Waarborgsom bedrijfsruimte: verhuurder moet extra huur en herstelkosten bewijzen

Een verhuurder hield een deel van de waarborgsom voor een praktijkruimte in vanwege een extra maand huur en vermeende herstelkosten. De verhuurder kon niet bewijzen dat de late sleuteloverdracht aan de huurder lag of dat daadwerkelijk herstelkosten waren gemaakt. De huurder kreeg het resterende bedrag van € 873,06 met rente terug.

Datum: 30 september 2026, gepubliceerd op 12 oktober 2026
Gerecht: Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht
Rechtsgebied: Huurrecht bedrijfsruimte en bewijsrecht

Een huurder wilde haar waarborgsom voor bedrijfsruimte terugkrijgen. De verhuurder stelde dat zij nog recht had op een extra maand huur en vergoeding van herstelkosten, maar kon die tegenvorderingen onvoldoende onderbouwen.

Verrekening met extra huur en herstelkosten

De huurder had een praktijkruimte gehuurd en daarvoor een waarborgsom van € 1.647,11 betaald. Na beëindiging van de huur betaalde de verhuurder slechts een deel terug. De huurder vorderde het resterende bedrag van € 873,06.

Volgens de verhuurder was de ruimte te laat opgeleverd en was daarom nog € 600,81 huur over oktober verschuldigd. Daarnaast zou € 272,25 zijn uitgegeven aan het verwijderen van bedrijfsbelettering en het herstellen van de ramen. Deze bedragen waren met de waarborgsom verrekend.

Verhuurder kon tegenvorderingen niet bewijzen

De kantonrechter stelde voorop dat een waarborgsom na het einde van de huur in beginsel moet worden terugbetaald. Verrekening is mogelijk als de verhuurder een opeisbare tegenvordering heeft, maar het bestaan daarvan moet wel voldoende worden onderbouwd.

Uit de correspondentie bleek dat de beheerder aanvankelijk zelf een voorinspectie zou plannen. De verhuurder kon niet aantonen dat herhaaldelijk concrete afspraken voor een eerdere sleuteloverdracht waren aangeboden. Daarom kwam het feit dat de overdracht pas op 17 oktober plaatsvond voor rekening van de verhuurder.

Ook de herstelkosten werden niet bewezen. Er was geen factuur van het externe bedrijf en evenmin een betaalbewijs of andere controleerbare onderbouwing. Het aanbod om daar later nog bewijs voor te leveren kwam volgens de rechter te laat, omdat de verhuurder haar verweer al eerder met stukken had moeten onderbouwen.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak toont het belang aan van een zorgvuldig dossier bij het einde van een zakelijke huur. Zowel huurder als verhuurder doet er verstandig aan om:

  • tijdig en schriftelijk een voor- en eindinspectie af te spreken;
  • de datum van de sleuteloverdracht vast te leggen;
  • een gezamenlijk opleveringsrapport en foto’s te maken;
  • de huurder zo nodig gelegenheid tot herstel te geven;
  • facturen en betaalbewijzen van herstelwerkzaamheden te bewaren.

Een verhuurder kan niet uitsluitend op basis van een eigen kostenopgave geld op de waarborgsom inhouden. Tegelijkertijd blijft verrekening mogelijk wanneer extra huur, schade of herstelkosten deugdelijk kunnen worden bewezen. Deze zaak betrof een praktijkruimte; voor woonruimte kunnen aanvullende wettelijke regels gelden.

De kantonrechter veroordeelde de verhuurder tot betaling van € 873,06, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 december 2025. Ook moest de verhuurder € 722,54 aan proceskosten betalen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2026:6795.

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 12 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.