Aangesproken wegens een inbreuk op auteursrecht: welke boete is redelijk?

Afhankelijk van het formaat, naamsvermelding, verspreiding en duur van de inbreuk kan een fotograaf honderden tot duizenden euro vergoeding vorderen voor een inbreuk. Maar wat is redelijk?

Om te beginnen met de boete: strikt genomen is er geen sprake van een boete, want die kan alleen in het strafrecht of bestuursrecht worden opgelegd, of indien u in een overeenkomst sloot waarin dat is bepaald. Wel voelt het alsof een boete word opgelegd. U wordt immers geconfronteerd met een vordering die u niet zag aankomen. Maar het gaat wel om een vergoeding voor de schade die de maker stelt te hebben geleden.

Het is verleidelijk,en ook kinderlijk eenvoudig, om uw website op te leuken met foto´s die u vindt op het internet. Maar in veel gevallen betreft het een foto waarop auteursrechten rust. Of eenvoudiger gezegd, u moet toestemming hebben van de maker van de foto om die te gebruiken. Het maakt daarbij niet uit of u de foto op uw persoonlijke website plaatst die u als hobby hebt ingericht voor uw zangvereniging, of dat u een commerciële website hebt waarop u spullen ter verkoop aanbiedt.

Een maker, bijvoorbeeld de fotograaf zelf, kan u nu om een schadevergoeding vragen voor dat gebruik. In de meeste gevallen wordt u dan benaderd door een brancheorganisatie of een advocatenkantoor die voor meerdere rechthebbenden het internet doorzoekt naar inbreukmakende publicaties, en daarvoor systematisch vergoedingen voor vraagt.

In bijna alle gevallen wordt u geconfronteerd met een schikkingsvoorstel. Dit schikkingsbedrag is zonder uitzondering zo hoog dat u zich terecht zult afvragen of dat bedrag wel redelijk is. Met andere woorden, hoe komt een dergelijk bedrag tot stand? Volgens de wet wordt een schadevergoeding bepaald aan de hand van diverse factoren zodanig dat de fotograaf in dezelfde positie is indien er wel om toestemming was gevraagd. Een eerste factor die dus een rol speelt is de voorwaarde voor het verlenen van die toestemming: in de meeste gevallen vraagt een fotograaf om een vaste vergoeding. De toestemming is dan een licentie, een gebruiksrecht.

Van te voren is niet duidelijk welke licentievergoeding geldt, maar men kan een vergelijking maken met vergoedingen die met in het algemeen pleegt te vragen voor het gebruik van de foto. Volgens vaste rechtspraak kan daar nog iets worden bijgeteld voor eventuele reputatieschade en voor de kosten van de opsporing en vaststelling van de inbreuk.

De eerste reactie is die van verzet, en niet betalen, maar dat helpt vaak niet, omdat juristen die dergelijke inbreuken behandelen vaak dreigen om de zaak voor te leggen aan de rechter. De kosten kunnen dan behoorlijk oplopen.

De eerste actie die u kunt nemen is het vaststellen of werkelijk inbreuk is gemaakt. Is er werkelijk sprake van een foto waarop auteursrecht rust?

Om dat vast te stellen kunt u zelf onderzoek doen. Indien het gaat om een rechtenvrije foto, om een foto die onder voorwaarde vrij ter beschikking is gesteld door de maker (creative commons) of een foto zonder enige creativiteit, zoals een packshot, dan kan de vordering onterecht zijn. Zekerheid is er dan echter nog niet. Er bestaat immers geen beeldbank waarmee men met zekerheid kan vaststellen of op een foto auteursrechten rust.

In de meeste gevallen valt er nog wel te onderhandelen met de fotograaf of de jurist die u aanspreekt. Er is sprake van een businessmodel dat de hoogste opbrengst genereert indien een vergoeding wordt verkregen zonder het voeren van een dure procedure. Dit brengt mee dat men in de meeste gevallen bereid is water bij de wijn te doen. Niets betalen is echter vaak geen optie. De kans is immers groot dat u de procedure verliest, en dat u daarmee ook het risico loopt op een hoge proceskostenveroordeling, die soms een veelvoud kan zijn van het schikkingsvoorstel. Het maakt daarbij weinig uit welk oogmerk u hebt gehad met het plaatsen van de foto, commercieel of als hobby.

De wet bepaalt bovendien dat voor procedure die gaan om een bescherming van intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteursrecht, een volledige proceskostenvergoeding kan worden gevorderd. Die kan enkele duizenden euro`s bedragen, hoewel in een enkel geval rechters slechts enkele honderden euro toekennen. De rechter is dat in beginsel vrij in. De meeste rechtbanken hanteren voor de proceskosten een staffel, de zogenaamde indicatietarieven.

