Thaise betaalt na factuurfraude op Nederlandse bankrekening: toepasselijk recht

De in Bangkok gevestigde [Ltd.] heeft een onverschuldigde betaling gedaan, na fraude door middel van e-mail. Het e-mailaccount van de (in Duitsland gevestigde) schuldeiser [D] was gehackt. Via e-mail werden onjuiste betaalgegevens aan [Ltd.] opgegeven, waarna [Ltd.] een factuur van [D] heeft betaald op de Nederlandse bankrekening van X, die in Nederland woonachtig is, in plaats van op de bankrekening van [D]. [Ltd.] vordert terugbetaling door X. De vraag is: welk recht is van toepassing?

De rechtbank overweegt als volgt. Nu X in Nederland woonachtig is, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om van de zaak kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).

Aan de hand van Verordening Rome II moet worden bepaald naar welk recht de gestelde onverschuldigde betaling moet worden beoordeeld. Ingevolge artikel 10 lid 1 Rome II wordt de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit ongerechtvaardigde verrijking, waaronder begrepen onverschuldigde betaling, en die tevens verband houdt met een bestaande, nauw met die ongerechtvaardigde verrijking samenhangende, betrekking tussen partijen, zoals een onrechtmatige daad, beheerst door het recht dat op die betrekking van toepassing is. Artikel 4 lid 1 Rome II houdt in dat, tenzij in de verordening anders is bepaald, het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen.

Gezien de gang van zaken heeft Nederland te gelden als het land waar de schade zich voordoet. Immers, deze zaak betreft louter vermogensschade, die is geleden in Nederland en wel op het moment dat het onverschuldigd betaalde bedrag werd gestort op de bankrekening van X bij de ING Bank. De ING Bank is statutair gevestigd te Amsterdam. De uitzonderingen van artikel 4 lid 2 en 3 Rome II doen zich in dit geval niet voor. Nederlands recht is dus toepasselijk.

De vorderingen komen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor. De rechtbank veroordeelt X tot (onder meer) voldoening aan [Ltd.] van € 68.011,03, vermeerderd met de wettelijke rente.

Rechtbank Den Haag 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:12398 (publicatie 2 november 2017)
Bron: SDU                  

Geen hogere vergoeding voor advocaat bij verhoorbijstand

Advocaten kunnen fluiten naar hogere vergoeding

Strafrechtadvocaten kunnen voorlopig fluiten naar een hogere vergoeding voor bijstand tijdens politieverhoren. De voorzieningenrechter in Den Haag heeft alle vorderingen van strafrechtadvocaatverenigingen NVSA en NVJSA tot opschorting van de beleidsregel voor een forfaitaire vergoeding afgewezen.

Ten aanzien van de inhoudelijke rol van de advocaat bij het politieverhoor stelt de rechter een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad. “Geen hogere vergoeding voor advocaat bij verhoorbijstand” verder lezen

EU: overal eerlijk proces

EU: overal eerlijk proces

De EU-ministers van Justitie hebben nieuwe regels aangenomen die ervoor moeten zorgen dat verdachten in alle EU-landen een eerlijk proces krijgen. Het beginsel van het vermoeden van onschuld moeten worden gerespecteerd. De richtlijn zorgt er ook voor dat de verdachte het recht heeft om aanwezig tijdens het proces en dat hij het recht heeft om te zwijgen. Verder moet de bewijslast altijd bij het Openbaar Ministerie liggen. De nieuwe regels zijn gebaseerd op een Commissievoorstel uit 2013.

Uit de bijlage bij het commissievoorstel blijkt dat Nederland aan alle eisen bijna geheel voldoet, maar dat is niet overal zo in de EU. Eurocommissaris Jourová zegt daarover: “Het recht op een eerlijk proces is een grondrecht en moet in de praktijk overal in Europa worden geëerbiedigd. Vandaag de dag zijn er nog enkele verschillen in de bescherming van het vermoeden van onschuld in de hele Europese Unie. De nieuwe gemeenschappelijke regels moeten garanderen dat de rechten van de burgers die betrokken zijn bij een strafrechtelijke procedure worden gerespecteerd door politie en justitie.”

Ruimere mogelijkheden opsporing faillissementsfraude

Ruimere mogelijkheden om faillissementsfraude op te sporen

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie verruimt de strafrechtelijke mogelijkheden om effectiever en harder op te treden tegen frauduleuze faillissementen. Verder maakt hij werk van de bestrijding van bewust onbehoorlijk ondernemerschap, dat een bedrijf te gronde kan richten en grote…
lees verder . . .