Crediteuren checken het Centrale Curatele- en Bewind Register

De bewindvoerder kan stellen dat en overeenkomst ongeldig is, zodat schuldeisers kunnen zich niet verhalen op de onder bewind gestelde goederen.

Personen die niet in staat zijn om de eigen vermogensrechtelijke belangen naar behoren te behartigen kunnen door de kantonrechter onder beschermingsbewind worden geplaatst. Dit speciale regime van Boek 1 BW kan bij crediteuren die hun vorderingen willen innen voor verrassingen zorgen. Dat kan voorkomen worden door een check in een openbaar register.

Een recent voorbeeld: een door de kantonrechter onder bewind gestelde persoon sluit een abonnement af inclusief levering van een i-Phone. Zijn beschermingsbewindvoerder wist hier niets van. In een recente uitspraak oordeelt de kantonrechter dat de krant had kunnen weten dat betrokkene onder bewind stond, nu dat in een openbaar register vermeld staat. Dit register is voor iedereen (dus ook voor een crediteur of leverancier) kosteloos toegankelijk (artikel 1:391 lid 2 BW), is te raadplegen op www.rechtspraak.nl onder registers, en is eenvoudig doorzoekbaar op basis van naam en geboortedatum. De reden waarom beide zoekgegevens nodig zijn bij raadpleging (en niet slechts op één van beide kan worden gezocht) is gelegen in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

CBBR
In dit centrale curatele- en bewindregister (CCBR) staan alle personen geregistreerd die onder curatele staan en bepaalde personen wiens vermogen onder bewind is gesteld. Bij onderbewindstelling staan geregistreerd alle personen vanwege verkwisting of problematische schulden, en vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand alleen die onderbewindgestelden indien de rechter daartoe heeft besloten. Dit geeft een hoge beschermingsfactor aan de onderbewindgestelde: de bewindvoerder kan zich er dan namelijk op beroepen (artikel 1:439 BW) dat de overeenkomst ongeldig is, en schuldeisers kunnen zich niet verhalen, althans niet op de onder bewind gestelde goederen.

Voorbeelden van uitspraken
Eerder al lag er een sterk vergelijkbare uitspraak van dezelfde Rechtbank inzake een door de reisorganisatie TUI geannuleerde reis van een persoon die in het CCBR genoteerd stond, en ook een vonnis over een horecaondernemer die voor een onder bewind gesteld echtpaar een feest organiseerde voor een bedrag van € 5151,- , dit terwijl ook hij het beschermingsbewind uit het CCBR had kunnen kennen. Van TUI mocht worden verwacht dat zij het register raadpleegt. Zij behoort het in dit openbaar register ingeschreven feit te kennen en kan geen beroep doen op derdenbescherming, aldus de kantonrechter. Ook de horeca-ondernemer kon op eenvoudige wijze de identiteit van rechthebbenden vaststellen door naar een identiteitsbewijs te vragen en vervolgens het register raadplegen om te zien of er sprake was van een bewind of curatele.

Wederpartij vaak de dupe
Voor de wederpartij van een onderbewindgestelde persoon die op eigen houtje handelt kan dit natuurlijk zeer nadelig uitpakken, gezien de langere duur van de meeste bewinden. Een procedure jegens diegene die ondanks het bewind handelt zonder toestemming van de bewindvoerder zal in de praktijk weinig zinvol zijn in termen van verhaalbaarheid. Dan heeft een kredietverzekering vermoedelijk meer zin. Een standaard-check in het CCBR is voor kleinere ondernemers (zoals in de horeca-casus) weliswaar bezwaarlijker om uit te voeren dan voor een grote reisorganisatie, maar het kan wel onaangename verrassingen voorkomen. Komt de persoon voor in het register, dan klikt men bij gevonden curatelen en/of bewinden op de achternaam van deze persoon. Vervolgens verschijnt een pagina met de details van de inschrijving. Via het register is het ook mogelijk om een “verklaring-niet-voorkomen” in het CCBR en een uittreksel van de inschrijving te downloaden en op te slaan.

