Achteraf betalen: koopprijs verlaagd door ontbrekende consumentenbescherming

Een consument kocht in 2021 kleding via een webwinkel en koos voor achteraf betalen via Klarna. De schuldeiser kon niet aantonen dat de toen geldende regels voor consumentenkrediet en online koop waren nageleefd. De kredietovereenkomst werd vernietigd en de consument hoefde slechts 80 procent van de koopprijs te betalen.

Uitspraak: 16 september 2026, Rechtbank Midden-Nederland
Gepubliceerd: 28 september 2026
Rechtsgebied: Consumentenrecht, consumentenkrediet en online koop

Een consument kocht in 2021 kleding via een webwinkel en koos voor achteraf betalen via Klarna. De schuldeiser kon niet aantonen dat de toen geldende regels voor consumentenkrediet en online koop waren nageleefd. De kredietovereenkomst werd vernietigd en de consument hoefde slechts 80 procent van de koopprijs te betalen.

Incasso van een oude webwinkelaankoop

De consument had voor € 163,33 aan kleding gekocht en daarbij gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Nadat de factuur onbetaald bleef, werd de vordering overgedragen aan een incassobedrijf. Dat bedrijf vorderde betaling van de koopprijs, rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De consument verscheen niet in de procedure. Toch moest de kantonrechter uit eigen beweging onderzoeken of de dwingende regels van consumentenbescherming waren nageleefd.

Achteraf betalen kan consumentenkrediet zijn

Uitstel van betaling is een vorm van krediet. Voor een kosteloos of zeer kortlopend krediet kan een uitzondering gelden, maar daarvoor moet voldoende informatie over het verdienmodel van de kredietaanbieder worden verstrekt. Daarbij kan van belang zijn of de aanbieder inkomsten haalt uit rente en kosten bij betalingsachterstand.

De schuldeiser overlegde informatie over de werkwijze van Klarna vanaf 2023 en vooral vanaf 2025. De aankoop was echter in juli 2021 gedaan. Uit de overgelegde stukken kon niet worden afgeleid dat in 2021 aan de voorwaarden voor de uitzondering was voldaan.

Daarom behandelde de kantonrechter de betalingsregeling als een consumentenkredietovereenkomst waarop de beschermende bepalingen van titel 2A van Boek 7 BW van toepassing waren. Ook moest vóór de kredietverlening de kredietwaardigheid worden beoordeeld. Die verplichting staat onder meer in artikel 4:34 Wft.

Omdat niet kon worden vastgesteld dat de vereiste informatie was verstrekt en een kredietwaardigheidstoets was uitgevoerd, vernietigde de kantonrechter de kredietovereenkomst. De consument hoefde daardoor geen rente en incassokosten te betalen.

Ook webwinkel voldeed niet aantoonbaar aan informatieplicht

Daarnaast moest worden onderzocht of de webwinkel de consument correct had geïnformeerd over onder meer het herroepingsrecht. De bestelbevestiging bevatte niet alle noodzakelijke informatie. Een hyperlink naar een afzonderlijke factuur was onvoldoende, omdat informatie achter een hyperlink later kan worden gewijzigd.

Vanwege de niet aantoonbaar nageleefde informatieverplichtingen werd de koopprijs met twintig procent verminderd. De consument moest € 130,66 betalen. Hij werd wel veroordeeld in de proceskosten, omdat een deel van de oorspronkelijke vordering terecht was ingesteld.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De uitspraak betekent niet dat iedere schuld uit achteraf betalen vervalt. De uitkomst hangt af van de datum en inhoud van de overeenkomst en van het bewijs dat de kredietaanbieder en webwinkel over de verstrekte informatie en kredietwaardigheidstoets kunnen overleggen.

Bij een incassovordering uit een online aankoop moet daarom niet alleen worden gecontroleerd of de producten zijn geleverd. Ook de totstandkoming van de kredietovereenkomst, de informatie over bedenktijd en retournering, de bevestiging op een duurzame gegevensdrager en de grondslag voor rente en incassokosten kunnen van belang zijn.

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 28 september 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2026:6471.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Flitskrediet aan ondernemers

De vraag is of zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb’ers) op dit specifieke gebied niet extra wettelijke bescherming moeten krijgen, gelijk aan die van consumenten. Consumenten worden beschermd, omdat zij doorgaans een informatieachterstand hebben en zich in een zwakkere positie bevinden ten opzichte van ondernemers.

Op de kredietmarkt bestaan partijen die reclame maken voor het snel kunnen aanbieden van zogenaamde “flitskredieten” aan ondernemers. Soms brengen deze kredietverstrekkers woekerrentes van 3% per maand plus 20 euro per maand in rekening. Rentepercentages zijn opgebouwd uit de kosten van het krediet, een vergoeding voor het risico dat de kredietverlener draagt en een marge.

Dergelijke kredieten vallen niet onder de wetgeving over consumentenkrediet, met een verplichte waarschuwing («geld lenen kost geld») en met een maximale rente van 12% boven de wettelijke rente per jaar. Indien een financiële onderneming een financiële dienst verleent aan een niet-consument, wordt deze niet beschermd door de regels ter bescherming van consumenten. Personen die handelen in de uitoefening van hun bedrijf of beroep kunnen wel een beroep doen op de algemene bescherming van het vermogensrecht. Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 2 Boek 6 Burgerlijk Wetboek).

Beoordeling vaak summier
Men kan zich afvragen of het verantwoord is dat binnen vijf minuten een krediet kan worden afgesloten van 50.000 euro, zonder dat er gevraagd wordt om onderpand, uittreksels, businessplannen of jaarrekeningen. Vaak worden juist bij dergelijke advertenties woekerrentes in rekening gebracht. In de praktijk duurt de beoordeling van een aanvraag vaak langer, omdat gegevens ontbreken of aanbieders aanvullende gegevens vragen om de kredietwaardigheid te beoordelen. Voor zover het gaat om zakelijke kredieten, is het aan de aanbieder om te bepalen welke informatie nodig is en of een aanbieder onderpand vraagt. Wie op een aanbod in gaat, doet er goed aan om zelf goed te bedenken met wie men in zee gaat en welke rente men verschuldigd wordt en welke andere voorwaarden zullen gaan gelden.

MKB Actieplan
Er zijn naar aanleiding van het MKB-actieplan van juni 2018 gedragsregels opgesteld (de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering van de Nederlandse Vereniging van Banken) en ook de nieuwe stichting MKB-financiering is bezig met het opstellen van gedragsregels die uiterlijk 1 januari 2019 gereed moeten zijn.

Extra wettelijke bescherming?
De vraag is of zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb’ers) op dit specifieke gebied niet extra wettelijke bescherming moeten krijgen, gelijk aan die van consumenten. Consumenten worden beschermd, omdat zij doorgaans een informatieachterstand hebben en zich in een zwakkere positie bevinden ten opzichte van ondernemers. Van ondernemers wordt meer voorbereiding en kennis verwacht. Er is geen evaluatie voorzien van de Wet Consumentenkredietovereenkomsten, goederenkrediet en geldlening (Stb. 2016, 360). Omdat signalen over ernstige misstanden of grote problemen ontbreken zien de Ministers van Financiën en van Economische Zaken geen aanleiding voor onderzoek, in aanvulling op het MKB-actieplan.

▲