Mensen met schulden nog niet optimaal beschermd

Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financiële positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.

Een wet die mensen in de schuldhulpverlening iets meer ademruimte moet geven, is vertraagd. De wet zou in eerste instantie op 1 januari 2019 ingaan

Personen met schuldeisers mogen altijd een bedrag houden om van rond te komen. Dat is de zogenoemde beslagvrije voet waar geen beslag op mag worden gelegd. De wet regelt dat die beslagvrije voet automatisch kan worden vastgesteld. Maar dat vereist ook een geautomatiseerde uitwisseling van gegevens tussen de betrokken instanties en dat lukt nog niet.

Voorkomen extra problemen
Met de wet moet vermeden worden dat mensen met schulden extra in de problemen komen. Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financiële positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.

Politiek zoekt naar oplossing
Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) zoekt naarstig naar een oplossing, maar kan niet zeggen wanneer de “ingewikkelde” wet wel in werking kan treden. Ze wil begin volgend jaar met tijdelijke maatregelen komen voor de groep die het betreft.

Rechtspraak pleit voor einde megaschikkingen

De Rechtspraak ziet graag dat er een einde komt aan megaschikkingen. Deze zouden schadelijk zijn voor het vertrouwen in de rechtsstaat. ‘De grens is bereikt.’

‘Als de rechter buitenspel wordt gezet en er in beslotenheid schikkingen worden getroffen, is van transparantie geen sprake meer,’ stelt de Rechtspraak. Bij megaschikkingen komt de rechter niet in beeld, maar wordt het conflict afgedaan tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie (OM). Zo’n overeenkomst kan in de miljoenen euro’s lopen.

Het OM doet de afgelopen jaren steeds meer zaken zelf af omdat de strafrechtketen soms traag werkt, waardoor het lang kan duren voordat een zaak voor de rechter komt. Toch moet volgens de Rechtspraak duidelijkheid richting de burger voorop staan. ‘Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat wetsovertreders worden opgepakt door de politie, vervolgd door het OM en bestraft door de rechter.’

Bron: Advocatenblad                 

Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP

Een betrokkene die vermoedt dat zijn persoonsgegevens worden verwerkt op een manier die in strijd is met de privacywet (AVG) kan een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) (artikel 77 lid 1 AVG). De AP is verplicht alle klachten in behandeling te nemen en iedereen die een klacht heeft ingediend informatie te verschaffen omtrent de vooruitgang en de resultaten van het onderzoek (artikel 57 lid 1 aanhef en onder f AVG). De verplichte inhoudelijke reactie betekent overigens niet dat het onderzoek dat daaraan ten grondslag ligt altijd even uitgebreid is. De AP mag namelijk bij het behandelen van klachten een afweging maken ten aanzien van de mate van intensiteit van het onderzoek. In de nieuwe beleidsregels licht de AP nader toe hoe zij bij het behandelen van klachten haar onderzoekscapaciteit inzet.

Aanpak AP

De AP zal zich primair gaan richten op het bereiken van normconform gedrag bij het behandelen van klachten. De AP stuurt aan op een pragmatische benadering waarbij doeltreffendheid en efficiency een belangrijke rol spelen. Daarbij kan worden gedacht aan telefonisch contact met de (vermeende) overtreder of een (publieke) waarschuwingsbrief als de klacht daarmee kan worden afgedaan. De AP maakt daarmee duidelijk dat zij niet meteen naar zware middelen gaat grijpen indien dat niet nodig is.

Behandeling klachten

Bij het behandelen van een klacht onderzoekt de AP de klacht in de mate waarin dat gepast is. Wat gepast is, kan per geval verschillen en is afhankelijk van alle concrete feiten en omstandigheden. In ieder geval begint de AP met een eerste beoordeling.

Aan de hand van een eerste beoordeling bepaalt de AP of er mogelijk sprake is van een overtreding. Wanneer uit de eerste beoordeling van de klacht blijkt dat er sprake is van een overtreding, zal de AP in beginsel handhavend optreden. Mocht al snel duidelijk zijn dat er geen sprake is van een overtreding, dan beëindigt de AP de behandeling van de klacht.

