Mensen met schulden nog niet optimaal beschermd

Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financiële positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.

Een wet die mensen in de schuldhulpverlening iets meer ademruimte moet geven, is vertraagd. De wet zou in eerste instantie op 1 januari 2019 ingaan

Personen met schuldeisers mogen altijd een bedrag houden om van rond te komen. Dat is de zogenoemde beslagvrije voet waar geen beslag op mag worden gelegd. De wet regelt dat die beslagvrije voet automatisch kan worden vastgesteld. Maar dat vereist ook een geautomatiseerde uitwisseling van gegevens tussen de betrokken instanties en dat lukt nog niet.

Voorkomen extra problemen
Met de wet moet vermeden worden dat mensen met schulden extra in de problemen komen. Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financiële positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.

Politiek zoekt naar oplossing
Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) zoekt naarstig naar een oplossing, maar kan niet zeggen wanneer de “ingewikkelde” wet wel in werking kan treden. Ze wil begin volgend jaar met tijdelijke maatregelen komen voor de groep die het betreft.

Nieuwe wet om rechters makkelijker te berispen of straffen

De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag te berispen of te bestraffen worden verruimd. De Rechtspraak pleit al langer voor zo’n wijziging en adviseerde eerder positief over het wetsvoorstel. De rechterlijke organisatie kan op dit moment maar zeer beperkt maatregelen treffen als rechters ongeoorloofd gedrag vertonen.

Toen eerder de Tweede Kamer instemde met het wetsvoorstel, reageerde Kees Sterk (vicevoorzitter van de Raad voor de rechtspraak) tevreden. Sterk: ‘Het voorstel komt voor een belangrijk deel overeen met voorstellen die de Rechtspraak eerder zelf deed. Op dit moment kunnen we geen maatwerk bieden als een rechter zich ongepast gedraagt. We kunnen óf een schriftelijke waarschuwing geven, of een ontslagprocedure starten bij de Hoge Raad. Een vrij lichte straf en een hele zware straf dus. Dat is echt te beperkt.’ Met het instemmen van de Eerste Kamer wordt de wet nu aangepast en komen hier onder andere de mogelijkheid om te berispen of te schorsen bij.

Rechters zien steeds meer voornaamswijzigingen

Dat mensen dan in therapie zijn, er een vervelende gebeurtenis of relatie naar boven komt en zij naar aanleiding daarvan graag hun voornaam willen veranderen. Een voornaam en een verzoek tot wijziging daarvan is vooral iets heel persoonlijks, dat zie ik veel terug in de motivaties. Je draagt het dan ook de rest van je leven met je mee.’

Steeds meer mensen veranderen hun voornaam. Werden in 2015 bij de rechtbank nog 503 namen gewijzigd, in 2016 en 2017 steeg dat al naar 583 en 576 en voor dit jaar wordt eenzelfde aantal verwacht. Een duidelijke verklaring voor de stijging is er niet, maar je voornaam veranderen gaat niet zomaar. Daar heb je altijd een advocaat voor nodig die een verzoekschrift indient bij de rechtbank. Civiel rechter Jan Kloosterhuis van rechtbank Amsterdam legt uit hoe dat werkt: ‘Als rechter wil ik vooral graag weten welke motivatie iemand heeft om de voornaam te veranderen.

Waarom moet je naar de rechtbank om je voornaam te veranderen?

‘Omdat de wet dat voorschrijft. Dat staat in artikel 4 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, om precies te zijn. Maar verder kan ik me daarbij voorstellen dat het niet te eenvoudig moet zijn om je naam te kunnen veranderen. Hoe minder wijziging in de registers van de burgerlijke stand, hoe beter is de gedachte. Net als dat je aangifte moet doen bij de gemeente bij de geboorte van een kind, is het aan een rechter te besluiten of een voornaamswijziging kan doorgaan. Als je echt je naam wil veranderen, moet je een advocaat in de arm nemen. Die dient een verzoekschrift in bij de rechtbank en dat wordt doorgestuurd naar de rechter ter beoordeling.’

Aan welke voorwaarden moet een voornaamwijziging voldoen?

‘Er is heel erg veel mogelijk bij een voornaamswijziging. Maar het belangrijkste is dat iemand echt een goed verhaal heeft om zijn of haar naam te veranderen. Het is niet zo dat ik verzoeken krijg van mensen die vreemde of extreme namen willen. Wel zie ik mensen die een bijnaam hebben, of met een andere naam dan hun voornaam bekend zijn bij familie of vrienden en het dan ook maar willen laten aanpassen. Wat zeker niet de bedoeling is dat iemand bijvoorbeeld de voornaam laat veranderen in iets dat ook een achternaam kan zijn. Janssen of zoiets. Een naam als Thomas kan weer wel, omdat het ook een gebruikelijke voornaam is. Verder mag het niet om een ongepaste naam gaan. Ook dat schrijft de wet voor.’

