Centraal in deze brochure staat de vraag: wat mag ik in mijn bedrijf met
personeelsgegevens? Het antwoord is in essentie eenvoudig: alle informatie die een
werkgever nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering, mag daarvoor worden gebruikt, hoewel dit
door de normale omgangsvormen en de privacywet aan enkele beperkingen is gebonden.
Welke dat zijn, wordt besproken in de paragrafen 4 tot en met 6. In paragraaf 7 wordt
aandacht besteed aan de voor- en nadelen van vrijwillige extra maatregelen, zoals het
aanstellen van een privacyfunctionaris, het opstellen van gedragscodes of het laten
uitvoeren van privacy-audits. In paragraaf 8 wordt ingegaan op het controleren van
werknemers. Tenslotte wordt in paragraaf 9 ingegaan op eventuele juridische problemen.
In kort bestek geldt steeds het volgende (zie onderstaand schema):
- geen problemen wanneer personeelsinformatie anoniem wordt verwerkt (3.2);
- niet-anonieme personeelsinformatie moet met beleid worden gebruikt:
- formuleren heldere en redelijke doelstelling (4.2);
- noodzaak open vizier-aanpak (5.1), waaronder eventueel aanmelden bij de overheid;
- inachtneming informatie-kwaliteitseisen (5.2);
- voorzien in mogelijkheden voor individuele kwaliteitscontrole (5.3);
- overleg met de ondernemingsraad (8.2).
In deze brochure wordt niet ingegaan op het gebruik van
gegevens van externe personen (klanten, leveranciers en overige relaties). Hoewel de
basisregels dezelfde zijn, gelden er met name bij het gebruik van consumentengegevens,
zodanig afwijkende regels dat een en ander beter apart kan worden behandeld (voor meer
informatie zie: www.vno-ncw.nl/privacy/extern ).
Wilt u direct contact met een advocaat, bel dan 035 531 88 80
- De privacywet
- Behoorlijk
en zorgvuldig privacybeleid
- Reikwijdte privacywet
- Wie
is verantwoordelijk voor de naleving?
- Voorbereiding
- Redenen voor gebruik
- Doelomschrijving
- Mag dat?
- Operationeel
- Transparantie:
open vizier-aanpak
- Kwaliteitseisen
- Kwaliteitscontrole
- Beperkingen
- Bijzondere gegevens
- Internationaal
gegevensverkeer
- Extras
- Vrijwillige maatregelen
- Voorbeeld
internetcontrole
- De privacyfunctionaris
- Privacy-audits
- Controle van werknemers
- Controle met behulp
van ICT
- De rol van de
ondernemingsraad
- Juridische problemen
- Toetsing door de
rechter
- Toezicht door het CBP
- Voor meer informatie
3. De privacywet
3.1 Behoorlijk en zorgvuldig
privacybeleid
Waar wordt gesproken van privacywet, wordt in deze brochure de Wet
Bescherming Persoonsgegevens (WBP) bedoeld. In deze wet wordt uitgewerkt hoe een goed
werknemer en een goed werkgever zich op het gebied van privacy ten opzichte van elkaar
hebben te gedragen.
Centraal staat de eis dat op een behoorlijke en zorgvuldige wijze met
personeelsinformatie wordt omgegaan. Wat dit precies betekent, is afhankelijk van de
concrete situatie in het bedrijf. Privacy, op het werk is iets anders dan privacy thuis,
want wie deelneemt aan het openbare leven, geeft altijd een stukje privacy prijs - dus ook
bij het aangaan van een arbeidsrelatie. Het is een misverstand om te menen dat de
privacywet voorziet in zoiets als een recht op anonimiteit.
Zo wil een werknemer er in ieder geval zeker van zijn dat hij in de loon-administratie
is opgenomen, meedoet in een collectieve verzekering, of bijvoorbeeld in de interne
telefoongids staat vermeld.
Voor de werkgever is het bijhouden van persoonsgegevens noodzakelijk om te weten wie
zijn werknemers zijn, en over welke kwaliteiten zij beschikken zodat er goed
personeelsmanagement kan worden gevoerd, en er kan worden gewaakt over de kwaliteit van de
bedrijfsvoering en de bedrijfsveiligheid. Bepaalde informatie moet ook vanwege wettelijke
voorschriften worden verkregen, zoals op het terrein van de sociale zekerheid,
belastingheffing, of de stimulering arbeidsdeelname door minderheden.
3.2 Reikwijdte privacywet
De privacywet heeft betrekking op (1) ieder gebruik van (2) persoonsgegevens. Aan beide
vereisten moet zijn voldaan, wil de wet van toepassing zijn. De privacywet heeft géén
betrekking op de arbeidsomstandigheden zelf, zoals problemen rond ongewenste intimiteiten
op het werk of roddelen. Natuurlijk is ook dan wel degelijk iemands privacy in het geding,
maar zolang daarover geen informatie wordt vastgelegd, valt dit niet onder de privacywet.
Van gebruik (in de privacywet wordt gesproken van verwerken), is in de
praktijk vooral sprake bij ICT-toepassingen. Met andere woorden, het gebruik van
pcs, computernetwerken, internet, e-mailservers, laptops, organizers, printers,
faxen, (mobiele) telefoons, beveiligingscameras, toegangscontrolesystemen,
enzovoorts. Van gebruik is ook sprake bij papieren bestanden, zoals dossiers en lijsten.
Voorwaarde is dan wél dat informatie volgens een bepaalde zoekstructuur moet zijn
gerangschikt.
Onder 'gebruik' valt ongeveer alles wat met gegevens kan worden gedaan. In de
privacywet staat een niet-limitatieve opsomming: verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren,
bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, doorzenden, verspreiden,
samenbrengen, met elkaar in verband brengen, afschermen, uitwissen of vernietigen.
