Algemene Verordening Gegevensbescherming

De AVG dient ter bescherming van een persoon tegen onnodige opslag en verstrekking van zijn persoonsgegevens door derden, waaronder medische gegevens.

Crediteur moet bij schikking zijn positie kunnen bepalen, privacybelang debiteur is niet absoluut

De Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is sinds 25 mei 2018 van toepassing. Deze inwerkingtreding heeft terecht veel aandacht gekregen. De AVG dient ter bescherming van een persoon tegen onnodige opslag en verstrekking van zijn persoonsgegevens door derden, waaronder medische gegevens.

Uitzonderingen op de regel
Bij dergelijke bijzondere persoonsgegevens geldt in beginsel een verwerkingsverbod, met een aantal uitzonderingen. Bijvoorbeeld indien de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer doeleinden. Of ook als de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die door de betrokkene openbaar zijn gemaakt. Verwerking is ook toegestaan indien dat noodzakelijk is voor de uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsbevoegdheid.

De casus: een schikkingsaanbod
Dan komt het in een rechtszaak tot een concrete vraag: een crediteur (bank) weigert het aanbod tot schuldregeling van een debiteur. Want de bank kon niet goed beoordelen of het schikkingsaanbod het maximaal haalbare was: de (kennelijk beperkte) verdiencapaciteit van de debiteur werd onderbouwd met medische gegevens die de schuldhulpverleningsorganisatie wel kende, maar weigerde te verstrekken aan de bank met een beroep op de privacy. Pas bij de dwangakkoordzitting bij de rechtbank wordt de informatie verstrekt. Wat oordeelt de Rechtbank?

Persoonlijke afweging schuldenaar: privacybelang en belang akkoord
Als de informatie een medisch karakter heeft, komt het recht op privacy van een schuldenaar in het geding. Zijn gemachtigde moet behoedzaam met de privacybelangen omspringen. Maar een schuldeiser moet wel in staat worden gesteld om een onderbouwde beslissing te nemen op een akkoord. Een schuldeiser mag rekenen op concrete informatie als die dient ter onderbouwing van de stelling dat verdiencapaciteit ontbreekt. Als een schuldenaar een akkoord wenst met zijn schuldeisers, dient hij een persoonlijke afweging te maken of het belang bij een akkoord opweegt tegen zijn belang bij privacy. Meestal zal het niet noodzakelijk zijn dat een schuldenaar een volledig medisch dossier of een rapportage verstrekt. De enkele mededeling dat er medische beperkingen zijn die de arbeidscapaciteit bemoeilijken acht de rechtbank niet voldoende om een schuldeiser te overtuigen dat het akkoord aantrekkelijk is. De gemachtigde zou (met toestemming van een schuldenaar) kunnen volstaan met de vermelding wat de aard van de beperking is, dat de beperking een structureel karakter heeft, hetgeen blijkt uit medische rapportage.

Informatie niet verstrekken heeft consequenties
Een debiteur die dus blijft weigeren om informatie over te leggen met een beroep op privacy staat op zichzelf in zijn recht om die gegevens niet te verstrekken, maar kan zich dus niet erover verbazen dat een crediteur dan weigert om (gebrekkig ingelicht) in te stemmen met een akkoord. Uiteindelijk komt de informatie pas tijdens de zitting. De rechtbank acht voldoende aannemelijk gemaakt dat het voorstel het maximaal haalbare is. De bank heeft ter zitting kennis genomen van de medische achtergrond en heeft verklaard dat de gegevens voldoende onderbouwen dat men kennelijk onvoldoende in staat is om meer te verdienen. De crediteur sluit niet uit dat zij met het akkoord had ingestemd, als de schuldhulpverlener deze informatie eerder had verstrekt. De rechtbank acht aannemelijk dat de schuldeisers meer is aangeboden dan hetgeen zij zonder akkoord op langere termijn zouden kunnen krijgen. Afwijzing van het verzoek zou de overige schuldeisers die reeds hebben ingestemd nadelig treffen in hun financiële belang. Dus dient het belang van de debiteur en dat van de schuldeisers die hebben ingestemd, zwaarder te wegen dan het belang van de bank. De rechtbank beveelt de bank om mee te werken aan het aangeboden akkoord.

Proef met rechters op spreekuur succesvol

Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers.

