Nieuwsblog Advocaten.nl

Meer mensen in de schulden, maar minder in de schuldsanering

De schuldsanering blijft een zeer effectief middel om mensen van hun schulden af te helpen. Tien van de elf mensen met schulden was na drie jaar schuldenvrij.

Minder mensen worden toegelaten tot de schuldsanering. Door een nieuwe interpretatie van een deel van de wet, komen mensen minder snel in aanmerking, maar er zijn ook minder aanvragen, zegt de Raad voor Rechtsbijstand. Het orgaan vindt het opmerkelijk dat het aantal aanvragen voor de schuldsanering bij de rechter daalt, terwijl de schuldenproblematiek juist toeneemt

Vorig jaar werden 8.300 mensen toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. In 2013 waren dat er nog 12.400. Sindsdien is het aantal elk jaar afgenomen. Het aantal actieve bewindvoerders daalt ook. Dit aantal zakte tot 458 vorig jaar.

Sanering effect bij problemen

Uit cijfers van de branchevereniging voor schuldhulpverlening NVVK blijkt volgens de Raad voor Rechtsbijstand dat meer mensen in financiële problemen zitten. Per saldo worden dus minder mensen geholpen, stelt de raad. De schuldsanering blijft wel een zeer effectief middel om mensen van hun schulden af te helpen. Tien van de elf mensen met schulden was na drie jaar schuldenvrij.

Opzegging huur en ontruimingsbescherming bij kantoorruimte

Een huurder die wordt geconfronteerd met een zo’n opzegging van de huurovereenkomst, inclusief aanzegging ontruiming, bestaat de mogelijkheid om ontruimingsbescherming aan te vragen bij de kantonrechter.

Kantoren worden in ons huurrecht beschouwd als ‘overige bedrijfsruimte’. Vaak geldt er een huurovereenkomst van vijf jaar, die automatisch wordt verlengd met een zelfde periode van vijf jaar (5+5). In de huurovereenkomst is vaak een bepaling opgenomen dat opzegging uiterlijk één jaar voor einddatum schriftelijk dient te gebeuren. Zo niet, dan wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd

Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten.

Verhuurder moet ontruiming aanzeggen

De verhuurder moet namelijk formeel ook in de opzeggingsbrief de ontruiming aanzeggen. Zo niet, dan kan verhuurder niet na afloop van de huurtermijn de huurder uit het kantoorpand zetten. Voor een verhuurder is het dus van belang om de opzeggingsbrief tijdig en voorzien van een formele aanzegging tot ontruiming te versturen. Een huurder die wordt geconfronteerd met een zo’n opzegging van de huurovereenkomst, inclusief aanzegging ontruiming, bestaat de mogelijkheid om ontruimingsbescherming aan te vragen bij de kantonrechter.

Aanvragen ontruimingsbescherming

De huurder dient dan binnen twee maanden na de datum waartegen de ontruiming is aangezegd, een verzoekschrift in te dienen bij de sector kanton van de rechtbank.
Gedurende deze procedure kan de huurder niet gedwongen worden om tot ontruiming van het kantoorpand over te gaan. De huurder mag op de laatste dag van de twee maanden termijn het verzoek indienen. Dan heeft hij die termijn al te pakken. Totdat de rechter een beslissing heeft genomen, is er sprake van ontruimingsbescherming. In de procedure moet eerst worden vastgesteld welk huurregime geldt. Voor zgn. middenstandsbedrijfsruimte (detailhandel winkels, restaurants en cafés) geldt immers een verdergaande huurbescherming. Indien vast staat dat er sprake is van overige bedrijfsruimten (kantoorruimtes, garageboxen en opslagruimtes), dan geldt er na opzegging alleen een recht op ontruimingsbescherming.

Ontruimingsbescherming beperkt in tijd

Afhankelijk van de belangenafweging die de kantonrechter maakt, wordt de ontruimingsbescherming voor maximaal een jaar toegewezen. Er is echter wel een mogelijkheid tot verlenging door het verzoek nog tweemaal te herhalen.

De ontruimingsbescherming is dus maximaal drie jaar. Het zal duidelijk zijn dat een huurder van een garagebox minder kans maakt op ontruimingsbescherming dan een reeds lang zittende artsenpraktijk in een huurpand.

Als de huurder zelf opzegt is er uiteraard geen ontruimingsbescherming mogelijk. Ook is er na einddatum huurovereenkomst geen sprake meer van betaling van huur(penningen), maar van een gebruiksvergoeding ter grootte van de laatste huur.

faillissementsprocedure in 2019 efficiënter en transparanter

De Wet modernisering faillissementsprocedure (34.740)maakt onderdeel uit van het programma Herijking Faillissementsrecht >. De huidige faillissementsprocedure dateert namelijk uit 1896.

