Datum uitspraak: 16 oktober 2026
Publicatiedatum: 30 oktober 2026
Gerecht: Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied: Consumentenrecht, overeenkomstenrecht en aanneming van werk
Werkzaamheden aan de woning op basis van nacalculatie
Twee consumenten schakelden een aannemer in voor werkzaamheden in hun woning. De aannemer had vooraf per e-mail voorgesteld om op regiebasis te werken: de daadwerkelijk bestede uren, materialen, reistijd en parkeerkosten zouden worden gefactureerd. Het uurtarief bedroeg € 59,50 exclusief btw.
In de woning werd mondeling opdracht gegeven voor enkele concrete werkzaamheden, waaronder een kast boven de haard, deurtjes in een nis en een schilderijrail. De aannemer schatte dat dit werk één tot twee weken zou duren. Tijdens de uitvoering werden aanvullende werkzaamheden besproken en uitgevoerd.
De eerste factuur bedroeg € 16.063,66. Later volgde nog een factuur. Nadat de consumenten € 16.063,66 hadden betaald, vorderde de aannemer in de procedure nog € 6.099,33, inclusief rente en kosten.
Overeenkomst was bij de consument thuis gesloten
De definitieve overeenkomst was in de woning van de consumenten tot stand gekomen. Daardoor was sprake van een overeenkomst buiten de verkoopruimte. Voor dergelijke overeenkomsten gelden aanvullende informatieplichten.
Op grond van artikel 6:230m BW en artikel 6:230t BW moet een ondernemer onder meer duidelijk informeren over de totale prijs inclusief btw, de wijze van betaling en het recht van ontbinding. Deze informatie moet op leesbare en begrijpelijke wijze worden verstrekt en na het sluiten van de overeenkomst worden bevestigd.
De aannemer had volgens de kantonrechter niet alle essentiële informatie verstrekt. Hij had geen totale prijs inclusief btw genoemd, geen duidelijke informatie over de betaling gegeven en de consumenten niet geïnformeerd over hun ontbindingsrecht. Ook waren algemene voorwaarden pas op de factuur genoemd en niet vooraf verstrekt.
Prijsbeding voor aanvullend werk was oneerlijk
Voor de aanvankelijk opgedragen werkzaamheden konden de consumenten de kosten nog enigszins inschatten. Zij kenden het uurtarief en wisten dat het werk naar verwachting één tot twee weken zou duren.
Voor de materialen en de later toegevoegde werkzaamheden was echter geen enkele bruikbare kostenraming gegeven. Daardoor konden de consumenten niet vooraf beoordelen wat de opdracht uiteindelijk zou kosten. Zij konden evenmin controleren of de gefactureerde bedragen met de gemaakte afspraken overeenkwamen.
De kantonrechter beoordeelde het prijsbeding voor de materialen en de aanvullende werkzaamheden daarom als oneerlijk. Voor die onderdelen waren de consumenten niet aan het beding gebonden.
Korting wegens geschonden informatieplichten
De rechter berekende dat voor de oorspronkelijk opgedragen werkzaamheden maximaal € 9.028,17 in aanmerking kwam. Omdat de aannemer meer dan drie essentiële informatieplichten had geschonden, werd de betalingsverplichting volgens het toepasselijke sanctiemodel met 40% verminderd tot € 5.416,90.
De consumenten hadden al aanzienlijk meer betaald. De rechter hield vervolgens rekening met de waarde van de werkzaamheden waarvan zij wel voordeel hadden gehad, de gestelde gebreken en het beroep op ontbinding. Uiteindelijk moest de aannemer € 5.350 terugbetalen, vermeerderd met rente.
Waarom is deze uitspraak relevant voor bezoekers van advocaten.nl?
Werken op regiebasis betekent niet dat een aannemer zonder enige kostenraming onbeperkt uren en materialen kan factureren. Ook bij nacalculatie moet een consument vooraf voldoende inzicht krijgen in de prijs of in de wijze waarop die prijs wordt berekend.
Bij een opdracht die thuis bij de consument wordt gesloten, gelden bovendien specifieke informatieplichten. Een aannemer doet er verstandig aan de opdracht, het uurtarief inclusief btw, de verwachte uren, de materiaalkosten, de betalingsmomenten en het ontbindingsrecht schriftelijk vast te leggen.
Consumenten moeten aanvullende opdrachten eveneens schriftelijk bevestigen en daarbij om een prijsopgave vragen. Bij een onverwacht hoge factuur is het belangrijk de urenstaten, materiaalbonnen, e-mails, foto’s en eerder verstrekte ramingen te bewaren.
ECLI-uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:10585
Bron: Rechtbank Amsterdam, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 30 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.
Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.