Hoe hoog uiteindelijk het bedrag is dat een redelijk vergoeding voor de maker inhoud valt van te voren moeilijk in te schatten. Voor bijzondere foto`s met een actuele nieuwswaarde of die van een unieke creativiteit getuigen kan een fotograaf vele duizenden euro´s vragen. Voor de meeste  foto’s worden doorgaans – afhankelijk van het formaat, of er naamsvermelding was, de mate waarin de foto via internet al is verspreid, en hoe lang de foto reeds is gebruikt – een vergoeding van enkele tientjes tot een paar honderd euro gerekend. Daarnaast rekent men (net als de rechter vaak toewijst) met een opslag van circa 25% procenten wegens aantasting van exclusiviteit, en de redelijke opsporingskosten. Het aldus berekende bedrag kan na onderhandeling nog omlaag; door akkoord te gaan met een lagere vergoeding vermijdt de maker dat er geprocedeerd moet worden. Hoewel hij een forse proceskostenveroordeling kan bedingen, loopt hij dan toch het risico dat de rechter zijn vordering voor een veel lager bedrag toewijst. Zijn kosten voor de rechtsbijstand  blijven echter gelijkt, en dus is zijn opbrengst navenant lager. Dat risico sluit hij uit door een regeling te treffen.

Sommige voorstellen rekenen echter met een opslag van 100% of meer wegens aantasting van exclusiviteit, een extra bedrag wegens reputatieschade en schade voor opsporing en juridische bijstand. In zo´n geval is het nuttig om te onderhandelen. Voor meer informatie kunt u bellen met 0900-0600, met 0900-advocaten of een vraag stellen via de website.

Uw foto zonder toestemming gebruikt in publicatie: Inbreuk op auteursrecht

Een beroepsfotograaf heeft als eerste het recht zijn creaties te exploiteren, door betaling te vragen voor toestemming tot publicatie. Wat te doen bij een publicatie waarvoor toestemming ontbreekt, en dus schade veroorzaakt?

Een fotograaf is de maker en eigenaar van zijn foto, en heeft het recht die te exploiteren. Een foto op internet is echter eenvoudig te kopiëren door iedereen en te gebruiken op een eigen website. De schade voor de maker behoeft geen uitleg.

De maker van de foto lijkt machteloos tegen dergelijke inbreuk, maar niets is minder waar. De auteurswet geeft de maker de mogelijkheid om daar tegen op te treden. Inmiddels komt dit zo vaak voor dat tal van professionals, meestal juristen zich hebben toegelegd op deze soort van schade.

Vaststelling van het gebruik

Allereerst dient de het gebruik te worden vastgesteld. Dit kan door het maken van een opname of een afdruk van de pagina met de foto. Belangrijk is dat daarop de datum en website te zien zijn. Een andere mogelijkheid is natuurlijk een afdruk van de way-back machine op het internet-archive.

Vaststelling van het ontbreken van de toestemming

Vervolgens dient te worden vastgesteld of de gebruiker niet via een derde wel toestemming kreeg voor het gebruik. Als de werkgever van de maker die toestemming gaf, of indien licenties zijn vertrekt via een package deal, is er toestemming verleend. Het kan ook zijn dat de publicatie is `gelinked´, dat wil zeggen Dat deze slechts via een link van andere website zichtbaar is. Aldus wordt vastgesteld of er gebruik is en of de toestemming ontbreekt.

Vaststelling van de schade

Indien het gebruik en de inbreuk vaststaan kan de schade worden begroot. Die schade bestaat in de meeste gevallen uit de inkomsten die men kan bedingen voor publicatie van de foto. Schade kan echter ook bestaan in gemis aan publiciteit die publicatie zonder naamsvermelding meebrengt. Ook kan schade bestaan in gemis aan extra exploitatiemogelijkheden. Indien een foto al wijdt verspreid wordt is men minder bereid een goede prijs te betalen. Ook kan reputatieschade ontstaan door manipulatie of door gebruik in publicaties waarmee men niet geassocieerd wil worden. De schade kan op die wijze oplopen tot een veelvoud van de normaal verwachte vergoeding voor de publicatie van een foto. Naast de schade die men vordert vraagt men ook het staken van de publicatie. De foto dient verwijderd te worden. Gaat het om drukwerk, dan kan men vorderen dat de gehele oplage waarin de publicatie voorkomt wordt vernietigd.

Schikken of procederen?