Het is ook mogelijk dat uit de eerste beoordeling blijkt dat er voldoende aanleiding is om te kunnen spreken van een overtreding, maar dat nader onderzoek nodig is om het definitief vast te kunnen stellen. In dat geval zal de AP als vervolgstap aan de prioriteitscriteria toetsen.

Prioriteitscriteria

De prioriteitscriteria zijn ontstaan omdat de AP niet altijd een nader onderzoek kan uitvoeren omdat haar mankracht en middelen beperkt zijn. Door het toetsen aan deze criteria kan de AP dan een weloverwogen besluit nemen om een klacht verder te behandelen of niet.

De criteria zijn als volgt:

  • Hoe schadelijk is de vermeende overtreding voor de betrokkene(n);
    Daarbij kijkt de AP of mogelijk sprake is van een ernstige overtreding en of de overtreding nog voortduurt of structureel van aard is. Verder weegt mee om wat voor persoonsgegevens het gaat en of het persoonsgegevens betreft van een kwetsbare groep.
  • Wat is de omvang van de bredere maatschappelijke betekenis van een eventueel optreden van de AP;
    Hierbij kijkt de AP of de overtreding valt binnen de aandachtspunten uit het Toezichtkader. Verder kijkt de AP naar de hoeveelheid betrokkenen, de mate waarin zij worden getroffen en of sprake is van een grensoverschrijdend karakter.
  • In hoeverre is de AP in staat doeltreffend en doelmatig op te treden.
    Ten aanzien van doeltreffendheid zal de AP een inschatting maken welk handhavingsinstrument geschikt is om op korte termijn het gewenst effect te bereiken. De AP kan daarbij gebruik maken van informele interventies om normconform gedrag te realiseren, naast haar wettelijke handhavingsinstrumenten. Bij doelmatigheid gaat het om de beschikbare menskracht en financiële middelen van de AP en het evenwichtig verdelen daarvan gelet op het aantal signalen en de klachten die aanleiding zijn voor nader onderzoek.

De prioriteringscriteria zijn niet cumulatief, maar een klacht die op meerdere criteria hoog scoort zal eerder nader worden onderzocht. Dit betekent dat een aanleiding voor het niet verder behandelen van een klacht kan zijn dat deze klacht op één criteria een lage(re) score heeft. Wel kan in het geval van bijzondere omstandigheden een klacht toch nader onderzocht worden als het op alle criteria laag scoort.

Nader onderzoek

Het nader onderzoek kan op verschillende manieren plaatsvinden, maar resulteert doorgaans in een concept rapport. De vermeende overtreder kan daarop reageren, waarna het definitieve rapport wordt vastgesteld. Wanneer in het definitieve rapport van bevindingen is vastgesteld dat sprake is van een overtreding, dan volgt de handhavingsfase. In het geval geen sprake is van een overtreding, dan wordt het onderzoek gesloten en de behandeling van de klacht beëindigd.

Sectorale wetgeving

Goed om te weten is dat wanneer de AP een verzoek om handhaving ontvangt over sectorale wetgeving, de AP hetzelfde stramien volgt als bij afhandeling van klachten in de zin van de AVG. Dit geldt ook voor verzoeken van belanghebbenden die niet als betrokkene zijn aan te merken.

Bronnen: Autoriteit Persoonsgegevens,1 oktober 2018 en Stcrt. 2018, 54 287

Dit artikel is geschreven door mr. Kim Reijnen van Kim Reijnen – Legal Support en Training.

 

Erfgenamen MH17 betalen belasting over verzekeringsuitkering

De broers en zussen van een slachtoffer van de MH17-ramp ontvingen polisuitkeringen vanuit een overlijdensrisicoverzekering. De belastingdienst hief vervolgens loonbelasting over de polisuitkering.

De erfgenamen van een slachtoffer bij de MH17-ramp moeten loonbelasting betalen over een verzekeringsuitkering. Dat oordeelt de belastingrechter. Zij ziet de verzekeringsuitkeringen als loon, want de uitkering komt voort uit afspraken in het arbeidscontract van het slachtoffer. Omdat de premies niet waren belast, is de verzekeringsuitkering wel belast.

