Het geregistreerd partnerschap is - net als het huwelijk - een wettelijk
geregelde en erkende samenlevingsvorm. Het is bedoeld voor mensen die niet willen trouwen,
maar hun verbintenis wel formeel willen maken. Zowel een man en een vrouw, als twee mannen
of twee vrouwen kunnen in Nederland een geregistreerd partnerschap aangaan. Het
geregistreerd partnerschap en het huwelijk zijn gelijkwaardig. Ook de gevolgen zijn
vrijwel gelijk. Maar in de familierechtelijke relatie met kinderen is er wel een
belangrijk verschil.
In deze brochure vindt u informatie over onder meer de voorwaarden en regels voor het
aangaan van het geregistreerd partnerschap, de rechten en plichten van de partners, de
familierechtelijke banden met kinderen, de beëindiging van de samenlevingsvorm en de
rechten en plichten na beëindiging.
Ook geeft deze brochure u informatie over de wetswijziging die op 1 januari 2002 is
ingegaan. Vanaf deze datum verkrijgen geregistreerde partners automatisch samen het gezag
over de kinderen die geboren worden tijdens het geregistreerd partnerschap, mits er
voldaan is aan de geldende voorwaarden.
Geregistreerd
partnerschap, huwelijk, samenlevingscontract
Wie zijn relatie met zijn of haar partner formeel wil regelen, heeft hiervoor drie
mogelijkheden: het burgerlijk huwelijk, het geregistreerd partnerschap en een
samenlevingscontract. Al deze vormen van samenleven zijn toegankelijk voor paren van
gelijk en verschillend geslacht.
Het geregistreerd partnerschap en huwelijk zijn gelijkwaardig. De gevolgen zijn vrijwel
gelijk. In de familierechtelijke betrekkingen met kinderen is er wel een belangrijk
verschil.
Het (notarieel) samenlevingscontact is iets heel anders dan het geregistreerd
partnerschap en het huwelijk. Bij het geregistreerd partnerschap of huwelijk liggen de
rechten en plichten voor een groot deel vast in de wet, bij het samenlevingscontract is
dit niet zo. Het contract regelt alleen wat de twee partijen zelf afspreken. De
wederzijdse onderhoudsplicht is hiervan een goed voorbeeld. Deze geldt automatisch bij het
geregistreerd partnerschap en het huwelijk. Bij een samenlevingscontract beslissen de twee
partijen zelf of zij hierover iets willen afspreken. Een ander voorbeeld van een
belangrijk verschil is dat in een geregistreerd partnerschap en huwelijk alle bezittingen
en schulden in beginsel gemeenschappelijk zijn. Wie dit niet wil, moet daarvoor bij de
notaris een andere regeling treffen. Die regeling kennen we ook wel als
partnerschapsvoorwaarden of huwelijkse voorwaarden. Voor samenwonenden is de situatie
precies andersom. In beginsel zijn het vermogen en de bezittingen van samenwonenden niet
gemeenschappelijk. Door een samenlevingscontract kan wel een vorm van
gemeenschappelijkheid ontstaan.
Fr zijn meer belangrijke verschillen tussen het samenlevingscontract aan de ene kant en
het huwelijk en geregistreerd partnerschap aan de andere kant. Meer informatie hierover
vindt u in de brochure: "Trouwen, geregistreerd partnerschap en samenwonen".
Deze brochure
Deze brochure gaat over het geregistreerd partnerschap. U krijgt informatie over de
voorwaarden en formaliteiten voor het aangaan en sluiten, de rechten en plichten en
situaties waarin de verbintenis ophoudt te bestaan. Nogmaals, deze regels zijn voor het
huwelijk grotendeels gelijk of van gelijke strekking. Als er belangrijke verschillen zijn,
wordt dit aangegeven.