Een proef met ‘spreekuurrechters’ die de rechtbank Noord-Nederland heeft gehouden, is succesvol verlopen. Mensen die een eenvoudig geschil aan de rechter wilden voorleggen, konden dat zonder dagvaarding of advocaat doen. De rechter hoorde de strijdende partijen aan en adviseerde over een schikking. In 91 procent van de zaken werd het conflict snel, effectief en tegen een laag tarief opgelost, blijkt uit onderzoek. Intussen experimenteren ook andere rechtbanken met zulke laagdrempelige procedures

Alledaagse conflicten
Alledaagse problemen met de buren, huisbaas, werkgever of bijvoorbeeld een aannemer kunnen veel ellende veroorzaken. Ze komen meestal pas bij de rechter als ze volledig zijn geëscaleerd. De betrokkenen zijn dan veel geld kwijt aan griffierechten en advocaten en komen als eiser en verweerder tegenover elkaar te staan in de rechtszaal, wat niet bevorderlijk is voor een goede relatie. Het streven van de Rechtspraak om zulke geschillen sneller en goedkoper op te lossen, is in de proef met de spreekuurrechters uitgeprobeerd.

Eenvoudige procedure
Anderhalf jaar lang waren 7 ervaren kantonrechters in het noorden beschikbaar om als spreekuurrechter op te treden. In totaal hebben zij 64 zaken behandeld, waarvan er 58 eindigden in een schikking tussen de partijen. Het ging vooral om burenruzies, maar bijvoorbeeld ook om conflicten over een verbouwing of een aankoop. Vaak gingen de rechters ter plaatse om met eigen ogen te zien wat er speelde, ook omdat er geen schriftelijke stukken waren waarop zij zich konden baseren. De betrokkenen mochten hun zaak namelijk met een eenvoudige mededeling (zoals ‘de boom van de buren is te hoog’) aanmelden. Als de rechter beide partijen had aangehoord, stuurde hij aan op een compromis. Lukte dat niet, dan hakte hij alsnog de knoop door.

Tevreden deelnemers
Van de deelnemers is 80 tot 90 procent (heel) positief over de spreekuurrechter, blijkt uit onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksbureau Pro Facto. Ze zijn vooral blij met de snelle behandeling, de lage kosten en de menselijke, niet-juridische benadering door de rechter. Ze vonden de zitting wel lang duren; de rechter moest immers eerst ontdekken wat er speelde. Ook hebben sommige mensen druk ervaren om tot een schikking te komen. Daar staat tegenover dat 71 procent ook na verloop van tijd nog tevreden was over het bereikte resultaat.

Kanttekeningen
Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers. Zij plaatsen wel kanttekeningen bij het hoge schikkingspercentage. Slechts 40 procent van de aangemelde zaken is ook echt door de spreekuurrechters behandeld, vooral omdat het lang niet altijd lukte om medewerking van beide partijen te krijgen. Dat is wel een vereiste van het wetsartikel (art. 96 Rv) dat zo’n vereenvoudigde procedure mogelijk maakt. Bovendien konden belangstellenden zich niet zelf melden bij de spreekuurrechter. Enkele rechtsbijstandsverzekeraars en het Juridisch Loket leverden de deelnemers aan. Zij meldden vooral zaken aan die kans van slagen hadden. De spreekuurrechter boog zich dus eigenlijk alleen over zaken die zich relatief goed voor een schikking leenden, concluderen de onderzoekers.

Nieuwe experimenten
De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn ideeën bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft. Initiatieven die succesvol blijken te zijn, kunnen landelijk worden ingevoerd zodra het kabinet daar geld voor beschikbaar stelt. Zo is in Rotterdam en Dordrecht half september de ‘regelrechter’ begonnen, waar zowel burgers als bedrijven zich kunnen melden om conflicten snel en goedkoop op te lossen. En in Den Haag trekken rechters de wijk in om te helpen de leefbaarheid te vergroten. ‘Wijkrechters’ houden zich vooral bezig met overlast, burenruzies, woninggebreken; alles wat te maken heeft met prettig wonen in de wijk. Anders dan de spreekuurrechters werken zij niet met doorverwijzers; iedereen die de rechter wil spreken, kan zich zelf melden.

Amerikaans rechter: rechters en advocaten mogen Facebook-vrienden zijn

In Nederland besliste het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch eind 2016 al eens in een andersoortig geval dat een Facebook-vriendschap van een notaris met een cliënt nog niet wil zeggen dat de notaris hiermee zijn onafhankelijkheid op het spel zet.

