Inleiding: In deze folder vindt u informatie omtrent huwelijk,
samenwonen, wat er gebeurt met het vermogen van beide partners in geval van huwelijk of
samenwonen, en enkele aanverwante onderwerpen.
Samenlevingsvormen
Sinds 1 april 2001 is het huwelijk een samenlevingsverband van twee personen van gelijk
of verschillend geslacht. Slechts duurzame ontwrichting van de relatie vormt een grond
voor echtscheiding. De vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden geregeld door
het huwelijksvermogensrecht.
Door middel van een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden - in de praktijk spreekt
men doorgaans van huwelijkse voorwaarden- kan worden afgeweken van een aantal
wettelijke regels. Dat moet vrijwel altijd bij notariële akte.
De wet biedt sinds 1 januari 1998 de mogelijkheid aan twee personen van hetzelfde of
van verschillend geslacht om hun relatie bij de burgerlijke stand te laten registreren. Op
dit geregistreerd partnerschap zijn de regels van het huwelijksvermogensrecht
in zijn geheel van toepassing.
Dat geldt dus ook voor de regels voor het maken van huwelijkse voorwaarden. Deze worden
dan partnerschapsvoorwaarden genoemd.
Hierna zal overwegend gesproken worden over echtgenoten en huwelijkse
voorwaarden. Tenzij anders blijkt, geldt hetgeen geschreven wordt dus ook voor
partnerschapsvoorwaarden en geregistreerde partners.
Verschillen
Vaak zal in het gesprek met de (kandidaat)notaris de vraag rijzen welke verschillen
bestaan tussen huwelijk, geregistreerd partnerschap en gewoon ongehuwd
samenleven. De belangrijkste verschillen zijn de volgende:
A. Formaliteiten
Zowel huwelijk als geregistreerd partnerschap komen tot stand bij de ambtenaar van de
burgerlijke stand. Ook de beëindiging van de relatie is gebonden aan formaliteiten. Aan
gewoon ongehuwd samenleven stelt de wet geen eisen. Een samenlevingscontract
is verstandig maar niet verplicht.
B. Levensonderhoud
Zowel gehuwden als geregistreerde partners zijn wettelijk verplicht elkander het
nodige te verschaffen. Daarvan kan niet worden afgeweken. De onderhoudsverplichting
kan na beëindiging van de relatie een alimentatieplicht doen ontstaan.
Gewoon ongehuwd samenlevenden hebben jegens elkaar geen onderhoudsplicht.
Bij een beroep op de Algemene bijstandswet wordt echter wel het inkomen van degene met wie
een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd, in aanmerking genomen.
C. Gemeenschap van goederen
Aan de huwelijksvoltrekking en de registratie van het partnerschap verbindt de wet de
algehele gemeenschap van goederen. In beginsel vloeien beide vermogens tezamen tot een
gemeenschappelijk vermogen. Ook hetgeen in de toekomst wordt verkregen, wordt
gemeenschappelijk. Dat geldt niet voor schenkingen en hetgeen wordt geërfd, als de
schenker of de erflater uitdrukkelijk heeft bepaald dat hetgeen van hem verkregen wordt
niet in een gemeenschap valt. Het intreden van de gemeenschap van goederen kan worden
voorkomen door voor de huwelijkssluiting of registratie van het partnerschap huwelijkse
voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden te maken. Indien gewoon ongehuwd wordt
samengeleefd, ontstaat geen gemeenschap van goederen. Wel kan bij ongehuwd samenlevenden
door bijvoorbeeld een gezamenlijke aankoop een gemeenschappelijke eigendom ontstaan.
D. Huur
Indien een gehuwd persoon woonruimte huurt voor gezamenlijke bewoning, is diens
echtgenoot automatisch medehuurder. Bij echtscheiding bepaalt zo nodig de rechter wie de
huur zal voortzetten. Voor geregistreerde partners geldt hetzelfde. Een gewoon
ongehuwd samenlevende partner kan pas na twee jaar verlangen dat de verhuurder hem of haar
als medehuurder erkent. Binnen die twee jaar loopt de partner van de huurder de kans op
straat gezet te worden zonder dat hij of zij daartegen iets kan ondernemen.