Persoonsgegevens zijn gegevens die betrekking hebben op (a) een bekende persoon of (b)
een onbekende persoon, die aan de hand van de bijgehouden gegevens zonder al teveel moeite
toch kan worden geïdentificeerd. Met andere woorden, persoonsgegevens vertellen iets
wezenlijks over een persoon.
Als gegevens niet gemakkelijk tot identificatie leiden, is er sprake van anonieme
informatie. De privacywet is in die gevallen dus niet van toepassing. Vanuit
bedrijfsoptiek is het zinvol om de mogelijkheden van anonieme gegevensverwerking te
onderzoeken. In 7.2 wordt hiervan een voorbeeld gegeven in het kader van surfen op
internet. Maar denk bijvoorbeeld ook aan het gebruik van gegevens op geaggregeerd niveau,
zoals het bijhouden van statistische informatie voor de jaarverslagen.
Gevolgen niet-nakoming privacywet
Overtreding van de privacywet kan leiden tot interne conflicten, aansprakelijkheid,
negatieve publiciteit, en zelfs overheidsingrijpen en boetes. De personeelsadministratie
valt onder de privacywet.
3.3 Wie is verantwoordelijk
voor de naleving?
Degene die formeel optreedt als werkgever, is wettelijk verantwoordelijk voor het
voeren van goed privacybeleid. Bij verenigingen, stichtingen, coöperaties, onderlinge
waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen, ligt de
verantwoordelijkheid bij de rechtspersoon. In de praktijk komt het voor dat
bedrijfsactiviteiten worden uitbesteed aan een derde. Dit ontslaat de werkgever niet van
zijn verplichtingen. Maar ook deze derde heeft volgens de wet bepaalde
verantwoordelijkheden, zoals de verplichting om gegevens goed te beveiligen (5.2). De
loonadministratie wordt uitbesteed bij een extern bedrijf. Dit kan zelfstandig worden
aangesproken op zijn wettelijke verplichtingen.
Concerns en samenwerkingsverbanden
Binnen een concern bestaat een zekere vrijheid om te bepalen wie als verantwoordelijke
wordt aangemerkt. Via statuten of speciale overeenkomsten kan bijvoorbeeld aan de holding
of een werkmaatschappij verantwoordelijkheid worden overgedragen. Dit kan van belang zijn
voor gegevensverwerkingen die voor meerdere bedrijfsonderdelen relevant zijn.
Ook binnen een groep van ondernemingen die met elkaar samenwerken zonder dat sprake is
van een concern, kan gezamenlijke verantwoordelijkheid worden afgesproken. Het is hierbij
van belang dat goede afspraken worden gemaakt over de wederzijdse verplichtingen op het
gebied van informatiebeheer.
Niet-Europese bedrijven
Als een onderneming niet in de Europese Unie is gevestigd, maar op Nederlandse bodem
wel personeelsinformatie bijhoudt, zal deze in Nederland een verantwoordelijke moeten
aanwijzen. Dit geldt niet als er slechts sprake is van doorvoer van gegevens. Denk aan het
verzenden van personeelsinformatie via een Nederlands deel van het bedrijfsnetwerk.
4. Voorbereiding
4.11 Redenen voor gebruik
Goed privacybeleid begint met nadenken over de redenen waarom personeelsinformatie moet
worden bijgehouden (concrete aanleiding). De privacywet geeft met zoveel woorden aan dat
gegevens mogen worden gebruikt:
- voor de totstandkoming en uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
- om de vitale belangen van werknemers te beschermen;
- om een wettelijke verplichting na te komen;
- wanneer een werknemer zijn ondubbelzinnige toestemming heeft gegeven; of
- in het kader van het gerechtvaardigd (werkgevers)belang.
In de meeste gevallen zal personeelsinformatie nodig zijn voor reden a. Bij vitale
belangen kan worden gedacht aan gegevens die noodzakelijk zijn voor fysieke
bedrijfsbeveiliging of bedrijfshulpverlening. De wettelijke verplichtingen van c spreken
voor zich. Individuele toestemming (d) leent zich vooral voor oplossingen in bijzondere
gevallen. Het gerechtvaardigd belang bij e is een wettelijk vangnet voor andere redenen.
Al bij sollicitaties heeft een werkgever informatie nodig zoals cv's en diploma's. In
overleg met de sollicitant kunnen referenties worden nagegaan. Ook komt het voor dat de
werkgever om een verklaring van goed gedrag vraagt bij de overheid. In sommige gevallen
zal een werkgever willen screenen (onderzoek naar onaanvaardbaar gedrag in het verleden).
Belangenafweging
Wanneer wordt gekozen voor gerechtvaardigd belang, geldt steeds de
voorwaarde dat tevens voldoende rekening moet worden gehouden met de privacybelangen van
werknemers. De werkgever zal zich dus in de werknemers moeten verplaatsen, en zich moeten
afvragen of zijn oplossing wel een redelijke oplossing is. Hierbij behoren alle factoren
te worden meegewogen, waaronder ook de kosten.
Een werkgever ziet het belang van controle op de werkvloer. Hij besluit tot het
ophangen van camera's (zie ook 8.1): bij de afweging van belangen en alternatieven was de
kostprijs doorslaggevend.
Een individuele werknemer mag in dit soort situaties bezwaar maken tegen het feit dat
zijn gegevens worden verwerkt (recht van verzet). De werkgever zal moeten afwegen of er in
het specifieke geval een uitzondering kan worden gemaakt. Vandaar dat de privacywet aan de
uitoefening van het recht op verzet door de werknemer, ook de voorwaarde verbindt dat hij
bijzondere persoonlijke omstandigheden aanvoert. Dit stelt de werkgever op
zijn beurt in staat om een goede inschatting te maken.