Algemene Verordening Gegevensbescherming

De AVG dient ter bescherming van een persoon tegen onnodige opslag en verstrekking van zijn persoonsgegevens door derden, waaronder medische gegevens.

Crediteur moet bij schikking zijn positie kunnen bepalen, privacybelang debiteur is niet absoluut

De Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is sinds 25 mei 2018 van toepassing. Deze inwerkingtreding heeft terecht veel aandacht gekregen. De AVG dient ter bescherming van een persoon tegen onnodige opslag en verstrekking van zijn persoonsgegevens door derden, waaronder medische gegevens.

Uitzonderingen op de regel
Bij dergelijke bijzondere persoonsgegevens geldt in beginsel een verwerkingsverbod, met een aantal uitzonderingen. Bijvoorbeeld indien de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer doeleinden. Of ook als de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die door de betrokkene openbaar zijn gemaakt. Verwerking is ook toegestaan indien dat noodzakelijk is voor de uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsbevoegdheid.

De casus: een schikkingsaanbod
Dan komt het in een rechtszaak tot een concrete vraag: een crediteur (bank) weigert het aanbod tot schuldregeling van een debiteur. Want de bank kon niet goed beoordelen of het schikkingsaanbod het maximaal haalbare was: de (kennelijk beperkte) verdiencapaciteit van de debiteur werd onderbouwd met medische gegevens die de schuldhulpverleningsorganisatie wel kende, maar weigerde te verstrekken aan de bank met een beroep op de privacy. Pas bij de dwangakkoordzitting bij de rechtbank wordt de informatie verstrekt. Wat oordeelt de Rechtbank?

Persoonlijke afweging schuldenaar: privacybelang en belang akkoord
Als de informatie een medisch karakter heeft, komt het recht op privacy van een schuldenaar in het geding. Zijn gemachtigde moet behoedzaam met de privacybelangen omspringen. Maar een schuldeiser moet wel in staat worden gesteld om een onderbouwde beslissing te nemen op een akkoord. Een schuldeiser mag rekenen op concrete informatie als die dient ter onderbouwing van de stelling dat verdiencapaciteit ontbreekt. Als een schuldenaar een akkoord wenst met zijn schuldeisers, dient hij een persoonlijke afweging te maken of het belang bij een akkoord opweegt tegen zijn belang bij privacy. Meestal zal het niet noodzakelijk zijn dat een schuldenaar een volledig medisch dossier of een rapportage verstrekt. De enkele mededeling dat er medische beperkingen zijn die de arbeidscapaciteit bemoeilijken acht de rechtbank niet voldoende om een schuldeiser te overtuigen dat het akkoord aantrekkelijk is. De gemachtigde zou (met toestemming van een schuldenaar) kunnen volstaan met de vermelding wat de aard van de beperking is, dat de beperking een structureel karakter heeft, hetgeen blijkt uit medische rapportage.

Informatie niet verstrekken heeft consequenties
Een debiteur die dus blijft weigeren om informatie over te leggen met een beroep op privacy staat op zichzelf in zijn recht om die gegevens niet te verstrekken, maar kan zich dus niet erover verbazen dat een crediteur dan weigert om (gebrekkig ingelicht) in te stemmen met een akkoord. Uiteindelijk komt de informatie pas tijdens de zitting. De rechtbank acht voldoende aannemelijk gemaakt dat het voorstel het maximaal haalbare is. De bank heeft ter zitting kennis genomen van de medische achtergrond en heeft verklaard dat de gegevens voldoende onderbouwen dat men kennelijk onvoldoende in staat is om meer te verdienen. De crediteur sluit niet uit dat zij met het akkoord had ingestemd, als de schuldhulpverlener deze informatie eerder had verstrekt. De rechtbank acht aannemelijk dat de schuldeisers meer is aangeboden dan hetgeen zij zonder akkoord op langere termijn zouden kunnen krijgen. Afwijzing van het verzoek zou de overige schuldeisers die reeds hebben ingestemd nadelig treffen in hun financiële belang. Dus dient het belang van de debiteur en dat van de schuldeisers die hebben ingestemd, zwaarder te wegen dan het belang van de bank. De rechtbank beveelt de bank om mee te werken aan het aangeboden akkoord.