Leggen rechters hun onpartijdigheid in de waagschaal als zij Facebook-vrienden zijn met advocaten? Nee, zo oordeelde het hooggerechtshof in Florida volgens Amerikaanse media eind 2018. Want Facebook-vrienden zijn eigenlijk helemaal geen echte vrienden, aldus het hof.

Met vier stemmen voor en drie tegen oordeelde het Supreme Court in Florida op 15 november 2018 in wrakingsverzoek dat een Facebook-vriendschap tussen een rechter en een advocaat niet automatisch betekent dat de rechter partijdig is als hij moet oordelen in een zaak waarin deze advocaat optreedt. Het hof stelt in zijn beslissing dat zelfs een ‘real life’ vriendschap tussen een rechter en een advocaat niet hoeft te tornen aan de onafhankelijkheid.

Definitie vriendschap lastig
Vriendschap is nu eenmaal een onbepaald, wat abstract begrip, zo filosofeert rechter Charles Canady er namens het hof op los. Volgens hem zijn ‘echte vrienden in persoon met elkaar verbonden via wederzijdse gevoelens van affectie of respect’. Dat hoeft onder Facebook-vrienden, via een enkele klik met elkaar verbonden zelfs zonder dat zij elkaar fysiek kunnen hebben ontmoeten, niet het geval te zijn.

Hof maakt onderscheid online en fysieke vriendschap
Het hof onderstreept dat het mogelijk is om duizenden Facebook-vrienden te hebben zonder dat iemand iedereen persoonlijk kent. En dan gekozen vrienden vaak ook nog eens gebaseerd op de voorstellen die Facebook op basis van zijn algoritmes doet. ‘Today it is commonly understood that Facebook “friendship” exists on an even broader spectrum than traditional “friendship,”’, aldus het hof. ‘Traditional friendship varies in degree from greatest intimacy to casual acquaintance; Facebook friendship varies in degree from greatest intimacy to ‘virtual stranger’ or ‘complete stranger’.’

Tegenstemmers vinden het slecht voor vertrouwen in rechtspraak
De drie tegenstemmers waren wel van mening dat een rechter met advocaten onder de Facebook-vrienden het vertrouwen in onafhankelijke rechtspraak kunnen ondermijnen. Een van vindt zelfs dat rechters eigenlijk niets op Facebook te zoeken hebben: ze zouden hun account moeten verwijderen en overig social media-gebruik tot een minimum moeten beperken.

Hof in Nederland besliste in 2016 soortgelijk
In Nederland besliste het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch eind 2016 al eens in een andersoortig geval dat een Facebook-vriendschap van een notaris met een cliënt nog niet wil zeggen dat de notaris hiermee zijn onafhankelijkheid op het spel zet.

Proef met rechters op spreekuur succesvol

De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn ideeën bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft.

Een proef met ‘spreekuurrechters’ die de rechtbank Noord-Nederland heeft gehouden, is succesvol verlopen. Mensen die een eenvoudig geschil aan de rechter wilden voorleggen, konden dat zonder dagvaarding of advocaat doen. De rechter hoorde de strijdende partijen aan en adviseerde over een schikking. In 91 procent van de zaken werd het conflict snel, effectief en tegen een laag tarief opgelost, blijkt uit onderzoek. Intussen experimenteren ook andere rechtbanken met zulke laagdrempelige procedures

Alledaagse conflicten
Alledaagse problemen met de buren, huisbaas, werkgever of bijvoorbeeld een aannemer kunnen veel ellende veroorzaken. Ze komen meestal pas bij de rechter als ze volledig zijn geëscaleerd. De betrokkenen zijn dan veel geld kwijt aan griffierechten en advocaten en komen als eiser en verweerder tegenover elkaar te staan in de rechtszaal, wat niet bevorderlijk is voor een goede relatie. Het streven van de Rechtspraak om zulke geschillen sneller en goedkoper op te lossen, is in de proef met de spreekuurrechters uitgeprobeerd.

