Online aanbieden kansspelen wordt legaal

Online gokbedrijven met vergunning mogelijk. Ook komt er een landelijk register voor spelers met een gokverslaving.

U kunt straks met een vergunning online kansspelenaanbieden in Nederland. Bijvoorbeeld poker, casinospelen en sportweddenschappen. Nu is het niet mogelijk legaal kansspelen via internet aan te bieden. U mag straks tussen 6 en 22 uur geen kansspelen aanbieden via open tv-zenders.

Als vergunninghouder moet u aan eisen voldoen op het gebied van kansspelverslaving. Bovendien betaalt u mee aan een fonds dat bijdraagt aan het tegengaan van kansspelverslaving. Ook krijgt u geen vergunning wanneer u eerder een boete hebt gekregen van de Kansspelautoriteit.

Centraal register uitsluiting kansspelen

Er komt een landelijk register uitsluiting van kansspelen. Hierin worden spelers met verslavingsproblemen opgenomen. Opname in dit register gebeurt vrijwillig of gedwongen. Is een speler opgenomen in het register? Dan kan hij minimaal 6 maanden niet deelnemen aan kansspelen via internet. Ook mag hij niet naar binnen in een speelautomatenhal of een casino.

Naar verwachting gaat de wet Kansspelen op Afstand in op 1 juli 2020.

Bron: Ondernemersplein

Strengere spelregels voor ondernemende overheden

Ondernemende overheden moeten hun marktactiviteiten beter motiveren, inspraak voor ondernemers organiseren en besluiten elke vijf jaar evalueren.

Overheden die economische activiteiten uitvoeren die ook door bedrijven kunnen worden aangeboden krijgen te maken met strengere spelregels.

Ondernemende overheden moeten hun marktactiviteiten beter motiveren, inspraak voor ondernemers organiseren en besluiten elke vijf jaar evalueren.

De regels geleden voor ondernemers die diensten of producten aanbieden die mogelijk ook door overheden worden geleverd.

Met het wetsvoorstel wordt de algemeenbelanguitzondering in de wet markt en overheid (hoofdstuk 4b Mededingingswet) aangescherpt via motiveringseisen, meer inspraak voor ondernemers en een verplichte periodieke evaluatie van gemaakte uitzonderingen. Het wetsvoorstel bevat ook technische wijzigingen in het concentratietoezicht en een wijziging in het Burgerlijk Wetboek om de bepalingen over privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht op nationale overtredingen toe te passen.

Het verwachte effect van het wetsvoorstel is dat overheden ondernemers eerder en vaker in hun proces betrekken, waardoor algemeenbelangbesluiten van een betere onderbouwing worden voorzien. Daarmee zal mogelijk ook minder snel van de algemeen belang uitzondering gebruik worden gemaakt door overheden, wat voor ondernemers tot effect zal hebben dat ze minder ongelijke concurrentie van overheden zullen ervaren. Voor overheden die hun huidige algemeen belang uitzonderingen niet goed hebben gemotiveerd zal het effect zijn dat ze bij het nemen van nieuwe besluiten en bij het evalueren van huidige besluiten meer werk zullen moeten verrichten. De lasten zullen voor die overheden dus (beperkt) toenemen.

De wijzigingen die met dit wetsvoorstel in het concentratietoezicht worden aangebracht zijn voornamelijk van technische aard. Het betreft het in lijn brengen van bepalingen met de EG-concentratieverordening en de geldende praktijk. Daarom zijn de gevolgen voor het bedrijfsleven (regeldruk en nalevingslasten) naar verwachting zeer beperkt.

De wijzigingen die in het Burgerlijk Wetboek worden aangebracht geven uitvoering aan de eerdere toezegging om de Europese regels over het vorderen van schade als gevolg van een inbreuk op het Europese mededingingsrecht ook van toepassing te verklaren op zuiver nationale overtredingen van het mededingingsrecht. De wijziging maakt het voor gedupeerden van een nationale overtreding eenvoudiger om hun schade te verhalen.

Wanneer de wijziging van de Wet markt en overheid ingaat, is nog niet bekend.

Bron: overheid

U bent onterfd: ontvangt u niets of de legitieme?

De wet geeft een kind dat is onterft enige bescherming. Artikel 4:63 BW bepaalt dat een kind een vordering heeft, de legitieme portie, en dat dit een vordering in geld is. Een legitimaris wordt dan een schuldeiser van de nalatenschap. Hij heeft geen recht op goederen, zoals een schilderij, maar kan alleen betaling in geld vorderen.

Veel babyboomers staan op het punt dat zij gaan denken over hun nalatenschap en hun erfgenamen, de kinderen. Indien de relatie tussen ouder en kind te wensen over laat, kiezen zij er soms voor om een kind te onterven. In beginsel betekent onterven dat het kind niets erft. Het erfdeel van de onterfde wast aan bij de overige erfgenamen. Onterven kan uitsluitend door dit in een testament te bepalen.

Het onterfde kind is geen erfgenaam

Een kind dat is onterfd heet een legitimaris. Ook het kind van een onterfde, die de nalatenschap verwerpt, is een legitimaris. De wet geeft de legitimaris wel enige bescherming. Artikel 4:63 BW bepaalt dat een kind een vordering heeft, de legitieme portie, en dat dit een vordering in geld is. Een legitimaris wordt dan een schuldeiser van de nalatenschap. Hij heeft geen recht op goederen, zoals een schilderij, maar kan alleen betaling in geld vorderen.

Hij heeft daarmee gelijke rechten als andere schuldeisers, en is dus niet betrokken bij de afhandeling van de nalatenschap. Hij is uitdrukkelijk geen erfgenaam en dient dus gewoon de afwikkeling van de nalatenschap door de erfgenamen af te wachten.

Hoe wordt vordering van de onterfde berekend?: de legitieme

De legitieme bedraagt de helft van de waarde waarover de legitieme porties worden berekend, gedeeld door het aantal in artikel 4:10 lid 1 a genoemde personen. ( artikel 4:64 lid 1BW). Eenvoudiger gesteld is de legitieme portie het gedeelte van de erfenis van de ouder waarop het kind altijd recht heeft. De legitieme portie is de helft van wat een kind zonder testament zou krijgen.