Beslag leggen op een bankrekening

Een crediteur met een vordering die verhaal wil nemen kan daarvoor beslag leggen op alle goederen van de debiteur. Een leverancier die een vordering heeft op een klant of een afnemer die verhaal wil nemen zal echter eerst een vonnis moeten vragen

Een procedure duurt echter een of meer maanden. Binnen die tijd kan de debiteur of de mogelijkheid van verhaal zijn verdwenen.

Conservatoir beslag op een bankrekening

Nog voordat een procedure wordt gestart kan ook al beslag worden gelegd op het vermogen van de crediteur, door middel van een zogenaamde conservatoire (of bewarende) beslag. Dit beslag zorgt er voor dat alles wat onder dit beslag valt wordt bevroren tot de rechter heeft beslist over de vordering. Het beslag kan worden gelegd op het gehele vermogen van de schuldenaar, zoals het huis, de auto maar ook op een bankrekening.

Verlof vragen

Voor dit beslag dient via een advocaat verlof aan de voorzieningenrechter worden gevraagd. De advocaat dient toestemming te krijgen tot het leggen van beslag. Dit kan binnen een of enkele dagen zijn “geregeld”. Nadat het verlof is verkregen kan de deurwaarder op dezelfde dag of de dag erna beslag leggen op de bankrekening van de debiteur. Dit doet de deurwaarder bij het (hoofd)kantoor van de betreffende bank. Na het beslag moet binnen 14 dagen de procedure worden gestart, zo niet dan vervalt dit beslag weer.

Doeltreffend middel

Beslag leggen op een bankrekening is een doeltreffend middel, omdat de debiteur geen waarschuwing krijgt voordat er beslag wordt gelegd. Het beslag zorgt ervoor dat de debiteur niet meer kan beschikken over het gehele saldo en is dus een effectief drukmiddel om betaling af te dwingen.

Voor meer informatie over deze beslagmaatregel belt u met 0900-advocaten,  of vul een incasso formulier in op de website. Advocaten.nl regelt voor u een bankbeslag binnen 48 uur!
▲ 

De eenzijdige beëindiging van een betalingsregeling

De eenzijdige beëindiging van een betalingsregeling

Schuldeisers sluiten vaak een betalingsregeling met hun debiteur – Een betalingsregeling is een gewone overeenkomst, die beide partijen dienen na te komen en niet kan worden opgezegd zolang de debiteur aan zijn betalingsverplichting voldoet.

Zolang dus de debiteur de regeling nakomt en trouw betaald kan de schuldeiser geen snellere afbetaling vragen of ineens de gehele vordering opeisen. Of toch wel?

Stel dat u met uw debiteur, die in financiële moeilijkheden zit een betalingsregeling afspreekt van EU 1000,- euro per maand, omdat het inkomen onvoldoende is. De schuld is dan niet meer ineens opeisbaar zolang de debiteur deze nakomt.
Maar stel dat uw debiteur inmiddels zijn inkomen weer heeft verdubbeld, bent u dan nog gebonden aan deze regeling?

Volgens het Hof Amsterdam niet: Onder omstandigheden kan worden geoordeeld dat van de schuldeiser in redelijkheid niet kan worden verlangd dat deze met de ongewijzigde betalingsregeling genoegen blijft nemen.
Zo`n omstandigheid doet zich voor indien de financiële situatie van de schuldenaar na de totstandkoming van de betalingsregeling sterk is verbeterd.

Het Hof Amsterdam oordeelde in een uitspraak in 2013 dat de schuldeiser in het desbetreffende geval aanpassing van de betalingsregeling kon verlangen. De oude regeling was een schuld van EUR 18.000,-. met EUR 50,- per maand. Meer kon deze schuldeiser niet missen. Na enige tijd stond de debiteur er financieel beter voor en de schuldeiser om meer aflossing. De schuldenaar beriep zich echter op de betalingsregeling.