Het is niet in alle gevallen verstandig om direct de inbreukmaker voor de rechter te slepen. Een schikking is goedkoper en sneller, en heeft geen procesrisico. Op het internet zijn diverse voorbeelden te vinden van een brief waarin men een schikkingsvoorstel kan doen. Basisprincipe bij een schikking is dat slechts een redelijk deel van de totale schade wordt gevraagd. Partijen kunnen goedkoop hun geschil onderling oplossen, en vermijden de hoge proceskosten. Dit weegt op tegen de lagere opbrengst.

Kosten van een procedure

Komt er geen schikking tot stand, dan kunt u de vordering voorleggen aan de rechter. Kan men geen beroep doen op een rechtsbijstandverzekering dan dient rekening te worden gehouden met juridische kosten. Bent u aangesloten bij een brancheorganisatie dan is het verstandig de zaak aan hen voor te leggen.

Vergoeding voor proceskosten

De kosten van een procedure zijn in het algemeen hoog, en wegen soms niet op tegen de schade die men leed. Dit komt omdat de wet in Nederland in procesrecht slechts een gemaximeerde proceskostenveroordeling kent. In het auteursrecht, en in alle zaken betreffende intellectuele eigendom, geeft de wet echter een uitzondering. In beginsel kunnen all juridische kosten worden teruggevorderd van de inbreukmaker. Ook hier heeft de rechtspraak weer een systeem ontwikkeld waarbij die kosten worden gematigd aan de hand van de complexiteit van de procedure. Men dient er dus rekening mee te houden dat ook hier niet alle proceskosten kunnen worden teruggewonnen.

Incassorisico en schadeverhaal

Een belangrijke factor waarmee men nog rekening dient te houden, maar die vaak over het hoofd wordt gezien, is het incassorisico: een toewijzing van de schadevordering, en een forse proceskostenveroordeling daar boven, is natuurlijk mooi, maar als de inbreukmaker failliet gaat of met de noorderzon verdwijnt schiet men weinig op. Dan blijft men wel zitten met de advocaatkosten, en heeft men nog steeds geen vergoeding van de schade!

De advocaat zal in voorkomend geval eerst onderzoeken of verhaal ook daadwerkelijk mogelijk is. Zo nodig zal hij tijdig, voorafgaande aan een procedure, zekerheid moeten krijgen voor verhaal door een conservatoir beslag.

Voor meer informatie omtrent uw auteursrechten, een geconstateerde inbreuk, schadeberekening en verhaal, kunt u bellen met 0900-0600, met 0900-advocaten of een email zenden aan advocaten.nl.

Hoe voorkom je als zzp’er dat iedereen je adres en telefoonnummer googlet

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn.

De Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat de Kamer van Koophandel mogelijk de wet overtreedt door adverteerders inzage te bieden in het handelsregister. De organisaties gaan daarover in gesprek, en dat kan goed nieuws zijn voor ondernemers. Die hebben nu maar weinig middelen om hun privacy te beschermen.

Wie een bedrijf begint, kan niet om de Kamer van Koophandel heen. Je bent als ondernemer verplicht om je in te schrijven in het handelsregister. Dat heeft tot gevolg dat je privégegevens makkelijk vindbaar zijn. Op internet, maar ook in allerlei bestanden die de Kamer van Koophandel aan commerciële partijen doorverkoopt.

Ondernemers krijgen daardoor te maken met een stroom aan post en telefoontjes van energieleveranciers, internetaanbieders en andere bedrijven iets te verkopen hebben.

Vooral voor zzp’ers die vanuit huis werken is de verkoop van data vervelend. Het vestigingsadres van hun bedrijf is in het handelsregister hetzelfde als hun privéadres. Ze krijgen dus thuis te maken met telefoontjes, post en verkoop van deur tot deur.

De privacy van deze ondernemers is er ook niet bij gebaat. Wie via Google op hun bedrijfsnaam zoekt, vindt gemakkelijk hun privéadres. Dat kan tot nare situaties leiden.

De Kamer van Koophandel geeft zelf een aantal tips om je privacy te waarborgen. Zo kun je bij de organisatie de zogenoemde non-mailing indicator inschakelen. Als je dat doet, wordt je adres in ieder geval niet opgenomen in Google Maps en zou je geen last meer moeten hebben van ongewenste post en telefoontjes.

Het helpt ook om in je bedrijfsnaam geen verwijzing te maken naar je eigen naam. Als je Sjaak de Vries heet, denk dan twee keer na voordat je je bedrijf Sjaak de Vries IT Services noemt.

