Verkoop vastgoed onder waarde telt mee voor legitieme portie

Een moeder verkocht meerdere onroerende zaken aan één dochter voor een bedrag dat volgens deskundigen € 70.000 onder de werkelijke waarde lag. Het hof behandelt dit voordeel als een gift die meetelt bij de berekening van de legitieme portie van de andere dochter. Ook een renteloze lening en ontbrekende financiële informatie speelden in de procedure een belangrijke rol.

Uitspraak: 11 augustus 2026, Gerechtshof Den Haag
Gepubliceerd: 25 september 2026
Rechtsgebied: Erfrecht, giften en legitieme portie

Een moeder verkocht meerdere onroerende zaken aan één dochter voor een bedrag dat volgens deskundigen € 70.000 onder de werkelijke waarde lag. Het hof behandelt dit voordeel als een gift die meetelt bij de berekening van de legitieme portie van de andere dochter. Ook een renteloze lening en ontbrekende financiële informatie speelden een belangrijke rol.

Verkoopprijs lager dan de werkelijke waarde

De moeder had vier onroerende zaken voor in totaal € 621.000 aan één dochter verkocht. Drie door het hof benoemde deskundigen waardeerden deze zaken op de relevante peildatum gezamenlijk op € 691.000. Het hof neemt het deskundigenrapport over en stelt vast dat de dochter daardoor een voordeel van € 70.000 heeft ontvangen.

Dat voordeel wordt als gift betrokken bij de berekening van de legitimaire massa. Daarnaast had de moeder de koopsom van € 621.000 renteloos aan dezelfde dochter geleend. Het rentevoordeel was in een eerder arrest al als een gift van € 37.260 aangemerkt.

Berekening van de legitieme portie

Door de giften van € 70.000 en € 37.260 verhoogde het hof de legitimaire massa met in totaal € 107.260. De legitieme portie van de andere dochter werd vervolgens berekend op € 410.122. Na aftrek van giften die zij zelf eerder had ontvangen, resteerde volgens het hof een aanspraak van € 288.981.

De executeur moest uit de nalatenschap nog een aanvullend bedrag van € 25.815 betalen, vermeerderd met wettelijke rente. De wettelijke uitgangspunten voor de berekening van de legitimaire massa en het meetellen van giften zijn te vinden in artikel 4:65 BW en artikel 4:67 BW.

Bankafschriften en andere stukken moesten worden verstrekt

Het hof verplichtte de dochter die tevens executeur was om onder meer bankafschriften van Nederlandse, Franse en Zwitserse rekeningen en de koopovereenkomst van een Franse woning te verstrekken. Bij niet-tijdige afgifte verbeurt zij een dwangsom van € 1.000 per dag, met een maximum van € 100.000.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Een verkoop aan één kind tegen een te lage prijs kan gedeeltelijk een gift zijn, ook wanneer formeel een koopovereenkomst is gesloten. Ook het renteloos verstrekken van een groot geldbedrag kan een bevoordeling opleveren die bij de legitieme portie moet worden betrokken.

Voor een legitimaris zijn taxaties, bankafschriften, koopovereenkomsten en informatie over leningen daarom vaak essentieel. Het is verstandig deze stukken vroegtijdig op te vragen en de waarde van vastgoed op de juiste peildatum deskundig te laten vaststellen. Het informatierecht van een legitimaris is onder meer geregeld in artikel 4:78 BW.

Bron: Gerechtshof Den Haag, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 25 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.