Wat voor redenen geven mensen om hun voornaam te veranderen?

‘Dat is erg verschillend. Er is ook niet één bepaalde groep die er uit springt. Verzoeken komen uit alle lagen van de bevolking. Soms herinnert een naam iemand aan een vervelende familiegeschiedenis of iets dergelijks, dat zie ik voorkomen. Dat mensen dan in therapie zijn, er een vervelende gebeurtenis of relatie naar boven komt en zij naar aanleiding daarvan graag hun voornaam willen veranderen. Een voornaam en een verzoek tot wijziging daarvan is vooral iets heel persoonlijks, dat zie ik veel terug in de motivaties. Je draagt het dan ook de rest van je leven met je mee.’

Wanneer kan een wijziging echt niet doorgaan?

‘Dat heb ik in alle zaken die ik heb gedaan maar één keer bijna meegemaakt. Toen heb ik een verzoeker op zitting langs laten komen (meestal handelen we een dergelijke zaak schriftelijk af), omdat in het verzoekschrift als motivatie maar één hele abstracte regel stond voor het aanpassen van de voornaam. Dat was te weinig. Ik begreep gewoon niet wat nu de reden was dat de voornaam moest worden gewijzigd. Uiteindelijk bleek het te gaan om een persoon die wel een goed persoonlijk verhaal bleek te hebben, maar dat stond dus niet goed in het verzoekschrift. Ook die voornaam is toen aangepast.’                            

bron: rechtspraak.nl

Lees hier meer over de naamswijziging

Hoe voorkom je als zzp’er dat iedereen je adres en telefoonnummer googlet

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn.

De Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat de Kamer van Koophandel mogelijk de wet overtreedt door adverteerders inzage te bieden in het handelsregister. De organisaties gaan daarover in gesprek, en dat kan goed nieuws zijn voor ondernemers. Die hebben nu maar weinig middelen om hun privacy te beschermen.

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn. Op internet, maar ook in allerlei bestanden die de Kamer van Koophandel aan commerciële partijen doorverkoopt.

Ondernemers krijgen daardoor te maken met een stroom aan post en telefoontjes van energieleveranciers, internetaanbieders en andere bedrijven iets te verkopen hebben.

Vooral voor zzp’ers die vanuit huis werken is de verkoop van data vervelend. Het vestigingsadres van hun bedrijf is in het handelsregister hetzelfde als hun privéadres. Ze krijgen dus thuis te maken met telefoontjes, post en verkoop van deur tot deur.

De privacy van deze ondernemers is er ook niet bij gebaat. Wie via Google op hun bedrijfsnaam zoekt, vindt gemakkelijk hun privéadres. Dat kan tot nare situaties leiden.

De Kamer van Koophandel geeft zelf een aantal tips om je privacy te waarborgen. Zo kun je bij de organisatie de zogenoemde non-mailing indicator inschakelen. Als je dat doet, wordt je adres in ieder geval niet opgenomen in Google Maps en zou je geen last meer moeten hebben van ongewenste post en telefoontjes.

Het helpt ook om in je bedrijfsnaam geen verwijzing te maken naar je eigen naam. Als je Sjaak de Vries heet, denk dan twee keer na voordat je je bedrijf Sjaak de Vries IT Services noemt.

Dreiging

Ook bestaat de mogelijkheid om je privéadres af te schermen. Dan moet je wel aan strikte voorwaarden voldoen: er moet sprake zijn van een waarschijnlijke dreiging, je privéadres moet niet te achterhalen zijn via een andere inschrijving in het handelsregister, je telefoonnummer is niet openbaar en je adres heeft in de gemeentelijke basisadministratie het label ‘geheim’.

Deze ambtelijke molen is trouwens zinloos als je vanuit huis werkt, waarschuwt de Kamer van Koophandel:
“Als uw privé- en vestigingsadres gelijk zijn, heeft het weinig nut om uw privéadres af te schermen. Uw vestigingsadres blijft namelijk zichtbaar en is gemakkelijk te achterhalen als uw privéadres. De enige optie die u dan hebt is om uw bedrijf op een ander zakelijk adres te registreren en daarna uw privéadres af te schermen.”

Virtueel kantoor

Er bestaat nog wel zoiets als een ‘virtueel kantoor’. Dat is een plek, vaak een bedrijfsverzamelgebouw, waar je voor een paar tientjes per maand een zakelijk adres kunt huren om je mee in te schrijven in het handelsregister. Op internet zijn er veel bedrijven die zo’n zakelijk adres aanbieden, maar let op: van de Kamer van Koophandel mag deze constructie helemaal niet.