Het Hof oordeelde:
“Gezien de hoogte van de overeengekomen afbetalingstermijnen enerzijds en de nog verschuldigde hoofdsom anderzijds, was totale aflossing van de schuld niet binnen afzienbare tijd te verwachten. De financiële positie van klager was voorts aanzienlijk verbeterd. Klager heeft ook niet betwist dat hij tot hogere aflossingen in staat was. ”
Lees hier de uitspraak van het Hof

Op grond daarvan vond het Hof het geoorloofd dat een gewijzigde, snelere betaling, van de debiteur kon worden gevergd. Voor schuldeisers is het, afgezien van deze uitspraak, natuurlijk belangrijk om altijd in de betalingsregeling overeen te komen dat de regeling kan worden herzien (herzieningsclausule), indien de financiële situatie van de debiteur wijzigt.

Ook buitenlandse rechtspersoon-bestuurders soms aansprakelijk

Buitenlandse rechtspersoon-bestuurders van naar Nederlands recht opgerichte rechtspersonen kunnen op grond van Nederlands recht aansprakelijk worden gesteld, ook in geval van paulianeuze handelingen ten nadele van crediteuren of faillissementsfraude. Dit heeft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie geantwoord op vragen van de Tweede Kamerleden Mei Li Vos en Recourt (beiden PvdA).

Volgens Opstelten wordt de aansprakelijkheid van de bestuurders van buitenlandse rechtspersoon-bestuurders in beginsel beheerst door het toepasselijke buitenlandse recht.Dit moet door de Nederlandse rechter worden toegepast als deze bevoegd is. Dat toepasselijke recht bepaalt de voorwaarden voor eventuele aansprakelijkheid.

Als een buitenlandse rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk wordt gehouden, kan de Nederlandse rechtspersoon de schade verhalen op de buitenlandse rechtspersoon-bestuurder. Indien deze de schade vergoedt, is er geen noodzaak om de bestuurder van deze buitenlandse rechtspersoon aan te spreken. Als de buitenlandse rechtspersoon-bestuurder geen verhaal biedt, kan de Nederlandse rechtspersoon het faillissement verzoeken. Indien de buitenlandse rechtspersoon in Nederland failliet is verklaard, kunnen de bestuurders aansprakelijk worden gesteld, voor zover zij hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De minister kondigt aan dat hij deze materie in Europees verband aan de orde wil brengen.

Bron: Accountancy Nieuws

 

Incasso van geldvorderingen

Op 1 juli 2012 is de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten in werking getreden. De wet beschermt de consument tegen onredelijk hoge, buitengerechtelijke incassokosten. Er is sindsdien een wettelijk regime dat de maximale hoogte van de incassokosten bepaalt.
lees verder . . .

Uitspraak over vraag wanneer bestuurder aansprakelijk is bij selectieve betaling van schuldeisers

Rechtbank Almelo geeft uitleg over de vraag onder welke omstandigheden sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid in geval van selectieve betaling van schuldeisers. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er geen algemene regel die voorschrijft dat een debiteur gehouden is al zijn crediteuren naar evenredigheid van hun respectieve vorderingen te betalen en dat selectieve betaling in beginsel niet onrechtmatig is, nu de paritas creditorum pas geldt op het moment dat er sprake is van een collectief verhaal op het vermogen van de schuldenaar. Wel kunnen er blijkens diezelfde jurisprudentie omstandigheden zijn die meebrengen dat een (bestuurder van een) vennootschap onrechtmatig handelt. Dergelijke omstandigheden kunnen bijvoorbeeld gelegen zijn in het feit dat een bestuurder die weet dat de vennootschap in ernstige problemen verkeert, zijn eigen vordering op de vennootschap, of vorderingen van met de vennootschap gelieerde (rechts)personen wel, en de vorderingen van andere crediteuren niet voldoet. Ook het onbetaald laten van een enkele crediteur, terwijl de overige crediteuren hun vorderingen wel voldaan krijgen, kan onder omstandigheden een reden zijn om de selectieve (wan)betaling onrechtmatig te achten.     

. . . lees verder op Internet