Dus als A en B drie kinderen hebben (C, D en E) en A komt te overlijden, dan zijn er 4 erfgenamen B, C, D en E die elk 1/4  erven. De kinderen hebben een legitieme van 1/2 van 1/4 , dus 1/8. Wanneer een onterfd kind dus een beroep doet op zijn legitieme heeft hij een vordering gelijk aan 1/8 van ‘de waarde waarover de legitieme porties worden berekend’. Deze waarde is de legitimaire massa.

Legitimaire massa

De legitimaire massa moet dan worden berekend aan de hand van de waarde van de goederen van de nalatenschap. Dit zijn alle goederen die er waren op de dag van het overlijden, maar daar moet bij worden opgeteld bepaalde schenkingen (giften) die de erflater tijdens leven aan erfgenamen heeft gedaan; en afgetrokken de schulden zoals genoemd in artikel 4:7 lid 1 BW.

Geschillen over de legitimaire massa

Veel geschillen ontstaan tussen erfgenamen onderling en met de legitimaris bij het vaststellen van de legitimaire massa Daarbij gaat het vaak over de vraag welke giften van de erflater in aanmerking genomen moeten worden bij het berekenen van de legitimaire massa. Zo komt het vaak voor dat een kind reeds een aanzienlijke gift ontvangt. Deze gift wordt dan door deze regeling weer `fictief ingebracht´ (inbrengplicht) , en dus als het ware weer herverdeeld. Is de gift relatief groot ten opzichte van de gehele nalatenschap dan zou dit voor het begiftigde kind een aanzienlijke vermindering van haar erfdeel kunnen betekenen. Volgens de wet wordt die erfgenaam daarmee echter niet gekort of benadeeld. Dit is nu eenmaal de wijze waarop de wet een dergelijk vermogen berekend. De waarde die overeenkomt met 1/8 deel van de legitimaire massa is dan de legitieme portie.

Inbrengplicht is afgeschaft

In het oude erfrecht (voor 1 januari 2003) werd hetgeen wat de kinderen bij leven kregen geschonken, in mindering gebracht op hun latere erfenis; de waarde van de schenking en het erfdeel werden dan met elkaar verrekend. Het kind kon alleen van deze inbrengplicht worden vrijgesteld als de ouders dat bij de schenking zelf of in een testament hadden bepaald.

Door de inbrengplicht werd de gelijkheid van alle erfgenamen gewaarborgd omdat bij de   verdeling van de nalatenschap uiteindelijk iedere erfgenaam evenveel ontving

In het erfrecht na 1 januari 2003 is die inbrengplicht in beginsel afgeschaft en geldt dat schenkingen aan kinderen die erfgenaam zijn niet hoeven te worden ingebracht in de nalatenschap van de ouder, tenzij de ouder dit ten tijde van het verrichten van de schenking of in zijn testament heeft bepaald. Indien het niet de bedoeling is dat de schenking ingebracht wordt in de nalatenschap, dan moet dat worden bepaald bij het doen van de schenking.

Wanneer eist de onterfde zijn legitieme op?

De onterfde legitimaris die een beroep doen op legitieme portie moet dat tijdig doen. Allereerst kunnen de erfgenamen (bijvoorbeeld de executeur) de legitimaris een redelijke termijn stellen. Verklaart de legitimaris binnen deze termijn niet dat hij zijn legitieme wenst te ontvangen dan vervalt zijn recht. Een verklaring dient schriftelijk te worden gedaan.

Dit geldt ook indien een erfgenaam die niet is onterfd de erfenis verwerpt. Verwerping vaan de nalatenschap kan via de griffie van d e rechtbank of bij een notaris geschieden. Gelijktijdig kan de erfgenaam zijn recht op de legitieme voorbehouden. Doet hij dat niet gelijktijdig met die verwerping dan vervalt eveneens zijn recht en ontvangt hij dus niets.

In het algemeen is een legitieme portie opeisbaar zes maanden na het overlijden. De belangrijkste uitzondering hierop is de situatie waarbij er sprake is van de zogenaamd langstlevende beding. In dat geval kan de legitimaris de legitieme portie pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende ouder.

De uiterlijk vervaltermijn voor het opeisen van de legitieme is vijf jaar nadat de legitimaris  kennis heeft genomen van het overlijden.

Welke rechten heeft de legitimaris?

Iemand die onterfd is, hoeft niet volgens de wet niet geïnformeerd te worden. Hij moet dus zelf achter zijn geld aan. De legitimaris is immers geen erfgenaam, en hij is in beginsel ook geen schuldeiser, zolang hij geen  beroep doet op de legitieme. Daarmee komt het vaak voor dat de onterfde volledig in het duister tast. Indien hij een beroep op de legitieme doet dan zal hij wel moeten kunnen vaststellen hoe hoog zijn vordering  op de nalatenschap is

De Rechtbank Midden-Nederland heeft in een recente beslissing aangegeven op welke informatie een legitimaris recht heeft op grond van de wettelijke bepaling (4:78 BW). Dit zijn in elk geval alle gegevens om die vordering te kunnen vaststellen. Die kan de legitimaris opvragen bij een executeur en de erfgenamen.

Informatie om legitieme portie te bepalen

artikel 4:78 lid 1 BW bepaalt dat “alle daartoe strekkende inlichtingen” dienen te worden afgegeven. De informatie is dus beperkt is tot de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie. De rechtbank veroordeelde in dit geval de executeur tot het verstrekken van de volgende stukken:

  • de aangifte en, zodra aanwezig, de aanslag erfbelasting;
  • bankafschriften  (of een print van de internetpagina’s) van schenkingen die 180 dagen voor het overlijden zijn verricht;
  • bankafschriften  (of een print van de internetpagina’s) van de betaal- en beleggingsrekeningen op overlijdensdatum;
  • de (voorlopige) aanslagen inkomstenbelasting voor het jaar van overlijden en het jaar ervoor.
  • informatie over giften als bedoeld in 4:67 BW;
  • informatie over levensverzekeringen en polissen;
  • WOZ beschikking van de tot de nalatenschap behorende woning.

Maar in andere gevallen kan meer of minder informatie worden verstrekt, al naar gelang de omstandigheden.

Indien dus de erfgenamen de benodigde stukken niet vrijwillig afgeven, of indien in redelijkheid kan worden betwijfeld of alle informatie correct is (achterhouden van vermogen door de erfgenamen),  kan de legitimaris op de voet van artikel 843a RV en art. 3:299 BW een verzoek bij de kantonrechter indienen om alle informatie op te vragen die nodig is voor het berekenen van de legitieme portie.  De legitimaris kan ook een verzoek bij de rechtank doen tot een verplichte notariële boedelbeschrijving.

