Ernstige beschuldigingen op Facebook zonder bewijs: verbod en dwangsom

Een Facebookgebruiker beschuldigde een stichting en haar voorzitter van onder meer fraude, oplichting, dierenmishandeling en andere strafbare feiten. De beschuldigingen werden als feiten gepresenteerd, maar vonden onvoldoende steun in het beschikbare materiaal. De rechter gebood verwijdering van vergelijkbare berichten en legde voor nieuwe overtredingen een gemaximeerde dwangsom op.

Datum uitspraak en publicatie: 22 oktober 2026
Gerecht: Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo
Rechtsgebied: Onrechtmatige daad, online publicaties en vrijheid van meningsuiting

Kritiek na onvrede over dienstverlening

Een vrouw was ontevreden over de crematie van haar hond. Zij uitte haar onvrede op Facebook en riep voormalige medewerkers en vrijwilligers op om informatie over vermeende misstanden te delen. Daarbij betrok zij ook een dierenopvangstichting en de voormalige eigenares van het crematorium.

De berichten gingen veel verder dan kritiek op de verleende dienst. De vrouw beschuldigde de betrokkenen onder meer van dierenmishandeling, illegale dierenhandel, fraude, afpersing, oplichting, valsheid in geschrift, corruptie en psychische stoornissen. Ook werden externe instanties en nieuwsmedia in de berichten genoemd of getagd.

Vrijheid van meningsuiting tegenover bescherming van reputatie

De voorzieningenrechter moest het recht op vrijheid van meningsuiting afwegen tegen het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, eer en goede naam. Geen van beide rechten heeft vooraf automatisch voorrang.

Bij de belangenafweging keek de rechter onder meer naar de ernst van de beschuldigingen, de gevolgen voor de betrokkenen, het maatschappelijke belang van de gestelde misstand, de beschikbare feitelijke onderbouwing en de manier waarop de berichten waren geformuleerd.

De vrouw mocht haar onvrede over de crematie uiten en vragen stellen over opvallende gegevens. Zij mocht daaruit echter niet zonder voldoende bewijs afleiden dat ernstige strafbare feiten en andere misstanden hadden plaatsgevonden.

Beschuldigingen werden als vaststaande feiten gepresenteerd

In haar verweer formuleerde de vrouw voorzichtig en erkende zij dat verklaringen van derden niet automatisch bewezen dat ieder onderliggend feit juist was. Die terughoudendheid ontbrak volgens de rechter volledig in haar openbare Facebookberichten.

Daarin werden ernstige beschuldigingen als vaststaande feiten gepresenteerd. De overgelegde stukken boden daarvoor onvoldoende steun. Het belang van de stichting en haar voorzitter bij bescherming van hun goede naam woog daarom zwaarder dan het recht om de beschuldigingen in deze vorm openbaar te maken. Dergelijke publicaties kunnen een onrechtmatige daad opleveren in de zin van artikel 6:162 BW.

Geen algemeen verbod op iedere negatieve uitlating

De rechter legde geen onbeperkt verbod op om nog iets negatiefs over de betrokkenen te schrijven. Zo’n algemeen verbod zou de vrijheid van meningsuiting te ver beperken en bovendien moeilijk uitvoerbaar zijn.

Wel moest de vrouw berichten verwijderen waarin zij zich op een vergelijkbare manier uitliet als in de beoordeelde publicaties. Ook mocht zij geen nieuwe vergelijkbare berichten op haar Facebookaccount of besloten Facebookgroep plaatsen. Voor iedere dag waarop zij het vonnis niet naleeft, kan zij € 250 aan dwangsommen verbeuren, tot maximaal € 15.000.

De verlangde rectificatie werd afgewezen, omdat verwijdering en het verbod volgens de rechter voldoende bescherming boden. Ook kwam er geen algemeen verbod om derden te benaderen of meldingen bij politie en toezichthouders te doen. Een aangifte of melding is niet zonder meer onrechtmatig, zolang deze niet opzettelijk vals of anderszins uitzonderlijk onzorgvuldig is.

Waarom is deze uitspraak relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Ook een bericht in een besloten Facebookgroep kan juridische gevolgen hebben. Wie ernstige beschuldigingen als feiten publiceert, moet kunnen aantonen dat daarvoor voldoende feitelijke steun bestaat. Het toevoegen van woorden als “volgens mij” of “ik stel alleen vragen” voorkomt niet altijd dat een bericht als feitelijke beschuldiging wordt gelezen.

Maak daarom duidelijk onderscheid tussen persoonlijke ervaringen, meningen, vermoedens en vaststaande feiten. Bewaar schermafbeeldingen, links en publicatiedata als u door online beschuldigingen wordt getroffen. Een sommatie tot verwijdering moet bij voorkeur concreet aangeven welke passages onrechtmatig zijn en waarom.

Bij een gerechtelijke vordering is een nauwkeurig omschreven verbod kansrijker dan een algemeen verbod op alle toekomstige negatieve publicaties. De vrijheid van meningsuiting blijft namelijk ook gelden voor scherpe, onaangename of kritische uitingen die voldoende steun vinden in de feiten.

ECLI-uitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2026:6372

Bron: Rechtbank Overijssel, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 22 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.