“Als u een bureau of kantoor voor bijvoorbeeld twee uur per week huurt, dan voldoet u niet aan de eis en registreren wij het niet als bezoekadres. Dit geldt ook voor de huur van zogenaamde virtuele kantoorruimte. In deze gevallen wordt uw privéadres als bezoekadres ingeschreven. Als correspondentieadres mag u het adres van het bedrijfsverzamelgebouw wel gebruiken”, staat op de site van de organisatie.

Met andere woorden: je kunt niet anders dan een écht kantoor of een werkruimte huren als je je privéadres buiten de openbaarheid wil houden. Voor ondernemers hangt aan privacy voorlopig dus een prijskaartje.

Bron: NOS                                            

Het regeerakkoord en de mogelijke arbeidsrechtelijke gevolgen

In het regeerakkoord worden op arbeidsrechtelijk gebied een aantal maatregelen voorgesteld. Een aantal hiervan treft u hieronder aan. De maximale ketenlengte van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur wordt weer 3 in plaats van 2 jaar. De ketenregeling zal niet meer van toepassing zijn op invalkrachten in het (primair) onderwijs indien deze een docent wegens ziekte vervangen. Daarnaast kan de periode van 6 maanden, die tussen arbeidsovereenkomsten moet zijn gelegen om geen onderdeel van de keten te zijn, verkort worden in het geval dat het terugkerende tijdelijke werkzaamheden betreft, mits deze maximaal voor de duur van 9 maanden worden uitgevoerd

De proeftijd voor tijdelijke contracten langer dan 2 jaar, wordt 3 maanden. In geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bedraagt deze maximaal 5 maanden.

Nu is het zo dat een werknemer pas na een arbeidsovereenkomst van 2 jaar of langer aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Het is de bedoeling dat deze aanspraak direct vanaf het moment van aanvang van de arbeidsovereenkomst ontstaat. De wijze van berekening wijzigt eveneens en dat is dat wordt berekend uitgaande van 1/3 maandsalaris per dienstjaar. Daarbij geldt dat kosten van scholing, die gericht zijn op (interne) herplaatsing daarop in mindering mogen worden gebracht. De overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers, zijnde werkgevers met minder dan 25 werknemers die voldoen aan de door het UWV gestelde vereisten om daarvoor in aanmerking te komen, blijft gelden en het is de bedoeling dat de vereisten om daarvoor in aanmerking te komen worden versoepeld. Voorts wil men dat werkgevers worden gecompenseerd voor transitievergoedingen, die men in het kader van een bedrijfsbeëindiging of na 2 jaar ziekte van een werknemer zijn verschuldigd.

Voor dergelijke kleine werkgevers wordt de loon(door)betalingsverplichting bij ziekte verkorte van 2 naar 1 jaar. Het UWV zal de loonkosten, evenals bepaalde re-integratieverplichtingen, het 2e jaar overnemen. Hiermee wordt voor de werkgever het risico van een loonsanctie ter zake het zogeheten 2e spoor traject voorkomen. Verder wil men de mogelijkheid scheppen om aangaande de re-integratie vooraf een oordeel te vragen over de route die men ter zake wil inzetten.

Het moet (weer) mogelijk worden om meerdere ontslaggronden dan 1 aan te voeren, waarbij de rechter, naast de transitievergoeding, een extra vergoeding kan toekennen ter hoogte van maximaal 50% van de transitievergoeding.

Voornoemde maatregelen zijn voor werkgevers niet ongunstig. Wel is het natuurlijk de vraag wat er uiteindelijk daadwerkelijk door zal gaan. Het arbeidsrecht blijft in ieder geval in beweging.

Bron: Actuele Artikelen                                                  

Eerste Kamer verwerpt wet langere naturalisatietermijn

De termijn die buitenlanders moeten afwachten om Nederlander te kunnen worden, blijft vijf jaar. De Eerste Kamer heeft een wetsvoorstel om de termijn te verlengen met een zeer kleine meerderheid verworpen. In de senaat stemden alleen VVD, CDA, PVV en SGP voor.

Mensen moeten vijf jaar in Nederland wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Het kabinet wilde daar zeven jaar van maken. Het idee daarachter was dat mensen dan beter geïntegreerd zouden zijn op het moment dat ze Nederlander worden.

50Plus

De Tweede Kamer ging vorig jaar met een grote meerderheid met het voorstel akkoord, maar de Eerste Kamer was veel minder enthousiast.

Vorige week werd al duidelijk dat regeringspartij PvdA in de senaat de aanpassing niet zou steunen.