De broers en zussen van een slachtoffer van de MH17-ramp ontvingen polisuitkeringen vanuit een overlijdensrisicoverzekering. Deze verzekering maakte onderdeel uit van een reisverzekering die was afgesloten door de werkgever van het slachtoffer ter uitvoering van het arbeidscontract. De belastingdienst hief vervolgens loonbelasting over de polisuitkering. De vijf erfgenamen waren het hier niet mee eens en stapten daarom naar de belastingrechter.

Geen ruimte in belastingwet

Bij de beoordeling van de beroepen stelt de belastingrechter voorop dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijke en tragische situatie. Voor de nabestaanden staat de belastingheffing in direct verband met het overlijden van hun zus. Maar de belastingwet biedt geen ruimte om rekening te houden met de omstandigheden waaruit de belastingheffing voortvloeit. Deze ruimte is er niet – noch voor de belastingdienst, noch voor de belastingrechter.

Polisuitkeringen vallen onder loonbelasting

De belastingdienst meent dat de polisuitkeringen bij de erfgenamen onder de loonbelasting vallen. De belastingrechter geeft de belastingdienst hierin gelijk. Een persoon die ‘loon’ krijgt uit het vroegere dienstverband van een ander, wordt als ‘werknemer’ beschouwd. Daarom valt dit onder Wet op de Loonbelasting.
Als een bepaalde aanspraak wordt uitgekeerd en de premies niet waren belast, dan is de uitkering wel belast. In dit specifieke geval is de uitkering uit de overlijdensrisicoverzekering de aanspraak. Daarom worden de verzekeringsuitkeringen als loon beschouwd.

Standpunten erfgenamen onvoldoende aannemelijk

De erfgenamen vinden dat bij een reisverzekering normaal gesproken niet een overlijdensrisicoverzekering hoort. Daarom kan die overlijdensrisicoverzekering ook geen onderdeel van de arbeidsvoorwaarden uitmaken en onder het arbeidscontract vallen. De belastingrechter gaat hier niet in mee. Zij vindt aannemelijk dat zowel de werkgever als het slachtoffer wisten van de polisvoorwaarden. Daarnaast hebben de erfgenamen niet aannemelijk gemaakt dat een zakelijke reisverzekering normaal gesproken niet ook een overlijdensrisico dekt.

Navorderingsaanslag terecht opgelegd

Bij twee van de erfgenamen speelde ook nog de vraag of de belastingdienst aan navorderingsaanslag inkomstenbelasting mocht opleggen. Volgens de belastingrechter was dit mogelijk, omdat de belastingdienst nog niet alle informatie had toen de definitieve aanslagen werden opgelegd. Weliswaar was hun broer in overleg met een speciaal team van de belastingdienst, dat alle fiscale vragen met betrekking tot de MH17-ramp coördineerde, maar dat team handelde niet zelf de aanslagen af. Bovendien had dat team op dat moment nog geen inzicht in de gegevens van de vijf erfgenamen.

Rechtbank Gelderland 9 oktober 2018, o.a. ECLI:NL:RBGEL:2018:4320 en ECLI:NL:RBGEL:2018:4322 (publicatie 12 oktober 2018)

 

Meer mensen in de schulden, maar minder in de schuldsanering

De schuldsanering blijft een zeer effectief middel om mensen van hun schulden af te helpen. Tien van de elf mensen met schulden was na drie jaar schuldenvrij.

Minder mensen worden toegelaten tot de schuldsanering. Door een nieuwe interpretatie van een deel van de wet, komen mensen minder snel in aanmerking, maar er zijn ook minder aanvragen, zegt de Raad voor Rechtsbijstand. Het orgaan vindt het opmerkelijk dat het aantal aanvragen voor de schuldsanering bij de rechter daalt, terwijl de schuldenproblematiek juist toeneemt

Vorig jaar werden 8.300 mensen toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. In 2013 waren dat er nog 12.400. Sindsdien is het aantal elk jaar afgenomen. Het aantal actieve bewindvoerders daalt ook. Dit aantal zakte tot 458 vorig jaar.