Wat is geregistreerd partnerschap
Hiervoor zijn al enkele belangrijke kenmerken genoemd. Bij geregistreerd partnerschap
gaat het om:
- een vorm van samenleven;
- die wettelijk is geregeld;
- voor twee mensen van gelijk of verschillend geslacht;
- die formeel wordt geregistreerd;
- en vrijwel dezelfde gevolgen heeft als het huwelijk, uitgezonderd de familierechtelijke
betrekkingen met kinderen.
Voorwaarden
Als twee mensen een geregistreerd partnerschap willen aangaan, kunnen zij dit dan
altijd en in alle gevallen doen? Nee, voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap
geldt - net als bij het huwelijk - een aantal voorwaarden:
Met een persoon
Iemand die een geregistreerd partnerschap wil aangaan, kan dit maar met één persoon
tegelijkertijd doen.
Niet getrouwd
Iemand die een geregistreerd partnerschap wil aangaan, mag niet tegelijkertijd getrouwd
of al geregistreerd partner zijn.
Meerderjarig
De aanstaande partners moeten 18 jaar of ouder zijn. Er zijn op grond van gewichtige
redenen uitzonderingen mogelijk. De minister van Justitie beslist daarover. Een
minderjarige die een registratie wil aangaan, heeft ook toestemming nodig van zijn ouders
of voogd. Als die geen toestemming (kunnen) geven, kan de minderjarige de kantonrechter om
toestemming vragen.
Curatele
Iemand die onder curatele staat wegens verkwisting of drankmisbruik heeft toestemming
van de curator nodig voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap. En als de
curator geen toestemming geeft? Dan geldt hetzelfde als bij de minderjarige. Degene die
onder curatele staat kan de kantonrechter om toestemming vragen. Staat iemand onder
curatele vanwege een geestelijke stoornis, dan is altijd toestemming van de kantonrechter
nodig.
Geen bloedverwantschap
Ouders en kinderen, grootouders en kleinkinderen, broers en zusters mogen geen
geregistreerd partnerschap met elkaar aangaan. Als broer en zuster bloedverwant zijn door
adoptie, kan de minister van Justitie voor hen het verbod opheffen.
Buitenlandse partner(s) of partner(s) in het buitenland
Wanneer één of beide partners niet de Nederlandse nationaliteit hebben of niet in
Nederland wonen, gelden de volgende regels:
- Partners die geen van beiden de Nederlandse nationaliteit hebben én die beiden in het
buitenland wonen, kunnen in Nederland geen geregistreerd partnerschap aangaan.
- Partners die geen van beiden de Nederlandse nationaliteit hebben, kunnen in Nederland
een geregistreerd partnerschap aangaan als ten minste één van hen in Nederland woont.
- Partners die beiden buiten Nederland wonen, kunnen in Nederland een geregistreerd
partnerschap aangaan als ten minste één van hen de Nederlandse nationaliteit bezit.
- Partners die beiden in Nederland wonen kunnen in Nederland een geregistreerd
partnerschap aangaan, ook als geen van beiden de Nederlandse nationaliteit heeft.
Als ten minste één van de partners in Nederland woont of de Nederlandse nationaliteit
heeft, wordt de vraag of de partners met elkaar een geregistreerd partnerschap mogen
aangaan, beoordeeld naar het Nederlandse recht. Mogen de partners volgens de Nederlandse
regels een partnerschap aangaan, dan kunnen zij dit doen, ook al staat het recht van het
land van de niet-Nederlandse partner(s) dit niet toe.
Verblijfstitel
Niet-Nederlanders die een geregistreerd partnerschap willen aangaan moeten een
rechtsgeldige verblijfstitel hebben. Wanneer de niet Nederlandse partner geen
verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft, moet hij in de meeste gevallen een
verklaring overleggen van de vreemdelingenpolitie over zijn verblijfsrechtelijke positie.
Deze voorwaarde is gesteld om te voorkomen dat mensen een (schijn-)geregistreerd
partnerschap aangaan om een verblijfstitel te krijgen.