Eenvoudige procedure
Anderhalf jaar lang waren 7 ervaren kantonrechters in het noorden beschikbaar om als spreekuurechter op te treden. In totaal hebben zij 64 zaken behandeld, waarvan er 58 eindigden in een schikking tussen de partijen.Het ging vooral om burenruzies, maar bijvoorbeeld ook om conflicten over een verbouwing of een aankoop. Vaak gingen de rechters ter plaatse om met eigen ogen te zien wat er speelde, ook omdat er geen schriftelijke stukken waren waarop zij zich konden baseren. De betrokkenen mochten hun zaak namelijk met een eenvoudige mededeling (zoals ‘de boom van de buren is te hoog’) aanmelden. Als de rechter beide partijen had aangehoord, stuurde hij aan op een compromis. Lukte dat niet, dan hakte hij alsnog de knoop door.

Tevreden deelnemers
Van de deelnemers is 80 tot 90 procent (heel) positief over de spreekuurrechter, blijkt uit onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksbureau Pro Facto. Ze zijn vooral blij met de snelle behandeling, de lage kosten en de menselijke, niet-juridische benadering door de rechter. Ze vonden de zitting wel lang duren; de rechter moest immers eerst ontdekken wat er speelde. Ook hebben sommige mensen druk ervaren om tot een schikking te komen. Daar staat tegenover dat 71 procent ook na verloop van tijd nog tevreden was over het bereikte resultaat.

Kanttekeningen
Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers. Zij plaatsen wel kanttekeningen bij het hoge schikkingspercentage. Slechts 40 procent van de aangemelde zaken is ook echt door de spreekuurrechters behandeld, vooral omdat het lang niet altijd lukte om medewerking van beide partijen te krijgen. Dat is wel een vereiste van het wetsartikel (art. 96 Rv) dat zo’n vereenvoudigde procedure mogelijk maakt. Bovendien konden belangstellenden zich niet zelf melden bij de spreekuurrechter. Enkele rechtsbijstandsverzekeraars en het Juridisch Loket leverden de deelnemers aan. Zij meldden vooral zaken aan die kans van slagen hadden. De spreekuurrechter boog zich dus eigenlijk alleen over zaken die zich relatief goed voor een schikking leenden, concluderen de onderzoekers.

Nieuwe experimenten
De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn ideeën bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft. Initiatieven die succesvol blijken te zijn, kunnen landelijk worden ingevoerd zodra het kabinet daar geld voor beschikbaar stelt. Zo is in Rotterdam en Dordrecht half september de ‘regelrechter’ begonnen, waar zowel burgers als bedrijven zich kunnen melden om conflicten snel en goedkoop op te lossen. En in Den Haag trekken rechters de wijk in om te helpen de leefbaarheid te vergroten. ‘Wijkrechters’ houden zich vooral bezig met overlast, burenruzies, woninggebreken; alles wat te maken heeft met prettig wonen in de wijk. Anders dan de spreekuurrechters werken zij niet met doorverwijzers; iedereen die de rechter wil spreken, kan zich zelf melden.

Mensen met schulden nog niet optimaal beschermd

Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financiële positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.

Een wet die mensen in de schuldhulpverlening iets meer ademruimte moet geven, is vertraagd. De wet zou in eerste instantie op 1 januari 2019 ingaan

Personen met schuldeisers mogen altijd een bedrag houden om van rond te komen. Dat is de zogenoemde beslagvrije voet waar geen beslag op mag worden gelegd. De wet regelt dat die beslagvrije voet automatisch kan worden vastgesteld. Maar dat vereist ook een geautomatiseerde uitwisseling van gegevens tussen de betrokken instanties en dat lukt nog niet.

Voorkomen extra problemen
Met de wet moet vermeden worden dat mensen met schulden extra in de problemen komen. Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financiële positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.

Politiek zoekt naar oplossing
Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) zoekt naarstig naar een oplossing, maar kan niet zeggen wanneer de “ingewikkelde” wet wel in werking kan treden. Ze wil begin volgend jaar met tijdelijke maatregelen komen voor de groep die het betreft.

Nieuwe wet om rechters makkelijker te berispen of straffen

De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag te berispen of te bestraffen worden verruimd. De Rechtspraak pleit al langer voor zo’n wijziging en adviseerde eerder positief over het wetsvoorstel. De rechterlijke organisatie kan op dit moment maar zeer beperkt maatregelen treffen als rechters ongeoorloofd gedrag vertonen.

