Overeenkomsten sluiten doet iedereen

De meeste geschillen ontstaan pas na het sluiten van de overeenkomst,

Een overeenkomst sluiten klinkt als iets formeels. Toch doen we het praktisch iedere dag. Een brood bij de bakker kopen, de boodschappen bij de supermarkt, een bezoekje aan de kapper… Het kan dan geen kwaad om er iets meer over te weten.

Een overeenkomst hoeft niet per sé op papier te staan, een mondelinge overeenkomst is net zo rechtsgeldig (behoudens enkele uitzonderingen). Krijgen partijen een geschil met elkaar over de uitvoering van de overeenkomst, dan is het wel handig om een schriftelijke overeenkomst te hebben, zodat je kunt bewijzen wat er precies is afgesproken.

“Overeenkomsten sluiten doet iedereen” verder lezen

Rechtbank wijst vorderingen OAD tegen Rabobank af

De rechtbank Midden-Nederland heeft vandaag de vorderingen afgewezen die de aandeelhouder van het OAD-concern heeft ingesteld tegen de Rabobank. De aandeelhouder verwijt de Rabobank dat -door ten onrechte de kredietovereenkomst met het OAD-concern op te zeggen- het faillissement van het OAD-concern is veroorzaakt, en daarmee het waardeloos worden van de aandelen. De aandeelhouder vordert van de Rabobank een vergoeding voor deze waardevermindering van de aandelen. Lees hier de uitspraak.

De rechtbank komt aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering niet toe. De rechtbank is van oordeel dat de aandeelhouder deze vordering niet kan instellen. Dat kan alleen (de curator van) OAD. De Hoge Raad heeft in diverse arresten uitgemaakt dat in beginsel alleen het concern zelf schadevergoeding kan vorderen vanwege waardevermindering van aandelen van degene die de waardevermindering heeft veroorzaakt door wanprestatie of onrechtmatig handelen, en niet de aandeelhouder(s).

Op dit uitgangspunt heeft de Hoge Raad alleen een uitzondering gemaakt, als er ook specifiek tegenover de aandeelhouder onrechtmatig is gehandeld. Van deze uitzonderingssituatie is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Rabobank heeft de eisen die zij stelde aan het voortzetten van de kredietrelatie met OAD (waaronder kapitaalversterking) niet aan de aandeelhouder van OAD gesteld maar aan (het bestuur van) OAD. Dit betekent dat de Rabobank bij de aandeelhouder ook geen verwachting heeft kunnen wekken over de gevolgen van een geslaagde kapitaalversterking.

Source: rechtspraak.nl