Pas op voor oplichters aan de telefoon

Het is niet altijd mogelijk om via de telefoon de identiteit van de beller vast te stellen, zeker niet indien via een bekend en vertrouwd nummer wordt gebeld. Via spoofing kunnen criminelen het doen voorkomen dat ze via een lokaal netwerk bellen of zelfs vanuit de centrale van een lokale instelling.

Medio november 2022 heeft de Nederlandse en Britse justitie in een gezamenlijke actie deze dienst een halt toegeroepen aan de Spoofingdienst iSpoof.

Sinds enige tijd bestond de populaire internetservice voor eenieder die anderen wilde misleiden, al of niet met minder goede bedoelingen. Men kon zich via deze service voordoen als een officiële instantie. Het is een vorm van identiteitsfraude, die schade bezorgt aan officiële instanties en aan het publiek dat er in trapt.

Toch zijn er enkele voorzorgsmaatregelen die kunnen voorkomen dat criminelen via een dergelijke dienst hun oplichtingspraktijk kunnen uitvoeren.

Indien u op uw mobiel wordt gebeld door een persoon die stelt namens een overheidsinstelling, bank of internet service te bellen, en u vraagt in te loggen bij uw bank of andere financiële instelling via een door hen toegezonden link, is er zeer waarschijnlijk sprake van “vishing”(een combinatie van “fishing” en “voice”) Het reguliere wachtwoord dat u vervolgens gebruikt om in te loggen komt daarmee terecht bij criminelen.

De link die wordt toegezonden leidt u naar een verrassend goed lijkende website, die echter eveneens voor dit criminele doel is nagemaakt van de echte web-omgeving van de instelling of bank.

Een bekende techniek die wordt gebruikt is die van de tijdsdruk. De beller aan de andere kant laat u weten dat u schade lijdt indien u niet direct actie onderneemt, omdat anders uw bankrekening wordt leeggehaald door criminelen Door deze tijdsdruk valt de drempel weg om nog eens goed na te denken over de gevraagde instructie.

Ook wordt veelal gevraagd om persoonlijke informatie, die strikt genomen reeds in bezit zou moeten zijn bij de betreffende organisatie, zoals een BSN nummer of geboortedatum.

Allereerst moet u er op bedacht zijn dat dergelijke essentiële instanties nimmer persoonlijk contact zoeken via de telefoon. Het bel-contact is dus al verdacht. Ook wordt nooit om persoonlijke informatie gevraagd.

Geadviseerd wordt de beller gewoon te woord te staan en te vragen om een telefoonnummer zodat zij teruggebeld kunnen worden. Wordt dat niet verstrekt dan is het waarschijnlijk misleiding. Indien u twijfelt, dan wordt u geadviseerd gewoon op te hangen. Vervolgens wordt geadviseerd direct de betreffende instantie zelf te bellen bij het bij u bekende nummer.

Voorts wordt geadviseerd de poging tot oplichting te melden, Meer over dergelijke vormen van oplichting vindt u in de onderstaande links

Waar kan ik cybercrime melden?

Bent u of is iemand in uw omgeving slachtoffer van cybercrime? Of kent u personen die zich bezighouden met criminele digitale activiteiten? Doe dan aangifte bij de politie.

Aangifte bij de politie van Internetoplichting

U kunt direct aangifte doen van cybercrime bij de politie. Dit kan bij ieder politiebureau in Nederland. Het is goed om te vragen of een digitaal expert aanwezig kan zijn bij uw aangifte.

Politie, Openbaar Ministerie, Marktplaats, banken en internetserviceproviders werken samen aan het terugdringen van internetoplichting. Kijk op https://www.politie.nl/themas/internetoplichting.html voor meer informatie.

Melding doen via Meld Misdaad Anoniem

U kunt ook anoniem melding maken van cybercrime bij Meld Misdaad Anoniem. Dit kan telefonisch via 0800 7000 of online via meldmisdaadanoniem.nl.

Hulp voor slachtoffers van cybercrime

Bent u slachtoffer geworden van cybercrime?

Op de website Veilig internetten leest u wat u kunt doen tegen deze en andere vormen van cybercrime.

Fraudehelpdesk en organisatie waarschuwen bij phishing

Wanneer u een valse e-mail krijgt, waarschuw dan de organisatie uit wiens naam u de mail krijgt. Meld phishing ook altijd bij de Fraudehelpdesk.