E. Pensioen
Deelnemers aan een (aanvullende) pensioenregeling bouwen ouderdomspensioen en
nabestaandenpensioen (weduwen- en weduwnaarspensioen) op. Daartoe wordt bij het
pensioenfonds een pot gevormd. Voor het geval van echtscheiding of beëindiging van
geregistreerd partnerschap heeft de wetgever geregeld wat met die pot dient te geschieden.
Van toepassing is de Wet pensioenverevening bij scheiding. Deze leidt tot een
deling van het ouderdomspensioen voor zover dat tijdens het bestaan van het huwelijk of
geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Het nabestaandenpensioen (weduwen- en
weduwnaarspensioen) komt, voor zover opgebouwd tijdens het huwelijk, automatisch toe aan
de (gewezen) echtgenoot/partner. Bij huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden
kan een andere regeling worden getroffen. Elders in deze brochure treft u hierover meer
informatie aan.
De meeste pensioenfondsen kennen voor gewoon ongehuwd samenlevenden een
zogenaamd partnerpensioen. Dat is te vergelijken met het nabestaandenpensioen. Om daarvoor
in aanmerking te komen dient aan enige vereisten te worden voldaan. Die verschillen van
fonds tot fonds. Meestal wordt een notarieel samenlevingscontract verlangd.
F. Erfrecht
In geval van huwelijk en geregistreerd partnerschap erft de langstlevende echtgenoot of
partner samen met de kinderen. De erfrechtelijke positie van de langstlevende echtgenoot
of partner kan bij testament worden versterkt door middel van een zogenaamde ouderlijke
boedelverdeling. Daardoor behoudt de langstlevende in feite de hele nalatenschap. Volgens
de wet erven gewoon ongehuwd samenlevenden niet van elkaar. Gewoon
ongehuwd samenlevenden moeten daarom een testament maken.
Na de invoering van het nieuwe erfrecht (naar verwachting in 2002) zal de
erfrechtelijke positie van de langstlevende van rechtswege sterk worden verbeterd. Ook
voor ongehuwd samenwonenden ontstaan dan meer mogelijkheden.
G. Successierecht
Deze belasting wordt geheven over hetgeen uit iemands nalatenschap wordt verkregen. Een
langstlevende echtgenoot of langstlevende geregistreerde partner geniet een vrijstelling
van Euro 467.848,- (vrijstelling 2002), ongeacht hoe lang het huwelijk of de registratie
duurde. Op die vrijstelling wordt echter in mindering gebracht de helft van de waarde van
pensioenaanspraken (en dergelijke). De vrijstelling bedraagt echter minimaal Euro
133.670,- (2002). Over het hetgeen meer dan het vrijgestelde bedrag wordt verkregen, wordt
5-27% successierecht betaald, afhankelijk van de waarde van de verkrijging.
Voor gewoon ongehuwd samenwonenden geldt een minder ruimhartige regeling.
Indien de gemeenschappelijke huishouding minder dan twee jaar heeft geduurd, bestaat er in
principe geen vrijstelling. Na verloop van twee jaar loopt de vrijstelling in drie jaar
geleidelijk op naar hetzelfde bedrag als geldt voor gehuwden. Zo lang de termijn van vijf
jaar niet is verstreken wordt belasting geheven naar een tarief van 4l-68%. Na vijf jaar
valt men in het gehuwden-tarief (5-27%). In een samenlevingscontract kan via een
verblijvingsbeding de heffing van successierecht binnen voormelde periode van
vijf jaar worden voorkomen. Hetgeen verkregen wordt, moet dan wel gemeenschappelijk
eigendom zijn geweest.