Sanering effect bij problemen

Uit cijfers van de branchevereniging voor schuldhulpverlening NVVK blijkt volgens de Raad voor Rechtsbijstand dat meer mensen in financiële problemen zitten. Per saldo worden dus minder mensen geholpen, stelt de raad. De schuldsanering blijft wel een zeer effectief middel om mensen van hun schulden af te helpen. Tien van de elf mensen met schulden was na drie jaar schuldenvrij.

voornaamswijziging; de wijziging van uw voornaam

Hebt u genoeg van uw voornaam, of wilt u een voornaam toevoegen of schrappen? Een wijziging is mogelijk, maar dat gaat niet “zomaar”. U dient een goede reden te hebben voor de wijziging.

Een andere voornaam, een andere spelling een toevoeging of het schrappen  van een voornaam kan niet zomaar. U moet een goede reden hebben, en soms is het nodig dat u bewijs laat zien zoals een verklaring van een psycholoog of andere medicus, waaruit psychische noodzaak blijkt.

Redenen voor een voornaamswijziging

Een wijziging kan veel redenen hebben. Bijvoorbeeld omdat u er mee wordt gepest, gediscrimineerd wordt, of de naam niet meer past bij uw persoon of vervelende associaties oproept bij u zelf of bij anderen.

Het kan ook zijn dat uw naam op een ongebruikelijke manier wordt gespeld, door een fout of een misverstand bij uw geboorte of naturalisatie. Zo kan een ambtenaar van de Burgerlijke stand een fout maken of de aangever verkeerd hebben begrepen door een taalbarrière.

Ook kunnen ouder spijt krijgen van de keuze van de naam voor hun baby, en deze alsnog willen aanpassen.

Vervelende associatie of slechte herinnering

In gevallen van een slechte herinnering aan een verleden of kindertijd kan iemand een radicale breuk wensen, en daarbij kan een andere naam helpen. Een ongebruikelijke naam of een naam met een vreemde spellingswijze kan ook reden zijn tot pesterij of stigmatisering.  Ook dat kan een reden zijn om uw voornaam te wijzigen.

Extra voornaam toevoegen

Om een voorouder te eren, of de associatie aan familie of de afkomst te versterken, kan iemand de wens hebben om ook de naam van die persoon te dragen. Het kan ook zijn dat een tweede of derde naam bij de aangifte na geboorte is vergeten. Het is dan mogelijk die extra naam of namen alsnog toe te voegen aan de doopnaam.

Religieuze motieven

Ook geloofsovertuiging kan een reden tot naamswijziging zijn. Bepaalde namen spelen in sommige religies (de Koran of de Bijbel) een grotere rol dan in andere, en om de band met de religie te versterken, kan het gewenst zijn om, naast de innerlijke religieuze overtuiging, ook naar buiten toe de identiteit met de religie te versterken door een naamswijziging.

Omgekeerd kan dat natuurlijk ook. Is iemand geheel van zijn geloof gevallen of niet religieus opgevoed, of wenst zich af te zetten tegen het geloof, dan kan de wijziging van een typische religieuze naam in een meer seculiere naam nuttig zijn.

Geslachtsverandering

Bij geslachtsverandering kan een naamswijziging horen, en een reden daarvoor is niet moeilijk te motiveren.

Naturalisatie

Ook in geval van naturalisatie, en na een inburgeringstraject, waarbij iemand niet alleen afstand wil nemen van zijn verleden, maar van zijn vorige nationaliteit, kan een reden zijn tot voornaamswijziging. Vele Afrikaanse of Arabische namen hebben een Westers equivalent, zodat de band met het verleden behouden blijft. Men kan natuurlijk ook kiezen voor een radicaal andere naam, indien met de breuk met het verleden wil benadrukken.

Hoe kunt u de naam wijziging?

In alle gevallen hebt u een advocaat nodig, zoals de wet voorschrijft. De procedure neemt ca. 6 maanden in beslag en gaat geheel schriftelijk. Wenst u te komen tot een wijziging van uw voornaam, neem dan vrijblijvend contact op met advocaten.nl.  Advocaten van Advocaten.nl hebben reeds 30 jaar lang ervaring met het verzoeken van een voornaamswijziging voor cliënten. Zend een email aan info@advcaten.nl of vul een formulier in. U kunt ook vrijblijvend bellen met 0900-advocaten en krijg direct contact met een advocaat.