De wet om de procedure rondom faillissementen efficiënter en transparanter te laten verlopen, treedt, op één bepaling na, op 1 januari 2019 in werking. Dat blijkt uit de bekendmaking van het besluit tot inwerkingtreding in het Staatsblad.
Herijking

De Wet modernisering faillissementsprocedure (34.740)maakt onderdeel uit van het programma Herijking Faillissementsrecht >. De huidige faillissementsprocedure dateert namelijk uit 1896.

Gegevens in insolventieregister

De uitzondering bij de inwerkingtreding van de wet betreft de verplichting om ‘terstond na een uitspraak tot faillietverklaring’ een aantal gegevens in het centrale insolventieregister te plaatsen. Volgens de toelichting bij het besluit zal dit ‘op een later te bepalen tijdstip’ gebeuren. Reden hiervoor is dat de rechtspraak meer tijd nodig heeft om de systemen en de werkprocessen op deze wijziging voor te bereiden. ‘In overleg met de rechtspraak zal voor dit onderdeel een datum van inwerkingtreding worden bepaald,’ aldus de toelichting.
Bron: SC Online en Staatsblad 2018, 348

Model bericht

De wet om de procedure rondom faillissementen efficiënter en transparanter te laten verlopen, treedt, op één bepaling na, op 1 januari 2019 in werking. Dat blijkt uit de bekendmaking van het besluit tot inwerkingtreding in het Staatsblad.

Herijking

De Wet modernisering faillissementsprocedure (34.740)maakt onderdeel uit van het programma Herijking Faillissementsrecht >. De huidige faillissementsprocedure dateert namelijk uit 1896.

Gegevens in insolventieregister

De uitzondering bij de inwerkingtreding van de wet betreft de verplichting om ‘terstond na een uitspraak tot faillietverklaring’ een aantal gegevens in het centrale insolventieregister te plaatsen. Volgens de toelichting bij het besluit zal dit ‘op een later te bepalen tijdstip’ gebeuren. Reden hiervoor is dat de rechtspraak meer tijd nodig heeft om de systemen en de werkprocessen op deze wijziging voor te bereiden. ‘In overleg met de rechtspraak zal voor dit onderdeel een datum van inwerkingtreding worden bepaald,’ aldus de toelichting.

Bron: SC Online en Staatsblad 2018, 348

Verhuizen na scheiding

Als ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen hebben, dan dienen zij belangrijke beslissingen aangaande hun kinderen in beginsel gezamenlijk te nemen. Voor een verhuizing met de kinderen is in beginsel toestemming van de andere ouder nodig, en anders vervangende toestemming van de rechtbank. Alvorens vervangende toestemming te geven, zal de rechter een uitvoerige belangenafweging maken.

Een scheiding of relatiebreuk heeft vaak al grote impact op minderjarige kinderen, dus het is zaak om een verhuizing zorgvuldig aan te pakken. Het beste is om tijdig vooraf met elkaar in overleg te treden, zo nodig onder begeleiding van een deskundige zoals een mediator. Komen de ouders er niet uit, dan zou de kwestie vooraf aan de rechtbank voorgelegd moeten worden. Pas als de rechter duidelijkheid heeft gegeven, zou een eventuele volgende stap gezet moeten worden.

Bodemprocedure vaak frustrerend

In de praktijk kom ik helaas veelvuldig situaties tegen waarin één van de ouders simpelweg is vertrokken met de kinderen, zonder toestemming van de ander of van de rechtbank. Dit kan erg ingrijpend en schadelijk voor de kinderen zijn. Bovendien leidt het vaak tot vervelende gerechtelijke procedures die de onderlinge verstandhoudingen nog verder op scherp zetten.

Helaas biedt de rechtspraak niet altijd oplossing. Bij een plotselinge verhuizing van een ouder met de kinderen, start de achterblijver vaak een kort geding. Uitgangspunt voor de kort gedingrechter is echter dat aansluiting gezocht wordt bij de feitelijke situatie. De verhuisde ouder hoeft dus niet direct terug te keren, de uitkomst van de bodemprocedure moet maar afgewacht worden. Dat is bijzonder frustrerend, want tegen de tijd dat er in de bodemprocedure een uitspraak wordt gedaan, verblijven de kinderen soms al bijna een jaar (of zelfs langer!) in hun nieuwe woonplaats. Ik zie dat de verhuisde ouder dan vaak het argument opwerpt dat de kinderen inmiddels al gewend zijn in hun nieuwe woonplaats, dat ze daar vriendjes hebben, op sport zitten, naar school gaan, enz.