Toen eerder de Tweede Kamer instemde met het wetsvoorstel, reageerde Kees Sterk (vicevoorzitter van de Raad voor de rechtspraak) tevreden. Sterk: ‘Het voorstel komt voor een belangrijk deel overeen met voorstellen die de Rechtspraak eerder zelf deed. Op dit moment kunnen we geen maatwerk bieden als een rechter zich ongepast gedraagt. We kunnen óf een schriftelijke waarschuwing geven, of een ontslagprocedure starten bij de Hoge Raad. Een vrij lichte straf en een hele zware straf dus. Dat is echt te beperkt.’ Met het instemmen van de Eerste Kamer wordt de wet nu aangepast en komen hier onder andere de mogelijkheid om te berispen of te schorsen bij.

Rechters zien steeds meer voornaamswijzigingen

Dat mensen dan in therapie zijn, er een vervelende gebeurtenis of relatie naar boven komt en zij naar aanleiding daarvan graag hun voornaam willen veranderen. Een voornaam en een verzoek tot wijziging daarvan is vooral iets heel persoonlijks, dat zie ik veel terug in de motivaties. Je draagt het dan ook de rest van je leven met je mee.’

Steeds meer mensen veranderen hun voornaam. Werden in 2015 bij de rechtbank nog 503 namen gewijzigd, in 2016 en 2017 steeg dat al naar 583 en 576 en voor dit jaar wordt eenzelfde aantal verwacht. Een duidelijke verklaring voor de stijging is er niet, maar je voornaam veranderen gaat niet zomaar. Daar heb je altijd een advocaat voor nodig die een verzoekschrift indient bij de rechtbank. Civiel rechter Jan Kloosterhuis van rechtbank Amsterdam legt uit hoe dat werkt: ‘Als rechter wil ik vooral graag weten welke motivatie iemand heeft om de voornaam te veranderen.

Waarom moet je naar de rechtbank om je voornaam te veranderen?

‘Omdat de wet dat voorschrijft. Dat staat in artikel 4 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, om precies te zijn. Maar verder kan ik me daarbij voorstellen dat het niet te eenvoudig moet zijn om je naam te kunnen veranderen. Hoe minder wijziging in de registers van de burgerlijke stand, hoe beter is de gedachte. Net als dat je aangifte moet doen bij de gemeente bij de geboorte van een kind, is het aan een rechter te besluiten of een voornaamswijziging kan doorgaan. Als je echt je naam wil veranderen, moet je een advocaat in de arm nemen. Die dient een verzoekschrift in bij de rechtbank en dat wordt doorgestuurd naar de rechter ter beoordeling.’

Aan welke voorwaarden moet een voornaamwijziging voldoen?

‘Er is heel erg veel mogelijk bij een voornaamswijziging. Maar het belangrijkste is dat iemand echt een goed verhaal heeft om zijn of haar naam te veranderen. Het is niet zo dat ik verzoeken krijg van mensen die vreemde of extreme namen willen. Wel zie ik mensen die een bijnaam hebben, of met een andere naam dan hun voornaam bekend zijn bij familie of vrienden en het dan ook maar willen laten aanpassen. Wat zeker niet de bedoeling is dat iemand bijvoorbeeld de voornaam laat veranderen in iets dat ook een achternaam kan zijn. Janssen of zoiets. Een naam als Thomas kan weer wel, omdat het ook een gebruikelijke voornaam is. Verder mag het niet om een ongepaste naam gaan. Ook dat schrijft de wet voor.’

Wat voor redenen geven mensen om hun voornaam te veranderen?

‘Dat is erg verschillend. Er is ook niet één bepaalde groep die er uit springt. Verzoeken komen uit alle lagen van de bevolking. Soms herinnert een naam iemand aan een vervelende familiegeschiedenis of iets dergelijks, dat zie ik voorkomen. Dat mensen dan in therapie zijn, er een vervelende gebeurtenis of relatie naar boven komt en zij naar aanleiding daarvan graag hun voornaam willen veranderen. Een voornaam en een verzoek tot wijziging daarvan is vooral iets heel persoonlijks, dat zie ik veel terug in de motivaties. Je draagt het dan ook de rest van je leven met je mee.’

Wanneer kan een wijziging echt niet doorgaan?

