Tweedehands auto binnen een jaar defect: verkoper moest tegendeel bewijzen

Een tweedehands BMW kreeg binnen een jaar na aankoop ernstige motorschade en kon niet meer rijden. Daardoor gold het wettelijke vermoeden dat de auto al bij aflevering niet aan de overeenkomst voldeed. De verkoper kon niet bewijzen dat een andere garage de schade had veroorzaakt en kreeg bovendien twaalf weken de tijd voor herstel zonder duidelijkheid te geven over de planning.

Datum uitspraak: 20 oktober 2026
Publicatiedatum: 22 oktober 2026
Gerecht: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem
Rechtsgebied: Consumentenrecht en koopovereenkomsten

Tweedehands auto defect binnen één jaar

Consumenten kochten in november 2022 een tweedehands BMW cabriolet voor € 35.450, inclusief de inruil van een andere auto. In de daaropvolgende maanden werden wegens klachten onder meer twee afdichtringen en een injector vervangen.

In juni 2023 begon de motor te rammelen. Onderzoek wees uit dat de krukas en de drijfstanglagers kapot waren. De auto kon daardoor niet meer worden gebruikt. De verkoper kreeg de auto op 8 juli 2023 voor herstel onder zich.

Wettelijk bewijsvermoeden bij consumentenkoop

Partijen waren het erover eens dat binnen een jaar een gebrek aan het licht was gekomen waardoor de auto niet meer geschikt was voor normaal gebruik. In zo’n situatie wordt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak al bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde.

De verkoper stelde dat een garage die eerder de injector had vervangen de motorschade had veroorzaakt. Zij baseerde dat standpunt op een rapport van een eigen deskundige. Volgens een door de kopers ingeschakelde deskundige was die conclusie echter voornamelijk gebaseerd op aannames. Technisch onderzoek naar onder meer de motorolie, de injector en de interne motordelen ontbrak. Ook waren andere mogelijke oorzaken niet onderzocht.

Het hof oordeelde dat de verkoper onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om het wettelijke vermoeden te weerleggen. Alleen het gegeven dat andere garages aan de auto hadden gewerkt, maakte het bewijsvermoeden niet onbruikbaar.

Twaalf weken zonder herstelplanning was te lang

Ongeveer twaalf weken nadat de auto voor herstel was ingeleverd, waren de werkzaamheden nog niet begonnen. Op vragen van de kopers kon de verkoper niet aangeven hoe lang het nog zou duren.

Volgens het hof mochten de kopers daaruit afleiden dat herstel niet binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast zou plaatsvinden. Zij konden de koop daarom ontbinden op grond van artikel 7:22 lid 5 BW. Zij hoefden na twaalf weken niet opnieuw een afzonderlijke hersteltermijn te stellen.

Dat het door de verkoper ingeschakelde reparatiebedrijf wegens vakantie en drukte niet eerder kon beginnen, kwam voor risico van de verkoper. Het ging om de wettelijke verplichting om een non-conforme auto binnen een redelijke termijn te herstellen.

Niet alle gevorderde bedragen werden toegewezen

De verkoper moest het grootste deel van de betaalde koopprijs terugbetalen. Een beweerde contante betaling van € 3.000 werd niet vergoed, omdat de kopers daarvan geen bewijs hadden aangeboden. Ook de kosten van vervangend vervoer voor een veel later geboekte vakantie werden als te ver verwijderd van het oorspronkelijke gebrek afgewezen.

De redelijke kosten van een lokale diagnose en een deskundigenrapport werden wel toegewezen. Uiteindelijk moest de verkoper € 33.471,17, rente en € 1.645 aan deskundigenkosten betalen.

Waarom is deze uitspraak relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

Bij consumentenkoop is een commerciële garantie niet hetzelfde als de wettelijke rechten van de koper. Een verkoper kan zich niet eenvoudig aan het wettelijke bewijsvermoeden onttrekken door te wijzen op ouderdom, gebruik of werkzaamheden van een andere garage. Daarvoor is een concrete technische onderbouwing nodig.

Een koper doet er verstandig aan klachten onmiddellijk schriftelijk te melden, diagnosegegevens te bewaren en de verkoper een reële gelegenheid tot herstel te geven. Vraag schriftelijk om een herstelplanning. Als herstel onredelijk lang uitblijft of de verkoper niet kan zeggen wanneer het wordt uitgevoerd, kan ontbinding mogelijk zijn.

ECLI-uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2026:6777

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 22 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.