4.2 Doelomschrijving
Naast een goede reden, stelt de privacywet de eis dat de werkgever concreet aangeeft
waarvoor hij de personeelsinformatie gebruikt.
Een werkgever geeft aan dat hij personeelsinformatie gebruikt voor de aansturing van
productieprocessen, kwaliteitsbewaking, personeelsmanagement en bedrijfsbeveiliging.
De doelomschrijving moet in alle gevallen van tevoren plaatsvinden en is voor de
werkgever een belangrijk moment: op dat ogenblik definieert hij zijn speelruimte, die
bestaat uit het doel en al het informatiegebruik dat daaruit voortvloeit. Hierbuiten mogen
de gegevens niet worden gebruikt. Uit oogpunt van flexibiliteit en efficiency, is het
verstandig om de doelomschrijving voldoende ruim te doen - hoewel deze ook weer niet te
vaag mag zijn. In de praktijk komt het immers regelmatig voor dat dezelfde informatie op
verschillende manieren wordt benut. Met een ruimere doelomschrijving wordt voorkomen dat
de al beschikbare gegevens om technisch-juridische redenen opnieuw moeten worden
verzameld.
4.3 Mag dat?
Nog afgezien van wat hierna aan bod komt, valt op basis van de twee vorige paragrafen
al aan te geven of handelingen van de werkgever wel of niet wettelijk zijn toegestaan -
hoewel deze vraag eigenlijk breder moet worden gesteld (zie 9.1 over rechtmatigheidstoet).
Een concreet voorbeeld kan dit verduidelijken:
Een werkgever voert employee benefits-beleid, waardoor werknemers korting kunnen
krijgen op producten of diensten van andere bedrijven. Hij wil daarvoor aan die bedrijven
naam-, adres- en woonplaatsgegevens uit de personeelsadministratie verstrekken. Mag dat?
- Aangenomen dat de werkgever voor zijn personeelsadministratie inderdaad voor het doel
personeelsmanagement heeft gekozen (4.2), valt de verstrekking hierbinnen:
employee benefits-beleid is een vorm van personeelsmanagement.
- En omdat werknemers meestal zelf willen bepalen of hun gegevens bij andere bedrijven
terechtkomen, kan waarschijnlijk het beste via een invulstrookje onder aan een circulaire
over de personeelskortingen, ondubbelzinnig toestemming worden verkregen. Hierdoor voldoet
de werkgever ook aan de voorwaarde in 4.1.
Met andere woorden, het antwoord op de vraag is: ja, dat mag. Maar er moet wel naar een
juiste aanpak worden gezocht. Natuurlijk zou iedereen die gebruik wil maken van het
aanbod, ook zélf met een bedrijf contact kunnen opnemen. Het hele vraagstuk is dan niet
aan de orde. Tegelijkertijd kan dat echter ten koste gaan van de
personeelsdienstverlening. En misschien wordt deze in het kader van het employee
benefit-beleid juist ook belangrijk gevonden. De privacywet biedt zekerheid waar privacy
ter discussie staat.
5. Operationeel
5.1 Transparantie: open vizier-aanpak
Ga ervan uit dat iedere reden waarom informatie over het personeel wordt bijgehouden,
ook bij iedereen binnen de onderneming bekend moet zijn. De werkgever maakt zo zichtbaar
dat zorgvuldig met de privacy van het personeel wordt omgegaan. Wie iets goed doet, mag
dat ook best laten zien.
Als vuistregel kan worden aangehouden dat voldoende bekend moet zijn wie precies over
welke gegevens beschikt en waarom (4.2). Ook moet duidelijk worden gemaakt wie
verantwoordelijk is in de zin van de privacywet.
Voor die informatieverschaffing is de indiensttreding het beste moment. Op dat ogenblik
kan het privacybeleid uiteen worden gezet, en worden aangegeven waar men terecht kan met
vragen of klachten (zie ook 5.3). Werknemers die al in dienst zijn, kunnen worden
geïnformeerd via bijvoorbeeld circulaires of publicatie via het bedrijfsnetwerk
(intranet).
Een werknemer ontvangt bij zijn aanstelling een A4-tje waarop het privacybeleid uiteen
wordt gezet, en wie hiervoor het aanspreekpunt is.
Vrijstelling van aanmelding
Over het algemeen moet het gebruik van persoongegevens worden aangemeld bij de
overheid, wat kosteloos kan bij het College Bescherming Persoonsgegevens (GBP, zie 9.2).
Hiervoor kan een meldingsformulier worden aangevraagd bij het CBP. Ook is elektronische
aanmelding mogelijk (zie hoofdstuk 10 voor adresinformatie).
In een speciale regeling onder de privacywet, staat echter dat informatie over
sollicitanten, uitzendkrachten of personeel van aanmelding is vrijgesteld. Hieraan zijn
wel voorwaarden verbonden zoals bijzondere eisen voor de verschillende soorten gegevens
die gebruikt mogen worden, het gebruik en de bewaartermijnen. Let goed op: wanneer het
informatiegebruik verder gaat dan een specifieke vrijstelling, is aanmelding toch vereist.
Een werkgever wil gegevens van oud-personeelsleden drie jaar bewaren in de
personeelsadministratie. Vrijstelling van aanmelding geldt echter alleen wanneer die
gegevens na twee jaar worden verwijderd. De werkgever zal de hele personeelsadministratie
dus toch moeten aanmelden.
Bovendien, zoals ook werd opgemerkt bij 4.2, is er in de praktijk vaak sprake van
gecombineerd gebruik. Denk aan een geïntegreerde personeels- en loonadministratie. Ook
voor gecombineerd gebruik kunnen vrijstellingen gelden, maar als ook maar een kiem deel
van de gegevens wordt gebruikt voor een niet-vrijgesteld doel, bijvoorbeeld verstrekking
in het kader van employee benefits-beleid, moet het hele gebruik toch worden aangemeld.
