digitale advocaat – online rechtsbijstand van advocaten
incasso van vorderingen
Ondernemers hebben vaak te maken met klanten die niet of niet op tijd betalen. Als een klant, na meerdere aanmaningen, niet bereid is om te betalen, kan het zinvol zijn om een procedure tot incasso te starten. Het is verstandig om echter vooraf te beoordelen of het instellen van deze procedure tot incasso zinvol is. Zo zullen de kosten van incasso niet altijd opwegen tegen de baten, vooral als het om kleine bedragen gaat. Hoewel veel ondernemers er voor kiezen om de vordering uit handen te geven aan een incassobureau, kan men in veel gevallen zelf procederen, zonder dat rechtsbijstand verplicht is. Voor grote vorderingen is het beter om een advocaat in te schakelen. Boven de € 25.000,- hebt u altijd een advocaat nodig.
Een niet-betalende debiteur kan niet zonder meer voor de rechter worden gesleept. incasso is pas mogelijk vanaf het moment dat de debiteur in staat van verzuim is. Dit betekent dat het vast moet komen te staan dat de schuldenaar zijn verplichting niet nakomt (bijvoorbeeld dat hij niet op tijd betaalt). Om dit te bereiken moet de debiteur in gebreke worden gesteld door middel van het versturen van een aanmaning. Indien er vervolgens niet betaald wordt binnen de in de aanmaning genoemde termijn, is de vordering opeisbaar en kan de incassoprocedure gestart worden. De advocaat controleert altijd of aan deze vereisten is voldaan voordat hij de incasso start.
De incassoprocedure kan op twee manieren gevoerd worden; door middel van een bodemprocedure of door middel van een kort geding. De eerstgenoemde procedure leidt tot een definitief oordeel van de rechter, maar duurt relatief lang. Een kort geding duurt korter, maar leidt slechts tot een voorlopig rechterlijk oordeel.
Tot slot is het van belang hoe hoog de vordering is, waarvoor de schuldenaar wordt aangesproken. Indien deze lager is dan € 25.000, mag de kantonrechter er over beslissen. Voor hogere bedragen moet de wederpartij voor de sector civiel van de rechtbank gedaagd worden en is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht. ▲
Bodemprocedure
De bodemprocedure wordt ook wel de ‘gewone’ civiele procedure genoemd. Deze procedure duurt al gauw een jaar maar leidt tot een definitieve beslissing van de rechter. De precieze duur hangt af van de hoeveelheid zaken die de rechtbank moet behandelen, hoe ingewikkeld de zaak is en het verloop van de procedure.
De procedure vangt aan met de dagvaarding. Dit is een officieel document waarin de schuldeiser de schuldenaar voor de rechter daagt. In de dagvaarding moet vermeld worden wie de eiser is, voor welk bedrag de schuldenaar wordt aangesproken en welk bewijs hij heeft om zijn stelling te onderbouwen. Verder zal de dagvaarding ook vermelden waar en wanneer de zaak voorkomt en welke (incasso)kosten de schuldeiser heeft moeten maken. Tot slot wordt in de dagvaarding de rechter verzocht om de schuldenaar te veroordelen om de openstaande schuld en de gemaakte incassokosten te voldoen. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder bij de schuldenaar bezorgd. Hierdoor bestaat er een zeer grote zekerheid dat de dagvaarding de wederpartij zal bereiken. De gedaagde kan op de dagvaarding reageren met een conclusie van antwoord. Daarin legt hij uit op welke punten hij het niet eens is met de eiser en waarom niet. ▲
Kort geding
Een kort geding wordt op grofweg dezelfde manier gevoerd als een bodemprocedure, maar levert veel sneller een (voorlopig) rechterlijk oordeel op. De dagvaardingstermijn is korter dan bij een bodemprocedure, en de gedaagde partij hoeft niet per se een advocaat in te schakelen. Het kort geding wordt tegenwoordig steeds vaker gebruikt voor eenvoudige incasso’s, waarbij er sprake is van betalingsonmacht of –onwil van de schuldenaar.
Voorwaarde is wel dat de eiser een spoedeisend belang heeft. De rechter zal namelijk beoordelen of de zaak niet ‘gewoon’ door middel van een bodemprocedure gevoerd zou kunnen worden. Van spoedeisendheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als de eiser het geld dringend nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering, of als het faillissement van de schuldenaar onafwendbaar lijkt. Tevens moet de zaak zich lenen voor behandeling in kort geding; indien de zaak te complex is, zal deze niet in kort geding behandeld kunnen worden. ▲
Kantonrechter
Vanaf 1 juli 2011 kan er bij de kantonrechter geprocedeerd worden over vorderingen met een belang tot € 25.000. De procedure bij de kantonrechter is vrij informeel en relatief goedkoop. Degene die de procedure start, wordt ook wel de eiser of verzoeker genoemd, en is een bedrag aan griffiekosten verschuldigd. De hoogte van het griffierecht is afhankelijk van de hoedanigheid van de eiser (particulier/ondernemer/on- en minvermogenden) en de hoogte van het gevorderde bedrag (of belang). Het is niet verplicht om een advocaat in de arm te nemen, maar dit kan toch in veel gevallen zinvol zijn. ▲
Voor vorderingen met een belang van meer dan € 25.000, moet er bij de sector civiel van de rechtbank worden geprocedeerd. Zowel de eiser als de gedaagde zijn griffiekosten verschuldigd. De hoogte van het griffierecht is afhankelijk van de hoedanigheid van de eiser (particulier/ondernemer/on- en minvermogenden) en de hoogte van het gevorderde bedrag (of belang). Vertegenwoordiging door een advocaat is in dit soort zaken verplicht. ▲
incasso van vorderingen
Ondernemers hebben vaak te maken met klanten die niet of niet op tijd betalen. Als een klant, na meerdere aanmaningen, niet bereid is om te betalen, kan het zinvol zijn om een procedure tot incasso te starten. Het is verstandig om echter vooraf te beoordelen of het instellen van deze procedure tot incasso zinvol is. Zo zullen de kosten van incasso niet altijd opwegen tegen de baten, vooral als het om kleine bedragen gaat. Hoewel veel ondernemers er voor kiezen om de vordering uit handen te geven aan een incassobureau, kan men in veel gevallen zelf procederen, zonder dat rechtsbijstand verplicht is. Voor grote vorderingen is het beter om een advocaat in te schakelen. Boven de € 25.000,- hebt u altijd een advocaat nodig.
