verdeling pensioen bij scheiding – pensioenverdeling

Verdeling van het ouderdomspensioen na een scheiding

    

Bij een echtscheiding, een scheiding van tafel en bed of een beëindiging van geregistreerd partnerschap moeten (ex-) partners allerlei zaken regelen. Hierbij kunt u denken aan vragen als wie mag in het huis blijven wonen en wie gaat er voorde kinderen zorgen enzovoort. Echter: er zullen ook zaken geregeld moeten worden die u pas later in uw leven zult gaan merken.Een voorbeeld hiervan is de verdeling van het door een of beide partners opgebouwde ouderdomspensioen. Bij een echtscheiding worden partijen bijgestaan door een of meer advocaten, die u daarover nader kunnen informeren.

Voor advies over echtscheiding en pensioenverdeling bij echtscheiding kunt u ook een vraag stellen aan Advocaten.nl door hier te klikken.U krijgt binnen enkele werkdagen antwoord van een advocaat.

De Informatie is voor u van belang als u gaat scheiden of al gescheiden bent of als uw geregistreerd partnerschap wordt beëindigd of al beëindigd is, maar de verdeling van ouderdomspensioen nog niet is geregeld. De pagina geeft een beschrijving van de wettelijke regeling op dit gebied – de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding – en vertelt hoe een verdeling van ouderdomspensioen tot stand komt. Pensioenverdeling kan een ingewikkelde zaak zijn. Als u er met deze pagina alleen niet uitkomt kunt u het best contact opnemen met een rechtsbijstandverlener, zoals een bureau voor rechtshulp of een advocaat. U kunt ook een vraag stellen aan Advocaten.nl door hier te klikken.

De wet gaat over de verdeling van het ouderdomspensioen bij scheiding. Beide ex-partners hebben recht op de helft van het huwelijksouderdomspensioen of het partnerschapsouderdomspensioen, dat is het ouderdomspensioen dat tussen sluiting van huwelijk of geregistreerd partnerschap en scheiding is opgebouwd. Beide ex-partners krijgen hun deel van het pensioen apart uitbetaald door de pensioenuitvoerder. In de wet wordt degene die pensioen heeft opgebouwd ‘vereveningsplichtige’ genoemd en degene die niet zelf pensioen heeft opgebouwd ‘vereveningsgerechtigde’.

Het ouderdomspensioen

Meneer A en mevrouw B zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Na een aantal jaren loopt de relatie stuk en besluiten de partners dat ze van elkaar willen scheiden. Meneer A heeft tijdens het huwelijk veel gewerkt en heeft hierdoor veel ouderdomspensioen opgebouwd bij een pensioenfonds. Zowel mevrouw A als meneer B vragen zich nu af of en hoe het ouderdomspensioen na hun scheiding verdeeld moet worden.

Het ouderdomspensioen is een zogenaamde ‘tweede pijler’ pensioen. Na uw 65ste kunt u op drie manieren in aanmerking komen voor bepaalde geld bedragen. Allereerst komt u in aanmerking voor het ‘eerste pijler’ pensioen, een geld bedrag dat u verkrijgt van de sociale verzekeringsbank en bekend staat als de AOW. Dit geld krijgt u ook wanneer u niet gewerkt heeft. Het ‘tweede pijler’ pensioen is het pensioen dat je als werknemer, samen met je werkgever, opbouwt in je werkzame leven. Hieronder valt dus bijvoorbeeld het ouderdomspensioen. Hiernaast kunt u ook nog via het ‘derde pijler’ pensioen na uw 65ste geld verkrijgen. Hierbij moet gedacht worden aan lijfrente of levensverzekeringen.     

