren. Voor erfgenamen kan correspondentie over de beëindiging van de relatie, afzonderlijke huisvesting en de voorgenomen verdeling van bezittingen belangrijk bewijs opleveren.
Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 28 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2026:1966.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.
Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.