Vrij en onbezwaard geld ontvangen

Als vaststaat dat de legitimaris recht heeft op een legitieme portie dan dient hij de legitieme  vrij en onbezwaard te ontvangen. Dat wil zeggen dat er door de erfgenamen geen voorwaarden kunnen worden verbonden aan de uitkering. Hij is immers een gewone schuldeiser van de nalatenschap.

Hebt u advies of rechtsbijstand nodig bij uw vordering jegens erfgenamen, bel dan met 0900-0600 of vul een formulier in

Gevangenisstraf voor bedreiging naar drie jaar

De afgelopen jaren zijn verschillende burgemeesters bedreigd vanuit het criminele circuit. Met een verdubbeling van de huidige wettelijke strafmaat wordt onderstreept dat de overheid dergelijk gedrag zeer hoog opneemt en vastbesloten is hieraan een eind te maken.

De praktijk laat zien dat bedreigingen op verschillende manieren steeds heftiger worden. Het maakt grote inbreuk op de levens van betrokkenen.

Grapperhaus: ‘Ik vind het van het allergrootste belang dat wij ons als overheid, maar zeker ook als maatschappij in geheel, fel tegen deze ontwikkeling verzetten’. Dit raakt niet alleen bestuurders, maar ook privépersonen, ambtenaren en hulpverleners.’

Zo komen persoonlijke bedreigingen voor op sociale media, wordt er druk op bestuurders of ambtenaren uitgeoefend en worden boeren bedreigd als zij hun schuur niet ter beschikking stellen voor wietteelt. Ook bijvoorbeeld Rotterdamse havenmedewerkers en vastgoedondernemers zijn de dupe van criminele activiteiten. Het kan zelfs onderdeel zijn van het bedrijfsmodel van criminelen, in het bijzonder geldt dit voor de ondermijnende criminaliteit. Als dan bijvoorbeeld een besluit van de gemeente moet worden beïnvloed, gebeurt dit door de burgemeester te bedreigen. Zelfs door brand te stichten of wapens te gebruiken.

Extra maatregelen voor burgemeesters en bestuurders

Het huidige strafmaximum volstaat niet meer voor de buitensporige dreigementen, die er bijvoorbeeld voor zorgden dat burgemeesters moesten onderduiken. Met een verhoging, respectievelijk verdubbeling van het strafmaximum krijgt de maatschappelijke impact van bedreiging meer weerslag in de wet en laat de overheid bovendien zien dat bedreiging van ambtsdragers absoluut niet wordt getolereerd.

De afgelopen jaren zijn verschillende burgemeesters bedreigd vanuit het criminele circuit. Met een verdubbeling van de huidige wettelijke strafmaat wordt onderstreept dat de overheid dergelijk gedrag zeer hoog opneemt en vastbesloten is hieraan een eind te maken. Ook andere vertegenwoordigers van het openbaar bestuur kunnen worden bedreigd. Daarom geldt de voorgestelde extra strafverhoging ook voor bedreiging van andere bestuurders, zoals wethouders en gedeputeerden. Minister Grapperhaus komt nog voor het zomerreces met een wetsvoorstel.

Huurders winkelruimte worden beter beschermd

Uit diverse bronnen blijkt dat winkeliers steeds vaker bij renovatie uit hun panden worden gezet, terwijl geen enkele rekening wordt gehouden met
hun belangen. Verhuurders van bedrijfsruimte maken de afgelopen jaren namelijk steeds vaker gebruik van de ruimte en mogelijkheden die artikel 7:296 hen biedt. De huidige constructie van dit artikel brengt, volgens de indieners, een zeer ongewenst situatie voor huurders van bedrijfsruimte
met zich.

De huurbescherming van huurders van winkelruimten wordt verbeterd:
De verhuurder van een winkelruimte mag aan het einde verhuurder van een winkelruimte mag aan het einde van de 1e huurperiode (van 5 jaar of langer) de huur niet meer opzeggen omdat hij wil gaan renoveren.

Als de verhuurder van een winkelruimte gaat renoveren en de huurder daardoor moet verhuizen, betaalt hij aan de huurder een bijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten.

Onderdeel 1: Met het invoegen van de zinsnede «of van bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 290» wordt geregeld dat in het geval dat verhuizing van huurders van bedrijfsruimte noodzakelijk is in verband met een voorgenomen renovatie, de verhuurder verplicht is aan de huurder een bijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten te verstrekken. De bijdrage zal ten minste het bedrag bedragen dat door middel van de op te stellen ministeriële regeling wordt vastgesteld (zie onderdeel 2). Met deze wijziging wordt de situatie van huurders van woonruimten en huurders van bedrijfsruimte gelijkgetrokken waar het een minimumbijdrage betreft indien verhuizing noodzakelijk is in verband met een voorgenomen renovatie en de huurovereenkomst behouden blijft.

Onderdeel 2: Dit onderdeel regelt dat bij ministeriële regeling de minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten voor de huurders van bedrijfsruimte wordt vastgesteld. Deze wordt nu al vastgesteld voor de huurders van zelfstandige woningen als bedoeld in artikel 234 en woonwagens en standplaatsen als bedoeld in de artikel 235 en 236, in de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie (Staatscourant 2010 nr. 2982). Middels deze wijziging zal een vergelijkbare regeling opgesteld worden ten aanzien van de huurders van bedrijfs-ruimte. Indien de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft, zal de minimumbijdrage die in de regeling wordt vastgesteld, jaarlijks voor 1 maart worden gewijzigd.

regeling is bedoeld voor

  • verhuurders van winkelbedrijfsruimten;
  • huurders van winkelbedrijfsruimten (winkeliers)

De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regelingén publicatie in het Staatsblad.

Stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap

De stilzwijgende aanvaarding gebeurt indien de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard. Voor erfgenamen kan dit ongewilde gevolgen hebben. Voor stilzwijgende aanvaarding is immers de wil van de erfgenaam niet doorslaggevend. Aanvaarding kan dus `zomaar´ plaatsvinden.

Verwerpen of aanvaarden

Een nalatenschap kan door een erfgenaam worden verworpen of aanvaard. In het laatste geval is dat de zuivere aanvaarding of aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving, de zogenaamde beneficiaire aanvaarding. De keuze aanvaarding of verwerping, die terug werkt tot het overlijden van de erflater is in beginsel onherroepelijk.