Lee hier meer over de naamswijzing

Achternaam wijzigen?

Wilt u een geslachtsnaamwijziging (de achternaam wijzigen), dan dient u een verzoek in te dienen bij het minsterie van Veiligheid en Justitie.
Om uw voornaam te wijzigen hebt u wel weer een advocaat nodig. Vul dan dit formulier in voor juridische bijstand. Advocaten.nl hebt u graag verder.

 

Rechters zien steeds meer voornaamswijzigingen

Dat mensen dan in therapie zijn, er een vervelende gebeurtenis of relatie naar boven komt en zij naar aanleiding daarvan graag hun voornaam willen veranderen. Een voornaam en een verzoek tot wijziging daarvan is vooral iets heel persoonlijks, dat zie ik veel terug in de motivaties. Je draagt het dan ook de rest van je leven met je mee.’

Steeds meer mensen veranderen hun voornaam. Werden in 2015 bij de rechtbank nog 503 namen gewijzigd, in 2016 en 2017 steeg dat al naar 583 en 576 en voor dit jaar wordt eenzelfde aantal verwacht. Een duidelijke verklaring voor de stijging is er niet, maar je voornaam veranderen gaat niet zomaar. Daar heb je altijd een advocaat voor nodig die een verzoekschrift indient bij de rechtbank. Civiel rechter Jan Kloosterhuis van rechtbank Amsterdam legt uit hoe dat werkt: ‘Als rechter wil ik vooral graag weten welke motivatie iemand heeft om de voornaam te veranderen.

Waarom moet je naar de rechtbank om je voornaam te veranderen?

‘Omdat de wet dat voorschrijft. Dat staat in artikel 4 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, om precies te zijn. Maar verder kan ik me daarbij voorstellen dat het niet te eenvoudig moet zijn om je naam te kunnen veranderen. Hoe minder wijziging in de registers van de burgerlijke stand, hoe beter is de gedachte. Net als dat je aangifte moet doen bij de gemeente bij de geboorte van een kind, is het aan een rechter te besluiten of een voornaamswijziging kan doorgaan. Als je echt je naam wil veranderen, moet je een advocaat in de arm nemen. Die dient een verzoekschrift in bij de rechtbank en dat wordt doorgestuurd naar de rechter ter beoordeling.’

Aan welke voorwaarden moet een voornaamwijziging voldoen?

‘Er is heel erg veel mogelijk bij een voornaamswijziging. Maar het belangrijkste is dat iemand echt een goed verhaal heeft om zijn of haar naam te veranderen. Het is niet zo dat ik verzoeken krijg van mensen die vreemde of extreme namen willen. Wel zie ik mensen die een bijnaam hebben, of met een andere naam dan hun voornaam bekend zijn bij familie of vrienden en het dan ook maar willen laten aanpassen. Wat zeker niet de bedoeling is dat iemand bijvoorbeeld de voornaam laat veranderen in iets dat ook een achternaam kan zijn. Janssen of zoiets. Een naam als Thomas kan weer wel, omdat het ook een gebruikelijke voornaam is. Verder mag het niet om een ongepaste naam gaan. Ook dat schrijft de wet voor.’

Wat voor redenen geven mensen om hun voornaam te veranderen?

‘Dat is erg verschillend. Er is ook niet één bepaalde groep die er uit springt. Verzoeken komen uit alle lagen van de bevolking. Soms herinnert een naam iemand aan een vervelende familiegeschiedenis of iets dergelijks, dat zie ik voorkomen. Dat mensen dan in therapie zijn, er een vervelende gebeurtenis of relatie naar boven komt en zij naar aanleiding daarvan graag hun voornaam willen veranderen. Een voornaam en een verzoek tot wijziging daarvan is vooral iets heel persoonlijks, dat zie ik veel terug in de motivaties. Je draagt het dan ook de rest van je leven met je mee.’

Wanneer kan een wijziging echt niet doorgaan?