Samenwoners die:
- - langer dan 6 maanden samenwonen
- - ingeschreven staan op een woonadres in de gemeentelijke basisadministratie;
- - en de zorgverplichting hebben vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract;
hebben direct een vrijstelling van Euro 467.848,- (vrijstelling 2002). Dat is anders
als de samenwoners bloedverwanten in rechte lijn zijn (bijvoorbeeld ouders of kinderen) of
de samenwoners zich voor de heffing van de inkomstenbelasting hadden kunnen laten
kwalificeren als partner, maar dit hebben nagelaten gedurende 5 jaar voorafgaande aan het
moment van overlijden van een van de samenwoners.
H. Kinderen
Van belang is of tussen een ouder en een kind familierechtelijke
betrekkingen bestaan. Dat heeft gevolgen voor de geslachtsnaam, het gezag (ouderlijk
gezag/voogdij), het omgangsrecht en het erfrecht. Voor meer informatie zie de betreffende
KNB-brochures. Wanneer sprake is van een huwelijk tussen een man en een vrouw, bestaan
tussen een uit een huwelijk geboren kind en zijn beide ouders automatisch
familierechtelijke betrekkingen. Bij een huwelijk tussen twee vrouwen, een geregistreerd
partnerschap en gewoon ongehuwd samenleven ontstaan door de geboorte alleen
familierechtelijke betrekkingen tussen de moeder (degene die het kind baarde) en het kind.
Wanneer een kind tijdens een geregistreerd partnerschap is geboren, hebben de ouder en de
partner het gezamenlijk gezag, tenzij er een andere ouder is. Zijn beide geregistreerde
partners de ouders van het kind, dan ontstaat gezamenlijk gezag.
Familierechtelijke betrekkingen tot de vader ontstaan eerst doordat deze het kind
erkent. Deze erkenning kan reeds tijdens de zwangerschap geschieden. Men kan
ervoor terecht bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en bij de notaris.
Voor de erkenning is in beginsel de toestemming van de moeder nodig en van het kind als
deze ouder is dan 12 jaar. Is het kind ouder dan 16 jaar dan is alleen de toestemming van
het kind nodig. De rechtbank kan vervangende toestemming geven indien de
moeder van het kind weigert om toestemming te geven.
Checklist notaris
De (kandidaat-)notaris is de deskundige bij uitstek op het gebied van de huwelijkse
voorwaarden. Een notariële akte is wettelijke vereist. De inrichting van de overeenkomst
hangt echter vooral af van de wensen van partijen. In overleg met de notaris zullen
meestal de volgende vragen aan de orde komen:
- - In hoeverre willen partijen hun vermogen (aanbreng, schenkingen, erfenissen) delen?
- - Willen partijen hun (arbeids)inkomsten delen?
- - In welke verhouding nemen partijen de kosten van de huishouding voor hun rekening?
- - Dient het belang van een onderneming (BV) bijzondere aandacht te hebben?
- - Wat moet er geregeld worden ten aanzien van het huis en de financiering daarvan?
- - Hoe wordt het huwelijk afgewikkeld bij een eventuele echtscheiding?
- - Wat zijn de gevolgen van het overlijden van één van beiden?
- - Heeft het aangaan van huwelijkse voorwaarden gevolgen op het gebied van het pensioen?
- - Waarop dient bij het afsluiten van levensverzekeringen en de betaling van de premie te
worden gelet?
Algehele gemeenschap van goederen
Door de voltrekking van het huwelijk (waaronder hierna tevens te begrijpen het
geregistreerd partnerschap) ontstaat een algehele gemeenschap van goederen.
Eerder in deze brochure werd hier reeds op gewezen. Schenkingen en erfrechtelijke
verkrijgingen zullen vaak niet tot de gemeenschap behoren omdat de erflater of schenker
bepaalt dat hetgeen wordt verkregen niet in een huwelijksgemeenschap valt.