Dreiging

Ook bestaat de mogelijkheid om je privéadres af te schermen. Dan moet je wel aan strikte voorwaarden voldoen: er moet sprake zijn van een waarschijnlijke dreiging, je privéadres moet niet te achterhalen zijn via een andere inschrijving in het handelsregister, je telefoonnummer is niet openbaar en je adres heeft in de gemeentelijke basisadministratie het label ‘geheim’.

Deze ambtelijke molen is trouwens zinloos als je vanuit huis werkt, waarschuwt de Kamer van Koophandel:
“Als uw privé- en vestigingsadres gelijk zijn, heeft het weinig nut om uw privéadres af te schermen. Uw vestigingsadres blijft namelijk zichtbaar en is gemakkelijk te achterhalen als uw privéadres. De enige optie die u dan hebt is om uw bedrijf op een ander zakelijk adres te registreren en daarna uw privéadres af te schermen.”

Virtueel kantoor

Er bestaat nog wel zoiets als een ‘virtueel kantoor’. Dat is een plek, vaak een bedrijfsverzamelgebouw, waar je voor een paar tientjes per maand een zakelijk adres kunt huren om je mee in te schrijven in het handelsregister. Op internet zijn er veel bedrijven die zo’n zakelijk adres aanbieden, maar let op: van de Kamer van Koophandel mag deze constructie helemaal niet.

“Als u een bureau of kantoor voor bijvoorbeeld twee uur per week huurt, dan voldoet u niet aan de eis en registreren wij het niet als bezoekadres. Dit geldt ook voor de huur van zogenaamde virtuele kantoorruimte. In deze gevallen wordt uw privéadres als bezoekadres ingeschreven. Als correspondentieadres mag u het adres van het bedrijfsverzamelgebouw wel gebruiken”, staat op de site van de organisatie.

Met andere woorden: je kunt niet anders dan een écht kantoor of een werkruimte huren als je je privéadres buiten de openbaarheid wil houden. Voor ondernemers hangt aan privacy voorlopig dus een prijskaartje.

Bron: NOS                                            

Thuiskopieheffing compenseert niet voor schade door illegale downloads

De thuiskopieheffing is niet bedoeld om het nadeel te compenseren van kopieën uit illegale bron.

De zaak over het “illegaal downloaden”. Tja, wat kon de Hoge Raad nog toevoegen aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU uit 2014? Het Hof had deze zaak immers al beslist, maar eisers tot cassatie besloten twee jaar later om de zaak toch nog op te brengen voor voortprocederen. De Hoge Raad rondt de zaak af zonder verrassingen.

Thuiskopieheffingen

Waar ging het ook alweer over? Een groep fabrikanten en importeurs van apparaten waarop thuiskopieën kunnen worden gemaakt, begon een principiële zaak tegen Stichting de Thuiskopie, die thuiskopievergoedingen int en verdeelt, en de SONT, de stichting waarin rechthebbenden en fabrikanten elkaar treffen om te onderhandelen over de hoogte van de thuiskopievergoeding. De fabrikanten vorderden een hele reeks verklaringen voor recht over met welk soort kopieën allemaal wel of niet rekening mocht worden gehouden bij het vaststellen van de vergoedingen. Dat is namelijk niet zo duidelijk.

De Auteursrechtrichtlijn

De Auteursrechtrichtlijn (Arl.) bepaalt alleen dat als een lidstaat de “thuiskopie-exceptie” implementeert (toestemming geeft aan consumenten om, zeg maar, voor niet-commercieel privégebruik kopieën te maken), een “billijke vergoeding” moet worden geheven ter compensatie van de rechthebbenden. Vaste jurisprudentie van het HvJEU luidt dat deze “billijke vergoeding” een autonoom, unierechtelijk begrip is dat uniform in de EU-lidstaten moet worden uitgelegd. Diezelfde rechtspraak geeft tegelijkertijd een grote vrijheid aan de lidstaten, onder meer om de hoogte van de vergoeding en de wijze van inning vast te stellen.

Dat geeft onduidelijkheid en elk jaar verschijnen meerdere arresten van het HvJEU waarin over allerlei aspecten knopen worden doorgehakt. Soms wordt de nationale wetgever inderdaad alle ruimte gelaten, maar in andere gevallen komt het HvJEU met regels op een detailniveau dat nogal contrasteert met de vage bewoordingen van de Arl. Menige lidstaat heeft zijn uitvoeringswet- en regelgeving al moeten aanpassen omdat het HvJEU oordeelde dat het recht anders in elkaar stak dan men dacht.