‘Dat heb ik in alle zaken die ik heb gedaan maar één keer bijna meegemaakt. Toen heb ik een verzoeker op zitting langs laten komen (meestal handelen we een dergelijke zaak schriftelijk af), omdat in het verzoekschrift als motivatie maar één hele abstracte regel stond voor het aanpassen van de voornaam. Dat was te weinig. Ik begreep gewoon niet wat nu de reden was dat de voornaam moest worden gewijzigd. Uiteindelijk bleek het te gaan om een persoon die wel een goed persoonlijk verhaal bleek te hebben, maar dat stond dus niet goed in het verzoekschrift. Ook die voornaam is toen aangepast.’                            

bron: rechtspraak.nl

Lees hier meer over de naamswijziging

Steun van Europees fonds voor proefprocessen

Het is hoog tijd dat Europeanen zelf actief hun rechten kunnen afdwingen, zoals in de Verenigde Staten al gebruikelijk is.

Burgers, journalisten of maatschappelijke organisaties die opkomen voor grondrechten kunnen in de toekomst wellicht steun krijgen van een Europees fonds voor proefprocessen. Het Europees Parlement stemde woensdag in met een voorstel daartoe van Sophie in ’t Veld (D66).

Voor proefprocessen buiten de EU en op nationaal niveau (in Nederland het Clara Wichmann-fonds) bestaan al fondsen. Een Europees fonds mag gezien de hoge kosten van een rechtszaak niet ontbreken, aldus In ’t Veld. „Het is hoog tijd dat Europeanen zelf actief hun rechten kunnen afdwingen, zoals in de Verenigde Staten al gebruikelijk is. Denk bijvoorbeeld aan proefprocessen over gelijke behandeling van regenboogfamilies, Eurowob-zaken, gelijk pensioen voor vrouwen, of persvrijheid.”

Volgens de politica kan een gewonnen zaak jurisprudentie afdwingen die van grote betekenis is in heel Europa. De lidstaten moeten nog instemmen met het voorstel. Doel is om in de EU-begroting van volgend jaar geld voor het fonds vrij te maken.

Je recht halen wordt onbereikbaar

Het aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen.

Steeds meer mensen zien af van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Daarom moeten de kosten om een rechtszaak te voeren, de griffierechten, drastisch omlaag

Dit bepleit Frits Bakker (voorzitter van de Raad voor de rechtspraak) in zijn jaarbericht (pdf, 30,5 KB) dat volgende week maandag als onderdeel van het jaarverslag van de Rechtspraak verschijnt. Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) verstuurde gisteren een brief aan de Tweede Kamer (tweedekamer.nl) waarin hij aangeeft in debat te willen over de hoogte van de griffierechten.

Fors minder rechtszaken

Het aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen. Bakker: ‘Een klein financieel belang, in juridische termen, kan voor gezinnen met een laag inkomen of kleine ondernemingen die van opdracht naar opdracht leven, juist een pijnlijk hoge rekening zijn.’ Daarom moeten juist bij dit soort zaken de kosten omlaag. Want een belangrijke reden om niet naar de rechter te stappen is volgens Bakker financieel van aard.

Angst

Een eenvoudig voorbeeld maakt het probleem duidelijk: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro aan griffierechten. Bakker: ‘Hoge griffierechten zijn voor veel mensen een reden om niet te procederen, en om de – in hun ogen misschien onterechte – rekening toch maar te betalen uit angst voor mogelijke extra kosten.’ En dan vormt te hoog griffierecht een onoverkomelijke drempel, en doet afbreuk aan de rechtsbescherming van de burger.

Rechtsbescherming

Bakker ziet een neerwaartse spiraal ontstaan waarbij minder en minder mensen de rechter nog weten te vinden. ‘Het vergroten van het aantal zaken is géén doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan een rechtbank als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?

Bron: Rechtspraak                                                        

Nieuw IPR-huwelijksvermogensrecht

Alle achttien lidstaten waar de verordening gaat gelden (waaronder Nederland), passen voortaan dezelfde conflictregels toe. En als het goed is, komt men op grond daarvan tot hetzelfde oordeel over het toepasselijke huwelijksvermogensrecht. Dit betekent dat bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden gemakkelijker in het buitenland worden erkend.