Alle schulden zijn in beginsel gemeenschappelijk. Dat betekent dat iedere schuldeiser
van de echtgenoten zich kan verhalen op de gehele gemeenschap. Na echtscheiding wordt men
ook voor de helft aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden die de ander heeft gemaakt.
Een voordeel van de gemeenschap van goederen is dat de echtgenoot die niet of weinig
inkomsten uit arbeid heeft, deelt in de opbouw van het vermogen. Huishoudelijke en
opvoedkundige arbeid wordt aldus indirect beloond.
Ingeval van overlijden vormt de helft van de gemeenschap van goederen de nalatenschap.
Een echtgenoot erft de andere helft dus niet. Bij echtscheiding wordt het
gemeenschappelijk vermogen gedeeld. Redelijkheid en billijkheid spelen dan een
grote rol. Deze kunnen er toe leiden dat bijvoorbeeld een huis of een onderneming
(aandelen) worden toegedeeld aan één van beiden en dat de ander genoegen moet nemen met
geld. Het belang van een onderneming zal veelal gediend zijn met het maken van huwelijkse
voorwaarden. Echtscheiding kan anders te veel gevaren opleveren voor de continuïteit van
de onderneming. Bij de regeling mag echter het belang van de echtgenoot van de ondernemer
niet uit het oog worden verloren. Deze echtgenoot zal tevens bescherming tegen
ondernemersrisicos op prijs stellen.
Huwelijkse voorwaarden
Wie huwelijkse voorwaarden wenst te maken, heeft in beginsel een grote mate van
vrijheid (contractvrijheid). Maar de wederzijdse onderhoudsplicht vormt een belangrijke
regeling van dwingende aard. Ook kan niet worden afgeweken van regels die
gezinsbescherming beogen. Zo is altijd de toestemming van de andere echtgenoot
vereist voor onder andere het (ver)kopen of met hypotheek belasten van de gezamenlijk
bewoonde woning en voor het doen van schenkingen. Voor de inrichting van de overeenkomst
van huwelijkse voorwaarden zijn o.a. van belang:
- de wens het bestaande en/of toekomstige inkomen en vermogen te delen;
- de bereidheid het verlies in verdiencapaciteit, dat kan optreden door het
uitoefenen van verzorgende en opvoedende taken, te compenseren; -
- de wenselijkheid een onderneming te beschermen tegen de gevolgen van echtscheiding;
- de mate waarin partijen het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bij echtscheiding wensen
te delen;
- de verzorging van de overblijvende partner in geval van overlijden.
Een lastig probleem bij het opstellen van een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden
is dat de overeenkomst wordt aangegaan voor een lange duur. Er moet daarom zoveel mogelijk
rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat omstandigheden veranderen.
Koude uitsluiting
Koude uitsluiting noemt men de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden waarbij tussen
partijen geen enkele gemeenschap van goederen bestaat. Het woord koud heeft
betrekking op het feit dat partijen op geen enkele wijze hun inkomen en vermogenstoename
verrekenen (delen). Deze huwelijkse voorwaarden zorgen ervoor dat tussen de echtgenoten
een minimum aan financiële banden bestaat. Het enige dat hen financieel bindt, is de
wettelijke verplichting elkander het nodige te verschaffen. Deze huwelijkse
voorwaarden houden grote risicos in voor een echtgenoot die, nu of in de toekomst,
geen eigen inkomen heeft. Hij of (meestal) zij deelt in geen enkel opzicht in de
vermogenstoename die bij de andere echtgenoot optreedt, terwijl hij geen eigen vermogen
kan vormen. Niettemin kunnen deze huwelijkse voorwaarden aanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld
als de economische zelfstandigheid van een partner door het huwelijk niet in gevaar komt
of als ouderen trouwen.