Een niet-betalende debiteur kan niet zonder meer voor de rechter worden gesleept. incasso is pas mogelijk vanaf het moment dat de debiteur in staat van verzuim is. Dit betekent dat het vast moet komen te staan dat de schuldenaar zijn verplichting niet nakomt (bijvoorbeeld dat hij niet op tijd betaalt). Om dit te bereiken moet de debiteur in gebreke worden gesteld door middel van het versturen van een aanmaning. Indien er vervolgens niet betaald wordt binnen de in de aanmaning genoemde termijn, is de vordering opeisbaar en kan de incassoprocedure gestart worden. De advocaat controleert altijd of aan deze vereisten is voldaan voordat hij de incasso start.
De incassoprocedure kan op twee manieren gevoerd worden; door middel van een bodemprocedure of door middel van een kort geding. De eerstgenoemde procedure leidt tot een definitief oordeel van de rechter, maar duurt relatief lang. Een kort geding duurt korter, maar leidt slechts tot een voorlopig rechterlijk oordeel.
Tot slot is het van belang hoe hoog de vordering is, waarvoor de schuldenaar wordt aangesproken. Indien deze lager is dan € 25.000, mag de kantonrechter er over beslissen. Voor hogere bedragen moet de wederpartij voor de sector civiel van de rechtbank gedaagd worden en is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht. ▲
Bodemprocedure
De bodemprocedure wordt ook wel de ‘gewone’ civiele procedure genoemd. Deze procedure duurt al gauw een jaar maar leidt tot een definitieve beslissing van de rechter. De precieze duur hangt af van de hoeveelheid zaken die de rechtbank moet behandelen, hoe ingewikkeld de zaak is en het verloop van de procedure.
De procedure vangt aan met de dagvaarding. Dit is een officieel document waarin de schuldeiser de schuldenaar voor de rechter daagt. In de dagvaarding moet vermeld worden wie de eiser is, voor welk bedrag de schuldenaar wordt aangesproken en welk bewijs hij heeft om zijn stelling te onderbouwen. Verder zal de dagvaarding ook vermelden waar en wanneer de zaak voorkomt en welke (incasso)kosten de schuldeiser heeft moeten maken. Tot slot wordt in de dagvaarding de rechter verzocht om de schuldenaar te veroordelen om de openstaande schuld en de gemaakte incassokosten te voldoen. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder bij de schuldenaar bezorgd. Hierdoor bestaat er een zeer grote zekerheid dat de dagvaarding de wederpartij zal bereiken. De gedaagde kan op de dagvaarding reageren met een conclusie van antwoord. Daarin legt hij uit op welke punten hij het niet eens is met de eiser en waarom niet. ▲
Kort geding
Een kort geding wordt op grofweg dezelfde manier gevoerd als een bodemprocedure, maar levert veel sneller een (voorlopig) rechterlijk oordeel op. De dagvaardingstermijn is korter dan bij een bodemprocedure, en de gedaagde partij hoeft niet per se een advocaat in te schakelen. Het kort geding wordt tegenwoordig steeds vaker gebruikt voor eenvoudige incasso’s, waarbij er sprake is van betalingsonmacht of –onwil van de schuldenaar.
Voorwaarde is wel dat de eiser een spoedeisend belang heeft. De rechter zal namelijk beoordelen of de zaak niet ‘gewoon’ door middel van een bodemprocedure gevoerd zou kunnen worden. Van spoedeisendheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als de eiser het geld dringend nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering, of als het faillissement van de schuldenaar onafwendbaar lijkt. Tevens moet de zaak zich lenen voor behandeling in kort geding; indien de zaak te complex is, zal deze niet in kort geding behandeld kunnen worden. ▲
Kantonrechter
Vanaf 1 juli 2011 kan er bij de kantonrechter geprocedeerd worden over vorderingen met een belang tot € 25.000. De procedure bij de kantonrechter is vrij informeel en relatief goedkoop. Degene die de procedure start, wordt ook wel de eiser of verzoeker genoemd, en is een bedrag aan griffiekosten verschuldigd. De hoogte van het griffierecht is afhankelijk van de hoedanigheid van de eiser (particulier/ondernemer/on- en minvermogenden) en de hoogte van het gevorderde bedrag (of belang). Het is niet verplicht om een advocaat in de arm te nemen, maar dit kan toch in veel gevallen zinvol zijn. ▲
Kijk hier voor de kosten van het griffierecht bij de kantonrechter.
Sector civiel
Voor vorderingen met een belang van meer dan € 25.000, moet er bij de sector civiel van de rechtbank worden geprocedeerd. Zowel de eiser als de gedaagde zijn griffiekosten verschuldigd. De hoogte van het griffierecht is afhankelijk van de hoedanigheid van de eiser (particulier/ondernemer/on- en minvermogenden) en de hoogte van het gevorderde bedrag (of belang). Vertegenwoordiging door een advocaat is in dit soort zaken verplicht. ▲
Kijk hier voor de kosten van het griffierecht bij de rechtbank.