Misschien wel het meest contentieuze onderwerp in deze procedure vormden de “kopieën uit niet-geoorloofde bron”, of in de volksmond: illegale downloads. In Nederland werd in de parlementaire geschiedenis ervan uitgegaan dat met de thuiskopieheffing ook daar een vergoeding voor werd geïnd. Dat is een praktisch resultaat waar veel voor te zeggen valt: illegaal downloaden is in de praktijk moeilijk tegen te gaan, de schade per download is relatief gering, en door ook te heffen voor illegale downloads worden de rechthebbenden tenminste nog enigszins gecompenseerd. In cassatie legde de Hoge Raad hierover twee vragen voor aan het HvJEU, kort gezegd: (1) vallen downloads uit ongeoorloofde bron ook onder de thuiskopie-exceptie uit de Auteursrechtrichtlijn, en zo nee: (2) mag een lidstaat de schade van rechthebbenden door zulke kopieën dan toch compenseren met een thuiskopieheffing? In een nogal rechtlijnig arrest beantwoordde het HvJEU beide vragen met ‘nee’. De Hoge Raad kon vervolgens de zaak zelf afdoen en verklaart voor recht:
“dat de in art. 16c Aw bedoelde billijke vergoeding uitsluitend bedoeld is om het nadeel (te verstaan als: de voor de desbetreffende kopieerhandeling gederfde licentievergoeding) dat de rechthebbenden ondervinden van de reproductiehandelingen die binnen het toepassingsbereik van art. 16c Aw vallen, te compenseren, alsmede dat bij de bepaling van de hoogte van de thuiskopievergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de schade die het gevolg is van illegaal kopiëren (inclusief downloaden) uit een illegale bron”.

Voor de Nederlandse wetgeving heeft dit overigens verder geen gevolgen: de Hoge Raad had in zijn tussenarrest al geoordeeld dat art. 16c Auteurswet, dat de thuiskopieheffing implementeert, hoe dan ook richtlijnconform kan worden uitgelegd. De tekst van de wet maakt namelijk geen onderscheid tussen legale en illegale bron en duidelijk blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever bedoeld heeft om de Auteursrechtrichtlijn getrouw uit te voeren. Dan moet volgens vaste rechtspraak van het HvJEU de wet richtlijnconform worden uitgelegd, ook al zou in de wetsgeschiedenis een verkeerde interpretatie van de richtlijn zijn gegeven.

Proceskosten

De Hoge Raad had naar aanleiding van het incidentele cassatieberoep van Thuiskopie nog een vraag gesteld aan het HvJEU: was op deze procedure de Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG) van toepassing, zodat art. 1019h Rv aanspraak zou geven op een volledige proceskostenvergoeding? Het HvJEU oordeelde van niet, en Thuiskopie trok daarna haar incidentele beroep in. Maar ja, zegt de Hoge Raad, nu waren de kosten in het incidentele beroep al gemaakt, dus Thuiskopie wordt toch daarin veroordeeld. Maar dus wel tegen het forfaitaire tarief.

Bron: Cassatieblog.nl                    

Zaak rond auteursrechten selfie van aap past in trend

Het doel lijkt bizar: een makaak-aap eigenaar maken van foto’s die hij zelf had genomen met de camera van een natuurfotograaf. Maar volgens Janneke Vink, deskundige op het gebied van dierenrecht, steekt er meer achter de rechtszaak over ‘selfie-aap’ Naruto.

De jarenlange juridische strijd was aangespannen door de dierenrechtenorganisatie PETA. “Het lijkt erop dat die de rechter probeerde te verleiden deze makaak impliciet te erkennen als rechtspersoon”, zegt de promovendus aan de Universiteit Leiden. Het zou een juridische aardverschuiving veroorzaken. Want een rechtspersoon mag je niet zonder oordeel van een rechter zomaar tegen zijn wil gevangen houden.

Het resultaat was minder baanbrekend: een schikking. Natuurfotograaf David Slater doneert een kwart van de toekomstige opbrengsten van de foto’s aan liefdadigheidsprojecten voor de bedreigde apensoort in Indonesië. Aap Naruto vist achter het net voor de auteursrechten.

Weinig sympathie

Vink denkt dat het niet de meest strategische zaak was om dierenrechten mee af te dwingen. Een aap die al twintig jaar zit opgesloten, kan volgens haar op meer steun rekenen. Maar Naruto leeft vrij in de jungle van Indonesië. “Dit kan zo ongeveer op de minste sympathie rekenen van het publiek. Dierenrechtenorganisatie PETA is er zelfs nog goed vanaf gekomen: ze hebben wel die 25 procent binnengehaald.”

PETA zegt dat de rechtszaak een discussie heeft aangezwengeld. “Naruto’s zaak laat zien dat de strijd om dierenrechten diep geworteld is in ons rechtssysteem”, staat op de website.