Beperkte gemeenschap
De wet biedt de mogelijkheid om bij huwelijkse voorwaarden voor een beperkte
gemeenschap van goederen te kiezen. De gemeenschap omvat bijvoorbeeld al hetgeen tijdens
het huwelijk wordt verkregen, anders dan door schenking of erfrecht. De gemeenschap heeft
onder andere tot gevolg dat de schulden van ieder der echtgenoten kunnen worden verhaald
op de gehele gemeenschap. In de praktijk komen zulke huwelijkse voorwaarden nauwelijks
voor. Dat is vooral ook te wijten aan het feit dat de meeste echtgenoten er niet in slagen
ieders eigen vermogen èn het gemeenschappelijk vermogen uit elkaar te houden.
Verrekenstelsels
Het elders geschetste bezwaar tegen de koude uitsluiting (geen deling van
inkomsten) wordt in de praktijk ondervangen door aan de uitsluiting van iedere gemeenschap
een of meer verrekenbedingen toe te voegen.
Men spreekt van een periodiek verrekenbeding ingeval het beding verplicht
tot jaarlijkse verrekening van de gespaarde inkomsten. Vaak wordt de verrekening beperkt
tot de inkomsten uit arbeid. Rente, dividend en dergelijke vallen er dan niet onder.
Als de verrekening niet periodiek maar slechts aan het eind van de rit (echtscheiding,
overlijden) moet gebeuren, is er sprake van een finaal verrekenbeding.
In geval van overlijden wordt dan meestal afgerekend alsof algehele gemeenschap had
bestaan. Bij echtscheiding wordt vaak van de verrekening uitgesloten hetgeen ten huwelijk
is aangebracht en hetgeen krachtens schenking of erfrecht is verkregen.
Doorgaans worden zowel een periodiek als een finaal verrekenbeding opgenomen. Daardoor
wordt voorkomen dat problemen ontstaan doordat geen periodieke verrekening gedurende de
huwelijksjaren plaatsvindt. Het opnemen van een periodiek verrekenbeding is toch zinvol
omdat het de mogelijkheid opent tijdens het huwelijk vermogen over te hevelen van de een
naar de ander. Dat kan dan niet als een schenking worden aangemerkt.
Het verdient aanbeveling in de huwelijkse voorwaarden vast te leggen wat onder
inkomsten wordt verstaan. In het algemeen zal daarbij ook moeten worden gelet
op de winst die wordt gemaakt in een BV waarin één van beiden de meerderheid of alle
aandelen houdt, danwel tevens directeur is. In die hoedanigheid kan hij de hoogte van het
inkomen verregaand beïnvloeden.
Woning en inboedel
Het feit dat iedere huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap bij huwelijkse
voorwaarden is uitgesloten, verhindert niet dat bijvoorbeeld een huis op naam van beide
echtgenoten wordt gezet'. Tot ieders eigen vermogen behoort dan de helft van dat
huis. Schuldeisers van één der echtgenoten kunnen zich dan slechts verhalen op die
helft.
Ook inboedelgoederen kunnen om zojuist bedoelde zin gezamenlijk eigendom zijn. Indien
de administratie ontbreekt, zal de bewijslevering echter niet steeds eenvoudig zijn.
Ingeval een huis geheel of gedeeltelijk op naam wordt gezet van een ander dan degene die
de koopprijs betaalt, is waakzaamheid geboden. Bij eventuele scheiding, maar ook bij
overlijden, kunnen daardoor grote problemen ontstaan. Om dit te voorkomen moet men zich
door de (kandidaat-)notaris goed laten voorlichten.
Spaarhypotheek
Indien het huis wordt gefinancierd met behulp van een hypothecaire lening, behoort de
verschuldigde rente tot de kosten van de huishouding. Aflossingen komen voor rekening van
de eigenaren in verhouding tot ieders deel in de eigendom. Betaalt de een te veel aan
aflossing dan ontstaat een vergoedingsrecht jegens de ander.