De zuivere aanvaarding van een nalatenschap gebeurt soms uitdrukkelijk, door middels van een akte of een verklaring bij de rechtbank, maar kan ook stilzwijgend plaatsvinden.

Stilzwijgende aanvaarding

De stilzwijgende aanvaarding gebeurt indien de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard. Indien de erfgenaam niet al eerder zijn keuze had gemaakt, geldt dit gedrag als een onherroepelijke keuze.

Voor erfgenamen kan dit ongewilde gevolgen hebben. Voor een stilzwijgende aanvaarding is immers de wil van de erfgenaam niet doorslaggevend. Ook is niet doorslaggevend of ook de wederpartij geen enkele twijfel heeft bestaan over de vraag of de erfgenaam ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft aanvaard. Aanvaarding kan dus `zomaar´ plaatsvinden.

In het arrest van de Hoge Raad van 20 juni 2014 (HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489) wordt geoordeeld dat een nalatenschap ex art. 4:192 lid 1 BW  ook stilzwijgende kan zijn aanvaard vanwege verzet tegen verstekvonnis, waarbij erfgenamen zijn veroordeeld tot betaling aan schuldeiser van de nalatenschap.

In het vroeger geldende erfrecht bepaalde de Hoge Raad dat het afhangt van de omstandigheden van het geval of uit gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend te aanvaarden.

In het nieuwe erfrecht is uitdrukkelijk bepaald dat een erfgenaam, die tijdens de termijn waarin hij zich over de te maken keuze kan beheershandelingen verricht, geen daden van zuivere aanvaarding verricht. Maar dat is anders indien hij over de goederen van de nalatenschap ‘als heer en meester’ beschikt, of wanneer hij duidelijk aan de schuldeisers van de nalatenschap doet blijken dat hij de schulden van de nalatenschap voor zijn rekening neemt.  

Het geschil

Een  zorgverzekeraar had een vordering op de nalatenschap in verband met aan erflater gedane onverschuldigde betalingen voor een persoonsgebonden budget. De vordering werd tegen de erfgenamen ingesteld, die geen verweer voerden, dat de vordering bij verstek is toegewezen. In verzet bekrachtigt de rechtbank het vonnis voor het grootste deel ondanks dat de erfgenamen stellen dat zij ter griffie van de rechtbank een verklaring hebben gedeponeerd dat zij de nalatenschap verwerpen.

Ook in hoger beroep blijft het vonnis van de rechtbank grotendeels in stand. Het Hof oordeelt dat het verweer, van de erfgenamen het standpunt impliceert dat de familieleden als erfgenamen van erflater aanspraak kunnen maken op de door zorgverzekeraar onverschuldigd aan de erflater betaalde bedragen en erop is gericht om als erfgenamen te kunnen (blijven) beschikken over deze bedragen, dient te worden opgevat als een daad van stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap. Aan de latere verwerping van die nalatenschap komt derhalve geen betekenis meer toe.

In door de erven ingestelde cassatieberoep wordt de vraag gesteld of het hof mocht oordelen dat aan de verwerping van de nalatenschap geen betekenis meer kon toekomen, omdat de nalatenschap moet worden geacht reeds voordien stilzwijgend te zijn aanvaard. In dit verband had het hof betekenis gehecht aan het gedane verzet en het in die procedure door erfgenamen ingenomen standpunt. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.

In zijn arrest van 26 april 1968, NJ 1969/322 nam de Hoge Raad tot uitgangspunt dat het antwoord op de vraag, of uit de gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend te aanvaarden, afhangt van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad voegt hieraan voor het nieuwe erfrecht toe:

“Opmerking verdient dat de enkele omstandigheid dat een erfgenaam ten behoeve van de nalatenschap optreedt in een procedure, niet zonder meer meebrengt dat hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt.  Dat optreden kan immers ook als een daad van beheer worden uitgelegd. Ook in dit verband hangt het van de omstandigheden af, of door dat optreden de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen.”

Het hof volgens de Hoge Raad noch een onjuist, noch een onbegrijpelijk oordeel gegeven. Door  met name betekenis toe te kennen aan de stellingname van de erfgenamen in de verzetdagvaarding, hun verweer ter comparitie in eerste aanleg. Uit die feiten en omstandigheden kan– zoals het hof ook had geconstateerd – worden afgeleid dat de erfgenamen meenden te kunnen blijven beschikken over de door zorgverzekeraar teruggevorderde bedragen. Overigens refereert De Hoge Raad in dit verband ook aan zijn arrest uit 1968 met het oordeel dat niet pas kan worden geoordeeld dat een erfgenaam de erfenis ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft aanvaard als daarover bij de wederpartij geen enkele twijfel heeft bestaan.

Wanneer is er een daad van zuivere aanvaarding?

Eenduidige regels zijn er dus niet. De vraag of een bepaalde daad of gedraging een stilzwijgende aanvaarding kan opleveren is een rechtsvraag, maar in de praktijk is dat afhankelijk is van de waardering van de omstandigheden van het geval en daarmee in cassatie slechts op begrijpelijkheid is te toetsen.

Hier enkele voorbeelden van een zuivere aanvaarding:

Uit de voorbeelden hierna blijkt dat een beschikkingshandeling van een erfgenaam ten aanzien van de nalatenschap al spoedig wordt gekwalificeerd als een zuivere aanvaarding van de nalatenschap, waarna aan een latere verwerping van de nalatenschap geen betekenis meer kan toekomen.

Verhuur van de woning van erflater na haar overlijden aan een derde is geen daad van beheer. Door het aangaan van de huurovereenkomst door de erfgenaam is als heer en meester beschikt over goederen van de nalatenschap. Hof Arnhem-Leeuwarden 5 maart 2013,  CLI:NL:GHARL:2013:BZ4288.

De toe-eigening van sieraden en bankrekening van de nalatenschap geldt als zuivere aanvaarding van de nalatenschap omdat de erfgename aldus als heer en meester over goederen van de nalatenschap heeft beschikt. Hof Arnhem-Leeuwarden 26 februari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2833, NJF 2013/174.

 Verkoop van de onderneming van erflater door een gevolmachtigde van erfgenamen, geldt niet als zuivere aanvaarding van de nalatenschap, omdat de erfgenaam zelf geen bemoeienis heeft gehad met de verkoop. De verwerping van de nalatenschap door de erfgenaam heeft daarom effect. Rb. ’s-Gravenhage 23 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2012.