Chimpansees en olifanten

Volgens Vink is de zaak onderdeel van een bredere trend om dierenrechten af te dwingen via de rechter. Het Amerikaans/Britse rechtssysteem biedt namelijk voldoende handvatten voor deze juridische strijd. Vink verwijst naar het Nonhuman Rights Project in de VS. Dierenactivisten proberen via rechtszaken mensenrechten af te dwingen voor dieren in gevangenschap. “Dat loopt sinds 2013 voor een aantal chimpansees en binnenkort ook voor een olifant.”

Chimpansee Tommy kreeg in 2014 geen ‘mensenrechten’van het Hooggerechtshof in New York. Het hoger beroep loopt nog. “Ik denk dat ze juridisch gezien een sterke zaak hebben”, zegt de onderzoekster. “Het enige wat men aan moet tonen, is dat chimpansees ook rechtspersonen kunnen zijn.”

En in Nederland? In ons rechtssysteem zal zoiets niet snel gebeuren, denkt Vink. Rechters in de VS hebben volgens haar meer macht om zelf invulling te geven aan de wet. “Onze rechters zullen niet zo creatief zijn.”

Bron: nos                                                     

Reclame misleidend of vergelijkend?

Reclame beoogt dat de consument juist dat produkt of die dienst selecteert uit een breed aanbod van beschikbare produkten en diensten van concurrenten. Het ligt daarom voor de hand dat de positieve eigenschappen van een eigen produkt of dienst worden aangeprezen. Dat mag op zich ook, zolang het niet de grens van de misleiding over gaat, want dan wordt het onrechtmatig.

En een vergelijking trekken met het produkt of de dienst van de concurrent, hoe zit dat ? Mag een muesliaanbieder beweren dat het eigen product “gezonder is dan alle andere muesli’ ? Mag een scheerapparatenfabrikant de vergelijking trekken met het “nat” scheren met behulp van scheermesjes ?  Mag een ziektekostenverzekeraar adverteren met “de beste dekking voor de laagste premie” ?

In het privaatrecht wordt onderscheiden tussen de misleidende reclame en de vergelijkende reclame. Bij het eerste type reclame gaat het om een onjuiste of onvolledige mededeling ten aanzien van (uitsluitend) het eigen product. Dat kan onrechtmatig zijn jegens de ontvangers van die boodschap, indien die daardoor misleid kunnen worden. Een voorbeeld van misleidende reclame is een beleggingsprospectus waarin de vooruitzichten te rooskleurig worden voorgesteld, ook als die prospectus slechts toegezonden is aan een beperkte groep relaties. Beslissend is of de mededeling openbaar is gemaakt en of die voor de gemiddelde consument misleidend kan zijn (artikel 6:194 Burgerlijk Wetboek), waarbij iedereen rekening moet houden met een zekere overdrijving die aan reclame eigen is. Een ander recent voorbeeld was de Staatsloterij, die niet vooraf meedeelde dat het winnende lot getrokken zou worden uit een veel grotere hoeveelheid dan het aantal daadwerkelijk verkochte loten.

Het tweede type reclame (de vergelijking) is ruimer toegestaan. Omdat reclame nu eenmaal een belangrijk marketinginstrument is, zou volgens de Europese Commissie het vrije verkeer van goederen en diensten worden belemmerd als vergelijkingen al te kritisch zouden worden getoetst door de rechter. Juist met uniforme vergelijkende reclameregels zullen ook kleinere ondernemers in staat zijn – aldus een richtlijn van de Europese Commissie – om een groter publiek te wijzen op de voordelen van hun goederen en diensten vergeleken met machtige marktleiders.

Vergelijkende reclame is in artikel 6:194a Burgerlijk Wetboek omschreven als elke vorm van reclame waarbij een concurrent of zijn goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd. In beginsel is vergelijkende reclame toegestaan, mits aan bepaalde randvoorwaarden is voldaan. Belangrijk is dat de getrokken vergelijking zo zuiver mogelijk is, dat wil zeggen dat de vergelijking niet subjectief van karakter is. De vergelijking moet gaan over wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken, bijvoorbeeld de after-sales of de prijs of de veiligheid of de onderhoudskosten. Zo werd reclame van een mobiele telefoonaanbieder door de rechter ongeoorloofd geacht, omdat de buitenlandtarieven van de concurrent niet juist werden weergegeven onder de kop “Daarom zijn wij het voordeligst – voordeliger dan met Vodafone op vakantie kan niet’. De vergelijking moet verder zaken betreffen die in dezelfde behoeften voorzien, en mag geen verwarring in de hand werken of de goede naam schaden van een concurrent.