Vaak behoeft op een hypothecaire lening of een deel daarvan niet periodiek te worden
afgelost. In plaats daarvan is dan doorgaans een spaarregeling getroffen. In plaats van
aflossingen betaalt men spaarpremies aan een verzekeringsmaatschappij. Gedurende de
looptijd van de lening (veelal dertig jaar) wordt dan een bedrag gespaard dat samen met de
(gefixeerde) beleggingswinst gelijk is aan het totale geleende bedrag. De premies zijn,
evenals aflossingen, fiscaal niet aftrekbaar maar de beleggingswinst is onder
omstandigheden vrij van inkomstenbelasting. Bij een spaarhypotheek wordt het risico van
voortijdig overlijden gedekt door een overlijdensrisicoverzekering.
Overlijdensrisicoverzekering
Een uitkering op grond van een overlijdensrisicoverzekering wordt met successierecht
belast indien voor de verkrijging iets aan het vermogen van de overledene is
onttrokken, zoals premies voor de verzekering. Om te voorkomen dat successierecht betaald
moet worden, dient er op te worden gelet:
Kosten van de huishouding
Doorgaans wordt overeengekomen dat partijen de kosten van de huishouding voor hun
rekening nemen naar evenredigheid van hun netto-inkomsten (uit arbeid). Veelal verdient
het aanbeveling te omschrijven wat als kosten van de huishouding wordt aangemerkt. Rente
(betreffende een woninghypotheek) en huur vallen daar zeker onder. Maar ook autokosten,
onroerende zaakbelasting en kosten van kinderopvang kunnen daaronder worden begrepen.
De en/of-rekening
Het aanhouden van een zogenaamde 'en/of-rekening is praktisch. Ten laste daarvan
kunnen bijv. de kosten van de huishouding worden betaald. Ingeval gekozen is voor een
verrekenbeding betreffende de inkomsten (uit arbeid), kan ieders inkomen op die rekening
worden gestort.
Het gebruik van een en/of-rekening betekent niet automatisch dat het tegoed aan ieder
van de partners voor de helft toekomt. Met en/of' wordt slechts aangeduid dat de
partners zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk over het tegoed kunnen beschikken. Het
tegoed komt in beginsel toe aan degene die het op de rekening gestort heeft of heeft laten
storten.
In de huwelijkse voorwaarden die een periodiek verrekenbeding inhouden, kan worden
bepaald dat hetgeen op de gezamenlijke rekening (zoals een en/of-rekening) staat, ook
toebehoort aan beiden, ieder voor de helft. De periodieke verrekening vindt op die wijze
automatisch plaats.
Tweede huwelijk
Voor wie in het huwelijk treedt en kinderen heeft uit een eerdere relatie, zal het
maken van huwelijkse voorwaarden vaak zeer wenselijk zijn. Zonder huwelijkse voorwaarden
ontstaat immers een gemeenschap van goederen. Dat kan voordelig zijn indien de partner
vermogender is. Het is echter nadelig ingeval de nieuwe partner minder vermogen bezit.
Daarbij moet u bedenken dat er geen garantie bestaat dat het door huwelijk verkregen
vermogen terugkeert naar de familie waar het vandaan kwam. Volgens de wet erven
echtgenoten van elkaar een kindsdeel, maar erven kinderen niet van hun stiefouder. Om dat
te bereiken moet de stiefouder een testament maken. Een testament kunt u altijd wijzigen
(herroepen). Hiermee vervalt het testament dat u al had gemaakt.
Pensioen
Eerder in deze brochure werd reeds gewezen op de Wet pensioenverevening bij
scheiding. Deze wet regelt de deling bij helften (de zogenaamde verevening) van het
tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Bij huwelijkse voorwaarden kan men van
die regeling afwijken, onder andere door ook het voor het huwelijk opgebouwde pensioen in
de verevening te betrekken. Ook kan worden afgezien van iedere verevening.