 Verkoop van het appartement van erflater door erfgenaam wordt aangemerkt als “heer en meester” over de nalatenschap beschikken, zodat sprake is van zuivere aanvaarding van de nalatenschap. Rb. Utrecht 21 april 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1877

Het leeghalen van de woning en het weggeven van inboedelgoederen van erflater gelden als zuivere aanvaarding van de nalatenschap, waarna verwerping van de nalatenschap door erfgenamen niet meer mogelijk is. Rb. Alkmaar 17 februari 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BI1984, Prg. 2009/119.

Of het optreden van een erfgenaam in een gerechtelijke procedure moet worden aangemerkt als een zuivere aanvaarding van de nalatenschap, hangt dus ook af van de omstandigheden, waaronder de procesopstelling van de erfgenaam. Het niet verschijnen na een dagvaarding wordt in beginsel niet als een daad van zuivere aanvaarding van de nalatenschap gezien. Het niet aanwenden van een rechtsmiddel tegen een verstekvonnis kan in beginsel niet als daad van aanvaarding worden aangemerkt. Van zuivere aanvaarding van de nalatenschap is in beginsel geen sprake indien de erfgenaam wel verschijnt, maar zich van ieder verweer onthoudt of zich aan het oordeel van de rechter refereert. Rb. Alkmaar 29 juni 1972, ECLI:NL:RBALK:1972:AC5248, NJ 1973/518 m.nt. DJV.

Uit het instellen van rechtsvorderingen die een erfgenaam toekomen, kan in beginsel een wil tot zuivere aanvaarding worden afgeleid.

Beneficiaire aanvaarding en vereffening van de nalatenschap

Als na enig onderzoek blijkt dat de boedel negatief is (de schulden overtreffen de baten)dan zijn de erfgenamen verplicht dit direct te melden aan de kantonrechter. Blijft die melding achterwege dan kunnen erfgenamen alsnog – ondanks de beneficiaire aanvaarding- door de schuldeisers in hun privé-vermogen worden aangesproken voor de schulden van de erfenis.

De beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap brengt rechtsgevolgen en procedurevoorschriften mee die in de wet staan omschreven. Dit is de wettelijke vereffening. De gezamenlijke erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard zijn de vereffenaars. Zijn er meerdere erfgenamen die zuiver hebben aanvaard, terwijl één beneficiair heeft aanvaard, dan geld volgens de wet dat de wettelijke vereffeningsprocedure moet worden gevolgd. De wet bepaalt aan welke regels de vereffenaar zich dient te houden.
De belangrijkste verplichtingen van de vereffenaar vallen uiteen in verschillende fasen.

Boedelbeschrijving

Van de boedel van de nalatenschap dient binnen een redelijke termijn een beschrijving te worden gemaakt, waarin de baten en schulden worden opgenomen.

Ter inzage leggen

De boedelbeschrijving die aldus is gemaakt moet ter inzage worden gelegd op het kantoor van de notaris die de boedel namens de erfgenamen afwikkelt, of bij de griffie van de rechtbank. Dit heeft een controlefunctie en op die wijze kunnen alle schuldeisers en andere erfgenamen kennis nemen van de omvang van de boedel.
Voor eenvoudige nalatenschap kan ontheffing worden verleend van de verplichting tot ter inzagelegging van de boedelbeschrijving. Zij moeten die ontheffing vragen aan de kantonrechter.
Als na enig onderzoek blijkt dat de boedel negatief is (de schulden overtreffen de baten)dan zijn de erfgenamen verplicht dit direct te melden aan de kantonrechter. Blijft die melding achterwege dan kunnen erfgenamen alsnog – ondanks de beneficiaire aanvaarding- door de schuldeisers in hun privé-vermogen worden aangesproken voor de schulden van de erfenis.

Oproepen schuldeiser

Net als in een faillissement worden schuldeiseres opgeroepen, al of niet openbaar. Bekende schuldeisers krijgen een brief thuis en de rest wordt via een publicatie in de krant opgeroepen. Die vorderingen worden opgenomen op de lijst van vorderingen. De kantonrechter kan bepalen hoe wordt omgegaan met het oproepen van schuldeisers.

Lijst van vorderingen

Indien de kantonrechter geen ontheffing heeft verleend van de verplichting van de boedelbeschrijving, moet nadat alle schuldeisers zich hebben gemeld, een lijst van alle vorderingen en aanspraken op voorrang ter inzage worden gelegd op het kantoor van de boedelnotaris of bij de griffie van de rechtbank. De erfgenamen, schuldeisers en andere belanghebbenden krijgen aldus inzicht in de omvang van de boedel, maar ook van de aard en de omvang van de diverse schulden en baten. De schulden kunnen dan worden beoordeeld op juistheid en omvang. Sommige schulden worden direct erkend, maar soms worden deze betwist door erfgenamen of andere schuldeisers. De lijst van vorderingen wordt op een door de kantonrechter te bepalen wijze bekend gemaakt aan de belanghebbenden.

Uitkeringen doen aan schuldeisers

Zijn alle schuldeisers bekend, of melden zich binnen de door de kantonrechter gestelde termijn geen nieuwe schuldeisers meer, dan gaan de erfgenamen over tot uitdeling: Er is dan door de boedelbeschrijving en de opgestelde lijst van schuldeisers een beeld verkregen van de omvang van de erfenis en van de aanwezige schulden.

Rekening en verantwoording en uitdelingslijst

De kantonrechter kan bevelen dat de erfgenamen een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst op het kantoor van de boedelnotaris of bij de griffie van de rechtbank ter inzage leggen. Ook kan de ter inzage legging worden gepubliceerd in de krant. Elke schuldeiser en erfgenaam kan hier kennis nemen van de omvang van de nalatenschap en welke schulden en de wijze waarop deze worden betaald. Bovendien geldt ook een door de wet gestelde rangregeling.
Sommige schuldeisers hebben voorrang boven andere. Op die wijze is er volledige transparantie voor alle belanghebbenden. Zijn schuldeisers of erfgenamen het niet eens met de voorgestelde uitdelingslijst, dan kunnen zij verzet aantekenen bij de kantonrechter.