Hiermee zijn de voorwaarden voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap in het
kort behandeld. Ook voor de registratie zelf gelden voorwaarden en regels.
Hoe komt het geregistreerd
partnerschap tot stand
Aangifte
Twee mensen die een geregistreerd partnerschap willen aangaan, doen hiervan aangifte,
net als bij het huwelijk. Zij moeten daarbij stukken overleggen waaruit blijkt dat zij
voldoen aan de voorwaarden voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap. Welke
stukken dit zijn, is afhankelijk van de situatie. Naast een afschrift van de geboorteakte
kunnen dit bijvoorbeeld een bewijs van beëindiging van een vorig huwelijk of
geregistreerd partnerschap, een akte van toestemming of een (voorlopige)
verblijfsvergunning zijn. De aangifte vindt plaats bij de ambtenaar van de burgerlijke
stand in de woonplaats van een van beide partners. Zij kunnen dan ook meedelen dat zij
zich in een andere gemeente willen laten registreren dan waar zij wonen.
Wachttijd
Van de aangifte wordt een akte opgemaakt. De registratie kan op zijn vroegst
plaatsvinden twee weken na de datum van de akte van aangifte.
Getuigen
Net als bij het huwelijk, is bij de registratie de aanwezigheid van getuigen verplicht.
Dit zijn er minimaal twee en maximaal vier. Hun namen en adressen moeten worden opgegeven
bij de aangifte.
Ja-woord
De aanstaande partners maken hun verbintenis voor de wet officieel door het afleggen
van een verklaring. Zij leggen deze verklaring af ten overstaan van de ambtenaar van de
burgerlijke stand. Bij het huwelijk ligt de vorm van deze verklaring - die we kennen als
het ja-woord - vast. Bij een geregistreerd partnerschap niet. De partners moeten in ieder
geval hun instemming met de registratie tot uitdrukking brengen.
Akte
Van de registratie wordt een akte opgemaakt. Na het afleggen van de verklaring
ondertekent de ambtenaar van de burgerlijke stand deze akte van registratie. Ook de
partners en getuigen ondertekenen de akte.
Kosten
In principe kost de sluiting van een geregistreerd partnerschap ongeveer hetzelfde als
de sluiting van een huwelijk. Elke gemeente biedt echter - net als voor het huwelijk -op
vaste tijden in de week een mogelijkheid tot het gratis aangaan van een geregistreerd
partnerschap.
Rechten en plichten
Het geregistreerd partnerschap heeft zo veel mogelijk dezelfde gevolgen als het
huwelijk. Wat betekent dit in termen van rechten en plichten?
Onderhoudsplicht
De geregistreerde partners hebben een onderhoudsplicht jegens elkaar. Zij zijn
verplicht binnen hun mogelijkheden in elkaars levensonderhoud te voorzien. Zij dragen in
beginsel ook samen de kosten van de huishouding.
Gemeenschap van goederen
Bij een geregistreerd partnerschap zijn in beginsel alle bezittingen en schulden
gemeenschappelijk. Het is - net als bij het huwelijk - mogelijk hiervan af te wijken. De
partners kunnen vóór of tijdens het geregistreerd partnerschap een andere regeling
treffen. Zon regeling moet worden vastgelegd bij de notaris.
Pensioen
Iedereen die deelneemt in een pensioenregeling bouwt rechten op voor een ouderdoms- en
een nabestaandenpensioen. Voor het ouderdomspensioen geldt: de rechten die zijn opgebouwd
tijdens het geregistreerd partnerschap moeten bij het uiteengaan worden verdeeld. Ook hier
kunnen de partners overigens een eigen regeling treffen. Het nabestaandenpensioen komt toe
aan de langstlevende partner. De hoogte van dit pensioen hangt af van de pensioenregeling
van de overleden partner.
Rechtshandelingen
Geregistreerde partners hebben voor het aangaan van verplichtingen of het nemen van
beslissingen in een aantal gevallen elkaars toestemming nodig. Voorbeelden hiervan zijn
het verkopen van de gemeenschappelijk bewoonde woning en het sluiten van een koop op
afbetaling.