Wie zeker wil zijn van zijn zaak, doet er het beste aan om gewoon aan te melden. Bij
elektronische aanmelding wordt meteen duidelijk of er wel of niet een vrijstelling geldt.
Vrijstelling van aanmelding betekent niet dat men is vrijgesteld van de overige wettelijke
verplichtingen die hier worden besproken.
5.2 Kwaliteitseisen
Voor personeelsinformatie geldt dat gegevens altijd ter zake dienend, juist, volledig
en niet bovenmatig mogen zijn. Bovendien mogen gegevens niet langer worden bewaard dan dat
nodig is in het kader van de geformuleerde doelstellingen (4.2). Uitzonderingen zijn
langere wettelijke bewaarplichten, zoals op basis van de fiscale wetgeving.
Het mag duidelijk zijn dat in niet ter zake dienende, onjuiste, onvolledige of
bovenmatige gegevens, het praktische gevaar schuilt van verkeerde beslissingen. Dit kan
(ernstige) nadelige effecten hebben voor werknemers en het bedrijf. In 5.3 wordt besproken
hoe de kwaliteit van informatie kan worden bewaakt.
Informatiebeveiliging
Ook moet goed worden nagedacht over de beveiliging van de personeelsinformatie. Zo moet
worden voorkomen dat gegevens verloren kunnen raken, of er zich situaties in strijd met de
privacywet kunnen voordoen.
De werkgever is dan ook wettelijk verantwoordelijk voor het nemen van passende
technische en organisatorische maatregelen, voor zover dat gegeven de omstandigheden
redelijk is. Hierbij moet rekening worden gehouden met de stand van de techniek en de
privacyrisicos voor de werknemer. Het is raadzaam om in het kader van de
informatiebeveiliging in ieder geval de volgende maatregelen te nemen (zie ook 7.1):
- een regeling over de bevoegdheden ten aanzien van het gebruik van personeelsinformatie:
wie mag bij welke informatie;
- een regeling over de bevoegdheden uit oogpunt van systeembeheer (zie bijvoorbeeld 7.2);
- een regeling over de controlemaatregelen en procedures voor verwijdering of vernietiging
van personeelsinformatie;
- passende beveiliging van hard- en software.
De werkgever heeft zijn personeelsadministratie zodanig ingericht dat onbevoegden niet
van de informatie kennis kunnen nemen. Zo kan een werknemer die verzoekt om inzage in de
eigen gegevens (5.3), niet tegelijkertijd informatie over collega's zien.
Informatiebeveiliging zal voor veel bedrijven niet nieuw zijn. Dit is ook om andere
redenen dan de privacywet belangrijk. Meer informatie is te vinden in de Nederlandse Code
voor Informatiebeveiliging. De website www.informatiebeveiliging.nl bevat eveneens nuttige
informatie.
5.3 Kwaliteitscontrole
Gegevens verouderen. Bijvoorbeeld omdat een werknemer is verhuisd waardoor de
adresinformatie niet meer klopt. De werkgever moet dan ook zo af en toe nagaan of zijn
informatie nog wel klopt. Om de kwaliteit te
waarborgen, kan de werknemer periodiek worden gevraagd om zijn gegevens te checken en
aan te geven waar correcties nodig zijn.
De werknemer heeft ook recht op inzage in zijn gegevens. Als hij er zelf
om vraagt, moet de werkgever binnen vier weken aangeven:
- het doel van informatieverwerking (4.2);
- de categorieën gegevens die hiervoor nodig zijn;
- wie de informatie precies gebruikt;
- waar informatie vandaan komt;
- en welke informatie eventueel buiten het bedrijf terechtkomt.
Het recht op inzage gaat overigens niet zover dat een werknemer inzage mag eisen in
bedrijfsgevoelige informatie, bijvoorbeeld op het gebied van personeelsplanning. Als dit
soort gegevens voortijdig bekend raken, kan dat de bedrijfsvoering immers behoorlijk
schaden.
Werknemers hebben recht op verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van hun
gegevens. Aanpassingen behoren direct te worden doorgegeven aan eventuele derden bij wie
gegevens terecht zijn gekomen.
Aanspreekpunt
Om een en ander te kunnen faciliteren, doet de werkgever er verstandig aan om aan te
geven waar men binnen de organisatie terecht kan met vragen of verzoeken. Hierbij kan het
een praktische oplossing zijn om een kopie van de stukken, of een uitdraai van de
computergegevens te verstrekken.
6. Beperkingen
6.1 Bijzondere gegevens
De privacywet heeft als uitgangspunt dat het bijhouden van bijzondere
gegevens verboden is. Hieronder wordt verstaan: informatie over godsdienst of
levensovertuiging, etnische herkomst, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven,
lidmaatschap van een vakvereniging, of strafrechtelijke gegevens uit veroordelingen,
arrestaties of processen-verbaal.
De reden hiervoor is dat ervan wordt uitgegaan dat er bij bijzondere gegevens grotere
privacyrisicos bestaan. Om praktische redenen mag werkgever echter wel van
bijzondere gegevens gebruik maken. Zo kan het belangrijk zijn om te weten dat iemand
vanwege zijn godsdienst prijs stelt op bijzondere voorzieningen zoals een gebedsruimte. Of
vanuit medisch oogpunt gebonden is aan speciale voedingsvoorschriften.
Zorg voor toestemming (zie 4.1). Bij strafrechtelijke gegevens die worden gebruikt ter
bescherming van het bedrijf, ligt het vragen van toestemming echter niet voor de hand. In
dit soort gevallen is toestemming dan ook niet nodig.
