Partijen in een civiele procedure zijn op grond van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verplicht de voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Deze verplichting geldt voor eisers én gedaagden.
De rechter mag aan een schending van deze waarheidsplicht de gevolgen verbinden die hij passend vindt. De uitspraak laat zien dat die gevolgen verstrekkend kunnen zijn. In dit geval mocht het gerechtshof weigeren de betrokken partij nog een bewijsronde te geven, nadat was gebleken dat hij zijn betrokkenheid bij een concurrerende onderneming had gebagatelliseerd en daarover zelfs als getuige onder ede onwaar had verklaard.
Wat speelde er?
De zaak ging over schade door overtreding van een non-concurrentiebeding in de zeesleepvaart. Het gerechtshof had een schadevergoeding van ruim 6,8 miljoen Amerikaanse dollar toegewezen. Bij de schadeberekening was onder meer van belang of een bepaalde samenwerking zonder de concurrerende onderneming tot stand zou zijn gekomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof vanwege de ernstige schending van de waarheidsplicht mocht beslissen dat geen nieuwe bewijsronde werd toegestaan. De beoordeling of artikel 21 Rv is geschonden en welke sanctie daarbij past, is in belangrijke mate aan de feitenrechter.
Toch wordt het arrest van het hof vernietigd. Het hof had namelijk over een langere periode schadevergoeding toegekend dan de benadeelde partij had gevorderd. Dat is in strijd met artikel 23 Rv: een rechter mag niet méér of iets anders toewijzen dan is gevorderd. De zaak wordt voor verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Amsterdam.
Praktische betekenis voor civiele procedures
- Vermeld ook feiten die ongunstig lijken, als zij voor de beslissing relevant kunnen zijn.
- Corrigeer onjuiste of onvolledige informatie zo spoedig mogelijk.
- Een schending van de waarheidsplicht kan gevolgen hebben voor de bewijswaardering en voor de mogelijkheid nog getuigen of ander bewijs aan te dragen.
- Formuleer de vordering nauwkeurig, inclusief het bedrag en de periode waarop de vordering betrekking heeft.
- De rechter blijft gebonden aan de grenzen van de ingestelde vordering, ook als de wederpartij zich procesrechtelijk ernstig verwijtbaar heeft gedragen.
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:1500
Bron: Hoge Raad, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 18 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.
Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.