Wat kan ik doen tegen voorschotfraude?

Voorschotfraude is een vorm van internetfraude. Hierbij ontvangt u een e-mail waarin de afzender u om financiële hulp vraagt. Ga niet in op zulke e-mails en geef nooit uw persoonlijke gegevens af. De oplichters kunnen deze gebruiken om bijvoorbeeld uw bankrekening te plunderen.

Voorschotfraude (419-fraude) herkennen

Bij voorschotfraude belooft de afzender van de e-mail u in ruil voor uw hulp een onwaarschijnlijk hoge vergoeding. Voorschotfraude wordt 419-fraude genoemd, naar het  artikel 419 in het Nigeriaanse wetboek van strafrecht dat oplichting verbiedt.

Als u ingaat op het aanbod in de e-mail, krijgt u het verzoek om:

  • een financieel voorschot te verlenen;
  • persoonlijke informatie te verstrekken (zoals naam, adres, werkgever en bankgegevens);
  • naar het land van de afzender te reizen, zogenaamd voor overleg en ondersteuning.

Aangifte doen bij voorschotfraude

Heeft u financiële schade door voorschotfraude? Doe dan aangifte bij de politie.

Cybercriminaliteit: weinig aangiftes, lage pakkans

Tussen 2005 en 2014 werd bijna zestienduizend keer aangifte gedaan van computervredebreuk, het onbevoegd inbreken in een netwerk of computer. Dat is relatief weinig: het aangiftepercentage bij cybercriminaliteit is acht, terwijl dat bij gewelds- en vermogensdelicten drie tot vier keer hoger is.

Hoewel cybercrime inmiddels een alledaags verschijnsel is geworden, is de aanpak daarvan onder de maat. Dat schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een risicoanalyse.

De pakkans en de straffen zijn te laag, terwijl de opbrengsten toenemen, vooral bij misdrijven als phishing (vervalste e-mails) en ransomware (waarbij een geïnfecteerde organisatie of persoon losgeld moet betalen om bij de eigen bestanden te kunnen). Vorig jaar werd 11 procent van de Nederlanders slachtoffer van een of andere vorm van cybercrime.

Tussen 2005 en 2014 werd bijna zestienduizend keer aangifte gedaan van computervredebreuk, het onbevoegd inbreken in een netwerk of computer. Dat is relatief weinig: het aangiftepercentage bij cybercriminaliteit is acht, terwijl dat bij gewelds- en vermogensdelicten drie tot vier keer hoger is.

In die periode nam het Openbaar Ministerie 786 aangiftes in behandeling. In 343 zaken werd een misdrijf bestraft of geschikt. Gemiddeld legde de rechter een boete op van 7.000 euro (het maximum is 20.250 euro) en een gevangenisstraf van een jaar. Onvoldoende, oordeelt het CPB: Tegenover een dergelijke boete staan winsten van tussen de 2.770 en 83.000 euro per dag. De onderzoekers vinden dat de maximale boete meer in lijn moet worden gebracht met de verwachte opbrengsten van cybercriminelen.

Volgens het CPB maken opsporingsdiensten te weinig gebruik van de voordelen van ICT. De onderzoekers pleiten voor het instellen van één digitaal aangifteloket ‘waar alle signalen van deze vorm van criminaliteit met elkaar kunnen worden vergeleken’. Ook ziet het CPB mogelijkheden om meer innovatie in de beveiliging aan te jagen. Tot slot stelt het CPB voor om het voor criminelen moeilijker te maken onveilige software en diensten aan te schaffen.

Bron: Mr-Online.nl

Cybercriminaliteit: lage pakkans

Weinig aangiftes, lage pakkans, milde straffen

Hoewel cybercrime inmiddels een alledaags verschijnsel is geworden, is de aanpak daarvan onder de maat. Dat schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een risicoanalyse.

De pakkans en de straffen zijn te laag, terwijl de opbrengsten toenemen, vooral bij misdrijven als phishing (vervalste e-mails) en ransomware (waarbij een geïnfecteerde organisatie of persoon losgeld moet betalen om bij de eigen bestanden te kunnen). Vorig jaar werd 11 procent van de Nederlanders slachtoffer van een of andere vorm van cybercrime. Lees verder “Cybercriminaliteit: lage pakkans”