Nalatenschap
Geregistreerde partners zijn elkaars wettelijke erfgenaam. Bij overlijden van een van
de partners kan de gehele nalatenschap toekomen aan de andere partner. Indien er kinderen
zijn, moeten zij hiervoor nog wel - net als gehuwden - een testament maken. Ook de
regeling voor het successierecht is hetzelfde als bij gehuwden. Successierecht is de
belasting die iemand betaalt over het geërfde vermogen.
Aanverwantschap
Door registratie ontstaat aanverwantschap. De familieleden van de ene partner worden
aangetrouwde familie van de andere partner. De aanverwanten hebben bepaalde
rechten. Zo hoeven zij in een rechtszaak in bepaalde gevallen niet tegen de aanverwante
partner te getuigen.
De opsomming hiervoor is niet volledig. Er zijn veel meer gebieden waar de gevolgen van
het geregistreerd partnerschap gelijk zijn aan die van het huwelijk. Voorbeelden zijn de
belasting en de sociale zekerheid.
Familierechtelijke betrekkingen met
kinderen
Een belangrijk punt van verschil tussen het geregistreerd partnerschap en het huwelijk
betreft de familierechtelijke betrekkingen met kinderen. Als een vrouw en een man met
elkaar trouwen en in dit huwelijk wordt een kind geboren, dan zijn zij van rechtswege de
ouders van het kind*). De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder. En de
echtgenoot van de moeder wordt door de wet beschouwd als de vader. Door het huwelijk
ontstaan tussen de echtgenoten en het kind alle familierechtelijke banden. Met alle
rechten en plichten van dien. Het bestaan van familierechtelijke banden tussen ouder en
kind heeft gevolgen voor onder meer de achternaam van het kind, het gezag, het
omgangsrecht, de nationaliteit en het erfrecht.
* Met ouder bedoelen we in deze brochure de moeder en de vader volgens de wet. In het
dagelijks spraakgebruik bedoelen we met ouders meestal de biologische moeder en vader; dat
zijn niet altijd de ouders in de zin van de wet.
Erkenning
Bij een geregistreerde partnerschap ontstaan door de geboorte van een kind alleen
familierechtelijke betrekkingen tussen moeder en kind. Om familierechtelijke betrekkingen
met de mannelijke partner van de moeder tot stand te brengen, moet hij het kind erkennen.
Pas dan is hij vader in de zin van de wet. De man kan het kind al erkennen voordat het
wordt geboren. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt dan een akte van erkenning op.
Erkenning kan ook plaatsvinden bij de notaris met een notariële akte. Vindt erkenning
niet vóór de geboorte plaats, dan kan de man het kind bij de geboorte-aangifte erkennen,
of op een later moment. Ook dit gebeurt meestal bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Ouderlijk gezag van de vader
De ouders die het gezag over een kind hebben zijn verantwoordelijk voor de verzorging
en opvoeding van het kind. Tot 1 januari 2002 leidde erkenning van het kind niet
automatisch tot ouderlijk gezag van de vader over een kind dat binnen het geregistreerd
partnerschap geboren was. Tot deze datum was het nodig dat de geregistreerde partners
hiervoor een verzoek indienden bij de griffie van het kantongerecht. Op 1 januari 2002 is
dit veranderd voor geregistreerde partners. Dan verkrijgt de vader automatisch (van
rechtswege) het ouderlijk gezag.