Aanbreng
Bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden kan ten aanzien van de al aanwezige
goederen onaantastbaar worden vastgelegd wat van wie is. De notaris zal daarom vragen of
partijen de aanbreng van ieder van hen gespecificeerd op een lijst willen vermelden. Van
alle op de lijst vermelde goederen staan vast wie de eigenaar is en kan daarover geen
geschil ontstaan.
Huwelijkse voorwaarden tijdens
het huwelijk
Tijdens het huwelijk kunnen huwelijkse voorwaarden worden gewijzigd of alsnog worden
aangegaan. Aangezien het een overeenkomst betreft, is de medewerking van beide partijen
nodig. Voor wijziging (opheffing) kan reden bestaan met het oog op de toekomstige heffing
van successierecht maar ook om (meer) evenwichtige economische verhoudingen tussen de
echtgenoten te creëren.
Voor het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk is de
goedkeuring van de rechtbank vereist, hetgeen kostenverhogend werkt. Indien men, nadat men
is geregistreerd als partners, met dezelfde partner wil trouwen en voor dat huwelijk
huwelijkse voorwaarden wil maken (danwel de eerder gemaakte partnerschapsvoorwaarden wil
wijzigen), is voor de huwelijkse voorwaarden goedkeuring van de rechtbank vereist. Als men
de eerder gemaakte partnerschapsvoorwaarden wil handhaven, dan is het niet nodig om ter
gelegenheid van het sluiten van het (opvolgend) huwelijk huwelijkse voorwaarden te maken.
De partnerschapsvoorwaarden blijven als huwelijkse voorwaarden van kracht.
Belastingen
Op het gebied van de inkomstenbelasting maakt het geen verschil of men al dan niet
huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt.
Voor de heffing van successierecht daarentegen is de aard van het
huwelijksvermogensregime van groot belang. Mede om deze reden wordt na het arbeidzame
leven vaak gekozen voor opheffing van de bestaande huwelijkse voorwaarden. Dan ontstaat er
een gemeenschap van goederen en komt het door de één opgebouwd vermogen aan beide
echtgenoten gelijkelijk toe, waardoor de helft buiten het erfrecht (en dus de heffing van
successierecht) blijft.
Kosten huwelijkse voorwaarden
Over het notarieel honorarium is omzetbelasting (BTW) verschuldigd. De huwelijkse
voorwaarden moeten worden ingeschreven bij de griffie van de rechtbank, hetgeen
griffierecht kost. Ook tijdens het huwelijk kunnen echtgenoten alsnog huwelijkse
voorwaarden maken. Door tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden te maken, verdelen de
echtgenoten het vermogen, waarbij iedere echtgenoot het recht heeft op de helft. De kosten
voor het maken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk zijn belangrijk hoger dan
voor het huwelijk. Oorzaak hiervan is onder andere dat een advocaat goedkeuring moet
aanvragen bij de rechtbank. Ook de verdeling van het gemeenschappelijke vermogen speelt
een rol. De (kandidaat-)notaris kan u een kostenopgave verstrekken. Voor meer informatie
zie de informatiekaart Notariskosten die op ieder notariskantoor verkrijgbaar
is.
Colofon
Mei 2002
Uitgave: Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, Postbus 16020, 2500 BA Den Haag.
Druk: Den Haag Offset B.V., Rijswijk
Ontwerp: FCB/BK&P, Amstelveen
Met algemene notariële vragen kunt u ook terecht bij de Notaristelefoon: iedere werkdag
van 09.00 tot 14.00 uur, 0900-3469393 (Euro 0,25 per minuut).
Voor algemene notariële informatie kunt u ook terecht op de homepage van het notariaat op
internet: www.notaris.nl.
Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze brochure, aanvaardt de
Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of
onjuistheid, noch voor de gevolgen daarvan.
contact opnemen met 0900 - ADVOCATEN.
(0900-238 62 28 - 80ct/m)
U kunt ook per email aan vraag stellen door hier te
klikken. U ontvangt binnen enkele werkdagen een degelijk antwoord van een advocaat.