Uiteindelijk gaf de tegenstem van 50Plus de doorslag. 50Plus-senator Nagel hekelde vooral een ander onderdeel van de wet. Daardoor zouden buitenlandse partners van Nederlanders in het buitenland eerst drie jaar in Nederland moeten wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Nagel zei dat hij honderden protesten uit het buitenland heeft gekregen en dat die niet kunnen worden genegeerd.

Bron: nos                                         

Advocaten.nl introduceert de Advocaten chatbox

Chat direct met een advocaat

Rechtzoekenden zoeken steeds vaker ad hoc juridisch advies, zonder een advocaat te bezoeken. Door gebruik van internet, email, social media en smartphone vallen de drempels voor hoogwaardige dienstverlening weg.

Ondernemers en particulieren hebben steeds meer behoefte aan een snel juridisch antwoord, zonder alle plichtplegingen van het maken van afspraken, reizen en gesprekken. Advocaten.nl speelt in op deze toenemende vraag door een online spreekuur te houden via de advocaten Chatbox.

Nu nog beperkt in openingstijden en rechtsgebieden. Kijk hier voor meer informatie.

Borden milieuzone Utrecht onduidelijk, boete onterecht

Rechtbank Midden-Nederland (kantonrechter Utrecht) heeft op 11 juli 2016 een milieuzone boete teruggedraaid, omdat de borden onduidelijk zijn.

De Gemeente Utrecht probeert met een milieuzone oude dieselauto’s (van voor 2001) uit het centrum te weren.

Een automobilist kwam aanrijden vanaf de Adelaarstraat, Kaatstraat en sloeg linksaf de milieuzone bij Oudenoord in. Daarvoor kreeg hij een boete van €90 – een zogenaamde Mulder-beschikking of administratieve sanctie.

“Borden milieuzone Utrecht onduidelijk, boete onterecht” verder lezen

Positie prostituees beneden 21 jaar versterkt

Positie prostituees beneden 21 jaar versterkt

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) schrapt de voorgenomen strafbaarstelling van prostituees beneden de 21 jaar. Met de maatregel verwacht de minister dat jonge prostituees eerder bescherming kunnen vinden. Hun positie wordt sterker, omdat een drempel wegvalt om naar de politie te stappen en aangifte te doen van seksuele uitbuiting. Daarmee volgt de bewindsman het advies van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.

Dit blijkt uit antwoorden op vragen over de wijziging van het wetsvoorstel Regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche die naar de Tweede Kamer zijn gestuurd. Het is een volgende stap in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat ervoor moet zorgen dat prostituees op een veiliger en gezondere manier hun beroep kunnen uitoefenen.

Alleen via de klant en exploitant wordt de leeftijdsgrens van 21 jaar gehandhaafd. Strafbaarstelling van prostituees beneden de 21 jaar draagt niet bij aan de versterking van hun positie, ook al hebben zij een eigen verantwoordelijkheid. Zonder strafbaarstelling zullen te jonge prostituees ook makkelijker hulp zoeken.

Voor de klant en de exploitant blijft de leeftijdsgrens gelden als strikte norm. Een klant die seksuele handelingen verricht met een prostituee jonger dan 21 jaar, riskeert een vrijheidsstraf van maximaal 1 jaar. Zonder een dergelijke bepaling zou de klant een vrijbrief hebben om zich op geen enkele wijze te bekommeren om de jonge prostituee.

Exploitanten worden strafbaar als zij prostituees beneden de 21 jaar voor of bij zich laten werken. Met het voorgestelde vergunningstelsel voor de seksbranche worden landelijk uniforme eisen gesteld aan exploitanten van prostitutiebedrijven. De wet waarborgt dat de vergunde bedrijven een veilige en verantwoorde werkomgeving bieden. Hieronder vallen straks ook alle escortbedrijven.

Bron: Rijksoverheid

Schuldsanering is vaak adequaat

Ruim 80% van de huishoudens in de schuldsanering is aan het eind van het traject weer schuldenvrij. Dit blijkt uit een evaluatie van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) van de Raad voor Rechtsbijstand.

De wet moet voorkomen dat mensen met schulden niet hun hele leven lang daarmee blijven kampen. Eenmaal in de schuldsanering moeten zij leven van een minimuminkomen. Het resterende loon is voor de schuldeisers met wie aparte betalingsregelingen zijn getroffen. Aan het einde van het traject begint de debiteur weer met een schone lei.

De schuldsanering blijkt volgens de evaluatie ook na afloop succesvol te zijn. Minder dan 20% van de mensen die dit traject doorliepen, had nadien betalingsachterstanden.

Des te opvallender is het volgens de Raad voor Rechtsbijstand dat de schuldsanering minder wordt toegepast. Terwijl het aantal huishoudens met problematische schulden stijgt, nam in 2014 het aantal saneringstrajecten af naar 12.258 – ruim 100 minder dan een jaar eerder.

Bron: Eigenhuis