De informatiebeveiliging (5.2) verdient extra aandacht bij het gebruik van bijzondere
gegevens. Met name is een goed need to know-beleid belangrijk. Zo hoeft een
bedrijfskantine alleen maar te weten dat iemand geen varkensvlees eet (geen bijzonder
gegeven), en niet de reden daarvoor, hoewel de werkgever hiervan wel op de hoogte kan
zijn.
Tijdens een sollicitatieprocedure blijkt dat iemand last heeft van zijn rug. De
werkgever vraagt of de informatie mag worden opgenomen in het personeelsdossier, zodat
hiermee bij de inrichting van de werkplek rekening kan worden gehouden.
Andere wetten: medische informatie
Ook andere wetten kennen beperkingen op het gebied van bijzondere gegevens. Zo mag
vanwege de Wet op de Medische Keuringen, een werkgever alleen nog maar een
aanstellingskeuring verlangen als voor de functie bijzondere medische eisen worden
gesteld. De Wet Gelijke Behandeling brengt met zich mee dat zwangerschap geen rol mag
spelen in een sollicitatieprocedure.
6.2 Internationaal gegevensverkeer
Uitwisseling van personeelsinformatie tussen bedrijven binnen de Europese Unie is
onbeperkt mogelijk, zolang de regels uit 4 t/m 6.1 in acht worden genomen. Buiten de EU is
een ander verhaal, en is pas toegestaan als:
- uitwisseling nodig is voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst;
- uitwisseling essentieel is voor de naleving van de arbeidsovereenkomst;
- de werknemer zijn ondubbelzinnige toestemming heeft gegeven.
Een werknemer die bij een multinational in dienst treedt, gaat in de
arbeidsovereenkomst akkoord met het feit dat zijn gegevens mogelijk ook bij de
buitenlandse (niet-Europese) vestigingen terecht komen.
Als hiervan geen sprake is, is uitwisseling met landen buiten de EU nog steeds
toegestaan als de werkgever zich er tenminste van kan vergewissen dat er sprake is van een
passend beschermingsniveau. Hij heeft dit op grond van de omstandigheden zelf
te beoordelen.
Daarnaast kan ook de Minister van Justitie bepalen in welke gevallen er voldoende
privacybescherming wordt geboden. Dit gebeurt in Europees verband, zoals bijvoorbeeld de
safe harbor-regeling, die speciaal is gemaakt voor het gegevensverkeer met de Verenigde
Staten. De werkgever hoeft het beschermingsniveau dan niet meer zélf te onderzoeken.
7. Extras
7.1 Vrijwillige maatregelen
In de vorige paragrafen werd besproken hoe de privacywet vanuit werkgeversperspectief
optimaal wordt nageleefd. Hierbij wordt een hoog niveau van privacybescherming geboden.
Het is dan ook volkomen legitiem om de bedrijfsinspanningen hiertoe te beperken.
Dat neemt niet weg dat er redenen kunnen zijn om vrijwillig extra maatregelen te nemen
als dit bijdraagt aan, bijvoorbeeld, een grotere winstverwachting, een beter imago, een
betere werksfeer en/of meer duidelijkheid over de (juridische) situatie.
Extra maatregelen kunnen op vele manieren totstandkomen: van feitelijk handelen - al
dan niet op (mondelinge) instructie - tot formele, op schrift gestelde collectieve
afspraken met de werknemers. In alle gevallen gelden er geen bijzondere eisen, zolang er
maar geen wettelijke regels worden overtreden (zie 8.2 over de ondernemingsraad!). Ten
behoeve van de duidelijkheid, kan het nuttig zijn om de extra maatregelen op schrift te
stellen via bedrijfsregelingen, protocollen - welke naam er ook aan wordt gegeven. Wees
bij het opstellen hiervan kort, helder, praktisch en evenwichtig.
Gedragscodes en reglementen
De term gedragscode wordt in de privacywet gereserveerd voor aanvullende
privacyregelingen, die vooral op brancheniveau kunnen worden vastgesteld. Op verzoek kan
het GBP (9.2) verklaren dat zon gedragscode in overeenstemming is met de wet.
De term reglementen herinnert aan de tijd dat de overheid verplicht was om
privacyreglementen op te stellen. Dit kreeg vrijwillige navolging binnen sommige branches.
Tegenwoordig bestaat er echter geen reglementsplicht meer. Ook is het niet vanzelfsprekend
dat de bedrijfsreglementen nog passen in de huidige privacywet. Deze moeten dan ook goed
tegen het licht worden gehouden, rekening houdend met de hierboven gegeven overwegingen
voor het nemen van extra maatregelen.
7.2 Voorbeeld internetcontrole
Een regeling zou betrekking kunnen hebben op het controleren van internet-surfgedrag
door werknemers. Bijvoorbeeld; een werkgever wil in zijn bedrijf het internetgebruik
stimuleren, maar er ook zeker van zijn dat die vrijheid niet wordt misbruikt. Hij neemt
daarvoor de volgende maatregelen:
1. de aankondiging dat iedereen zakelijk gebruik mag maken van internet, zolang er maar
geen websites worden bezocht die de reputatie van het bedrijf kunnen schaden (hierbij
worden meteen de dingen die we hier dus niet doen bekend gemaakt);
2. de aankondiging dat aan de hand van een geanonimiseerde lijst wordt gecontroleerd of
iedereen zich aan de afspraken houdt;
3. de aankondiging dat wanneer uit de lijst zou blijken dat internet niet volgens afspraak
wordt gebruikt, er nader onderzoek plaatsvindt naar de identiteit van de
dader(s), en er passende maatregelen zullen volgen (waarbij ook de sancties
worden aangegeven);
4. de opdracht aan de systeembeheerder om zo af en toe geanonimiseerde lijsten van
bezochte websites op te stellen en deze aan de werkgever te vertrekken.
