‘Co-ouderschap is niet vanzelfsprekend het beste’

Familiesocioloog Anne-Rigt Poortman onderzoekt de effecten van co-ouderschap op kinderen

Na een scheiding woont ongeveer een kwart van de kinderen afwisselend bij de vader en de moeder. Maar hoe goed is zo’n ‘gelijke’ omgangsregeling voor de betrokken kinderen? NEMO Kennislink voelt familiesocioloog Anne-Rigt Poortman aan de tand over de invloed van co-ouderschap op het welzijn van kinderen.

Was het vroeger doodgewoon dat een kind na de scheiding (hoofdzakelijk) bij de moeder woonde, tegenwoordig is er een groeiend aantal kinderen dat om en om bij beide ouders woont. Op het eerste oog lijkt het de ideale oplossing. Kinderen hoeven niet te kiezen tussen beide ouders als het op de woonsituatie aankomt, wat flink wat stress kan schelen. En van vervreemding of het helemaal niet meer zien van een van de ouders is ook geen sprake. De Finse socioloog Jani Turunen ziet co-ouderschap om die reden ook wel als een nieuwe vorm van stabiliteit na een scheiding; van pijnlijke breuken tussen een van de ouders en het kind is immers geen sprake.

Lees verder

/

Ruim kwart gescheiden ouders kiest voor co-ouderschap

Van de in 2010 gescheiden ouders koos 27% voor co-ouderschap. De kinderen wonen dan ongeveer net zo vaak bij de vader als bij de moeder. Twee jaar na de

had 80% nog steeds een co-ouderschap, zo blijkt uit het onderzoek Nieuwe families in Nederland, dat de Universiteit Utrecht in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft uitgevoerd.

Ruim 600.000 kinderen onder de 17 jaar woonden in 2015 niet in een gezin met twee eigen ouders. Dat zijn er bijna 200.000 meer dan in 1995. Het CBS verwacht dat die stijgende trend in de toekomst aanhoudt. Ruim de helft van de kinderen die niet bij beide eigen ouders wonen, maakten een scheiding van hun ouders mee. Een toenemend aantal kinderen woont al vanaf de geboorte in een eenoudergezin.

Uit de woongegevens kan niet worden afgeleid waar het kind werkelijk verblijft na een scheiding, omdat iemand maar op één adres kan worden ingeschreven. Uit het onderzoek blijkt dat 27% van de in 2010 gescheiden paren voor co-ouderschap heeft gekozen. De kinderen krijgen dus twee ouderlijke huizen. Bij 70% van de gescheiden paren gingen de kinderen (voornamelijk) bij de moeder wonen, bij 3% werd de vader de hoofdopvoeder. Ouders die kiezen voor co-ouderschap zijn relatief hoogopgeleid en hadden relatief weinig onderlinge conflicten rond de scheiding.

80% van de ouders die na hun scheiding kozen voor een gelijke verdeling van de dagelijkse opvoeding van hun kinderen, heeft ook twee jaar later nog co-ouderschap. In 15% van de gevallen is de woning van de moeder het hoofdverblijf geworden, bij 5% werd de vader de hoofdverzorger.

Hoogopgeleide ouders en ouders die weinig conflicten hadden bij de scheiding handhaven vaker de afgesproken co-ouderschapsregeling. Heel jonge kinderen, of juist oudere kinderen en kinderen met problemen, zijn twee jaar na het begin van een co-ouderschap wat vaker bij moeder of vader gaan wonen. Verder blijkt dat de co-ouderschapsregeling vaker gewijzigd wordt als de vader langer moet reizen naar zijn werk, of met een nieuwe partner gaat samenleven.

Bron: CBS.                        

Van: Sdu OpMaat Personen- en familierecht nieuws.