De kantonrechter bepaalt dan vervolgens of de uitkering juist is of niet.
Hierna kunnen de gezamenlijke erfgenamen overgaan tot het voldoen van de erkende schuldeisers. Indien er een negatieve boedel is krijgen de schuldeisers die gelijk in rang zijn, net als in een faillissement, een uitkering naar rato van hun vordering.

Verdeling

Indien na betaling van alle schuldeisers nog een positief saldo bestaan, dan kan dit worden verdeeld onder de erfgenamen, naar rato van hun erfdelen.
Blijkt dat er een schuldeiser is overgeslagen dan kan deze meestal verhaal nemen op de erfgenamen, maar alleen op het aandeel dan aan de erfgenamen is uitgedeeld na de vereffening.

De minderjarig en de nalatenschap

Zolang een kind nog geen 18 is, is het minderjarig en heeft het een wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel zijn dat de met het gezag belaste ouders, of een van hen.

Een minderjarige kan niet erven. Om te erven moet men immers de nalatenschap aanvaarden. Die aanvaarding is een rechtshandeling maar een minderjarige kan niet zelf handelen (is handelingsonbekwaam) en dus ook geen erfenis aanvaarden. De wet bepaalt dat de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige verplicht beneficiair moet aanvaarden. Een zuivere aanvaarding door een wettelijk vertegenwoordiger is dus niet mogelijk.

De achterliggende reden is die van de bescherming van de minderjarige; zo kan deze nooit aansprakelijk worden voor de mogelijke schulden in een erfenis. In minderjarige wordt immers niet geacht de reikwijdte van een dergelijke beslissing te kunnen overzien. De minderjarige erfgenaam heeft dus niet dezelfde keuzes als een meerderjarige erfgenaam; deze kan niet zuiver aanvaarden.

De wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige

Zolang een kind nog geen 18 is, is het minderjarig en heeft het een wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel zijn dat de met het gezag belaste ouders, of een van hen. Hebben de ouders zelf geen gezag of zijn deze overleden dan wordt een voogd benoemd die het gezag heeft. Ook een curator kan wettelijke vertegenwoordiger zijn.

Zuivere aanvaarding

De zuivere aanvaarding van een nalatenschap brengt een onmiddellijke overgang mee van het vermogen van de erflater naar het vermogen van de erfgenamen. De erfgenamen treden dan gezamenlijk als het ware in de rechten en plichten van de erflater. Onder dat vermogen vallen zowel baten als schulden. Zijn er meer schulden dan baten, dan heeft dat onaangename gevolgen voor de erfgenamen; zij zijn aansprakelijk voor de betaling van die schulden, ook indien de baten in de nalatenschap onvoldoende zijn om die schulden te voldoen. De erfenis brengt dus een ernstig risico van verarming mee!

Beneficiaire aanvaarding

De beneficiair aanvaarding van de nalatenschap is een aanvaarding onder een voorbehoud. Dit voorbehoud betekent dat alvorens er enige uitkering of afgifte aan erfgenamen wordt gedaan, eerst wordt onderzocht welke schulden en baten aanwezig waren in het vermogen van de erflater op de dag van het overlijden. Alle bekende schuldeisers worden uitgenodigd om hun vordering kenbaar te maken. Er wordt een beschrijving gemaakt van alle baten. Met de baten kunnen de schulden worden betaald, net zo lang tot er geen baten of schulden meer zijn. Overtreffen de baten de schulden, dan gaat het restant naar de erfgenamen. Overtreffen de schulden de baten dan blijven de resterende schulden bij de schuldeisers; deze kunnen geen verhaal meer nemen voor hun vorderingen.

Door de beneficiaire aanvaarding lopen de erfgenamen dus niet het risico dat schuldeisers van de erflater verhaal kunnen nemen op het vermogen dat zij reeds vóór de vererving hadden.
De schulden worden dan betaald uit de opbrengst van de erfenis. De schulden “vervallen” als de opbrengst van de erfenis niet groot genoeg is.

Minderjarige lopen dus volgens de wet niet een dergelijk risico, ook indien de wettelijk vertegenwoordigers stilzitten.

De gevolgen van de beneficiaire aanvaarding

Bij een beneficiaire aanvaarding moet de nalatenschap vereffend worden volgens de wet. De vereffening is een taak die volgens de wet is toebedeeld aan de gezamenlijk erfgenamen. In dit geval zijn dat dus de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen en eventueel overige erfgenamen.

U bent erfgenaam; aanvaarden of verwerpen, of iets er tussenin?

Aanvaarding of verwerpen van een erfenis is definitief. U wil geen afstand doen van gratis geld, maar het aanvaarding van grote schulden wilt u ook voorkomen. De wet geeft de erfgenaam mogelijkheden om een goede keuze te maken.

Wat is aanvaarding van de nalatenschap?

Aanvaarding van een erfenis is eenvoudig. U hoeft er niets speciaals voor te doen. Door alleen al een daad van aanvaarding te plegen krijgt u de nalatenschap in handen (of een deel, als er meer erfgenamen zijn).

Gevolgen van aanvaarding van de nalatenschap

Maar wat betekent de aanvaarding van een nalatenschap? Tot die nalatenschap behoren vaak niet alleen goederen met een positieve waarde, maar ook schulden. Aanvaarding betekent dat u ook de schulden aanvaardt, met andere woorden, u neemt de verplichtingen jegens schuldeisers over. U moet dan die schulden ook betalen. Die schulden kunnen vaak betaald worden uit de liquidatie van positieve bestanddelen. Maar let op, als die positieve bestanddelen onvoldoende opbrengen om all e schulden te betalen, dan bent u voor de resterende schulden nog steeds aansprakelijk, alleen nu met het vermogen dat u zelf al had. Aanvaarding brengt u dan in een slechtere positie dan verwerping. Dit gevolg treedt al in door een daad van `zuivere aanvaarding´, zoals het gebruiken van een bankrekening op naam van de erflater.
Voor minderjarigen gelden bijzondere regels.

Daad van zuivere aanvaarding

U kunt dus per ongeluk zuiver aanvaarden indien u waardevolle spullen van de erflater mee naar huis neemt, een schuldeiser van de nalatenschap betaalt of geld opneemt van de rekening van de erflater. De wet bepaalt dat u hier een keuze hebt gemaakt, al is dat stilzwijgend en mogelijk ook ongewild.