Recht op gelijkwaardig ouderschap

Sinds enige jaren is het beginsel van gelijkwaardig ouderschap in de wet opgenomen. Dit recht (van het kind!) op een gelijkwaardige opvoeding door beide ouders betekent niet dat een rechter geen toestemming voor een verhuizing mag verlenen. Maar als er toestemming wordt verleend, moet er wel op toegezien worden dat in de situatie die na verhuizing ontstaat, zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan het beginsel van gelijkwaardig ouderschap. Het verbaast mij dat de dwingendrechtelijke bepalingen omtrent gelijkwaardig ouderschap vaak niet eens genoemd worden in uitspraken rondom verhuizing met kinderen. Mijn advies aan ouders is om het vooral volgens het boekje te doen, dat is waar de kinderen doorgaans het meest bij gebaat zijn.

Houders van aandelen aan toonder niet langer anoniem

Wat verandert er?

Als houder van aandelen aan toonder bent u straks te identificeren via uw effectenrekening. U kunt niet langer anoniem blijven. Het is de bedoeling dat aandelen aan toonder alleen nog worden verhandeld via een effectenrekening aangehouden bij een intermediair. Bijvoorbeeld een bank of een beleggingsonderneming. Doel van de maatregel is te voorkomen dat deze stukken worden misbruikt voor de betaling van terrorisme, of voor belastingontduiking en witwassen.

Voor wie?
Houders van aandelen aan toonder

Wanneer?
Wanneer de wijziging ingaat, is nog niet bekend.

Let op: De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling én publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant.

Bron: ondernemersplein

Vergoeding voor affectieschade bij ongeval

Wat verandert er op 1 januari 2019?

Overlijdt er iemand door een gebeurtenis waarvoor u als ondernemer aansprakelijk bent, bijvoorbeeld bij een bedrijfsongeval? Of loopt het slachtoffer ernstig en blijvend letsel op? Dan hebben de naasten straks recht op een vergoeding.

Als naasten gelden:

  • de partner van het slachtoffer
  • de kinderen
  • de stiefkinderen
  • de ouders

De vergoeding wordt, afhankelijk van de situatie, tussen € 12.500 en € 20.000, te betalen door de aansprakelijke partij.

 

De Wet affectieschade gaat naar verwachting in op 1 januari 2019.

Let op: De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling én publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant.

Bron: ondernemersplein

Huurders winkelruimte worden beter beschermd

De huurbescherming van huurders van winkelruimten wordt verbeterd:

De verhuurder van een winkelruimte mag aan het einde van de 1e huurperiode (van 5 jaar of langer) de huur niet meer opzeggen omdat hij wil gaan renoveren.
Als de verhuurder van een winkelruimte gaat renoveren en de huurder daardoor moet verhuizen, betaalt hij aan de huurder een bijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten.

Voor wie?

Verhuurders van winkelbedrijfsruimten
Huurders van winkelbedrijfsruimten (winkeliers)

Wanneer?

Wanneer de wijzigingen van dit initiatiefwetsvoorstel ingaan, is nog niet bekend.

Let op: De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling én publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant.

Bron: ondernemersplein

 

Raad voor de rechtspraak stopt digitalisering handelszaken

De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat ‘de programmatuur omstreden is’.

De landelijke uitrol van verplicht digitaal procederen in civiele handelszaken (met een belang van minstens 25.000 euro) is definitief van de baan. Dit heeft de Raad voor de rechtspraak bekendgemaakt. Ook het systeem voor digitale procedures in asiel- en bewaringszaken wordt niet verder ontwikkeld.

Diverse redenen

De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat ‘de programmatuur omstreden is’. De Raad vindt het daarom ‘niet verantwoord om het huidige systeem landelijk in te voeren. Ermee doorgaan betekent dat er veel tijd, energie en geld in gestoken moet worden. Bovendien kan het digitale systeem maar beperkte tijd gebruikt worden, omdat de leverancier stopt met de ontwikkeling ervan’.

Geen weggegooid geld?

Verder benadrukt de raad dat de tot nog toe geïnvesteerde 200 miljoen euro geen weggegooid geld is. Bovendien zijn de gemaakte kosten ‘gedekt binnen de reguliere begroting van de Rechtspraak, met aanvullende bijdragen vanuit het ministerie van justitie en vanuit het beschikbare eigen vermogen’.

Reactie deken

Algemeen deken van de Orde van Advocaten Bart van Tongeren noemt het besluit van de raad ‘uitermate teleurstellend voor de balie’. “Advocaten hebben hun werkwijzen aangepast, personele veranderingen aangebracht en geïnvesteerd in de ICT-voorzieningen waar de Raad om vroeg. Digitaal procederen zou ook zorgen voor een efficiencyslag binnen de rechtspraak en kortere doorlooptijden voor rechtszoekenden. Dan is het een pijnlijke constatering dat het allemaal vervolgens niet doorgaat. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen over wat de Raad dan wel gaat doen.”