‘Dat heb ik in alle zaken die ik heb gedaan maar één keer bijna meegemaakt. Toen heb ik een verzoeker op zitting langs laten komen (meestal handelen we een dergelijke zaak schriftelijk af), omdat in het verzoekschrift als motivatie maar één hele abstracte regel stond voor het aanpassen van de voornaam. Dat was te weinig. Ik begreep gewoon niet wat nu de reden was dat de voornaam moest worden gewijzigd. Uiteindelijk bleek het te gaan om een persoon die wel een goed persoonlijk verhaal bleek te hebben, maar dat stond dus niet goed in het verzoekschrift. Ook die voornaam is toen aangepast.’                            

bron: rechtspraak.nl

Lees hier meer over de naamswijziging

Hoe voorkom je als zzp’er dat iedereen je adres en telefoonnummer googlet

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn.

De Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat de Kamer van Koophandel mogelijk de wet overtreedt door adverteerders inzage te bieden in het handelsregister. De organisaties gaan daarover in gesprek, en dat kan goed nieuws zijn voor ondernemers. Die hebben nu maar weinig middelen om hun privacy te beschermen.

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn. Op internet, maar ook in allerlei bestanden die de Kamer van Koophandel aan commerciële partijen doorverkoopt.

Ondernemers krijgen daardoor te maken met een stroom aan post en telefoontjes van energieleveranciers, internetaanbieders en andere bedrijven iets te verkopen hebben.

Vooral voor zzp’ers die vanuit huis werken is de verkoop van data vervelend. Het vestigingsadres van hun bedrijf is in het handelsregister hetzelfde als hun privéadres. Ze krijgen dus thuis te maken met telefoontjes, post en verkoop van deur tot deur.

De privacy van deze ondernemers is er ook niet bij gebaat. Wie via Google op hun bedrijfsnaam zoekt, vindt gemakkelijk hun privéadres. Dat kan tot nare situaties leiden.

De Kamer van Koophandel geeft zelf een aantal tips om je privacy te waarborgen. Zo kun je bij de organisatie de zogenoemde non-mailing indicator inschakelen. Als je dat doet, wordt je adres in ieder geval niet opgenomen in Google Maps en zou je geen last meer moeten hebben van ongewenste post en telefoontjes.

Het helpt ook om in je bedrijfsnaam geen verwijzing te maken naar je eigen naam. Als je Sjaak de Vries heet, denk dan twee keer na voordat je je bedrijf Sjaak de Vries IT Services noemt.

Dreiging

Ook bestaat de mogelijkheid om je privéadres af te schermen. Dan moet je wel aan strikte voorwaarden voldoen: er moet sprake zijn van een waarschijnlijke dreiging, je privéadres moet niet te achterhalen zijn via een andere inschrijving in het handelsregister, je telefoonnummer is niet openbaar en je adres heeft in de gemeentelijke basisadministratie het label ‘geheim’.

Deze ambtelijke molen is trouwens zinloos als je vanuit huis werkt, waarschuwt de Kamer van Koophandel:
“Als uw privé- en vestigingsadres gelijk zijn, heeft het weinig nut om uw privéadres af te schermen. Uw vestigingsadres blijft namelijk zichtbaar en is gemakkelijk te achterhalen als uw privéadres. De enige optie die u dan hebt is om uw bedrijf op een ander zakelijk adres te registreren en daarna uw privéadres af te schermen.”

Virtueel kantoor

Er bestaat nog wel zoiets als een ‘virtueel kantoor’. Dat is een plek, vaak een bedrijfsverzamelgebouw, waar je voor een paar tientjes per maand een zakelijk adres kunt huren om je mee in te schrijven in het handelsregister. Op internet zijn er veel bedrijven die zo’n zakelijk adres aanbieden, maar let op: van de Kamer van Koophandel mag deze constructie helemaal niet.

“Als u een bureau of kantoor voor bijvoorbeeld twee uur per week huurt, dan voldoet u niet aan de eis en registreren wij het niet als bezoekadres. Dit geldt ook voor de huur van zogenaamde virtuele kantoorruimte. In deze gevallen wordt uw privéadres als bezoekadres ingeschreven. Als correspondentieadres mag u het adres van het bedrijfsverzamelgebouw wel gebruiken”, staat op de site van de organisatie.

Met andere woorden: je kunt niet anders dan een écht kantoor of een werkruimte huren als je je privéadres buiten de openbaarheid wil houden. Voor ondernemers hangt aan privacy voorlopig dus een prijskaartje.