Heeft u eenmaal de erfenis hebt aanvaard, dan kunt u alleen in een bijzonder geval op deze keuze terugkomen. Als u ook na een goed onderzoek geen hoge schulden aantrof, die wel blijken te bestaan, dan kunt u de rechter vragen om alsnog te bepalen dat u verwerpt. Als u geen onderzoek hebt gedaan naar het bestaan van die schulden kunt u niet op uw keuze terugkomen.

Door een daad van zuivere aanvaarding krijgt u dus de gehele nalatenschap in handen. Als u officieel wilt aanvaarden kun u ook een verklaring afleggen bij de griffie van de rechtbank of bij de notaris.

Maar als u dus na enig onderzoek vermoedt dat de erflater schulden had die mogelijk de baten overtreffen, dan aanvaard u dus liever niet. U wil dan misschien verwerpen. Hoe gaat dat?

Verwerpen van de erfenis

Door de erfenis te verwerpen krijgt u niets uit de nalatenschap, maar u bent ook niet aansprakelijk voor de schulden. De afwikkeling van de nalatenschap gaat geheel buiten u om. Een goede reden om te verwerpen is dat de nalatenschap meer schulden dan baten bevat. Een andere reden kan zijn dat u om emotionele redenen ( bijvoorbeeld ruzie met de overledene) niets met de nalatenschap te maken wil hebben.

Maar de reden kan ook zijn dat u andere erfgenamen wil bevoordelen, en u zelf geen behoefte hebt aan uw erfdeel.

De verwerping van de nalatenschap kan ook liggen in de reden dat u niet wil dat uw eigen schuldeisers verhaal nemen op het vermogen dat aldus aan u toekomst. Wat dit laatste betreft kan dat weer ongedaan worden gemaakt door de zogenaamde procedure van artikel 4:205 BW .

Verwerping van de nalatenschap en de legitieme portie

Voor de kinderen van een erflater is het echter ook bij verwerping mogelijk om toch een deel van de erfenis (in geld) te ontvangen. Zij hebben dus geen recht op fotoboeken en tafelzilver, maar kunnen toch een beroep doen op hun legitieme portie. Dit is te bereiken door tegelijkertijd met de verklaring van verwerping tevens te verklaren dat de erfgenaam aanspraak maakt op zijn legitieme portie. Als de erfgenaam na de verwerping alsnog een beroep wil doen op zijn legitieme portie is hij te laat.

De legitieme portie bedraagt de helft van het deel dat u volgens het wettelijk erfrecht zou hebben ontvangen. In de meeste gevallen is dit minder dan wanneer u niet zou verwerpen.

Let op: aangezien schenkingen aan afstammelingen en schenkingen aan derden van de laatste vijf jaar bij de berekening van de legitieme portie fictief “ingebracht” moeten worden, teneinde de omvang van de nalatenschap vast te stellen, kan dit uiteindelijk toch veel meer zijn dan aanvankelijk aanwezig lijkt te zijn; in sommige gevallen (bij grote schenkingen, bijvoorbeeld aan de andere kinderen) is dit zelfs meer dan het deel waar u als erfgenaam recht op zou hebben gehad. Het kan dus voordelig zijn om te verwerpen, en uw recht op de legitieme te behouden.

Wie krijgt uw erfdeel als u verwerpt?

Uw erfdeel gaat naar de andere erfgenamen in het testament, en als er geen testament is gaat uw erfdeel naar de wettelijke erfgenamen na u, bijvoorbeeld uw kinderen.

Hoe verwerpt u de nalatenschap?

Als u de erfenis wilt verwerpen, dan legt u een schriftelijke verklaring af bij de rechtbank. Dit kunt u ook met een volmacht via uw notaris regelen. Dan hoeft u niet zelf naar de rechtbank. Voor een verklaring bij de rechtbank betaalt u griffierechten.

De keuze is definitief

U kunt dus als erfgenaam de nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Bij aanvaarding is de keuze definitief, bij verwerping evenzeer. De wet schrijft voor dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is. Een aanvaarding of verwerping kan ook niet op grond van dwaling, of op grond van benadeling van een of meer schuldeisers worden vernietigd.

Stel dat u verwerpt, omdat vermoedt werd dat er aanzienlijke schulden zijn, die achteraf niet blijken te bestaan. U hebt u daarmee zelf benadeeld. Dat is een gevolg dat u liever wil voorkomen. De wet help u daarbij door de mogelijkheid van beneficiaire aanvaarding.

Beneficiair aanvaarden erfenis

De wet heeft een tussenweg gemaakt, de aanvaarding `onder voorbehoud´, de beneficiaire aanvaarding. Als u een erfenis beneficiair aanvaardt, krijgt u wel de erfenis maar bent niet aansprakelijk voor eventuele schulden. De belangrijkste reden voor deze keus is dat u vermoedt dat in de nalatenschap veel schulden zijn die niet kunnen worden voldaan uit de overige bestanddelen van de nalatenschap. Door beneficiaire aanvaarding behoudt u al uw rechten op aanvaarding, maar krijgt u ruim de tijd om eens goed uit te zoeken hoe het werkelijk zit met het vermogen.

De vereffeningsprocedure

Als er meerdere erfgenamen zijn, en een van erfgenamen beneficiair aanvaardt, dan moet de hele nalatenschap volgens bijzondere regels worden afgewikkeld door een zogenaamde vereffeningsprocedure. Dit geldt ook indien andere erfgenamen wel zuiver hebben aanvaard. De vereffeningsprocedure brengt meer werk mee omdat, net als in een faillissement, een nauwkeurige beschrijving moet worden gemaakt van de omvang van alle schulden en baten, en de waarde van de goederen. Dit is dus meer werk voor de erfgenamen dan bij zuivere aanvaarding en brengt extra kosten mee, omdat de procedure voor de rechtbank wordt uitgevoerd en afgewikkeld.

In de meeste gevallen help een notaris bij een boedelbeschrijving met een opsomming van alle schulden en het bezit in de nalatenschap. Daarna kunnen de erfgenamen schuldeisers betalen. Dit is de zogenaamde vereffening, net zoals in een faillissement. Wat resteert kunnen de erfgenamen verdelen. Kunnen niet alle schulden worden voldaan, dan hebben de schuldeisers pech. De erfgenamen zijn niet aansprakelijk voor die schulden. Meer over de vereffening leest u hier.

Beneficiair aanvaarden, hoe?

Als u beneficiair wilt aanvaarden, doet u dat door een verklaring af te leggen bij een notaris. Eenvoudiger en goedkoper is het via de rechtbank. Voor een verklaring bij de rechtbank betaalt u griffierechten.