De verdeling

Meneer A heeft ouderdomspensioen opgebouwd en heeft dus van zijn 65ste  recht op de uitkering van een bepaald geldbedrag. Nu is het echter zo, volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (te noemen: Wet VPS), dat na een scheiding de ex-partner recht heeft op de helft van het opgebouwde pensioen. Dit betekent dat mevrouw B dus recht heeft op een gedeelte van het pensioen van meneer A. Het gaat hier om het gedeelte van de pensioenrechten die meneer B heeft opgebouwd tijdens het huwelijk of het geregistreerde partnerschap. Pensioenrechten die voor of na het huwelijk worden verkregen worden niet meegerekend. Is er sprake van een huwelijk dan maakt het niet uit of de partners in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of dat zij huwelijkse voorwaarden hebben afgesloten. Ook dan gelden de regels voor de pensioenverdeling na scheiding. Bij een geregistreerd partnerschap geldt hetzelfde. De helft van het opgebouwde ouderdomspensioen van meneer A moet dus worden uitgekeerd aan mevrouw B. Dit hoeft natuurlijk pas wanneer meneer A met pensioen gaat, hiervoor is er nog geen recht op pensioen, ook niet voor mevrouw B.

Het ouderdomspensioen wordt in de meeste gevallen verkregen uit een pensioenfonds. Dit pensioenfonds wordt de pensioenuitvoerder genoemd. Deze instantie moet er voor zorgen dat het pensioen aan de juiste persoon wordt uitgekeerd. Het is dan ook de pensioenuitvoerder die er voor kan zorgen dat beide partners hun deel van het ouderdomspensioen krijgen. Hier voor moet u de scheiding wel (binnen twee jaar na de scheiding) aangeven bij de pensioenuitvoerder. Doet u dit niet binnen de gestelde termijn, dan hoeft de pensioenuitvoerder geen verdeling tussen de partijen te maken. Let op: de ex-partner heeft dan nog wel recht op de helft van het ouderdomspensioen. De ex-partner verliest zijn of haar recht op ouderdomspensioen wel wanneer de pensioengerechtigde persoon overlijdt.     

conversie van pensioen

Naast de standaard verdeling van het ouderdomspensioen kunt u er ook voor kiezen om een andere manier van verdeling af te spreken met uw ex-partner. Dat soort afspraken moet wel officieel worden vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld in de huwelijkse voorwaarden, de partnerschapvoorwaarden of in het echtscheidingsconvenant. Ook de zogenaamde conversie van het ouderdomspensioen is een andersoortige verdeling van het pensioen. Bij conversie wordt het deel ouderdomspensioen dat de ex-partner (degene dus die geen ouderdomspensioen heeft opgebouwd) krijgt na de scheiding omgezet in een eigen aanspraak op ouderdomspensioen. Dit betekent dat beide partners na de scheiding hun eigen ouderdomspensioen hebben, dat zij krijgen als zij met pensioen gaan. Ook als de pensioengerechtigde persoon overlijdt, houdt de ander nog steeds het recht op een uitkering van het pensioenfonds. Ook over conversie moeten duidelijke afspraken worden gemaakt. Dit kan ook weer gedaan worden in het echtscheidingsconvenant of in huwelijkse- of partnerschapvoorwaarden. Beide soorten afspraken zijn vaak lastig op te stellen. Het is dan ook verstandig om hiervoor een advocaat in de arm te nemen.

Het ouderdomspensioen zal niet altijd verdeeld worden. In ons land geldt namelijk een drempel voor de uitkering van het ouderdomspensioen. Is het bedrag dat u van de pensioenuitvoerder krijgt lager dan de drempel, dan hoeft er geen pensioen verdeeld te worden. Het drempelbedrag wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld door de overheid. Het drempelbedrag wordt verdubbeld wanneer de ex-partner in het buitenland woont.

Voor meneer A en mevrouw B betekent de bovenstaande informatie het volgende. Meneer A krijgt, op zijn 65ste,  een bedrag uitgekeerd van de pensioenuitvoerder. Omdat meneer A is gescheiden, gaat de helft van het bedrag waar hij recht op heeft naar zijn ex-partner mevrouw B. Geven meneer A en mevrouw B de scheiding op tijd aan bij de pensioenuitvoerder, dan is het deze instantie die de juiste bedragen aan beide partijen uit zal keren. Willen beide partijen dit niet, dan kunnen ze anders overeenkomen, bijvoorbeeld door conversie. Sterft meneer A, dan heeft mevrouw B geen recht meer op een pensioenuitkering van haar ex-partner tenzij natuurlijk conversie is afgesproken.