Gezamenlijk gezag ouder en niet-ouder
Een ouder kan ook samen met een niet-ouder het gezamenlijk gezag over kinderen
uitoefenen. Tot 1 januari 2002 was hiervoor altijd een beslissing van de rechter nodig. Op
1 januari 2002 is dit voor bepaalde gevallen veranderd. De moeder van het kind en haar
geregistreerde partner (die niet zelfde ouder van het kind is) verkrijgen dan samen
automatisch het gezag over een kind dat tijdens het geregistreerd partnerschap geboren
wordt. Er geldt wel een belangrijke voorwaarde. Deze voorwaarde is dat er geen andere
juridische ouder (vader) is. Het gaat hierbij in de praktijk vooral om de situaties waarin
de moeder een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een vrouw en zij het kind krijgt
door een anonieme donorinseminatie. Ook kan het gaan om situaties waarin de vrouw een
geregistreerd partnerschap is aangegaan met een man en de man het kind niet heeft erkend.
Voor de gevallen waarbij een derde partij (andere ouder) betrokken is, blijft altijd een
beslissing van de rechter nodig over het gezamenlijk gezag.
Door het verkrijgen van het gezamenlijk gezag over een kind door een ouder samen met
een niet-ouder, verkrijgt de niet-ouder (de partner van de moeder) wel het gezag over het
kind, maar er komen geen familierechtelijke banden tot stand tussen de partner en het
kind. De partner van de moeder is niet de juridische ouder van het kind.
Familierechtelijke banden kunnen er wel komen door adoptie van het kind of door erkenning
van het kind door de mannelijke partner.
In deze brochure gaan we niet verder in op gezamenlijk gezag en adoptie. U kunt
hiervoor de brochures "Gezag, omgang en informatie" en "Adoptie van een
kind in Nederland" raadplegen. link
Omzetting van
geregistreerd partnerschap en huwelijk
Een geregistreerd partnerschap kan worden omgezet in een huwelijk. De ambtenaar van de
burgerlijke stand moet hiervoor een akte van omzetting opmaken. De akte van omzetting
wordt opgenomen in het register van huwelijken. Door de omzetting eindigt het
geregistreerd partnerschap en is het huwelijk een feit. Andersom kan een huwelijk op
dezelfde wijze worden omgezet in een geregistreerd partnerschap. De akte van omzetting
wordt dan opgenomen in het register van geregistreerde partnerschappen. De omzetting kan
alleen plaatsvinden in de eigen woonplaats.
De kosten van de omzetting zijn afhankelijk van de te overleggen stukken en de mate
waarin de partners aan de omzetting een ceremonieel karakter wensen te geven. Dit kan per
gemeente verschillen.
Gevolgen omzetting
Een omzetting heeft in principe geen gevolgen voor de bestaande situatie. Stel, twee
mensen hebben een geregistreerd partnerschap, zij voeden samen een kind op én zij hebben
samen het gezag over dit kind. Als zij hun partnerschap nu laten omzetten in een huwelijk
verandert daar niets aan. Of stel dat zij hun partnerschap zijn aangegaan in gemeenschap
van goederen. Ook hier verandert een omzetting dan niets aan. In internationale situaties
-buitenlandse partner(s) of partner(s) in het buitenland- kan dit laatste echter anders
zijn.
Buitenlandse partner(s) of partner(s) in het buitenland
Wanneer één of beide partners niet de Nederlandse nationaliteit heeft of niet in
Nederland woont, gelden bij een omzetting de regels en voorwaarden zoals beschreven in het
hoofdstuk Voorwaarden. Daarnaast gelden voor de omzetting dezelfde regels en
voorwaarden zoals hierboven gegeven. Ook een huwelijk of geregistreerd partnerschap dat in
het buitenland is aangegaan, kan omgezet worden. Dit huwelijk of geregistreerd
partnerschap moet dan wel in Nederland worden erkend.
Huwelijksvermogensrecht
Wanneer één of beide partners niet de Nederlandse nationaliteit hebben of niet in
Nederland wonen, kan de omzetting met zich meebrengen dat een ander rechtsstelsel van
toepassing wordt op de vermogensrechtelijke betrekkingen van de partners dan tevoren. Zo
kan een gemeenschap van goederen ontstaan, terwijl de vermogens van de partners tevoren
gescheiden waren, of omgekeerd. De verandering kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de
aansprakelijkheid voor schulden en voor de manier waarop het vermogen (bezittingen en
schulden) wordt verdeeld na scheiding of overlijden.