Aangesproken wegens een inbreuk op auteursrecht: welke boete is redelijk?

Afhankelijk van het formaat, naamsvermelding, verspreiding en duur van de inbreuk kan een fotograaf honderden tot duizenden euro vergoeding vorderen voor een inbreuk. Maar wat is redelijk?

Om te beginnen met de boete: strikt genomen is er geen sprake van een boete, want die kan alleen in het strafrecht of bestuursrecht worden opgelegd, of indien u in een overeenkomst sloot waarin dat is bepaald. Wel voelt het alsof een boete word opgelegd. U wordt immers geconfronteerd met een vordering die u niet zag aankomen. Maar het gaat wel om een vergoeding voor de schade die de maker stelt te hebben geleden.

Het is verleidelijk,en ook kinderlijk eenvoudig, om uw website op te leuken met foto´s die u vindt op het internet. Maar in veel gevallen betreft het een foto waarop auteursrechten rust. Of eenvoudiger gezegd, u moet toestemming hebben van de maker van de foto om die te gebruiken. Het maakt daarbij niet uit of u de foto op uw persoonlijke website plaatst die u als hobby hebt ingericht voor uw zangvereniging, of dat u een commerciële website hebt waarop u spullen ter verkoop aanbiedt.

Een maker, bijvoorbeeld de fotograaf zelf, kan u nu om een schadevergoeding vragen voor dat gebruik. In de meeste gevallen wordt u dan benaderd door een brancheorganisatie of een advocatenkantoor die voor meerdere rechthebbenden het internet doorzoekt naar inbreukmakende publicaties, en daarvoor systematisch vergoedingen voor vraagt.

In bijna alle gevallen wordt u geconfronteerd met een schikkingsvoorstel. Dit schikkingsbedrag is zonder uitzondering zo hoog dat u zich terecht zult afvragen of dat bedrag wel redelijk is. Met andere woorden, hoe komt een dergelijk bedrag tot stand? Volgens de wet wordt een schadevergoeding bepaald aan de hand van diverse factoren zodanig dat de fotograaf in dezelfde positie is indien er wel om toestemming was gevraagd. Een eerste factor die dus een rol speelt is de voorwaarde voor het verlenen van die toestemming: in de meeste gevallen vraagt een fotograaf om een vaste vergoeding. De toestemming is dan een licentie, een gebruiksrecht.

Van te voren is niet duidelijk welke licentievergoeding geldt, maar men kan een vergelijking maken met vergoedingen die met in het algemeen pleegt te vragen voor het gebruik van de foto. Volgens vaste rechtspraak kan daar nog iets worden bijgeteld voor eventuele reputatieschade en voor de kosten van de opsporing en vaststelling van de inbreuk.

De eerste reactie is die van verzet, en niet betalen, maar dat helpt vaak niet, omdat juristen die dergelijke inbreuken behandelen vaak dreigen om de zaak voor te leggen aan de rechter. De kosten kunnen dan behoorlijk oplopen.

De eerste actie die u kunt nemen is het vaststellen of werkelijk inbreuk is gemaakt. Is er werkelijk sprake van een foto waarop auteursrecht rust?

Om dat vast te stellen kunt u zelf onderzoek doen. Indien het gaat om een rechtenvrije foto, om een foto die onder voorwaarde vrij ter beschikking is gesteld door de maker (creative commons) of een foto zonder enige creativiteit, zoals een packshot, dan kan de vordering onterecht zijn. Zekerheid is er dan echter nog niet. Er bestaat immers geen beeldbank waarmee men met zekerheid kan vaststellen of op een foto auteursrechten rust.

In de meeste gevallen valt er nog wel te onderhandelen met de fotograaf of de jurist die u aanspreekt. Er is sprake van een businessmodel dat de hoogste opbrengst genereert indien een vergoeding wordt verkregen zonder het voeren van een dure procedure. Dit brengt mee dat men in de meeste gevallen bereid is water bij de wijn te doen. Niets betalen is echter vaak geen optie. De kans is immers groot dat u de procedure verliest, en dat u daarmee ook het risico loopt op een hoge proceskostenveroordeling, die soms een veelvoud kan zijn van het schikkingsvoorstel. Het maakt daarbij weinig uit welk oogmerk u hebt gehad met het plaatsen van de foto, commercieel of als hobby.

De wet bepaalt bovendien dat voor procedure die gaan om een bescherming van intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteursrecht, een volledige proceskostenvergoeding kan worden gevorderd. Die kan enkele duizenden euro`s bedragen, hoewel in een enkel geval rechters slechts enkele honderden euro toekennen. De rechter is dat in beginsel vrij in. De meeste rechtbanken hanteren voor de proceskosten een staffel, de zogenaamde indicatietarieven.

Hoe hoog uiteindelijk het bedrag is dat een redelijk vergoeding voor de maker inhoud valt van te voren moeilijk in te schatten. Voor bijzondere foto`s met een actuele nieuwswaarde of die van een unieke creativiteit getuigen kan een fotograaf vele duizenden euro´s vragen. Voor de meeste  foto’s worden doorgaans – afhankelijk van het formaat, of er naamsvermelding was, de mate waarin de foto via internet al is verspreid, en hoe lang de foto reeds is gebruikt – een vergoeding van enkele tientjes tot een paar honderd euro gerekend. Daarnaast rekent men (net als de rechter vaak toewijst) met een opslag van circa 25% procenten wegens aantasting van exclusiviteit, en de redelijke opsporingskosten. Het aldus berekende bedrag kan na onderhandeling nog omlaag; door akkoord te gaan met een lagere vergoeding vermijdt de maker dat er geprocedeerd moet worden. Hoewel hij een forse proceskostenveroordeling kan bedingen, loopt hij dan toch het risico dat de rechter zijn vordering voor een veel lager bedrag toewijst. Zijn kosten voor de rechtsbijstand  blijven echter gelijkt, en dus is zijn opbrengst navenant lager. Dat risico sluit hij uit door een regeling te treffen.

Sommige voorstellen rekenen echter met een opslag van 100% of meer wegens aantasting van exclusiviteit, een extra bedrag wegens reputatieschade en schade voor opsporing en juridische bijstand. In zo´n geval is het nuttig om te onderhandelen. Voor meer informatie kunt u bellen met 0900-0600, met 0900-advocaten of een vraag stellen via de website.