Niet alleen in Nederland houdt de wetgever zich met het huwelijksvermogensrecht bezig. Ook de Europese wetgever laat zich op dit terrein niet onbetuigd. In het kader van een nauwere samenwerking binnen de Europese Unie dient vanaf volgend jaar de Huwelijksvermogensrechtverordening te worden toegepast. Deze verordening bepaalt onder meer welk huwelijksvermogensrecht in grensoverschrijdende situaties van toepassing is

Uniforme regels voor huwelijksvermogensrecht

Verschillen de echtgenoten van nationaliteit of wonen zij bijvoorbeeld in het buitenland, dan rijst de vraag welk recht hun huwelijksvermogensregime beheerst. Nu nog bepaalt Nederland dit aan de hand van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, waarbij naast Nederland alleen Frankrijk en Luxemburg zijn aangesloten. Verder past ieder land zijn eigen regels toe. Niet erg handig natuurlijk, in een wereld waarin steeds meer mensen hun heil ook buiten de eigen landsgrenzen zoeken.

Dat gaat met de komst van de Huwelijksvermogensrechtverordening veranderen. Alle achttien lidstaten waar de verordening gaat gelden (waaronder Nederland), passen voortaan dezelfde conflictregels toe. En als het goed is, komt men op grond daarvan tot hetzelfde oordeel over het toepasselijke huwelijksvermogensrecht. Dit betekent dat bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden gemakkelijker in het buitenland worden erkend. Ook het belangrijke estateplanningsinstrument van de rechtskeuze zal in alle deelnemende lidstaten geldig zijn.

Welk recht is van toepassing?

Hebben de echtgenoten geen rechtskeuze uitgebracht, dan geldt voor hen het recht van het land waar zij zich na hun huwelijk hebben gevestigd. Blijven zij in verschillende landen wonen, dan is het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit van toepassing. Ontbreekt ook die, dan geldt het recht waarmee de echtgenoten het nauwst zijn verbonden.

In het kader van de estate planning verdient het natuurlijk aanbeveling dat de echtgenoten zelf het toepasselijke recht vastleggen. Dit kan bijvoorbeeld door in de huwelijkse voorwaarden een rechtskeuzebeding op te nemen. De keuzemogelijkheden zijn beperkt tot rechtsstelsels waarmee een nauwe band bestaat. De echtgenoten mogen kiezen voor het recht van het land van de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van een van hen.

Naast het toepasselijke recht, regelt de Huwelijksvermogensrechtverordening ook de internationale bevoegdheid van de rechter en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het terrein van de huwelijksvermogensrecht.

Geregistreerde partnerschappen

In aanvulling op de verordening voor huwelijksvermogensstelsels gaat een tweede verordening gelden voor de vermogensrechtelijke gevolgen van grensoverschrijdende geregistreerde partnerschappen. Ook hier worden de regels van rechtsmacht, toepasselijk recht en erkenning en tenuitvoerlegging binnen de deelnemende lidstaten – waaronder Nederland – geharmoniseerd. Als de partners niet zelf een rechtskeuze zijn overeengekomen, wordt hun partnerschapsvermogensregime onder de verordening beheerst door het recht van het land waar het partnerschap is aangegaan.

Vooruitgang?

De Europese verordeningen betekenen zeker een vooruitgang voor de eenvoud van de afwikkeling van grensoverschrijdende huwelijksboedels en partnerschapsvermogensregimes in de deelnemende landen. De kring van achttien lidstaten kan bovendien nog groter worden. Ook nemen de mogelijkheden om maatregelen van estate planning in het buitenland erkend te krijgen, toe. Dit geldt overigens alleen voor de civiele aspecten; fiscale zaken blijven buiten schot.

Ingangsdatum

De verordeningen zijn van toepassing op huwelijken en geregistreerde partnerschappen die op of na 29 januari 2019 worden gesloten. Voor huwelijken en partnerschappen van vóór deze datum blijven de oude regels gelden, tenzij na deze datum een rechtskeuze wordt uitgebracht. Ook echtgenoten en partners die reeds voor 29 januari 2019 zijn gehuwd of als partners zijn geregistreerd, kunnen op deze wijze van de estateplanningsinstrumenten uit de nieuwe verordeningen profiteren.

Bron: SDU