Bron: Actuele artikelen    

Nieuwe regelingen proceskosten in zaken over intellectuele eigendom

De regelingen voor de proceskosten in rechtszaken over auteursrechten, merken, handelsnamen e.d. (‘intellectuele eigendom’) zijn aangepast. Dat geldt voor de Hoge Raad, de gerechtshoven en de rechtbanken.

De proceskosten in dat soort zaken zijn meestal hoger dan in andere zaken. Dat komt door Europese regelgeving en omdat dit soort zaken vaak ingewikkeld en langlopend zijn.

Het doel van de aanpassing is om de voorspelbaarheid van het proceskostenrisico te vergroten. Daardoor kunnen de procederende partijen beter en vroegtijdiger inschatten wat de proceskosten zullen zijn die ze moeten betalen als ze de zaak verliezen. Daarnaast zijn de regelingen ook aangepast in verband met nieuwe Europese en Nederlandse rechtspraak.

De regelingen zijn op rechtspraak.nl gepubliceerd:

Indicatietarieven IE-zaken Hoge Raad (pdf, 137,5 KB)
Indicatietarieven IE-zaken gerechtshoven (pdf, 277,8 KB)
Indicatietarieven IE-zaken rechtbanken (pdf, 24,4 KB)
Ze worden toegepast vanaf 1 april 2017.

Bron: Rechtspraak

Thuiskopieheffing compenseert niet alle schade illegale downloads

De thuiskopieheffing is niet bedoeld om het nadeel te compenseren van kopieën uit illegale bron.

De zaak over het “illegaal downloaden”. Tja, wat kon de Hoge Raad nog toevoegen aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU uit 2014?

Het Hof had deze zaak immers al beslist, maar eisers tot cassatie besloten twee jaar later om de zaak toch nog op te brengen voor voortprocederen. De Hoge Raad rondt de zaak af zonder verrassingen.

Thuiskopieheffingen

Waar ging het ook alweer over? Een groep fabrikanten en importeurs van apparaten waarop thuiskopieën kunnen worden gemaakt, begon een principiële zaak tegen Stichting de Thuiskopie, die thuiskopievergoedingen int en verdeelt, en de SONT, de stichting waarin rechthebbenden en fabrikanten elkaar treffen om te onderhandelen over de hoogte van de thuiskopievergoeding. De fabrikanten vorderden een hele reeks verklaringen voor recht over met welk soort kopieën allemaal wel of niet rekening mocht worden gehouden bij het vaststellen van de vergoedingen. Dat is namelijk niet zo duidelijk. De Auteursrechtrichtlijn (Arl.) bepaalt alleen dat als een lidstaat de “thuiskopie-exceptie” implementeert (toestemming geeft aan consumenten om, zeg maar, voor niet-commercieel privégebruik kopieën te maken), een “billijke vergoeding” moet worden geheven ter compensatie van de rechthebbenden. Vaste jurisprudentie van het HvJEU luidt dat deze “billijke vergoeding” een autonoom, unierechtelijk begrip is dat uniform in de EU-lidstaten moet worden uitgelegd. Diezelfde rechtspraak geeft tegelijkertijd een grote vrijheid aan de lidstaten, onder meer om de hoogte van de vergoeding en de wijze van inning vast te stellen. Dat geeft onduidelijkheid en elk jaar verschijnen meerdere arresten van het HvJEU waarin over allerlei aspecten knopen worden doorgehakt. Soms wordt de nationale wetgever inderdaad alle ruimte gelaten, maar in andere gevallen komt het HvJEU met regels op een detailniveau dat nogal contrasteert met de vage bewoordingen van de Arl. Menige lidstaat heeft zijn uitvoeringswet- en regelgeving al moeten aanpassen omdat het HvJEU oordeelde dat het recht anders in elkaar stak dan men dacht.

Misschien wel het meest contentieuze onderwerp in deze procedure vormden de “kopieën uit niet-geoorloofde bron”, of in de volksmond: illegale downloads. In Nederland werd in de parlementaire geschiedenis ervan uitgegaan dat met de thuiskopieheffing ook daar een vergoeding voor werd geïnd. Dat is een praktisch resultaat waar veel voor te zeggen valt: illegaal downloaden is in de praktijk moeilijk tegen te gaan, de schade per download is relatief gering, en door ook te heffen voor illegale downloads worden de rechthebbenden tenminste nog enigszins gecompenseerd. In cassatie legde de Hoge Raad hierover twee vragen voor aan het HvJEU, kort gezegd: (1) vallen downloads uit ongeoorloofde bron ook onder de thuiskopie-exceptie uit de Auteursrechtrichtlijn, en zo nee: (2) mag een lidstaat de schade van rechthebbenden door zulke kopieën dan toch compenseren met een thuiskopieheffing? In een nogal rechtlijnig arrest beantwoordde het HvJEU beide vragen met ‘nee’. De Hoge Raad kon vervolgens de zaak zelf afdoen en verklaart voor recht:

“dat de in art. 16c Aw bedoelde billijke vergoeding uitsluitend bedoeld is om het nadeel (te verstaan als: de voor de desbetreffende kopieerhandeling gederfde licentievergoeding) dat de rechthebbenden ondervinden van de reproductiehandelingen die binnen het toepassingsbereik van art. 16c Aw vallen, te compenseren, alsmede dat bij de bepaling van de hoogte van de thuiskopievergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de schade die het gevolg is van illegaal kopiëren (inclusief downloaden) uit een illegale bron”.

Voor de Nederlandse wetgeving heeft dit overigens verder geen gevolgen: de Hoge Raad had in zijn tussenarrest al geoordeeld dat art. 16c Auteurswet, dat de thuiskopieheffing implementeert, hoe dan ook richtlijnconform kan worden uitgelegd. De tekst van de wet maakt namelijk geen onderscheid tussen legale en illegale bron en duidelijk blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever bedoeld heeft om de Auteursrechtrichtlijn getrouw uit te voeren. Dan moet volgens vaste rechtspraak van het HvJEU de wet richtlijnconform worden uitgelegd, ook al zou in de wetsgeschiedenis een verkeerde interpretatie van de richtlijn zijn gegeven.

Proceskosten

De Hoge Raad had naar aanleiding van het incidentele cassatieberoep van Thuiskopie nog een vraag gesteld aan het HvJEU: was op deze procedure de Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG) van toepassing, zodat art. 1019h Rv aanspraak zou geven op een volledige proceskostenvergoeding? Het HvJEU oordeelde van niet, en Thuiskopie trok daarna haar incidentele beroep in. Maar ja, zegt de Hoge Raad, nu waren de kosten in het incidentele beroep al gemaakt, dus Thuiskopie wordt toch daarin veroordeeld. Maar dus wel tegen het forfaitaire tarief.

Bron: Cassatieblog.nl

Brussel wil auteursrecht drastisch wijzigen

Het dagelijks bestuur van de EU heeft een voorstel opgesteld waarbij internetpartijen moeten controleren of gebruikers geen materiaal op hun websites zetten waarop auteursrecht berust. Zo kunnen musici meer verdienen aan hun muziek op YouTube en Facebook.

`Het creëren van content is geen hobby, het is een beroep`, zo stelde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker woensdag in een toespraak voor het Europees Parlement. Het nog onduidelijk of dit voorstel wordt goedgekeurd. De komende maanden zal er debat over worden gevoerd en moeten het Europees Parlement en de lidstaten er een oordeel over vellen. De Europese Commissie hoopt op instemming in 2017.

Critici vinden echter dat Brussel vooral de dominantie van Amerikaanse technologiebedrijven aanpakt en zijn het niet eens met de plannen. Amerikaanse technologiebedrijven beschuldigen de Europese Commissie van regelzucht en vinden dat die een goed ondernemersklimaat in Europa hindert. Volgens Google zullen de nieuwe voorstellen het moeilijker maken om content te delen. De Europese Commissie laat weten zich niet specifiek op het aanpakken van Amerikaanse bedrijven te richten, maar benadrukt dat de regels ook gelden voor Europese platformen.

Bron: Profnews

Fleurop wint rechtszaak om Adwords

Bloemist TopBloemen mag zichzelf niet langer online etaleren door via Google Adwords mee te liften op de bekende merknaam van marktleider Fleurop. Dat heeft de rechtbank in Den Haag deze week beslist.

Concurrenten bieden bij Google Adwords structureel op de naam Fleurop zodat hun bedrijf bovenaan verschijnt als consumenten het woord ‘Fleurop’ intoetsen in Google. Topbloemen maakt echter nergens duidelijk dat zij niet tot het netwerk van Fleurop bloemisten behoort.

“Niet alleen drijft zij de prijs van Adwords advertenties op en kost het ons orders, maar Topbloemen zorgt volgens de rechter bovendien voor verwarring”, aldus Jeroen de Zwart, algemeen directeur van Fleurop. “We konden de naam Fleurop overal beschermen. Echter op internet was ons merk tot nu toe vogelvrij. De rechter geeft Fleurop nu een stuk bescherming terug.”