Datum: 6 oktober 2026
Gerecht: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden
Rechtsgebied: Huurrecht woonruimte en relevant omgevingsrecht
De ontruiming van een recreatiewoning en huurbescherming kunnen botsen wanneer permanente bewoning niet is toegestaan. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besliste dat ongeveer vijftig Roemeense arbeidsmigranten voorlopig in hun woningen op recreatiepark Van Harte mogen blijven.
Gemeente legde verhuurder een dwangsom op
De arbeidsmigranten huurden al twee tot zeven jaar woningen op het park. Het omgevingsplan kende aan het park een recreatieve bestemming toe en stond permanente bewoning niet toe. De gemeente De Wolden wilde de bewoning beëindigen en legde de verhuurder een last onder dwangsom van € 250.000 op.
De verhuurder zegde vervolgens de huurovereenkomsten op en vorderde in kort geding ontruiming. De kantonrechter wees die vordering aanvankelijk toe, maar verklaarde de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad. Daardoor konden de huurders de uitkomst van het hoger beroep afwachten.
Hoge drempel voor ontruiming in kort geding
Wanneer een huurder niet schriftelijk met een huuropzegging instemt, blijft een huurovereenkomst voor woonruimte in beginsel bestaan totdat een rechter onherroepelijk over de beëindiging heeft beslist. Een vooruitlopende ontruiming in kort geding is daarom alleen bij uitzondering mogelijk.
Volgens het hof moest vrijwel buiten twijfel staan dat een bodemrechter de huur zou beëindigen. Dat was hier niet het geval. De enkele omstandigheid dat de bewoning in strijd was met het omgevingsplan, betekende niet dat de verhuurder de recreatieve bestemming daadwerkelijk zou verwezenlijken. De verhuurder had daarvoor geen concreet plan. Uit onderzoek bleek bovendien dat recreatieve exploitatie van het park weinig realistisch was.
Belangen van huurders wegen zwaarder
Het hof woog ook de wederzijdse belangen af. Het risico van de verhuurder was voornamelijk financieel en lag volgens het hof voor een belangrijk deel in haar eigen risicosfeer. Zij had woningen verhuurd terwijl bekend was dat permanente bewoning planologisch problematisch was.
De huurders hadden hun contractuele verplichtingen nagekomen en konden de ontstane situatie niet worden verweten. Door ontruiming dreigden zij hun woning te verliezen. Vanwege hun inkomen, beperkte lokale netwerk en de krappe woningmarkt bestond bovendien een reëel risico op dakloosheid. Voor twee gezinnen woog ook het belang van de inwonende minderjarige kinderen mee.
Het hof wees de ontruimingsvordering daarom af. Dat betekent niet dat de permanente bewoning door deze uitspraak is gelegaliseerd. Het arrest betreft een voorlopige beslissing in kort geding. De verhuurder kan nog een bodemprocedure over beëindiging van de huurovereenkomsten beginnen en het gemeentelijke handhavingstraject blijft een afzonderlijke kwestie.
Waarom is dit relevant voor bezoekers van advocaten.nl?
Een gemeentelijke last onder dwangsom geeft een verhuurder niet automatisch het recht om huurders snel uit een woning te zetten. Bestuursrechtelijke handhaving en civielrechtelijke huurbescherming zijn verschillende juridische trajecten. Een verhuurder moet voor beëindiging van woonruimte voldoen aan de eisen van het huurrecht.
Voor huurders is van belang dat zij niet zonder onderzoek hoeven aan te nemen dat een huuropzegging wegens strijd met het omgevingsplan geldig is. Voor verhuurders laat het arrest zien dat een concreet plan voor het toegestane gebruik en een zorgvuldige beoordeling van de positie van bewoners noodzakelijk kunnen zijn.
Nieuwsbericht: Arbeidsmigranten hoeven hun woningen voorlopig niet te ontruimen.
Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2026:6363.
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd op Rechtspraak.nl op 6 oktober 2026.
Lees het volledige oorspronkelijke bericht op Rechtspraak.nl.
Deze samenvatting en toelichting zijn opgesteld door advocaten.nl. De Rechtspraak is daarbij niet betrokken.
Voor meer gedetailleerde informatie en professionele hulp door advocaten kunt u een vraag stellen via www.advocaten.nl of bellen met 0900-advocaten.