Bron: NOS                                            

Het regeerakkoord en de mogelijke arbeidsrechtelijke gevolgen

In het regeerakkoord worden op arbeidsrechtelijk gebied een aantal maatregelen voorgesteld. Een aantal hiervan treft u hieronder aan. De maximale ketenlengte van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur wordt weer 3 in plaats van 2 jaar. De ketenregeling zal niet meer van toepassing zijn op invalkrachten in het (primair) onderwijs indien deze een docent wegens ziekte vervangen. Daarnaast kan de periode van 6 maanden, die tussen arbeidsovereenkomsten moet zijn gelegen om geen onderdeel van de keten te zijn, verkort worden in het geval dat het terugkerende tijdelijke werkzaamheden betreft, mits deze maximaal voor de duur van 9 maanden worden uitgevoerd

De proeftijd voor tijdelijke contracten langer dan 2 jaar, wordt 3 maanden. In geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bedraagt deze maximaal 5 maanden.

Nu is het zo dat een werknemer pas na een arbeidsovereenkomst van 2 jaar of langer aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Het is de bedoeling dat deze aanspraak direct vanaf het moment van aanvang van de arbeidsovereenkomst ontstaat. De wijze van berekening wijzigt eveneens en dat is dat wordt berekend uitgaande van 1/3 maandsalaris per dienstjaar. Daarbij geldt dat kosten van scholing, die gericht zijn op (interne) herplaatsing daarop in mindering mogen worden gebracht. De overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers, zijnde werkgevers met minder dan 25 werknemers die voldoen aan de door het UWV gestelde vereisten om daarvoor in aanmerking te komen, blijft gelden en het is de bedoeling dat de vereisten om daarvoor in aanmerking te komen worden versoepeld. Voorts wil men dat werkgevers worden gecompenseerd voor transitievergoedingen, die men in het kader van een bedrijfsbeëindiging of na 2 jaar ziekte van een werknemer zijn verschuldigd.

Voor dergelijke kleine werkgevers wordt de loon(door)betalingsverplichting bij ziekte verkorte van 2 naar 1 jaar. Het UWV zal de loonkosten, evenals bepaalde re-integratieverplichtingen, het 2e jaar overnemen. Hiermee wordt voor de werkgever het risico van een loonsanctie ter zake het zogeheten 2e spoor traject voorkomen. Verder wil men de mogelijkheid scheppen om aangaande de re-integratie vooraf een oordeel te vragen over de route die men ter zake wil inzetten.

Het moet (weer) mogelijk worden om meerdere ontslaggronden dan 1 aan te voeren, waarbij de rechter, naast de transitievergoeding, een extra vergoeding kan toekennen ter hoogte van maximaal 50% van de transitievergoeding.

Voornoemde maatregelen zijn voor werkgevers niet ongunstig. Wel is het natuurlijk de vraag wat er uiteindelijk daadwerkelijk door zal gaan. Het arbeidsrecht blijft in ieder geval in beweging.

Bron: Actuele Artikelen                                                  

Eerste Kamer verwerpt wet langere naturalisatietermijn

De termijn die buitenlanders moeten afwachten om Nederlander te kunnen worden, blijft vijf jaar. De Eerste Kamer heeft een wetsvoorstel om de termijn te verlengen met een zeer kleine meerderheid verworpen. In de senaat stemden alleen VVD, CDA, PVV en SGP voor.

Mensen moeten vijf jaar in Nederland wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Het kabinet wilde daar zeven jaar van maken. Het idee daarachter was dat mensen dan beter geïntegreerd zouden zijn op het moment dat ze Nederlander worden.

50Plus

De Tweede Kamer ging vorig jaar met een grote meerderheid met het voorstel akkoord, maar de Eerste Kamer was veel minder enthousiast.

Vorige week werd al duidelijk dat regeringspartij PvdA in de senaat de aanpassing niet zou steunen.

Uiteindelijk gaf de tegenstem van 50Plus de doorslag. 50Plus-senator Nagel hekelde vooral een ander onderdeel van de wet. Daardoor zouden buitenlandse partners van Nederlanders in het buitenland eerst drie jaar in Nederland moeten wonen voordat ze kunnen worden genaturaliseerd. Nagel zei dat hij honderden protesten uit het buitenland heeft gekregen en dat die niet kunnen worden genegeerd.

Bron: nos