€ 82.158 verbeurd door geld te verzwijgen bij scheiding

Een vrouw nam kort voor de ontbinding van haar geregistreerde partnerschap in totaal € 82.158,70 contant op. Zij stelde dat zij het grootste deel in twee maanden had uitgegeven, maar overlegde geen bonnetjes, facturen of reserveringen. De rechtbank concludeerde dat zij het geld verborgen hield en bepaalde dat het volledige bedrag aan de man toeviel.

Uitspraak: 26 augustus 2026, Rechtbank Den Haag
Gepubliceerd: 2 oktober 2026
Rechtsgebied: Personen- en familierecht, verdeling en huwelijksvermogensrecht

Een vrouw nam kort voor de ontbinding van haar geregistreerde partnerschap in totaal € 82.158,70 contant op. Zij stelde dat zij het grootste deel in twee maanden had uitgegeven, maar overlegde geen bonnetjes, facturen of reserveringen. De rechtbank concludeerde dat zij het geld verborgen hield en bepaalde dat het volledige bedrag aan de man toeviel.

Grote contante opnamen vóór de scheiding

De partners waren in 2015 zonder partnerschapsvoorwaarden een geregistreerd partnerschap aangegaan. Daardoor bestond tussen hen een algehele gemeenschap van goederen. Bij de ontbinding moesten de gemeenschappelijke bezittingen in beginsel bij helfte worden verdeeld.

De vrouw had in de periode van oktober tot en met december 2024 bedragen van € 56.150 en € 26.008,70 contant opgenomen van twee bankrekeningen. Zij erkende de opnamen, maar stelde dat zij ongeveer € 67.000 had besteed aan onder meer kleding, cadeaus, restaurants, hotels, beautybehandelingen, weekendjes weg en huishoudelijke kosten. Ook zou zij bedragen voor de kinderen en een privé ontvangen schenking hebben veiliggesteld.

Geen bewijs van de gestelde uitgaven

Volgens de rechtbank lag het op de weg van de vrouw om uit te leggen en zo nodig te bewijzen waar het opgenomen geld was gebleven. Zij overlegde echter geen bonnetjes, facturen, boekingen of andere stukken. De rechtbank vond het bovendien niet aannemelijk dat in ongeveer twee maanden vrijwel het gehele bedrag aan consumptieve uitgaven was besteed.

De rechtbank concludeerde daarom dat de vrouw het geld verborgen hield. Daarmee was volgens de rechtbank voldaan aan de voorwaarden van artikel 3:194 lid 2 BW. Deze bepaling houdt in dat een deelgenoot die opzettelijk een gemeenschappelijk goed verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt, zijn aandeel daarin aan de andere deelgenoot verbeurt.

Gevolg is meer dan alleen terugbetalen

De sanctie betekende in deze zaak dat niet alleen de helft van het geld in de verdeling werd betrokken. De vrouw verbeurde het volledige bedrag van € 82.158,70 aan de man. De rechtbank hoefde daardoor niet meer te beslissen over zijn subsidiaire beroep op benadeling van de gemeenschap.

De beslissing over het verzwegen geld maakte deel uit van een omvangrijkere procedure waarin onder meer de woning, bankrekeningen, ondernemingen, auto’s, kinderalimentatie en zorgregeling werden behandeld.

Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?

De sanctie van artikel 3:194 lid 2 BW is ingrijpend. Vereist is wel dat sprake is van opzettelijk verzwijgen, zoekmaken of verborgen houden. Een enkele vergissing of onduidelijkheid in de administratie leidt daarom niet automatisch tot verlies van een aandeel.

Bij een scheiding of verdeling is het belangrijk volledige opgave te doen van bankrekeningen, contant geld, beleggingen en andere bezittingen. Wie stelt dat grote bedragen vóór de peildatum zijn uitgegeven, moet rekening houden met de noodzaak die uitgaven met afschriften, facturen of andere stukken te onderbouwen. De andere partij doet er goed aan tijdig volledige bankafschriften en saldi rond de peildatum op te vragen.

Bron: Rechtbank Den Haag, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 2 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Lees de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2026:28339.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.

Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.

Verzwijging Van Goederen Bij Verdeling En Verbeuring

De Hoge Raad heeft bevestigd dat voor de sanctie van artikel 3:194 lid 2 BW enkel daadwerkelijk weten van de deelgenoot over het behoren van het goed tot de gemeenschap vereist is. De sanctie vervalt niet door inkeer, behoudens bijzondere omstandigheden.

Wat is de reikwijdte Sanctie Artikel 3:194 Lid 2 BW volgens Hoge Raad Uitspraak

De Hoge Raad heeft op 31 maart 2017, onder zaaknummer ECLI:NL:HR:2017:565, een belangrijke uitspraak gedaan over de reikwijdte van de sanctie in artikel 3:194 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze bepaling houdt in dat een deelgenoot in een gemeenschap die opzettelijk goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn aandeel in deze goederen verliest ten gunste van de overige deelgenoten.

In deze zaak was de vraag of voor het toepassen van deze sanctie het voldoende is dat de deelgenoot die het goed verzwijgt of verbergt, behoorde te weten dat dit goed tot de gemeenschap behoort. De Hoge Raad bevestigde dat enkel het ‘behoren te weten’ niet voldoende is om de sanctie toe te passen. Het vereiste van opzet kan niet worden geobjectiveerd; de deelgenoot moet daadwerkelijk weten dat het goed tot de gemeenschap behoort.

De Hoge Raad onderzocht tevens of de sanctie vervalt als de deelgenoot die het goed verzwegen heeft, tot inkeer komt. De Hoge Raad bevestigde dat de sanctie niet vervalt door inkeer, tenzij er sprake is van omstandigheden die een beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen. Dit standpunt onderscheidt zich van de regel in artikel 1:135 lid 3 BW, waar een sanctie pas van toepassing is na verrekening van het vermogen tussen echtgenoten.

Het arrest van het hof in deze zaak werd echter vernietigd door de Hoge Raad. Dit was vanwege een fout in de beoordeling van de fiscale gevolgen van de verzwijging door het hof, waarmee het buiten de grenzen van de rechtsstrijd trad.

Voor een volledige inzage in de uitspraak, bezoek ECLI:NL:HR:2017:565.

Wilt u meer weten over de gevolgen en mogelijkheden bij verzwijging van gemeenschapsgoederen, stel aan vraag aan advocaten.nl of bel met 0900-advocaten