Anonimiseren
Strikt genomen valt het anonimiseren door de systeembeheerder onder de privacywet (zie
3.2). In dit stadium is immers nog wel sprake van persoonsgegevens, maar tegelijkertijd
worden deze van hun identificerende eigenschappen ontdaan. Vandaar dat er van mag worden
uitgegaan dat de privacywet geen effect heeft zolang de gegevens ook werkelijk anoniem
blijven. Bedenk hierbij dat wanneer de werkgever, zonder dat de geanonimiseerde lijst
hiertoe aanleiding geeft, toch de identiteit van een werknemer achterhaalt, hij in strijd
met zijn eigen afspraak handelt en hierop kan worden aangesproken.
Bij het opstellen van de lijst, moet er steeds goed op worden gelet dat de
identificerende gegevens voor de werkgever onzichtbaar blijven. De systeembeheerder die
toegang heeft tot alle gegevens over internetgebruik, dus ook de persoonsgegevens, behoort
zich daarom goed van zijn privacyverantwoordelijkheden bewust te zijn. Ook hierover moeten
binnen het bedrijf duidelijke afspraken worden gemaakt. Mogelijk zijn er ook technische
oplossingen denkbaar (privacy enhancing technologies).
Een werkgever en systeembeheerder spreken duidelijk de privacyverantwoordelijkheden op
ICT-gebied af.
7.3 De privacyfunctionaris
In de wet staat dat ondernemingen of brancheorganisaties vrijwillig
privacyfunctionarissen kunnen aanstellen. Zon privacyfunctionaris is een wettelijk
beschermde privacy-inspecteur; iemand die binnen het bedrijf of binnen de sector er
toezicht op houdt dat de wettelijke voorschriften en eventuele extra opgestelde regelingen
wel goed worden nageleefd. Werknemers kunnen zich bij hem beklagen, of een verzoek tot hem
richten. Treft een functionaris onregelmatigheden aan, dan moet hij de werkgever adviseren
over de te nemen maatregelen, eventueel in overleg met het CBP.
De aanstelling van een privacyfunctionaris heeft als voordeel dat bedrijven het gebruik
van persoonsgegevens kunnen aanmelden bij iemand die bekend is met de organisatie, in
plaats van bij het CBP (zie ook 5.1). Ook heeft het CBP toegezegd om bij haar onderzoeken
(9.2) meer terughoudendheid te betrachten, mocht blijken dat een bedrijf een
privacyfunctionaris heeft aangesteld.
Maar in essentie wordt voorzien in dubbel toezicht, want het CBP blijft als
toezichthouder volledig bevoegd. Bovendien opereert een privacyfunctionaris onafhankelijk
van de werkgever. Hij heeft recht heeft op toegang tot alle systemen waar mogelijk
gegevens worden verwerkt en geniet dezelfde ontslagbescherming als een lid van de
ondernemingsraad.
Het is maar vraag of een privacyfunctionaris voor bedrijven voldoende meerwaarde heeft.
Mocht een werkgever zo iemand willen aanstellen, valt ook te overwegen om een
privacycoördinator te benoemen: iemand die op voldoende hoog management-niveau
verantwoordelijk is voor de privacykwaliteitszorg binnen de onderneming. Omdat de
privacycoördinator niet wettelijk geregeld is, biedt deze figuur méér flexibiliteit.
7.4 Privacy-audits
Privacy-audits zijn controles aan de hand van checklijsten waarin de verplichtingen uit
de privacywet op een rijtje zijn gezet. Hiermee kan men zelf, of met behulp van een
onafhankelijke deskundige (externe auditor), nagaan of wordt voldaan aan de wettelijke
verplichtingen. Net als bij de voorgaande maatregelen, is ook het uitvoeren van zon
controle niet verplicht.
Bij een privacy-audit, wordt het bedrijf technisch-procedureel doorgelicht. Hierbij is
van belang of de beoordeling plaatsvindt op basis van de minimumeisen (4 t/m 6), of ook op
basis van extra genomen maatregelen, zoals die in dit hoofdstuk worden besproken (zie met
name 7.1). Hierover moet duidelijkheid bestaan voordat een audit wordt uitgevoerd.
De vraag of een bedrijf goed of slecht privacybeleid voert, is
met een audit nog niet meteen beantwoord. Goed werkgeverschap vraagt om een bredere
inschatting (vgl. de rechtmatigheidstoets in 9.1). Bij een goede audit-rapportage wordt
hiermee rekening gehouden.
8. Controle van werknemers
8.1 Controle met behulp van ICT
Een werkgever kan gebruik willen maken van technische voorzieningen om werknemers te
controleren. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan cameras, telefonisch
meeluisteren of het controleren van e-mail en internet-surfgedrag van werknemers, waarop
hierna dieper wordt ingegaan. Bedenk dat steeds moet worden voldaan aan de eisen van
hoofdstukken 4 t/m 6, en dat soms ook de ondernemingsraad moet worden betrokken (8.2).
Videocameras
Bij cameras moet steeds goed in de gaten worden gehouden of personen gemakkelijk
kunnen worden geïdentificeerd. Bij controle van werknemers zal dit weliswaar al snel het
geval zijn, maar er zijn situaties denkbaar waarin personen onherkenbaar blijven (3.2).
Een camera registreert dat iemand over een bedrijfsterrein loopt, zonder at de persoon
in kwestie kan worden herkend. De privacywet is niet van toepassing.
Het is een kwestie van fatsoen om cameras zichtbaar te installeren. Verborgen
cameras kunnen echter ook nodig zijn. Bijvoorbeeld omdat er veel gestolen wordt en
verborgen camera s nodig zijn om boosdoeners op heterdaad te betrappen. Niet onbelangrijk
is dat de rest van het personeel zo gevrijwaard blijft van verdenking.