Het is daarom van belang dat u een notaris raadpleegt voordat de omzetting plaats
vindt. Hij zal u kunnen adviseren over de vraag of het wenselijk is huwelijkse voorwaarden
of partnerschapsvoorwaarden te maken en of een bepaald recht als toepasselijk is aan te
wijzen. Meer informatie vindt u in de brochure "Huwelijksvermogensrecht en het Haags
Verdrag".
Wanneer eindigt het
geregistreerd partnerschap
Het geregistreerd partnerschap eindigt bij overlijden. Daarnaast kan het geregistreerd
partnerschap eindigen doordat een van de partners of beide partners de registratie
ongedaan willen maken. Dit kan met onderling goedvinden buiten de rechter om of door
beëindiging via een uitspraak van de rechter.
Wederzijds goedvinden
Als de partners het daarover eens zijn, kunnen zij het geregistreerd partnerschap
beëindigen zonder tussenkomst van de rechter. Het wederzijds goedvinden moet
wel aantoonbaar en goed geregeld zijn. Daarom zijn de partners verplicht een overeenkomst
op te stellen. In die overeenkomst moet in elk geval staan dat het geregistreerd
partnerschap duurzaam is ontwricht en dat de partners om die reden de registratie ongedaan
willen maken. Verder moeten in zon overeenkomst afspraken staan over belangrijke
zaken als de verdeling van bezittingen (en schulden), alimentatie, woonruimte en de
verrekening of verevening van pensioenrechten. De overeenkomst moet tot stand komen met
hulp van een advocaat of notaris. Deze geeft aan de burgerlijke stand de verklaring af dat
de overeenkomst tot beëindiging is gesloten. De verklaring is ondertekend door de
advocaat of notaris en door de partners. Inschrijving van deze verklaring bij de
burgerlijke stand moet plaatsvinden binnen drie maanden na het sluiten van de
overeenkomst. Pas door deze inschrijving eindigt het geregistreerd partnerschap.
Beëindiging door de rechter
De beëindiging van het geregistreerd partnerschap via de rechter is gelijk aan een
scheidingsprocedure bij het huwelijk. Het verzoek aan de rechter tot beëindiging kan door
één van de partners worden gedaan. De beslissing van de rechter wordt ingeschreven in
het register van de burgerlijke stand. Pas door deze inschrijving eindigt het
geregistreerd partnerschap. Voor meer informatie kunt u de brochure "U gaat
scheiden" raadplegen.
Rechten en plichten van ex-partners
Het geregistreerd partnerschap schept ook rechten en plichten voor de situatie die
ontstaat na beëindiging.
Alimentatie
Als het geregistreerd partnerschap eindigt, heeft de financieel draagkrachtige partner
een alimentatieplicht ten opzichte van de andere partner. Afspraken hierover staan in de
overeenkomst voor beëindiging of worden gemaakt bij de rechter.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in de brochure "Alimentatie".
Pensioen
De verevening van de pensioenrechten vindt plaats volgens de Wet verevening
pensioenrechten bij scheiding. Over de toepassing van deze wet is een aparte brochure
verschenen. Voor meer informatie kunt u de brochure "Verdeling van ouderdomspensioen
bij scheiding" raadplegen.
Boedelscheiding
Net als na een echtscheiding moet ook na een beëindiging van het geregistreerd
partnerschap de boedel verdeeld worden.
Hebt u vragen of wilt u meer
informatie
Andere brochures
Over de volgende onderwerpen zijn brochures verkrijgbaar: links
Aan de inhoud van deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend.
contact opnemen met 0900 - ADVOCATEN.
(0900-238 62 28 - 80ct/m)
U kunt ook per email aan vraag stellen door hier te
klikken. U ontvangt binnen enkele werkdagen een degelijk antwoord van een advocaat.