Werknemers moeten weten waar zij aan toe zijn. Bij verborgen cameras is het een
prima methode om bordjes te plaatsen met de mededeling dat er binnen het bedrijf
videobewaking plaatsvindt. Ook moet duidelijk worden gemaakt waar géén videobewaking
plaatsvindt (bijvoorbeeld niet in het bedrijfsrestaurant of op de toiletten), zodat
werknemers zich ook onbespied kunnen voelen.
Voor zover videobeelden onder de privacywet vallen, moet met name rekening worden
gehouden met de wettelijke kwaliteitseisen van 5.2, met name de bewaartijden. Een veel
gestelde vraag is hoe lang videobeelden mogen worden bewaard.
Hier bestaan veel misverstanden over. In de praktijk worden beelden vaak een week
bewaard. Maar als fraude bijvoorbeeld kan worden opgespoord met videobeelden van twee
weken oud, is twee weken een betere oplossing. Met andere woorden, zowel doelstelling
(4.2) als effectiviteit gelden als maatstaf.
Meeluisteren aan de telefoon
De werkgever kan er om uiteenlopende redenen behoefte aan hebben om met
telefoongesprekken van werknemers mee te luisteren of deze op te nemen (call monitoring):
- training en begeleiding;
- individuele beoordeling;
- bewijs van telefonische transacties;
- beheersing van telefoonkosten en tegengaan privé gebruik;
- opsporing van fraude.
Werknemers moeten goed worden geïnformeerd waarvoor en op welke wijze de controle
plaatsvindt (en wat er niet met de gegevens gebeurt). Hierbij hoeft niet op alle details
te worden ingegaan. Zo volstaat het om bijvoorbeeld in een bedrijfsregeling of
arbeidsovereenkomst voor een callcenter, de mededeling op te nemen dat steekproefsgewijs
wordt meegeluisterd om de prestaties van de werknemer te kunnen beoordelen.
Een werkgever wil weten of zijn klanten behoorlijk te woord worden gestaan voor de
telefonische helpdesk-diensten die hij aanbiedt. De privacywet verbiedt niet dat hij soms
meeluistert met de telefoongesprekken van zijn werknemers, en zijn conclusies vastlegt
voor toekomstige functioneringsgesprekken. Wel behoren de werknemers hierover voldoende te
worden geïnformeerd. En voorkom dat feiten omstreden worden. Een voorval kan bijvoorbeeld
snel vergeten zijn zodat het misschien zaak is om een werknemer kort na een voorval,
hierop aan te spreken.
Als een gesprek wordt opgenomen, kan dat in ieder geval worden bewaard totdat die
beoordeling ook werkelijk heeft plaatsgevonden (en ook langer als het materiaal moet
worden gebruikt als bewijs in een juridische procedure of bij een klacht).
Internetgebruik en e-mail
Voor het controleren van internetgebruik en e-mail gelden dezelfde redenen en regels
als bij het telefonisch meeluisteren. In 7.2 werd bovendien al aangegeven hoe de techniek
goede oplossingen kan bieden. Dat werkgevers eerst een dringende reden moeten
hebben, voordat zij mogen overgaan tot het controleren van internetgebruik en e-mail -
zoals wel wordt beweerd - berust op een misverstand.
Wat ook wel voorkomt zijn discussies over het briefgeheim, wat doorgaans nogal
overtrokken is. Natuurlijk is het wél zo dat een goed werkgever uit respect voor dit
beginsel, voorzichtig met privé-mail moet omgaan. Het verdient aanbeveling om hierover
via een regeling duidelijkheid te verschaffen (zie voor een modelregeling:
www.vno-ncw.nl/privacy/intern).
8.2 De rol van de ondernemingsraad
De Wet op de Ondernemingsraden verdient bijzondere aandacht. Deze geeft
ondernemingsraden een instemmingsrecht bij de invoering van systemen om werknemers
technisch te controleren. Overleg met de ondernemingsraad kan leiden tot op maat gesneden
(ieder bedrijf is verschillend), evenwichtige oplossingen. Bovendien past overleg in het
kwaliteitsbeleid en de open vizier-aanpak (5.1).
Overleg met de ondernemingsraad is bijvoorbeeld nodig voor een toegangscontrolesysteem
met magneetpasjes. Ook in bredere zin biedt overleg met de ondernemingsraad, die hiertoe
trouwens het initiatief mag nemen, voordelen. Zo wordt immers draagvlak gecreëerd bij het
personeel, hoewel het feit dat een ondernemingsraad ergens mee instemt, nog niet meteen
wil zeggen dat ook individuele werknemers akkoord zijn.
In de praktijk komt het voor dat ondernemingsraden vragen om het beleid in een
reglement vast te leggen. Zoals in 7.1 werd uitgelegd, is de werkgever hiertoe niet
verplicht. Het vastleggen van privacybeleid kan echter wel nuttig zijn: de afspraken
bieden immers zekerheid aan zowel de werkgever als de werknemers.
De meest werkbare aanpak is waarschijnlijk om met de ondernemingsraad tot raamafspraken
te komen: als het de bedoeling is om een systeem te gebruiken voor het controleren van
werknemers, zal daarmee binnen het bedrijf volgens een afgesproken protocol worden
omgegaan. ICT-toepassingen die hiervoor niet zullen worden gebruikt, passen dus niet
binnen de afspraken.
In principe zijn pc's die zijn aangesloten op een netwerk, te gebruiken om werknemers
te controleren. Als zoiets niet in de bedoeling van de werkgever ligt, is het ook niet
zinvol om overleg te voeren over het gebruik van pc's voor controledoeleinden.
9. Juridische problemen
9.1 Toetsing door de rechter
In deze brochure is aangegeven hoe de werkgever op een behoorlijke en zorgvuldige
manier met zijn personeelsgegevens kan omgaan, en daarbij ook de privacywet naleeft. Maar
de praktijk is nog wel eens weerbarstiger dan de theorie. Ook goed privacybeleid kan
stranden op de realiteit dat de wereld niet perfect is, en dat waar mensen werken soms
fouten worden gemaakt.
Mocht dit tot discussie leiden, kan het beste zo snel mogelijk binnen het bedrijf naar
een voor iedereen bevredigende oplossing worden gezocht. Als dat niet mogelijk is, kan de
zaak voor de rechter komen, mogelijk vergezeld van veel negatieve publiciteit. De
werknemer kan dan schadevergoeding eisen (de werkgever is aansprakelijk voor schade door
niet-naleving van de privacywet).
Rechtmatigheidstoets
De rechter zal onderzoeken of er inderdaad sprake is van geleden schade, en of dit komt
door verwijtbaar onrechtmatig handelen door de werkgever. Cruciaal is de vraag of
werkgever en werknemer zich op een behoorlijke wijze hebben gedragen. De privacywet is
hierbij een belangrijke maatstaf, maar de rechter zal de situatie in zn geheel
willen beoordelen, en dus ook kijken naar andere factoren die een rol hebben gespeeld.
Een werknemer lijdt schade door het uitlekken van zijn gegevens. Hij beklaagt zich bij
de rechter over het feit dat de informatiebeveiliging ontoereikend was. Uit onderzoek
blijkt dat de getroffen maatregelen toch in overeenstemming waren met wat volgens de
privacywet van een goed werkgever mag worden verwacht (zie ook 5.2). De werkgever is niet
aansprakelijk.
9.2 Toezicht door het CBP
Behalve de rechter, speelt ook het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP - voorheen
de Registratiekamer) een prominente rol. Het CBP is aangewezen als toezichthouder op de
naleving van de privacywet. In dat kader is deze instelling bevoegd om ambtshalve of
op verzoek een onderzoek in te stellen bij het bedrijf.
Als het CBP van oordeel is dat in strijd met de wet wordt gehandeld, heeft zij de
bevoegdheid om in te grijpen en boetes op te leggen. Zo kan het CBP, wanneer niet wordt
voldaan aan de aanmeldingsverplichting, een boete opleggen van maximaal 10.000 gulden.
Naast de boete bestaat ook hier het risico van negatieve publiciteit.
In enkele gevallen kan het CBP een voorafgaand onderzoek verlangen. In de tijd die
zon onderzoek in beslag neemt (maximaal 13 weken), mag het onderzochte systeem niet
gebruikt worden. Of voorafgaand onderzoek nodig is, moet het CBP binnen vier weken na de
melding (5.1) laten weten.
Naast het wettelijk toezicht, wil het CBP ook nadrukkelijk ondersteunend te werk gaan.
Zo kan voor bemiddeling op het CBP een beroep worden gedaan, verleent het advies en
publiceert het regelmatig rapporten waarin wordt aangegeven hoe het CBP tegen bepaalde
ontwikkelingen aankijkt.
Laatste woord aan de rechter
Bij al haar activiteiten opereert het CBP primair vanuit het belang van handhaving van
de privacywet. Hierbij behoort altijd voldoende rekening te worden gehouden met de
bedrijfsbelangen. Werkgevers die het gevoel hebben dat het CBP hen tekort doet, doen - zo
werd duidelijk aangegeven bij de behandeling van de privacywet in de Tweede Kamer - er
verstandig aan om naar de rechter te stappen.
10. Voor meer informatie
Deze brochure is een praktijkhandleiding voor het management. Meer gedetailleerde
informatie zoals model-gedragscodes voor het bedrijfsleven, is beschikbaar via de websites
van AWVN en VNO-NCW.
Voor de leden van FME-CWM is de gedragscode beschikbaar via de FME-CWM helpdesk: 0900
821 21 91.
-
-
Ook zijn er nuttige documenten beschikbaar via de website van het Ministerie van
justitie: www.minjust.nl
Vereniging FME-CWM
De Vereniging FME-CWM is de bedrijfstakorganisatie voor de metaal-, kunststof-,
elektronica- en elektrotechnische industrie. De 2.850 aangesloten bedrijven hebben een
gezamenlijke jaaromzet van 75 miljard gulden (waarvan 50 miljard uit export) en bieden
werk aan ruim 300.000 personen.
Bij FME-CWM zijn 145 brancheorganisaties gehuisvest. De Vereniging FME-CWM heeft
regionale kantoren in Apeldoorn, Barendrecht, Haren (Gn), Tilburg en Uithoorn.
Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW (AWVN)
De werkgeversvereniging AWVN behartigt de belangen van en adviseert werkgevers in de
marktsector op sociaal-economisch gebied. Namens 850 leden-ondernemingen en 65
bedrijfstakorganisaties is de AWVN betrokken hij de totstandkoming van 500 CAOs in
de industrie, commerciële dienstverlening, handel en not-for-profitsector
Vereniging VNO-NCW
De Vereniging VNO-NCW is de grootste centrale ondernemingsorganisatie van Nederland.
Zij behartigt de gemeenschappelijke belangen van 150 brancheverenigingen met hun ruim
80.000 aangesloten ondernemingen.
De vijf bij VND-NCW aangesloten regionale werkgeversverenigingen en Jong Management
vertegenwoordigen 8.500 persoonlijke leden.
VNO-NCW representeert 80 procent van de werkgelegenheid in de marktsector.
Deze brochure is tot stand gekomen in samenwerking met Singewald Consultanta Group. De
tekst van deze brochure is afgestemd met het College Bescherming Persoonsgegeven.
andere brochures links
Hoewel hij de samenstelling van deze brochure grote zorgvuldigheid is betracht, kunnen
de makers geen aansprakelijkheid aanvaarden voor schade, van welke aard ook, die het
directe of indirecte gevolg is van handelingen en/of beslissingen die (mede) gebaseerd
zijn op de informatie in deze brochure.